Maand: december 2019

Ronse

Ronse

Ronse

Mooi uitgegeven en in kleur geïllustreerd boek over de stad Ronse. Zonder verdere pretentie. Dat is hoe we dit werk kunnen beschrijven.

Komen aan bod: geologie, natuur, geschiedenis. Bekende Ronsenaars. Folklore en monumenten. De economie. Een ruime waaier van onderwerpen dus, het werk beperkt zich niet tot de historie van Ronse. Elk onderwerp krijgt een korte samenvatting in Engels, Duits en Frans.

Er is een bibliografie van iets meer dan een pagina, maar voetnoten en andere referenties ontbreken. En aangezien er in de stad een Oudheidkundige Kring actief is, met héél wat publicaties op zijn naam, kon daar toch iets meer uit geput worden.

Eigenlijk begint alles maar op p. 12, voorwoord en inleiding namen zoveel plaats in. En de jumelage beslaat nog eens elf pagina’s op het einde.

Daarom hebben we het boek ‘pretentieloos’ genoemd. Het is een vlotte toegang tot de ziel van Ronse.

Div. auteurs, Ronse, 1997, 156 p., ill. in kleur.

Delen:
Kortijk

Kortrijk

Kortijk

Laat je niet misleiden door de titel. Dit is niet het zoveelste fotoboek. De naam van de stad of gemeente en dan een resem afbeelding zonder of met een beetje uitleg.

In dit boek hebben Paul Thurman en Piet Boncquet zich op verdienstelijke wijze toegelegd op de ontwikkeling van het stedelijk landschap. Eigenlijk zou je het kunnen lezen met in het achterhoofd de vraag: ‘Hoe komt het dat Kortrijk er vandaag zo uitziet?”.

En de balans is eigenlijk negatief: Kortrijk heeft zoveel van zijn erfgoed verloren. Door omstandigheden. Door bombardementen van 26 maart en 21 juli 1944. Maar ook door economisch gewin en/of politieke onwil. Een kritische noot om wat er met die vroegere rijkdom is gebeurd en welke weg eigenlijk zou ingeslagen moeten worden, ontbreekt niet.

Die evolutie wordt uitgelegd in een 50 bladzijden, met historische illustraties. Een tweede deel van het boek brengt één en ander in beeld zoals het 1989 terug te vinden was.

Een derde deel brengt een chronologie van de belangrijkste gebeurtenissen van de stad i.v.m. landschapsbeeld en stadsbeeld. Ook hier enkele historische illustraties. Een bibliografie sluit het geheel.

Een verdienstelijk werk!

Paul Thurman, Piet Boncquet, Frans Gruwez, Kortrijk, 1989, 144 p., ill.

Delen:
Madame est servie

Madame est servie

Madame est servie

Diane De Keyzer heeft een eigen manier van vertellen. Haar boeken zijn een aaneenrijging van getuigenissen. Die weeft ze aan elkaar met als rode draad een thema uit het te bespreken onderwerp.

Niet dat daarnaast geen bronnen aangeboord worden, integendeel. Uit het geheel spreekt een gedegen kennis van het onderwerp. Dat is ook nodig. Want wie gericht wil gaan interviewen, moet weten welke vragen te stellen. Moet al voorkennis bezitten.

Het spreekt voor zich dat Diane De Keyzer een geboren gesprekspartner moet zijn. Uit de vele getuigen die zij raadpleegt, weet ze dat te destilleren wat nodig is om een onderwerp te bespreken dat achter de coulissen afspeelt. Haar werk over de engeltjesmaaksters bijvoorbeeld. Niet iets waarmee men te koop liep en zeker niet iets dat veel archiefsporen heeft achtergelaten. Haar interesse omtrent keuken en koken. Rond seksualiteit, in “De schaamte, de schrik, het genot en de goesting”.

Maar haar bekendste werk is toch wel “Madame est servie”. Op een doorgedreven manier tracht de auteur het leven van het dienstpersoneel te schetsen (vooral dan het huispersoneel) vanuit hun standpunt. Kamermeid, keukenmeid, tafelknecht, chauffeur, kindermeid, gouvernante en tuinman: allen droegen bij tot het huishouden. De rol van “madame”, huisvesting, kleinmenselijkheid, diners en talloze andere zaken komen aan bod. Telkens worden beweringen gestaafd en gestoffeerd met getuigenissen.

“Madame est servie” werd een succes. De vlotte schrijfstijl en gefundeerde onderbouw stonden daar borg voor. Afbeeldingen zijn er, maar niet veel. Maar dat is in dit geval niet echt nodig. Dit boek heeft duidelijk laten zien dat in het sociale leven, de dagdagelijkse bezigheden en de beslotenheid van het huis heel wat elementen aanwezig zijn om bij te dragen tot de mentaliteitsgeschiedenis van het Vlaanderen van de 20ste eeuw. Dankzij De Keyzer die de koning opzij schoof en het woord gaf aan de mensen “downstairs” raakte dit element van het verleden niet vergeten.

Diane De Keyzer, “Madame est servie”, Leuven, 1995, uitgeverij Van Halewijck, 375 p., ISBN 9789461310293.

Delen:
Mijn land in de kering Van Isacker

Mijn land in de kering

Mijn land in de kering Van Isacker

Wil je een scheervlucht maken door de geschiedenis van “onze gewesten”, dan staat dit werk toch vooraan te popelen om gelezen te worden.

Vergruisd door sommigen, te zwartgallig, te nostalgisch, te veel gericht op afbraak en lelijkheid. Het is een commentaar die wel te lezen valt over wat Karel Van Isacker bijeen heeft gepend. Het is ook te zien op de voorzijde van deze boeken: het eerste deel toont een mooi, romantisch stadstafereel; het tweede verschrikkelijke figuren in duisternis en somberheid. Zijn inzet voor milieu, gekoppeld aan conservatisme, lieten hem de 20ste eeuw aanvoelen als een spiraal van totale neergang. Vooral het tweede deel is hierdoor getekend.

Toch kunnen we niet voorbij aan de grote verdienste van deze man die onder de titel gewoon hoogleraar doceerde aan de Antwerpse Universiteit.  Op een bijna verhalende manier brengt hij 150 jaar Vlaams leven ten tonele, in al zijn aspecten. Het leest vlot, en dat ondanks de stevige fundering die hij legt. Nergens gaat hij de toer op van “Ons landje vroeger en nu”.

Doornemen van dit werkt zorgt voor een vlot overzicht van het tijdvak 1830-1980. Het laat toe aandacht te krijgen voor aspecten die eerst niet zo duidelijk waren. Oog krijgen voor kleine zaken die toch het leven van onze voorouders tekenden. Typerend is de zin Koning van de baan was, de gehele 19de eeuw, de kruiwagen. Hij vat goed samen waar het om gaat: de totaal veranderde wereld, waarin het voor ons banale misschien vroeger een grote rol heeft gespeeld.

In zijn voorwoord vat hij meteen de koe bij de horens. Dit boek is geen objectieve beschrijving van het verleden. Het is een poging om de actualiteit van honderdvijftig jaar geschiedenis te begrijpen, het is een schouwen van de stroom gebeurtenissen die, anderhalve eeuw lang, de mensen in ons land hebben getekend en van een nog vriendelijke samenleving de betonmaatschappij maakten die ons kwelt en ergert. Een betere samenvatting voor ‘Mijn land in de kering’ is er niet te vinden.

In de boekenkast mag dit tweedelig werk nog steeds zijn plaats opeisen. Beter nog is het van tijd tot tijd ter hand te nemen. Het zal verbazen hoe vlot weer een uurtje passeert. Want de twee delen blijven boeien. De goed gekozen en rijk aanwezige illustraties dragen daar zeker toe bij.

Karel Van Isacker, Mijn land in de kering, 1830-1980, Antwerpen / Amsterdam, De Nederlandsche Boekhandel, 1978 en 1983, 22,5×30,5 cm, 285 p. + 279 p.

DEEL 1 : Een ouderwetse wereld 1830 – 1914, ISBN 28903690.

DEEL 2: De enge ruimte, ISBN 9028908382.

Delen:
Nieuwjaarsbrieven van 1746 tot nu

Nieuwjaarsbrieven van 1746 tot nu

Nieuwjaarsbrieven van 1746 tot nu

Een boek dat bij een eindejaarsperiode wel uit de kast durft komen. Want zeg nu zelf, wat past er zo allemaal bij de overgang van oud naar nieuw? Doorheen de jaren is de nieuwjaarsbrief de vaste waarde gebleven. Hoeveel de jeugd van tegenwoordig ook de app voor dit en de app voor dat mag gebruiken, hun briefje voorlezen doen ze allemaal nog graag (of minder graag, maar ze doen het toch).

Nelly Haelterman bracht een immense verzameling bij elkaar, 7.000 nieuwjaarsbrieven van 1746 tot de laatste eeuwwisseling. Ze kwam ermee in de belangstelling te staan via een tentoonstelling die op veel succes kon rekenen. Dat alles mondde uiteindelijk uit in dit boek.

Dat het werk ondertussen niet op één-twee-drie tweedehands te vinden is, bewijst ten volle hoe het onderwerp aanspreekt. Niemand neemt er vlug afscheid van. Het blijft een heel leuk kijk- en leesboek. Een pure brok nostalgie naar de tijd waarin we zelf nog vooraan stonden en gans de familie toekeek. Maar ook een heel stuk pure folklore.

Het boek kan een voorbeeld zijn van hoe een passie kan uitgroeien tot een boeiend onderwerp dat velen aanspreekt. Welke heemkundige of lokale vorser bijt er zich wat dieper in vast voor wat betreft de eigen streek? Wie verdiept zich nog meer in de motieven, de modetendensen, de gebruiken, de grote uitgevers en de plaats binnen de Vlaams-katholieke context?

Nelly Haelterman, Nieuwjaarsbrieven van 1746 tot nu, 2008, 216 p.

Delen: