Maand: februari 2020

Aan de muziek. 150 jaar muziekleven in Brussel

Aan de muziek. 150 jaar muziekleven in Brussel

Aan de muziek. 150 jaar muziekleven in Brussel

Uitgegeven naar aanleiding van de 70ste verjaardag van de Filharmonische Vereniging is dit een boek geworden van nagenoeg 300 bladzijden. Verlucht met foto’s in zwart/wit, maar legt de klemtoon op het inhoudelijke. Het werd een serieuze bijdrage tot de studie van het muziekleven in Brussel, waarvoor beroep werd gedaan op diverse auteurs: musicologen, kunsthistorici, filosofen en muziekrecensenten.

Er zeven grote delen.

  1. Muziek en cultuur: muziek in het Brusselse culturele milieu in de periode 1870-1914 en Belgisch cultuurbeleid en de Filharmonische Vereniging Brussel.
  2. Muziek in Brussel: 1860-1914 en het interbellum.
  3. Muziek in de Filharmonische Vereniging.
  4. Hedendaagse muziek: 1945-1989; 1979-1998; muzikale creatie in België vandaag.
  5. Vruchtbare initiatieven: de Koningin Elisabethwedstrijd, Jeugd en Muziek, de muziekdoos van Nadar.
  6. Orkesten in Brussel: NOB en het Omroeporkest
  7. Het Paleis voor Schone Kunsten: Henry Le Boeuf, akoestisch onderzoek bij de bouw van de grote zaal, de orgels van het PSK.

Deze opsomming duidt goed aan hoe veelzijdig het onderwerp werd aangepakt. En muziekleven blijft dikwijls onderbelicht in de plaatselijke geschiedschrijving. Achteraan het boek is een uitgebreide index op namen te vinden.

Wat nog opvalt: C&A (jawel, van de kleding) steunde deze uitgave financieel. Dat mag zeker eens aangestipt worden.

Claudine Lemaire, Xavier Verbeke, Johan Wambacq (Red.), Aan de muziek. 150 jaar muziekleven in Brussel, Lannoo, 1997, 296 p., ill., ISBN 9020932845.

Delen:
Historisch onderzoek naar de stad Geraardsbergen

Historisch onderzoek naar de stad Geraardsbergen

Historisch onderzoek naar de stad Geraardsbergen

In 1870 verscheen in twee delen de Recherches Historiques sur la ville de Grammont. Ze vloeiden uit de pen van Auguste de Portemont.

Het werk bleef één van de mijlpalen in de geschiedschrijving over de stad. Maar het werd zeldzaam en gegeerd.

Jacques Flamant besloot de twee boekdelen opnieuw uit te geven, Paul Cattelain zette zich aan het vertalen.

De opdeling in twee tomes bleef behouden, maar elk deel kreeg eerst de Nederlandse vertaling en dan de Franse facsimile-uitgave. Zo kan zowel het oorspronkelijke materiaal als de Nederlandstalige tekst geraadpleegd worden.

Het eerste boekdeel omvat geografie, oude stad en zegels, oorsprong, oorkonde, groei, feiten tot 1830, tonnekensbrand en de Geraadsbergenaars zelf. Een terecht woordje over Auguste de Portemont (1814-1886) sluit dit eerste boek.

Het tweede boekdeel omvat het tweede, derde en vierde boek van de Portemont. In het tweede boek vinden we uitleg over burgerij, bestuur tijdens het ancien regime, verenigingen en gilden, industrie, adel en bekende Geraardsbergenaars. In het derde boek komen aan bod: kerstening, kerken en abdijen. In het vierde boek tenslotte: het grondgebied, de baronieën van Boelare en Schorisse, dorpen en kloosters.

Zo omvatten de twee delen samen vier boeken. Goed voor meer dan 600 pagina’s Geraardsbergse geschiedenis.

P. Cattelain (vert.), Historisch onderzoek naar de stad Geraardsbergen door A. de Portemont, 2dln., 1996, 257+370 p.

Delen:
Het mysterie van de geuze

Het mysterie van de geuze

Het mysterie van de geuze

Over bier en brouwen valt heel wat te schrijven. In Vlaanderen is dat een hele cultuur. Verzamelaars van brouwerijen vinden elkaar op diverse beurzen. Zij hebben oog voor het verleden van deze bedrijven. Alleen komt er nog in verhouding te weinig van bij het publiek terecht.

In dit boek gaat Jos Cels op zoek naar de roots en de ziel van de geuze. Hij duikt daarmee in de brouwerswereld van Brussel en het Pajottenland.

Wist je dat Geuze niet gebrouwen wordt? Het is een zelf gistend bier. De auteur heeft het over het bier, de grondstoffen en de naam Lambik. Sommigen houden het bij “Lembeek” als oorsprong, anderen bij “alambic”, het Franse woord voor destilleerkolf. Ook de figuur Jef Lambik mag niet in de bespreking ontbreken.

Krieken-Lambik is een speciale vorm van geuze. Hoe maakt men het en welke krieken zijn geschikt?

Waarom was WOI een ramp voor de Lambikbieren? Wat betekende de invoer van het statiegeld? En welke rol speelde Interbrew?

Verder is er aandacht voor verschillende brouwerijen, met hun kleine geschiedenis en anekdotes. De toeristische Mort-Subiteroute sluit dit boek.

Het geheel is goed geïllustreerd en aangenaam leesbaar. Er is geen bibliografie, noch enige verwijzing. Maar de lijst van personen aan wie dank is verschuldigd, op het einde van het boek, zegt wel dat de auteur zijn oor bij de juiste personen heeft te luisteren gelegd.

We zijn ondertussen bijna 30 jaar verder. Tijd om een nieuwe, grondige studie aan Lambik-cultuur te wijden?

Jos Cels, Het mysterie van de geuze, Roularta Books, 1992, 144 p., ill., ISBN 9054660104.

Delen:
Turnhout. Groei van een stad

Turnhout. Groei van een stad

Turnhout. Groei van een stad

Diverse auteurs brachten hun kennen en kunnen samen in een magistraal boek over de stad Turnhout. De Culturele Raad startte deze werkzaamheden in 1981. In 1983 zag het zijn voltooiing. Het werd een turf van bijna 650 bladzijden. Het aantal foto’s is beperkt, maar voldoende. De klemtoon ligt echter op de inhoud.

En die inhoud is zeer verscheiden. We geven hem mee omdat hij niet alleen weergeeft wat er in het boek te vinden is, maar ook inspiratie biedt voor wie onderzoek doet naar de eigen gemeente.

  • Het natuurlijk milieu (bodem, fauna, flora)
  • Taal (dialect en toponymie)
  • Van voorhistorie tot 1789 (archeologie, politieke geschiedenis, administratie en jurisdictie, economie, kerkelijk leven)
  • Van 1789 tot heden (Franse en Hollandse tijd, stadsbestuur tot 1914, economie, katholieke en socialistische arbeidersbeweging; kerkelijk leven, Vlaamse Beweging, stedelijke functie van Turnhout)
  • Onderwijs en cultuur (ancien régime, vrij onderwijs, rijksonderwijs, letterkunde, muziek, kunst, verenigingsleven, volkskunde en -verhalen, sport, inspraak en adviesraden)

De lijst van voorintekenaars is klein voor zo’n werk en doet af aan de verdienste van hen die een bijdrage leverden. Hopelijk vond het boek véél meer weerklank. Wij kunnen het alleen maar aanraden.

Culturele Raad (div. auteurs), Turnhout. Groei van een stad, 1983, 638 p., ill.

Delen:
Genk in de Tweede Wereldoorlog

Genk in de Tweede Wereldoorlog

Genk in de Tweede Wereldoorlog

50 jaar na de bevrijding bracht de Heemkring Heidebloemke deze brochure tot stand. In 86 pagina’s wordt een beeld geschetst van de gebeurtenissen in Genk tijdens deze wereldbrand.

Ruime aandacht voor de aanleiding tot WOII, maar ook de voorbereidingen ter plaatste in 1939. Zo maakte Genk zich klaar om als eerste buffer de slag op te vangen. Evacuatie van mens en vee baarde kopzorgen.

De invasie rolde op 10-12 mei 1940 over Genk. Een periode van revitaillering, verzet en collaboratie brak aan. De auteur brengt een beeld van de impact op het dagelijks leven. De bevrijding, de repressie en het bombardement van Genk-centrum komen aan bod.

Het is de verdienste van de schrijver om véél feiten en weetjes aan elkaar te rijgen, op een moment dat er nog genoeg getuigen waren om te ondervragen en ook om in het eigen geheugen te duiken. Nergens echter is er referentie naar een bron. De illustraties zijn beperkt gebleven.

Toch kan deze brochure, zoveel jaar na verschijnen, niet genoeg naar waarde geschat worden. Voor geïnteresseerden in Genk of de oorlogsgebeurtenissen in Limburg, is deze zeker aan te raden materiaal.

August Geusens, Genk in de Tweede Wereldoorlog, 1994, 86 p.

Delen:
Van Chevrolet tot Opel Astra. De geschiedenis van General Motors te Antwerpen

De geschiedenis van General Motors te Antwerpen

Van Chevrolet tot Opel Astra. De geschiedenis van General Motors te Antwerpen

Een bedrijfsgeschiedenis schrijven is niet makkelijk. In dit boek merken we waarom. Meestal ontbreekt het aan archiefmateriaal. Zelfs voor zo’n grote firma als GM, alhoewel de achterflap dit archief als bron vermeldt. Het zal dan vooral om foto’s gaan. Anders hebben de auteurs hun bron maar karig gebruikt.

Anderzijds kan iemand die de historiek van een bedrijf wil samenstellen dikwijls niet terugvallen op eerdere publicaties. Of zijn ze onbekend. De samenstellers zetten soms hun eerste stapjes in het veld van de heemkundige vorsers en kennen nog niet de mogelijkheden van bepaalde archieven en het landschap van verschenen werken van streek of sector. Het ontbreken van een bibliografie zegt voldoende.

Veelal blijven de beginjaren vaak onderbelicht. De jaren ’20 omvat zes pagina’s, waarvan één twee-paginagrote foto met tijdlijn. De jaren dertig slechts vier pagina’s, waarvan de tijdlijn 2 pagina’s inneemt. Tien pagina’s voor de periode 1940-1960 met weerom twee pagina’s voor de tijdlijn. De tekst is héél summier.  Dat in tegenstelling tot de 16 bladzijden voor de jaren ‘90 en de 18 voor de periode 2000-2010. De vier pagina’s voor de jaren 2010, terwijl het boek afgerond werd in of rond april 2010, zijn wel heel enthousiast.

Indien een museum of een verzamelgroep reeds actief is, komen toch betere onderbouwde werken naar voor, zoals dat over de Antwerpse vliegtuigindustrie

Maar al bij al, ondanks deze kritische noten, blijft het de verdienste om toch de hand aan de ploeg te slaan. In een quasi onontgonnen terreinen gingen de auteurs aan de slag om een terugblik te brengen op GM. Een prestatie die bij de (ex-)werknemers en Opel-verzamelaars zeker goed zal onthaald zijn.

L. Van de Perre, A. Conrady, Van Chevrolet tot Opel Astra. De geschiedenis van General Motors te Antwerpen, Brugge, [2010], 95 p.

Delen:
Nieuwpoort-bad in woord en beeld

Nieuwpoort-bad in woord en beeld

Nieuwpoort-bad in woord en beeld

Het is nogal ambitieus om binnen het kader van één boek een gemeente of een wijk geheel ‘in woord en beeld’ te brengen. Meestal zien we dat het beeld dan overheerst en er summiere tekst wordt voorzien. Hier is het opzet anders: de tekst overheerst en de beelden zijn beperkt gebleven.

Het werk geeft een mooi overzicht van de uitgroei van deze uithoek  – die pas in 19849 Nieuwpoorts grondgebied werd- tot badplaats, vooral onder invloed van de familie Crombez. In een dertigtal bladzijde wordt die evolutie geschetst tot 1982.

Een tweede deel bespreekt enkele bijzondere plaatsen en gebouwen, van duinengebied over elektrische installatie tot de sprotfabriek en kraaminrichting. Deze aandacht voor bijzondere elementen maakt het werk zeker interessant voor wie in Nieuwpoort-bad vandaag gaat rondkijken.

Een laatste deel heeft het over traditionele onderwerpen zoals onderwijs, folklore, en sport. De toegevoegde lijst van één bladzijde met kunstenaars die op dat moment -1982- in Nieuwpoort-Bad woonden, is zeker een pluspunt.

De bibliografie is beperkt, maar wordt vermeld. In veel boekjes van zijn soort ontbreekt deze. Hier niet.

Lucien Billiet, Nieuwpoort-Bad in woord en beeld, Uitgeverij Artypo De Panne, 1982, 96 p.

Delen:
Van kasteel naar kasteel

Van kasteel naar kasteel

Van kasteel naar kasteel

Als een hobby een passie wordt… maar wat als de passie meteen toeslaat? Paul Arren zijn fascinatie voor kastelen begon bij een bezoek aan het slot van Beloeil. Hij begon alle informatie te verzamelen over Belgische kastelen.

Van 1972 af schreef hij bijdragen over dit onderwerp. Ze werden talrijk en zijn archief werd steeds groter. Maar liefst 600 kastelen nam hij onder de loep. De pers vond voor hem de naam ‘kasteeloloog” uit.

De Kulturele Heemkring Kapellen Hoogboom “Hobonia” bundelde deze artikels onder te titel “Van kasteel naar kasteel”. Dwars doorheen België reizen we van erfgoed naar erfgoed – bewoonde, onbewoonde, bezoekbare en niet-openbare kastelen, ruïnes, torens: het komt allemaal aan bod.

De delen zijn dus niet samengesteld per regio, niet alfabetisch gerangschikt, maar brengen een zeer divers beeld. Bij sommige vind je uitvoerige geschiedenis en genealogische beschrijvingen; voor andere is dat weer summier. Veel hing ook af van medewerking van de eigenaars. Het blijven échte boeken om in te grasduinen. De vlotte schrijfstijl en de goed gekozen foto’s vergroten die beleving nog.

Paul Arren is spijtig genoeg te jong overleden (in 2006, 64 jaar oud), anders had er nog méér van zijn hand kunnen verschijnen.

A. Arren, Van kasteel naar kasteel (11 delen), Hobonia (Kapellen/Hoogboom), ca. 300 p. per deel.

Delen: