Maand: januari 2020

Boerreke van Osschot Aarschot

Boerreke van Osschot

Boerreke van Osschot Aarschot

Dialectwoordenboek verschenen er ondertussen al in enige mate. We hadden het hier al over dat van Hasselt en van Lokeren. Niet in ruime mate, want niet alle gemeenten kunnen prat gaan op een woordenlijst van hun dialect. Maar ook niet ruim, omdat een taal evolueert en eigenlijk permanent om aandacht vraagt.

Boerreke van Osschot is van een ander kaliber. Free Coekaerts verzamelde gedurende 45 jaar Aarschotse woorden en uitdrukkingen. Maar een woordenboek ‘zou zelden iemand interesseren’, werd hem verteld vanuit de heemkundige kring. Dat laat de wenkbrauwen fronsen, maar kom.

De auteur besloot dan ‘een soort proza aaneen te keuteren’ over zijn jeugd en de lotgevallen van zijn familie. Er is een grote plaats voorbehouden voor de oorlogsherinneringen. Doorheen de tekst komen de Aarschotse woorden en uitdrukkingen ruim aan bod.

Het geheel is een goeie 450 pagina’s dik geworden, vol met anekdotes, verhalen en herinneringen. Volkskundige elementen kruisen de grote geschiedenissen en kleine stadspolitiek. Een waar genoegen om te lezen… als je dit werk nog kan vinden. Eigenlijk zou dit boek, zeker in Aarschot, meer aandacht mogen krijgen.

F. Coekaerts, Boerreke van Osschot, Averbode, 1992, 446 p., D/1992/6206/6.

Delen:
Brussel 1900

Brussel 1900

Brussel 1900

Een eenvoudig kijkboek met summiere tekst als inleiding, in totaal 16 pagina’s van het geheel. Maar het boek telt maar liefst 196 foto’s. Deze nemen je mee naar de voorlaatste eeuwwisseling en geven een veelzijdige blik op de hoofdstad van toen.

Ze concentreren zich rond volgende thema’s, die in de tekst aan bod komen.

  1. De groei van de stad: enkele hectaren heuvelland, stad of platteland, architecten die Brussel bouwden, Leopold II als bouwheer, verniel maar, er zal steeds wat overblijven, de kleine ring, Karel Buis, de estheet
  2. Ontspanning: vissen, drinken en dansen, theather, mooie dames en lelijke ratten, de kroegen
  3. Vervoer: fietsers in het zadel, 1896: het fietsen-en autosalon, de tram op een sukkeldraf, van de slede tot het huurrijtuig, moet er geduwd worden? (de stootkarmannen), de ijzeren gordel
  4. Kleermakers: zeg me wie je kleedt
  5. Kunst: kunstenaarskrakeel, het Comité voor Oud-Brussel, de lichtstad
  6. Feminisme: opkomst van de man-vrouw
  7. Huwelijken: trouwen maar
  8. Toerisme: Brussel bij nacht
  9. Sociale onrust: de hel van het paradijs, vrijheid, gelijkheid

Geen naslagwerk, maar gewoon een plezierig kijkboek waarbij de uitleg tot het noodzakelijke minimum is gelaten, zonder te vervallen in een droge opsomming of een nostalgische weemoed.

Er bestaat een versie in het Frans onder de titel Bruxelles 1900.

G. Abeels, Brussel 1900, Heideland NV Hasselt, 1980, ISBN 9064400261.

Delen:
150 ambassadeurs van het Meetjesland

150 ambassadeurs van het Meetjesland

150 ambassadeurs van het Meetjesland

Onder leiding van Geert Willemarck zetten verschillende auteurs zich aan het werk om een lijst te maken van iedereen die door zijn inzet of werk bekendheid maakte binnen en buiten het Meetjesland. Dat omvat de gemeenten Assenede, Eeklo, Evergem, Kaprijke, Knesselare, Lovendegem, Maldegem, Sint-Laureins, Waarschoot en Zomergem.

Alleen de anderhalve eeuw voor het verschijnen van dit boek kwam in aanmerking. Dus eigenlijk ruwweg genomen personen die opzien baarden of door stille inzet bekendheid bekwamen in de periode na het jaartal 1848.

Alle domeinen van de samenleving komen aan bod: sport, economie, filantropische insteken, cultuur en kunst, wetenschap, politiek…

De oorspronkelijke lijst van 453 personen werd door de redacteurs herleid tot 150. Sommigen van hen zeer bekend, zoals Wilfried Martens, anderen toch wat tussen de plooien van de geschiedenis gevallen.

Polydoor Lippens is zo iemand. Uitvinder van de elektrische bel. Maar vooral bezig met telegrafie. Petra -de zangeres- vinden we ook terug. Zou ze nu nog weerhouden worden voor een plaats in die lijst met 150 namen? Zo zie je dat lijstjes relatief blijven.

Een erg verdienstelijk en onderhoudend boek; een eenvoudig concept dat toch op andere plaatsen navolging verdient. Zeker als niet de populariteit, maar wel de verdienste tegen het licht wordt gehouden.

150 ambassadeurs van het Meetjesland, Geert Willemarck (Red.), diverse auteurs, 1998, 336 p., ill., 18×25 cm., ISBN 9074128246.

Delen:
Geschiedenis van Linkebeek

Geschiedenis van Linkebeek

Geschiedenis van Linkebeek

Eén van de pioniers die de grond ontgon waarop het huidig heemkundig landschap is gebouwd, is Constant Theys. Hij schreef monografieën over Ruisbroek (1940), Drogenbos (1942) Dworp (1948), Kapelle-op-den-Bos (1953) en Linkebeek (1957).

Als Jan Lindemans, één van de grote namen in dat heemkundig bastion Brabant, daarover schrijft “goede wijn behoeft geen krans”, dan weet je dat je iets degelijks in handen hebt.

Ja, de methoden en aandachtspunten van vandaag verschillen van deze van pakweg 75 jaar geleden. Maar de opbouw van zo’n werk kan nog steeds inspiratie bieden. In een tijd waarin nog niet alles beeld was, en de tekst -en dus de inhoud- de hoofdmoot vormde van het boek.

Komen aan bod: aardrijskundig overzicht, ontstaan van de dorpskern, feodale geschiedenis, economische geschiedenis, culturele geschiedenis (onderwijs, muziek, cultuur), ontspanningsleven (spel, jaarmarkt, voetbal, volksgebruiken en -legenden), demografie, politiek.

De auteur deed ook beroep op een medestander, een Linkebeekenaar, nl. Jules Geysels. Deze legde tevens de nodige contacten zodat de toenmalige politiek interesse kreeg in het werk en de uitgave mee mogelijk maakte.

Tenslotte staat het Geschied- en Oudheidkundig Genootschap van Vlaams-Brabant (voor deze provincie bestond) garant voor degelijk afgeleverd werk. Deze thans herbenoemde vereniging geeft nog steeds het tijdschrift “Eigen Schoon en De Brabander” uit.

In ieder geval, wie interesse heeft in Linkebeek of Vlaams-Brabant, of een degelijke dorpsgeschiedenis wil doornemen, valt dit werk zeker aan te raden. Het vinden zal wel niet makkelijk zijn. Daarom raden we aan het zeker aan te schaffen als daar kans toe is bij één of ander antiquariaat of boekhandelaar.

Constant Theys, Jules Geysels, Geschiedenis van Linkebeek, Brussel, 1957, 270 p.

Delen:

Enkele heemkringen

Baasrode – Baceroth 

Bazel – Kruibeke – Rupelmonde – Steendorp – Heemkundige Kring Wissekerke 

Berlare – HOK Berlare

Beveren – Hertogelijke Heemkundige Kring

Boom – Geschiedkundige Studiegroep Ten Boome VZW

Buggenhout – Heemkring Ter Palen

Dendermonde – Oudheidkundige Kring van het Land van Dendermonde

Elversele – Heemkundige Kring Braem – https://hkbraem.blogspot.com/

Kapelle-op-den-Bos – Erfgoedcel – http://erfgoedcelkapelleopdenbos.be/

Klein-Brabant – Heemkunde Klein-Brabant (Bornem, Puurs, Sint-Amands) https://www.heemkunde-klein-brabant.com/

Kontich – Kon. Kring voor Heemkunde & Museum Voor Heem- en Oudheidkunde – http://www.museumkontich.be/

Lebbeke – Heemkring

Lokeren – De Souvereinen – https://www.desouvereinen.be/

Londerzeel – Geschied- en Heemkundige Kring

Meise – Erfgoed Berla – http://www.erfgoedberla.be/

Merchtem – Soetendaelle VZW – http://heemkringopwijk.net/

Moerbeke (Waas) – ERCUS – http://www.hkmw.be/

Nieuwkerken (Waas) – Heemkundige Kring

Opwijk – Heemkring Opwijk-Mazenzele (HOM) – http://heemkringopwijk.net/

Sinaai – Heemkring Den Dissel

Sint-Gillis-bij-Dendermonde – Heemkring Marcel Bovyn 

Sint-Gillis-Waas – Heemkundige Kring De Kluize – http://www.dekluize.be/

Stekene – Heemkring d’Euzie – http://www.deuzie.be/ (Stekene, Kemzeke)

Waas (Land van) – Koninklijke Oudheidkundige Kring van het Land van Waas – http://www.kokw.be/

Waasmunster – ‘t Sireentje (geen webstek)

Zele – Heem- en Oudheidkundige Kring – https://www.hokzele.be/

Zwijndrecht – Burcht – Heemkundige Kring

Delen:
Kleine atlas voor de geschiedenis van beide Limburgen

Kleine atlas voor de geschiedenis van beide Limburgen

Kleine atlas voor de geschiedenis van beide Limburgen

De eerste druk verscheen naar aanleiding van 150 jaar scheiding van de beide Limburgen. Het boek bevat een honderdtal kaarten in zwart/wit. Er is ook een verklarende woordenlijst voorzien, een tijdlijn en een bibliografie.

De kaarten omvatten alle mogelijke aspecten van Limburg in de geschiedenis. Van de oudheid over middeleeuwse en moderne indeling, politiek en kerkelijk. Abdijen en gotiek. De loop van de Maas. De herindeling van de gemeenten. Ontginning van steenkool en grind. Bossen en woeste gronden. En zoveel meer.

Het hoeft geen betoog dat dit werk veel waardevol materiaal bevat voor wie zich wil verdiepen in het verleden van Limburg.

Maar toch, de uitgave dateert van 1989. Qua vormgeving is het geheel zeer sober. Toevoeging van kleurendruk zou één en ander ten goede komen. Misschien zou reproductie van originele kaarten een meerwaarde betekenen, om ze te leggen naast een hedendaagse variant. Een heruitgave naar de normen van deze tijd zou zeker welkom zijn.

Desalniettemin blijft dit boek een must-have voor de Limburgse vorser.

J. Wieland (Red.), Kleine atlas voor de geschiedenis van beide Limburgen, Eisma B.V., Leeuwarden/Maastricht, 1989, 118 p., ISBN 9070052717.

Delen:
Het Gentbrugge van toen

Het Gentbrugge van toen

Het Gentbrugge van toen

Een uitgave van Het Streekboek, dat vooral in de jaren ’90 met enkele dorpsgeschiedenissen op de markt kwam.

Dorpsgeschiedenis een te groot woord. Met een beetje geluk vond de uitgeverij een welwillend en onderlegd heemkundige om één en ander te boek te stellen. Daarbij mocht de ca. 96 pagina’s weliswaar niet overschreden worden. Dat impliceert meteen de bescheiden aanpak van het geheel.

Soms was er geen heemkundige, maar wel een verzamelaar van prentkaarten of nostalgische objecten van het dorp bereid om zijn collectie te delen. Dat de aangeboden teksten dan dikwijls zeer summier zijn, is er een logisch gevolg van. Een verzamelaar heeft immers andere prioriteiten dan een lokaal vorser. In andere gevallen werd een plaatselijke notabele ingeschakeld om wat over het dorp bij elkaar te brengen.

Het Gentbrugge van toen past in dat opzet. Lucien Degraeve en zijn zoon Romain namen de taak op zich, als afstammelingen van de familie die de Gentbrugse sigarenfabriek runde. Van pagina 5 tot 24 lezen we over sigaren, de fabriek en de familie Degraeve. Pas dan begint een echte uitstap doorheen Gentbrugge. Meestal gaat dat met twee foto’s per pagina, met een klein woordje uitleg.

Straatzichten, kasteeltjes, een paar groepjes mensen, openbaar vervoer, onderwijs en kerk. Verder nog zes pagina’s over L. Van Houtte en de jubelfeesten.

We vinden nog één grotere blok tekst over zagerij Decolvenaere, waar met foto’s bij vier bladzijden aan besteed worden. Een besluitwoord op p. 91 met mijmering over ‘de tijd van toen’ en het gelukkig initiatief om de ansichten samen te brengen.

De vijf bladzijden voorintekenaars in grote druk waren beter een minder groot aandeel toegewezen ten voordele van enkele foto’s meer. Het toont het kleinschalige aan het project en vooral dat het vlug moest gaan om de 96 pagina’s te vullen. De redactie kon in dat opzicht beter. Storend is bijvoorbeeld “de kaart dateerd van 1910” (p.66). Zo’n flagrante fout kan gewoon niet.

Toch blijft het, ondanks de aangehaalde mindere punten, een leuk kijkboek met afbeeldingen  op een goed formaat. Het nodigt uit om te bladeren en naar details te zoeken. Maar een uitgebreide dorpsmonografie hoef je niet te verwachten. Maar dat was in de eerste plaats de bedoeling niet. Wie dat in het achterhoofd houdt, kan het zich gerust aanschaffen. Maar de oplage bleef bescheiden en dat maakt het moeilijk vindbaar.

Lucien en Romain Degraeve, Het Gentbrugge van toen, 1988, 96 p., D/1988/3926/02

Delen:
De roep van het paradijs. 150 jaar Antwerpse zoo

De roep van het paradijs. 150 jaar Antwerpse zoo

De roep van het paradijs. 150 jaar Antwerpse zoo

Ze liggen de laatste jaren onder vuur, de dierentuinen. We tolereren ze nog als ze de arme panda’s aan het kweken zetten. En hier en daar een vergeten kippensoort in de grond zien scharrelen of een ponyboerderij om aan natuurbeheer te doen, dat lukt moreel nog wel. Maar de zoo?

In dit boek valt de historiek van de zoo te lezen. 150 jaar bestond ze, in 1993. Maar dit boek blikt zoveel ruimer dan de Antwerpse dierentuin.

In een eerste luik gaat de auteur in op de veranderde mentaliteit ten opzicht van het gebruik van de natuur (25 jaar geleden reeds!). Hij heeft het zowel over de rechten van dieren als de voorstelling van het dier in de kunst, over de evolutie van de wetenschap en haar benadering van het dierenrijk en het ontstaan van de eerste dierenverzamelingen.

Een tweede deel behandelt de geschiedenis van de Koninklijke Maatschappij voor Dierkunde van Antwerpen. Voorbereiding, aankoop terrein en statuten en de verwezenlijking van de tuin komen aan bod. De wisselwerking met de Antwerpse groeipool, het groen in de stad, wie bezoekt de zoo, de directeurs, het erfgoed worden niet vergeten. Verder een zicht op de zoo als bedrijf. Tenslotte een oplijsting van de andere dierentuinen van België om één en ander in perspectief te plaatsen.

Een derde en laatste onderdeel gaat in op het dierenbestand en de kweekprogramma’s, de flora en de wetenschappelijke kant (cultuur, onderzoek, museum, bibliotheek, patrimonium).

Het boek is een blikopener: je leert dat de zoo zoveel meer is dan een verzameling dieren. De tekst is professioneel (de bibliografie zegt genoeg) maar leesbaar; de foto’s maken het tevens tot een mooi kijkboek.

Roland Baetens, De  roep van het paradijs. 150 jaar Antwerpse zoo, Tielt, Lannoo, 1993, 263 p., D/1993/45/33.

Delen:
Watervliet Koningswens en ridderdroom Sint-Laureins

Watervliet, koningswens en ridderdroom

Watervliet Koningswens en ridderdroom Sint-Laureins

Met dit boek trekken we naar een uithoek van de Vlaamse polders, in de fusiegemeente Sint-Laureins. Nog nooit had iemand de kans én de wil om met een dergelijke intensiteit een onderzoek te doen naar het verleden van Watervliet. Het resultaat houdt u in handen. Een straffe uitspraak, op die zevende bladzijde, naast de foto van de auteur. Maar: hij maakt ze waar.

Op de bijna 250 bladzijden die volgen schetst de schrijver op bevattelijke wijze de geschiedenis en het zijn van de gemeente. De illustraties zijn voldoende, niet overvloedig, maar goed gekozen. De druk is rustig en verzorgd. De optelsom van die drie maakt het een waardevol boek.

Sommige dorpsmonografieën beperken zich tot een zevenmijlslaarzentocht door een geschiedenis van ‘de Oude Belgen’ tot heden. Enkele aanhalingen doorweven met bladvullende foto’s, een paar namen van notabelen noemen hoort er ook bij en zo snel mogelijk naar de ca. 96 pagina’s.  Hier echter vinden we kwaliteitsvolle tekst die een verhaal brengt.

Een woordje over de voorgeschiedenis, (12-15), de keure (18-30), het willemietenklooster (32-35), de nieuwe keure (38-43) leiden in. Dan volgt de bespreking van het huidige Watervliet – eigenlijk van Watervliet in de Nieuwe en Nieuwste Tijden (46-150). Ze is grondig en bevattelijk, opgedeeld in acht stukken. Tenslotte volgt in een laatste deel de bespreking van de kerk met de aanwezige kunstschatten (152-190). Dat laatste deel vertolkt de passie van de auteur en is een genoegen om te lezen. Een voetnotenapparaat en bijlagen (o.a. tekst van de keuren) en bibliografie sluiten het boek.

De lijst met voorintekenaars telt ca. 150 namen. Dat het boek zeldzaam is, hoeft niet te verbazen…

Jozef De Paepe, Watervliet, koningswens en ridderdroom, Eeklo, Uitgeverij Taptoe, 1999, D1992/2715/3

Delen:
Toponymie van Opwijk Lindemans

Toponymie van Opwijk

Toponymie van Opwijk Lindemans

Dit werk dateert van 1930, stilaan bijna 100 jaar oud. En deze studie blijft een meesterstuk. Jan Lindemans, een man met een indrukwekkend repertoire, wijdde de eerste titel van de reeks Nomina geographica Flandrica aan zijn geboortedorp Opwijk. Er zou van zijn hand nog een deel verschijnen, het vijfde, over de toponymie van buurdorp Asse.

Ruim 1500 namen brengt de auteur samen, met aanduiding waar ze voorkomen en eventueel bijkomende verklaring. In een tweede deel somt hij ze op per kadastrale ligging. Dat neemt maar een paar bladzijden in beslag, zodat alles efficiënt bij elkaar te vinden is.

Heel interessant is het overzicht van het materiaal. Een eerste reeks betreft historische aardrijkskunde, met waterlopen, bodemgesteldheid, bos, onbebouwd land (heide, dries, eusel), broek, meers en weiland. Akkerland omvat kouter (met ‘as’ en ‘ing’ als gemeenschappelijk land), veld, land en stuk. Verder heiningen en slagbomen (perre, vrijt, bocht, blok, veken, hamei, stichel, hekken), tuinbouwland en woningen. De verkeerswegen, gehuchten en vijvers en putten sluiten het geheel.

De taalstudie omvat een tweede deel: klanken, verbuigingen, woordenschat.

De plaatselijke geschiedenis en cultuurgeschiedenis komen ook aan bod. Verder nog aandacht voor dieren en planten in de Opwijkse toponymie.

Een uitklapbare kaart brengt één en ander in beeld en is zeker een meerwaarde.

Dit werk is héél moeilijk te vinden, net zoals de andere delen van de reeks. Zeker niet twijfelen als je ze ergens tegenkomt, ze zijn een meerwaarde in je bibliotheek.

Lindemans, Jan, Toponymie van Opwijk, 1930, 220 p.

Delen: