Maand: september 2020

Weldadigheid in de Kempen

Weldadigheid in de Kempen

Weldadigheid in de Kempen

In 1993 werd de wet op de beteugeling van de landloperij afgeschaft. Niet eerder. Tot dan hadden de kolonies van Wortel en Merksplas betekenis. Het verhaal begon in 1822, toen de Maatschappij van Weldadigheid 200 hectare woeste grond nabij Hoogstraten aankocht. Bedoeling was om de verpaupering tegen te gaan door kansloze mensen in te zetten op boerderijen en ze discipline en stielkennis bij te brengen. Het idee werd ontwikkeld door generaal Joannes van den Bosch tijdens de Hollandse periode.

Het boek brengt in een notendop de historiek van deze kolonies. Maar heel mooi is de aandacht voor de wisselwerking tussen deze geschiedenis en het landschap zoals dat vandaag te vinden is. Er wordt tevens een blik geworpen op de toekomst.

Het verhaal leest heel vlot en bij de foto’s ligt de focus op de compositie. Er is evenwel ook ruimte voor enkele historische afbeeldingen. Voor fauna en flora is wel wat plaats ingeruimd. Maar anderzijds is een goed begrip van de omgeving nodig om grondgebruik en levensstijl van vroeger te begrijpen.

Een aangenaam boek voor wie de kolonies en hun omgeving wil leren kennen. Maar wie dieper wil graven, zal zich tot andere literatuur moeten wenden.

Diverse, Weldadigheid in de Kempen. Wortel- en Merksplas-Kolonie, VZW Kempens Landschap, 96 p., ISBN 9789081849616.

Delen:
Herald of Free Enterprise. Kroniek van de Noordzeekust – Deel 1

Herald of Free Enterprise

Herald of Free Enterprise. Kroniek van de Noordzeekust – Deel 1

Kroniek van de Noordzeekust, eerste deel. Een tweede, derde of vierde deel is niet verschenen, zover bekend.

De titel roept genoeg beelden op van de zesde maart 1987. De auteur focust in dit werk enkel en alleen op deze scheepsramp. En hij doet dat grondig.

In negen hoofdstukken pakt hij deze bespreking aan: de feiten (15 p.), de reddingsoperatie (58 p.), de opvang aan wal (20 p.). Hij brengt de oorzaken en aantal slachtoffers in kaart (7 p.) en heeft het over de milieu-impact en gevaarlijke stoffen (9 p.). Aan de berging besteedt hij veel aandacht (35 p.).

Een tweede luik omvat de gevolgen op menselijk en juridisch vlak: de onderzoeksraad (19 p.), herdenkingen en veranderde wetgeving (17 p.) en tenslotte de gevoerde processen (17 p.).

Een lijst van gehuldigden en een lijst van slachtoffers sluiten dit werk.

De gebruikte bronnen verschijnen  in een summiere opsomming van “diverse individuele verslagen” en “periodieken”. Dat mocht iets duidelijker. In de voetnoten -die eigenlijk eindnoten zijn- wordt alleen verdere uitleg gegeven en niet verwezen naar de bronnen.

Het boek telt enkele illustraties, maar focust vooral op tekst.

Erik F. Baeyens, Herald of Free Enterprise. Kroniek van de Noordzeekust – Deel 1, Van Geyt Productions, 1992, 232 p., ISBN 9053270310.

Delen:
De Tram “L” Londerzeel-Brussel

De Tram “L” Londerzeel-Brussel

De Tram “L” Londerzeel-Brussel

Trein en tram roepen beelden op aan een samenleving waar de auto nog niet bij iedereen voor de deur stond. Zij speelden een cruciale rol in de ontsluiting van dorpen en steden in de ruime periode 1840-1960.

Daarna werden de buurspoorwegen aan de kant gezet, in een poging om ze te vervangen door nog meer bussen op nog meer vaste lijnen. Dat diezelfde bussen ondertussen ook stilstaan of toch eigen beddingen nodig hebben onder de vorm van busbanen, had toen  niemand kunnen vermoeden.

De Tram “L” Londerzeel-Brussel belicht de lijnen Humbeel-Brussel en Londerzeel-Brussel (Rogierplaats). Het is een verzameling van artikels die eerder verschenen, met aanvullingen.

De auteur brengt ten eerste de informatie uit de gemeentelijke administratie samen (1871-1896). Vervolgens heeft hij het over ‘De Tramlijn van Brussel naar Humbeek en Londerzeel”. Eigenlijk brengt hij daarin een doordruk van de Guides Illustrés des chemins de fer vicinaux. Ligne de Bruxelles à Humbeek et Londerzeel. Een soort reisgids met beschrijving van wat er onderweg te zien was.

Vervolgens komt de historiek van de lijn aan bod, van de aanleg over de elektrificatie tot de herstructurering en de laatste rit. Ook de vervangende autobusdienst hoort hierbij. Dat voor zo’n belangrijke onderdeel slechts zes pagina’s nodig blijken, is eerder magertjes.

Dan volgen maar liefst 70 pagina’s foto’s (veelal twee per blad) met een zinnetje uitleg. Het zijn bijna steeds beelden van de tram of de infrastructuur uit de tijd van toen. Een mooie verzameling iconografisch materiaal.

Twee uurregelingen, ca. 15 pagina’s krantenknipsels, twee pagina’s over het trampersoneel en een opsomming van de tramhaltes sluiten dit boek.

De auteur is een goede verzamelaar. Hij valt eerder onder het type heemkundige dat we collectioneur noemen. Hij brengt heel veel samen. Alleen missen we een beetje de meer uitgediepte historiek achter de beelden. Dat het hoofdstukje over het trampersoneel voornamelijk (of soms uitsluitend) genealogische gegevens bevat, bijvoorbeeld. En niet wordt uitgelegd wat ze deden. Hoe dat in zijn werk ging. Dat sommigen eerst met de achternaam worden genoemd in deze opsomming, en anderen eerst met de voornaam, komt bijvoorbeeld slordig over. Zelfs bij een bundeling van eerder verschenen teksten met aanvullingen, is het toch niet te veel gevraagd één en ander beter aan mekaar te rijgen.

Toch kunnen we er niet aan voorbij dat meer van deze werken mogen verschijnen: ze leggen zoveel beeldmateriaal en documentatie over één onderwerp vast, dat ze zeker verdienstelijk blijven voor alle geïnteresseerden in tram- en treinwezen en voor een lokaal publiek.

Alfons Moeyersons, De Tram “L” Londerzeel-Brussel, Londerzeel, 2020, 124 p., ill.

Delen:
Heverlee 1846-1976. Evolutie in woord en beeld

Heverlee 1846-1976. Evolutie in woord en beeld

Heverlee 1846-1976. Evolutie in woord en beeld

In dit boek omspannen de auteurs ruim anderhalve eeuw dorpsleven. Misschien dat de data even de wenkbrauwen doen fronsen? 1846 is ingegeven door de oude kadasterplannen van Vandermaelen en de volkstelling, beiden in dat jaar verschenen. 1976 is natuurlijk het jaartal waarin Heverlee fusioneerde met Leuven.

De schrijvers willen de nadruk leggen op de evolutie van het dorp. Hoe evolueerde een gemeente met vier bescheiden woonkernen (Egenhoven, Terbank, Park, Centrum) tot een voorstad van Leuven?

Ze doen dat in maar liefst 20 hoofdstukken. De onderwerpen kunnen we rond een aantal thema’s samenbrengen.

  1. Urbanisatie: bevolking, landschapsevolutie, voorzieningen, straten en wijken;
  2. Economie en land- en tuinbouw;
  3. Politiek;
  4. Militaire en oorlog;
  5. Kerkelijk Heverlee met parochie en kloosters;
  6. Gebouwen, begraafplaatsen;
  7. Onderwijs en de KUL te Heverlee;
  8. Cultuur, ontspanning, sport en kunst.

De tekst is vlot leesbaar, de foto’s zijn talrijk en goed afgedrukt. Zo werd het een kijk- en leesboek. Elk onderwerp krijgt voldoende gewicht binnen het geheel. De inleiding geeft wat aanvullende literatuur, maar daar blijft het bij.

De auteurs hoopten met dit werk de eerder karige bestaande literatuur over Heverlee aan te vullen. Zij zijn goed geslaagd in hun opzet om een beknopte en vlot leesbare synthese te brengen van die evolutie op anderhalve eeuw. Het boek reikt zodoende vele handvatten om de vele onderwerpen verder uit te diepen en het Heverlees verleden rijk te stofferen. Want, zeggen ze zelf in de inleiding, het probleem werd niet: “Hoe vullen we een boek”, maar wel: “Hoe krijgen we alles erin?”.

Rik Uytterhoeven en Chris Morias, Heverlee 1846-1976. Evolutie in woord en beeld, Leuven, Acco, 1996, 189 p., ill., ISBN 9033436914.

Delen:
Diest in oude prentkaarten

Diest in oude prentkaarten

Diest in oude prentkaarten

Over de Toen-Boekjes hebben we het al eerder gehad, in de reeks verscheen onder andere ook De Panne. Ze volgden de populaire reeks “Zo was…” alias “… in oude prentkaarten” op. En die oude prentkaarten: ze blijven aanspreken.

Diest werd in 1844 ingelijfd in het Belgisch verdedigingssysteem. Een vestingsgordel spande zich als een keurslijf om het middeleeuwse stadje. De auteur van deel één spitst zich toe op enerzijds het oude Diest en anderzijds de vestingstad. Hij tracht daarbij ook een paar foto’s van groepen mensen in te lassen, om het stadleven van voor 1930 wat te schetsen. Alle afbeeldingen krijgen summiere commentaar.

In deel twee wordt een beeld van Diest samengebracht in vele postkaarten. Auteur Massin geeft wat uitleg bij elk beeld. De twee afbeeldingen van voetbalploeg Diest-Hogerop zijn herhalingen van deel één. Ook het oplaten van een luchtballon in 1907 (foto 66) is een herneming. Spijtig, want er valt over deze stad toch wel meer te tonen. De reden zal wel zijn dat de oorspronkelijke uitgaven 10 jaar van elkaar verschilden. Deel 1 verscheen oorspronkelijk in 1972, deel 2 in 1982.

In ieder geval blijven de twee delen een mooie verzameling beelden die een indruk geven van een Brabantse vestigingsstad tussen ca. 1890 en 1930.

Em. Peeters Saenen, Diest in oude prentkaarten deel 1, Toen-Boekje, Zaltbommel, 2000, 76 beelden, 80 p., ISBN 902882653X.

W. Massin, Diest in oude prentkaarten deel 2, Toen-Boekje, Zaltbommel, 2000, 76 beelden, 80 p., ISBN 9028820000.

Delen:
Sint-Martens-Bodegem : Bodegemsche Cronycke

Bodegemsche Cronycke

Sint-Martens-Bodegem : Bodegemsche Cronycke

Sint-Martens-Bodegem kan prat gaan op één van de oudste dorpskeuren van Brabant. Het dorp heeft een rijke geschiedenis. De Bodegemse Kulturele Werkgemeenschap tracht die sinds 1979 te reconstrueren.

Zij kon daarbij beroep doen op enkele actieve leden. In 1984 brachten zij een nieuwe reeks bevindingen samen in het vierde deel van de Bodegemsche Cronycke. De lezer vindt daarin dertien artikels op vlak van heemkunde en volkskunde.

We lezen een samenvatting van de geschiedenis van Bodegem en een artikel over de pest in 1668-1669, als historische bijdragen. Misdaad komt aan bod in een artikel over het verdacht overlijden van Jan Van Rossum in  1771 en eentje over rapendiefstal in 1745.

Kerkelijk leven en volksgeloof komen aan bod in de verering van Sint-Elooi te Bodegem en een bijdrage over de kosters, naast een uitgebreid artikel over de geboorte-, huwelijks en begrafenisgebruiken tijdens het interbellum.

Op het vlak van patrimonium komen aan bod: het grafmonument van Pierre Vander Beken in de kerk van Bodegem en een houten balk met opschrift in een deurbalk van een oud hoevetje

Een klein artikel over hopteelt aan rechte staken en een artikel over Brusselse vondelingen in Bodegem (met namenlijst) sluiten dit deel.

Een zeer gevarieerde selectie in een vlot leesbare taal en voldoende ruimte voor 27 illustraties, maken dit samen tot een mooi geheel. Dit boekje is echter reeds lang uitgeput en kan alleen met en goede portie geluk in het tweedehandscircuit op de kop worden getikt.

Romeyns, G., Van Droogenbroeck, E., Van Rossem, P., Bodegemsche Cronycke, Bodegemse Kulturele Werkgemeenschap 4, 1984, 125 p., ill., D/1984/2839/1.

Delen:
Zo was.. Boom

Zo was… Boom

Zo was.. Boom

Zo was… Boom is één van die uitgaves van de jaren ’70 waarin met nostalgie werd teruggekeken op het dorp van toen. Het verzamelen van postkaarten nam een hoge vlucht. De interesse voor heemkunde en eigen haard groeide gestaag. Dat leidde tot deze albums met een collectie ansichten, zoals Ronse. Deze werden in latere jaren hernomen in de Toen-boekjes (bijvoorbeeld De Panne) of door Het Laatste Nieuws (zoals bijvoorbeeld Oud-Turnhout en Arendonk of Moerbeke-Waas en Stekene).

Samensteller en gekend plaatselijk heemkundige Alex Vinck zorgde voor een ruime selectie van beelden. In deze keuze valt op dat het aantal oude postkaarten beperkt blijft. De auteur kiest ook voor foto’s die belangrijke gebouwen of merktekens, zoals een pomp, in beeld brengen. Maar vooral is ruimte gegeven aan de mensen. Burgerwacht, gemeentepersoneel, verenigingen, cultuur, sport, processies, onderwijs: het komt allemaal aan bod. In dit boekje gaat het echt om het dorpsleven, om hoe Boom leefde en werkte. Veel minder om de weemoedige terugblik naar verdwenen straten en landschappen. Vinck geeft er genoeg tekst en uitleg bij.

Misschien ligt dit wel aan het feit dat Boom al heel vlug een gekwetst dorp werd: de verkeersas Antwerpen-Brussel groef zich steeds maar dieper en breder door het dorp en de kleiputten voor de plaatselijke baksteenindustrie rukten langs alle kanten op. Er is aan de Rupel veel geeld verdiend door sommigen en veel armoe geleden door velen. Het landschap draagt er nog steeds de sporen van. Maar in die gekwetste leefruimte bleven mensen elkaar vinden in hechte gemeenschappen. Dat is wat dit boek heel mooi brengt.

Alex Vinck, Zo was… Boom, Uitgeverij C. De Vries-Brouwers, Antwerpen, 1972, 92 p.

Delen:
Niels-Nederlands-Niels verklarend woordenboek

Niels-Nederlands-Niels verklarend woordenboek

Niels-Nederlands-Niels verklarend woordenboek

De aandacht voor dialect kwam eerder al aan bod. Zo stelden we het dialectwoordenboek van Lokeren, van Anzegem en van Hasselt voor. We gaan nu naar Antwerpen en vinden in het Niels een onvervalste Brabantse streektaal.

Auteur Alfred Michiels is geschoold in de klassieke filologie. Hij heeft interesse voor etymologie, topologie en natuurlijk taalkunde. Dat is te zien aan de veelvuldige verklaringen vanwaar een bepaald woord of een zekere uitdrukking komt. Bij werkwoorden lezen we de vervoeging, bij sommige woorden het verkleinwoord.

Eerst komt de schrijfwijze en de uitspraak aan bod. Een stukje spraakkunst, zoals de bezittelijke voornaamwoorden en de vervoeging van zijn, hebben en worden; gevolgd door de lijst van onregelmatige werkwoorden. Het is iets dat in weinige dialectwoordenboeken aan bod komt.

Dan volgt de woordenlijst Niels-Nederlands. Gewoon, na mekaar, de dialectwoorden met hun verklaring.

Een aansluitend deel geeft Nederlands-Niels. Hier is plaats voorbehouden voor verklaringen, etymologie, vervoeging en voorbeeldzinnen. Je kan dus heen en weer tussen de eerste lijst en deze meer uitgebreide rubriek. Daar kan je ook de uitdrukkingen vinden, zoals onder “spiegelei”, wat in het Niels péèèrenoeëg wordt. Ga zelf na wat z’Hèè twië péèèrenoeëgen betekent. Neen, het gaat niet over haar ontbijt, wel over haar fysiek.

In de bijlagen valt een uitvoerige studie over de plaatsnaam Niel te lezen, samen met een beknopte geschiedenis van de gemeente. Tenslotte volgen een aantal aftel- en ander rijmpjes en enkele sagen.

De bibliografie zegt genoeg over de inzet van de auteur en zijn kennis op taalkundig niveau.

Alfred Michiels, Niels-Nederlands-Niels verklarend woordenboek, 2013, 448 p., ISBN 9781616273743.

Delen:
En wat deed mij eigen volk? Breendonk, een kroniek

En wat deed mij eigen volk?

En wat deed mij eigen volk? Breendonk, een kroniek

Er zijn weinig boeken verschenen over Breendonk. Omdat het kamp in verhouding met de vernietigingsfabrieken in Duitsland en Polen zo klein was? Of omdat het net achter de hoek lag? Omdat de eigen Vlaamse SS-mannen de anderen naar de kroon staken in wreedheid en onmenselijkheid? En omdat we da niet meer kunnen zeggen dat het ‘de andere’ was?

Jos Vander Velpen, eigenlijk een doctor in de rechten en advocaat, legt in dit boek de klemtoon bij de gevangenen. Geen onderverdeling in hoofdstukken rond enkele thema’s. Ja, de auteur werkt wel chronologisch per jaar. Maar het echte woord is aan de mensen die er opgesloten zaten.

In een vlot leesbare tekst brengt de auteur deze getuigenissen tot leven. Een verteltrant, alsof het zich voor de ogen afspeelt, en wij er stille, onbewogen getuige van zijn. Nergens wordt een groot verheven vaderlandslievend decor opgehangen; nergens worden feiten in een misplaatste romantiek gestopt. Wat je wel kan voorstellen, is dat de werkelijkheid nog veel botter was dan het verslag dat hier gebracht wordt. Maar Vander Velpen kiest voor sereniteit in zijn tekst.

Omdat het kamp zo klein was, kon geen enkele gevangene echt opgaan in de massa. De bijkomende taak om door ondervragingen en eenzame opsluiting meer te weten te komen over verzet, legde een sfeer van angst en foltering over een desolaat bestaan waar een leven niets waard is. Dat de kampbewaking die taak ernstig neemt, mag duidelijk zijn. Breendonk was een ware hel.

Het boek dateert al van 2003, maar is nog steeds één van de sterkste aangaande Breendonk en zij die er onnoemelijk geleden hebben.

Jos Vander Velpen, En wat deed mij eigen volk? Breendonk, een kroniek, Berchem, EPO, 2003, 238 p., ISBN 9064453055.

Delen: