Maand: oktober 2019

Heide in Lumburg

Heide in Limburg

Heide in Lumburg

De titel dekt de lading en méér. Want alhoewel de auteurs zich toeleggen op de heide in Limburg, kan iedereen er wel informatie uithalen.

De heide doet denken aan een enorm gebied in de Kempen. Maar Vlaanderen kende wel meer heidegebieden. Talrijke straatnamen herinneren aan de aanwezigheid ervan. Door de duidelijke en onderbouwde uitleg in dit boek leer je de heide beter kennen, is het nu in de Kempen of elders.

Toch geeft het voorwoord meteen mee ‘het specifieke van de Limburgse heide’ te willen belichten. Daarmee willen de schrijvers af van ‘grove algemeenheden’. En door dat te doen, door zo specifiek te werk te gaan, leveren ze toch een mooi werk af dat voor iedereen nuttig kan zijn.

De beschrijving van deze gebieden vertrekt van hoe het er in de 19de eeuw heeft uitgezien. De bespreking van de potstaleconomie en het plaatsen van heide in het geheel van de landbouwactiviteiten is zeker vanuit heemkundig oogpunt interessant. Het ontstaan van de heide vanuit menselijke activiteiten en de verklaring van podzolbodems geeft het geheel een goede achtergrond. Voor Limburg zelf is de bespreking van reliëf en geologische geschiedenis een goede samenvatting om één en ander beter te begrijpen.

In het boek komen flora en fauna natuurlijk uitgebreid aan bod. De functie van de heide als natuur- en recreatiegebied krijgt te nodige aandacht. Beheer en behoud worden besproken.

De 19de eeuw was niet lief voor de heide. Als een vijand voor de agrarische en economische ontwikkeling moest zij met man en macht bestreden worden. Alleen kunstenaars zagen de pracht van licht en kleuren.

Na de eeuwwisseling kwam de steenkoolontginning op gang. Met de verdere industrialisering slinkte het heideareaal indrukwekkend. Twee vergelijkende kaartjes op p. 70 en 71 van het boek doen de mond openvallen van verbazing.

Van p. 88 tot p. 111 komen de Limburgse heidegebieden aan bod. Het boek dus geenszins een exclusief Limburgse zaak.

Een mooie greep uit de beschikbare  literatuur sluit het werk af.

Een aanrader voor wie meer wil weten over één aspect van het landschap waarin onze voorouders leefden.

L. Allemeersch, J. Geusens, J. Stevens, L. Raskin, Heide in Limburg, Tielt, 1988, Lannoo, 120 p., 29x22cm, ISBN 9020914758.

Delen:
Art Deco in Sint-Niklaas

Art Deco in Sint-Niklaas

Art Deco in Sint-Niklaas

Deze brochure interesseert vooreerst wie meer wil weten over het bouwkundig erfgoed van Sint-Niklaas. Maar ook voor anderen is deze perfect bruikbaar.

Met het voortschrijden der jaren is de aandacht voor de architectuur uit de periode van het interbellum alleen maar gegroeid. Door de heropleving van de economie in de jaren ’20 en de nood aan vernieuwing van stadskernen en verwoeste stadswijken is deze periode immers vruchtbaar geweest voor de bouwsector.

Dit boekje kijkt rond in de stad Sint-Niklaas wat hiervan nog is overgebleven. En dat is toch nogal wat. Het onderscheidt drie stijlen in de toenmalige architectuur. De traditionalistische richting grijpt terug naar de Lodewijk-stijlen. Art Deco en Modernisme zijn typische trends van die tijd. Bij elke traditie komen de belangrijkste architecten voor Sint-Niklaas aan bod.

De uitleg is summier, maar begrijpbaar en omvattend. Als lezer kom je zo tot een beter besef wat deze stijlen eigenlijk inhouden en hoe ze zich uiten in de straat. De toegevoegde foto’s zijn niet alleen decoratief, maar zijn een meerwaarde bij de tekst. Ze sluiten aan bij een beter verstaan van traditionalisme, Art Deco en Modernisme.

Meteen zit daarin de waarde voor iedereen die bezig is met het erfgoed uit zijn eigen omgeving. Al lezend en kijkend gaan de gedachten naar de ervaringen: waar in mijn straat, wijk, dorp of stad vind ik bouwwerken met dezelfde eigenschappen, dezelfde decoraties, dezelfde opstelling.

De vele voorbeelden van gewone burgerhuizen zijn daarin waardevol. De aandacht voor voordeuren, ramen en andere elementen komen goed van pas om zelf de ogen open te trekken bij het bekijken van de eigen omgeving.

In die zin kan dit werkje navolging vinden. Art Deco in Sint-Niklaas kan toegepast worden op eigen gemeente. Het zet alleszins aan om nog meer over het onderwerp te weten te komen. En dat is het enige wat hier ontbreekt: een bibliografie met enkele aan te raden werken. Het notenapparaat beperkt zich immers tot de specifieke Sint-Niklase context.

Desalniettemin: Art Deco in…. wordt weerom een handschoen voor lokale heemkundigen om op te nemen.

Anthony Demey, Art Deco in Sint-Niklaas, Gent, 2017, tweede volledig herziene uitgave, 96 p., 17×24 cm, ISBN 9789082732801.

Delen:
Voetbal in geel & blauw Zottegem

Voetbal in geel & blauw

Voetbal in geel & blauw Zottegem

Koninklijke Sportvereniging Sottegem 1922-1997

Een historiek van 75 jaar vorm gegeven in een boekwerk van 306 pagina’s. Het blijft een uitdaging om een sportgeschiedenis aan het papier toe te vertrouwen. We hadden het eerder al over kaatsen. Nu voetbal. En telkens ligt het probleem bij het beschikbare materiaal.

Na de nodige voorwoorden beginnen we op pagina 10 te lezen. Op bladzijde 33 begint reeds de naoorlogse periode. Dat betekent dat één derde van het bestaan van de club minder dan 10% van de ruimte invult.

In een tweede fase komen markante voetbalfeiten aan bod. Wij hadden ze eerder in het historisch overzicht gewerkt, maar kom, het blijft een keuze. Een zestiental spelers krijgt in een derde deel een eigen bespreking. Tenslotte is er plaats voor stimulerende krachten.

Spijtig genoeg is er bij de opbouw van het boek geen nummering of indeling gehanteerd. Het blijft bij een -weliswaar correcte- opsomming van weetjes en feitjes. Ze zijn heel goed gebracht, daarvoor pluim aan de schrijver, maar het gebrek aan een kapstok-structuur doet toch wat afbreuk aan het werk. Een indeling in een paar hoofstukken met rake titels was zeker een meerwaarde geweest.

Prachtig aan dit boek is dat bij gebruik van fotomateriaal er telkens voor gezorgd is dat de namen van de mensen op de foto vermeld worden. Dat levert véél informatie die met de gang van de jaren anders zou verdwijnen. Een index op deze namenlijsten zou de genealoog nog verassingen kunnen bezorgen. Maar er ligt zoveel te wachten op ontsluiting…

Bronnen en bibliografie ontbreken volledig. Dat zou eigenlijk toch niet mogen. Want de teksten zijn wel degelijk onderbouwd en de schrijver wéét waarover hij bezig is.

Toch mogen voorgaande beschouwingen geen afbreuk doen aan de waarde van het werk. Het blijft een huzarenstukje om de historiek van een sportclub op leesbare en gefundeerde wijze te brengen. Dat voorzien met gedocumenteerd beeldmateriaal blijft toch een prestatie.

Dat bewijst ook het feit dat het boek nu moeilijk te vinden is. Wie het heeft, neemt er niet graag afscheid van. Op de tweedehandsmarkt kan het wel een zeldzame keer opduiken. Dat zegt genoeg over het bereikte doel van de schrijver: de clubhistoriek naar buiten brengen.

Hervé La Barthe, Voetbal in geel & blauw. Koninklijke Sportvereniging Sottegem 1922-1997, 1997, 306 p., 30,5×22 cm., ISBN 9090111468.

Delen:
Beelden in de straat, zij vertellen een verhaal. Kleine monumenten in Oost-Vlaanderen

Beelden in de straat

Beelden in de straat, zij vertellen een verhaal. Kleine monumenten in Oost-Vlaanderen

Kleine monumenten in Oost-Vlaanderen.

We stappen of rijden er achteloos voorbij. De kleine monumenten. Ze staan er al lang voordat de ronde punten in zwang kwamen. Die kunnen blijkbaar ook niet bestaan zonder kunstwerk. Sommige daarvan juweeltjes, andere gedrochten. Alhoewel over smaak en kleur niet te twisten valt.

Dit boek geeft een overzicht van deze kleine monumenten in de provincie Oost-Vlaanderen. Het kwam tot stand in samenwerking met de heemkringen. In het tijdschrift van het Verbond van die kringen passeerden al kunstwerken, zodat besloten werd één en ander meer systematisch aan te pakken. De overgang naar Heemkunde Vlaanderen met bijzondere projectsubsidie zette dat in een stroomversnelling.

Zo’n 364 monumenten werden geïnventariseerd. Zij kwamen per twee op een bladzijde terecht, voorzien van foto en uitleg. Alles gerangschikt per fusiegemeente. Het geheel is mooi uitgegeven, met kleurenfoto’s.

Sommige monumenten kregen meerdere foto’s. Die extra afbeeldingen kwamen terecht in een compositie die ergens anders in het boek staat dan waar het beeld werd besproken. Nergens is een kruisverwijzing te vinden in de tekst. Dat is spijtig, want zo weet je niet of er nog een andere foto beschikbaar is. Op de foto zelf is wel het nummer van de bespreking aangebracht.

Een bibliografie ontbreekt volledig. Nergens verwijzingen naar meer literatuur. Dat is een grotere fout. Vooral wat betreft de kunstenaars had dit boek een meerwaarde kunnen bieden. Immers, veel van deze beelden in de straat zijn werken van minder bekende kunstenaars. Het is een gemiste kans om de lezer dan niet verdere handvaten aan te reiken. Een register van achteraan het boek brengt wel alfabetisch alle ontwerpers en kunstenaars samen. Het is een bloemlezing van het artistieke Oost-Vlaanderen van vooral de tweede helft van de 20ste eeuw.

Verdere registers zijn op deelgemeente, op persoon aan wie een monument is opgedragen en op trefwoord. Dat eerste, op deelgemeente, is vrij nutteloos aangezien het boek zelf alfabetisch rangschikt op fusiegemeente. Wie op specifiek zoek gaat naar een monument in Sleidinge zal wel weten te moeten kijken onder Evergem.

Laat deze kleine aanmerkingen niks afdoen aan de waarde van dit werk. Het blijft een leuk boek om in te grasduinen. En rond te kijken naar deze ‘beelden in de straat’. Zouden ze er nu, 15 jaar later, nog even goed bijstaan?

Lut Bavay en Annelies Van den Bruele, Beelden in de straat, zij vertellen een verhaal. Kleine monumenten in Oost-Vlaanderen, Heemkunde Vlaanderen VZW, 2004, 256 p., 21,5×30 cm, ISBN 9077674012.

Delen:
300 jaar kerk van Koewacht

300 jaar kerk van Koewacht

300 jaar kerk van Koewacht

Ze verschenen bij bosjes, de parochiegeschiedenissen, in die jaren waarin heemkunde aan populariteit won. De ene al beter dan de andere. Wie had kunnen denken dat ze allemaal samen een belangrijke bijdrage leveren aan de kennis van het leven van onze voorouders.

In deze tijd spreken de hogere besturen, kerkelijk zowel als burgerlijk, liever over kerken sluiten dan over kerken bewaren. Vanuit een totaal verkeerd perspectief: de kerkelijke overheid vertrekt zelden van de praktische kant – een kerk als ontmoetingscentrum – en houdt vast aan grote mastodonten die voor de pastorale doeleinden eigenlijk ongeschikt zijn door hun grootte. Maar ja, de erfgoedwaarde, weet u? En de burgerlijke overheden zijn blij dat ze van de verantwoordelijkheid vanaf zijn. Want anders zouden ze zelf moeten instaan voor goed beheer van de sites. Nu kunnen ze wat geld bijleggen en klaar is Kees. Want zeg nu zelf, de overheid is de beste garantie om een gebouw in de vernieling te helpen. En er dan veel geld tegenaan te gooien, in plaats van door simpele reparaties er bij aanvang iets aan te doen.

De kerk van Koewacht was in 1987 driehonderd jaar oud. Dit jaar is daar een punt achter gezet. Ze haalt de 325 jaar niet. Dit jaar werd de Sint-Philippus en Jacobuskerk ontwijd. Sindsdien staat ze leeg. Strak plan.

Dit werk brengt de geschiedenis van de parochie en kerk, van verenigingen, school en klooster; van Koewacht. Dat, zoals bij zovele parochiegeschiedenissen, de nadruk ligt op de 20ste eeuw en het nabije verleden, kunnen we niet ten kwade nemen. Bronmateriaal over die periode is vaak prominenter aanwezig en in het jaar of de maanden vooraf aan een jubileum kan niet ten gronde alles worden uitgezocht. Voetnoten en bronnen zijn zeer schaars. Namen van auteurs ook. Spijtig. Want het is een verdienstelijk werk.

De tekst is vlot leesbaar en omvat heel wat aspecten van parochiaal leven. Dat er, zij het kort, bijvoorbeeld aandacht is voor de veranderingen van het concilie Vaticanum II, laat dat zien. De aankoop van de kerk, toen de Belgisch-Nederlandse parochie werd gesplitst, is een interessant detail omdat het waarschijnlijk uniek is in de Vlaamse kerkgeschiedenis.

Voor de jaren ’80 is dit daarnaast een mooie uitgave, met goede fotoreproducties en verzorgde lay-out. Dit boek zal in de toekomst zeker nog aan belang winnen, nu alles dicht en gesloten is. Als terugblik én als bescheiden bijdrage aan de geschiedenis van kerk in Vlaanderen in de 20ste eeuw.

300 jaar kerk van Koewacht 1687-1987, 150 p., 21,5×29,5cm. Diverse auteurs.

Delen:
En het dorp zal duren

En het dorp zal duren

En het dorp zal duren

Anton van Wilderode (pseudoniem van Cyriel Coupé, 1918-1998) maakte debuut in 1943 met De moerbeitoppen ruischten. Hij bracht daarna nog veel meer poëzie uit, met een versnelling vanaf 1980. Hij stelde daarbij een reeks bundels samen die zijn verbondenheid met zijn geboortestreek -het Waasland- of Vlaanderen benadrukten.

Uitgeverij Lannoo/Davidsfonds brachten van hem werk uit in drie op dezelfde leest vormgegeven boeken: Daar is maar één land dat mijn land kan zijn (1983), En het dorp zal duren (1986) en tenslotte Het sierlijke bestaan van steden (1990).

De woordkunst zocht en vond een partner in de beeldkunst. Jan Decreton  (°Veurne 1948), docent fotografie, verzorgde de foto’s. Een oog voor het Vlaamse landschap en erfgoed had hij zeker.

De opnames in dit deel tonen dikwijls weidse gezichten met menselijk ingrijpen, dat toch tot harmonie heeft geleid. Detailfoto’s van de Vlaamse bouwcultuur (door sommige smalend konijnenkoten genoemd) brengen een vorm van nostalgie naar boven die doet denken aan het Brabants trekpaard.

Anderzijds is deze reeks ook een verstild tijdsbeeld: waar zocht een fotograaf in de jaren ’80 erfgoed? Wat was er te vinden? En waar lag de nadruk op?

Het blijft een mooie uitgave met prachtig materiaal, zowel in woord als in beeld, in sublieme druk op groter formaat 25,5×30,5 cm.

Anton van Wilderode, Jan Decreton, En het dorp zal duren, Lannoo/Davidsfonds, 1986, 251 p., ISBN 9061524415.

Delen:
Natuurlijk West-Vlaanderen. Alle natuurgebieden van de provincie

Natuurlijk West-Vlaanderen

Natuurlijk West-Vlaanderen. Alle natuurgebieden van de provincie

Kennis van de leefomgeving is essentieel voor de heemkundige. Het landschap vroeger bepaalde immers sterk hoe onze voorouders leefden en werkten. Natuurbehoud schept oases waarin die leefomgeving verstild wordt. Zo krijgen we een idee van de door de mens gevormde gebieden en de natuurlijke habitat van een streek. Sinds 1988 is er al héél wat veranderd op vlak van milieuzorg.

Dit boek stelt de lezer de verschillende ecologische systemen binnen de provincie West-Vlaanderen voor aan de hand van de natuurgebieden. Het opzet van de auteur was deze meer bekendheid te geven bij het grote publiek. Het werk nodigt inderdaad uit om te ontdekken en te leren kennen.

Daarnaast opteerde hij voor alle gebieden groter dan vijf hectare, openbaar toegankelijk en ‘puur natuur’, dus geen parken. Zo wordt het ook de moeite om ze te gaan bezoeken. Dus niet de ecologische waarde, maar wel de bezoekbaarheid gelden als maatstaf. Het is trouwens een goed argument om kleinere gebieden met rust te laten, daar hun draagkracht te beperkt is voor veelvuldig bezoek.

De voorstelling van ‘natuur’ in West-Vlaanderen is kort maar krachtig. Dat geldt tevens voor de verschillende ecoregio’s. Hij onderscheidt de kustduinen, de polders, de pleistocene riviervalleien, de cuesta’s en de westelijke interfluvia. Het bijgaande kaartje heeft het daarnaast nog over de zuidwestelijke heuvelzone, maar de korte bespreking daarvan ontbreekt. Spijtig schoonheidsfoutje. De natuurgebieden van de regio (vooral de gemeente Heuvelland) komen natuurlijk wél verder aan bod.

Het grootste deel van het boek omvat de verschillende domeinen. Alles alfabetisch per gemeente gerangschikt. En telkens een introductie van landschap en natuur per gemeente. De mooie foto’s maken het geheel zeer genietbaar.

Herman Dierickx, met foto’s van Marc Slootmaekers, Natuurlijk West-Vlaanderen. Alle natuurgebieden van de provincie, Tielt, Lannoo, 2007, 160 p.,23,5×29,5 cm, ISBN 9789020960570.

Delen:
Het Ieper van toen

Het Ieper van toen

Het Ieper van toen

Op de rug draagt dit boek het nummer 13. Er zijn wel meer steden die een terugblik kregen onder de titel “Het … van toen”. Hoeveel uitgaven deze reeks kende, weten we niet. De uitgever is Marc Van de Wiele pvba uit Brugge. Zeker is wel dat dit op zich een werk vormt, er zijn geen 12 andere delen over Ieper. Laat je dus niet aan de rugnummer vangen met het idee dat het een deeltje is van een hele reeks over deze stad.

In de jaren ’70 en ‘80 kwamen deze bundelingen van oude zichten en postkaarten geregeld op de markt. Haast elke gemeente zag er wel eentje verschijnen. Er waren tevens speciale uitgaves gewijd aan thematische onderwerpen, zoals binnenscheepvaart.

Dat het bij Ieper gaat om een nostalgische terugblik, zal op voorhand duidelijk zijn. Immers, alles werd stukgeschoten tijdens de Eerste Wereldoorlog. Enkele beelden tonen op treffende wijze hoe radicaal deze verwoesting was. Maar het is de kracht van dit boek om daar niet bij stil te staan. Het is vooral te doen om het Ieper van voor 1914.

Quasi elke bladzijde brengt twee à drie foto’s met een passende commentaar. Net genoeg om voldoende te weten en verder te kijken. Interessante zaken, die anders ontgaan aan de lezer, worden zo onder de aandacht gebracht.

Voor wie al veel weet over de stad, een mooie aanwinst in de boekenkast door het bijeengebrachte beeldmateriaal. Voor wie nog niets of weinig weet: een bron van weetjes. In ieder geval: een kijk op het Ieper van toen zoals het nooit meer terugkomt.

H.J. Constandt, O. Mus, P. Vandenbussche, Het Ieper van toen. Een verzameling foto’s en prentbriefkaarten, voorzien van beknopte historische gegevens, Brugge, 159 p., 22×30 cm.

Delen:
Geen oorlogskruis voor Mortsel

Geen oorlogskruis voor Mortsel

Geen oorlogskruis voor Mortsel

Deze vreselijke ramp haalde het wereldnieuws niet en ook nadien werd er niet veel over gesproken of geschreven (… en) is Mortsel een onbekende gebleven in de Belgische geschiedschrijving. Het opzet van dit boek was daar verandering in te brengen.

Daarmee sluit auteur Achille Rely de laatste pagina af. Die dag kwamen 936 mensen om het leven. Onder de slachtoffers waren 209 kinderen onder de 15 jaar. Hoe kon dat gebeuren en wie was verantwoordelijk? Die vraag gaat als een leidraad doorheen het boek.

Omstandig komen het kader van de Tweede Wereldoorlog met zijn nieuwe tactiek van luchtaanvallen aan bod. De auteur gaat ook in op de situatie in Mortsel, met de nabije luchthaven van Deurne en het aanwezige Frontreparierungbetrieb Erla-werk VII.

In het boek ga je mee in de zoektocht naar alle puzzelstukjes: waarom Mortsel, waarom Amerikanen, waarom op die dag, waarom liep het mis. De schrijver gaat gedreven op zoek naar de antwoorden. Dat hij deze teksten weet te illustreren met talrijke afbeeldingen is zeker een pluspunt. Een paar mochten in groter formaat gebracht worden, zeker als het om documenten gaat. Dat zou de leesbaarheid van deze historische stukken bevorderd hebben.

In een speciaal aandachtspunt gaat het boek dieper in op de V-bommen en hun slachtoffers.

Ook de vraag wordt gesteld en beantwoord waarom Mortsel geen erkenning kreeg – geen oorlogskruis, zoals andere Belgische gemeenten. Ondertussen kreeg de stad in 2004, 61 jaar na de ramp, een lint van de toenmalige minister van landsverdediging. Of dat nu de verandering is, die de auteur bedoelde, is een ander paar mouwen.

Achille Rely, Geen oorlogskruis voor Mortsel. De ramp van 5 april 1943, Deurne, 1993, 248 p., 30×21,5 cm, ISBN 9034106276.

Delen:
Grimbergen abdijkerk in luister verrezen

In luister verrezen

Grimbergen abdijkerk in luister verrezen

De barokke pracht van de Grimbergse abdijkerk

Grimbergen zullen velen wel kennen als we praten over bier. Maar van de historiek achter dat flesje met op het etiket een adelaar en het jaartal 1128 (ja, toch gezien?) is minder geweten.

Deze gids geeft summier de geschiedenis van de Norbertijnen in de streek weer. De geschiedenis van de abdij is rijk en bewogen. De macht straalde ver uit. Maar daarover valt héél wat te schrijven. Dat was niet de bedoeling.

Een kleine verduidelijking rond de barokke architectuur geeft voldoende informatie om het geheel in zijn tijdsgeest te zien.

Dan komen alle aspecten van het interieur aan bod: de altaren, biechtstoelen, preekstiel, koorgestoelte en communiebanken. Grafstenen en monumenten worden niet vergeten.

Voor de schilderijen wordt genoeg ruimte voorzien. Namen als Godfried Maes, Jan Eyckens, Jan Erasmus Quellin, Gaspar De Crayer en Thedodoor Van Loon plaatsen het geheel in de traditie rond Rubens en Van Dyck.

Een bespreking van orgel, sacristie en klokken besluit de rondleiding. De literatuuropgave is voor een brochure uitgebreid te noemen en zet op weg naar meer leesvoer.

Een bezoek aan deze kerk kan perfect met dit werkje in de hand. Het is zeker nog ergens op de kop te tikken. De eerste uitgave gebeurde in 1978, een herdruk volgde in 1983. Maar de mooie foto’s laten zeker toe thuis een virtuele rondgang te maken.

Cilia de Jonghe-Viérin, In luister verrezen: de barokke pracht van de Grimbergse abdijkerk, Grimbergen, 1983, 32 p., 29,5×21 cm.

Delen: