Maand: november 2020

Welk eiland heette Chanelaus - Kallo

Welk eiland heette Chanelaus – Kallo

Welk eiland heette Chanelaus - Kallo

Diverse auteurs waagden zich bijna 50 jaar geleden aan een overzicht van eeuwenlange parochiale aanwezigheid in de polder van Kallo.

Zij deden dat rond vijf grote delen: drie van rond de 40 pagina’s groot en twee (nl. dl. 1 en dl. 3) uitgebreid tot een 90 pagina’s.

In een eerste stuk wordt de vraag gesteld hoe Kallo zich ontwikkelde. De bouwgeschiedenis van de kerk komt er ook aan bod. Ruime plaats (30 p.) is ingeruimd voor het kunstpatrimonium van de kerk. Een ruime bibliografie sluit aan.

Een twee deel gaat over de bedienaars: de pastoors en onderpastoors van Kallo in 1242-1970, de geestelijkheid afkomstig van de parochie (met foto en beschrijving waar ze intraden of dienst deden), het kerkpersoneel, de genootschappen en de broederschappen. Ook voor de kapelletjes wordt hier een woordje uitleg gegeven.

Een derde deel, meer uitgebreid, heeft het over rampspoed. Die was en is er op twee vlakken. Onder de titel “vuur en water als ons deel” komen de oorlogstroebelen en overstromingen aan bod. Met “De polder sterft” gaat het over de voortschrijding van de haven en het verdwijnen van dit landschap. Maar liefst 40 pagina’s zijn voorbehouden voor foto’s van hoeves, die meestal onteigend werden rond die tijd. Beelden die na een halve eeuw nog steeds aan waarde winnen: ze geven iets weer dat nooit meer terugkomt.

Vervolgens lezen we over het dorpsleven “van, voor en door Kallo”. Het gaat dan over gedragsdragers, onderwijs, rustoord, economie, post, kermissen, dorpsfiguren en bijzondere gebouwen. Met veel fotomateriaal.

Een vijfde en laatste stuk heeft het over verenigingen. De toestand van 1975 komt in maar liefst 25 items naar voor. Hoeveel verenigingen telt Kallo vandaag?

De kerk van Kallo is op dit moment nog in gebruik, ondanks de grote ijver waarmee het bisdom gebedsplaatsen sluit, zoals bijvoorbeeld te Koewacht. Zouden ze dat in het bisdom Gent  met evenveel trots aan hun geschiedenis toevoegen?

Ria Van Moer, Herman Cools (Red.), Welk eiland heette Chanelaus. Gedenkboek 800 jaar kerk en parochiegemeenschap te Kallo, 1979, 304 p.

Delen:
Post Factum. Jaarboek voor Geschiedenis en Volkskunde, nummer 5, 2013

Post Factum 5, 2013

Post Factum. Jaarboek voor Geschiedenis en Volkskunde, nummer 5, 2013

Dit jaarboek voor geschiedenis en volkskunde van de provincie Antwerpen verzamelt een reeks artikels.

Een eerste bijdrage handelt over het herenhuis van Victor Lynen aan de Leopoldlei. Het is de weergave van een lezing en een boeiende samenvatting van de bouwhistoriek van een pand uit de ‘Belle Epoque’. Toen was er geld te verdienen én plaats in de steden, met hun nieuwe uitbreidingen, pleinen en lanen. Die combinatie zorgden voor parels in Antwerpen, Brussel en andere steden. En in vele gevallen is dat moois in de 20ste eeuw vernietigd of aangetast door banale architectuur en hoogbouw. Dat de auteur dit durft benoemen met naam en toenaam van de firma: chapeau!

Een ander uitgebreid artikel heeft het over dedicaties of opdrachten in presentie-exemplaren voor Prosper Aerts. Waarom gaven mensen boeken? Wat wensten ze de ontvanger? Boeken bevatten zoveel meer dan wat enkel de titel aangeeft.

Mannenkoren in Borgerhout in de 19de eeuw vormt een derde, goed gedocumenteerd artikel. We noteren nog: ex-librissen en hun band met Frans Verstreken en de grafiekkunst en de Antwerpse componist Joannes Franciscus Redein. Tenslotte een woord over de provinciale prijzen.

Post Factum. Jaarboek voor Geschiedenis en Volkskunde, nummer 5, 2013, 158 p.

Delen:
Doorleefd mysterie. Sacramenten en volksdevotie in Groot-Nevele

Doorleefd mysterie. Sacramenten en volksdevotie in Groot-Nevele

Doorleefd mysterie. Sacramenten en volksdevotie in Groot-Nevele

De volksgebruiken rond bijzondere momenten in het leven kenden toch wel een grote verschuiving in de periode 1920-2020. Dit boek gaat daar dieper op in, met de focus op Nevele. Maar vele lijnen kunnen doorgetrokken worden naar alle parochies of gemeenten in Vlaanderen.

Een eerste deel krijgt als titel Het parochiale leven in het oude Nevele. Een korte inleiding gaat over de situering in het bisdom Gent en de kerken en parochies zelf, met name Nevele, Hansbeke, Landegem, Merendree, Poesele en Vosselare. Dan volgt uitleg over het kerkelijk personeel en hun taken: deken, pastoor en onderpastoors. Ook de leken komen aan bod: koster, schoolmeester en suisse.

Een tweede deel overloopt alle sacramenten. Deze kernpunten in het (katholiek) leven worden niet alleen besproken vanuit kerkelijk oogpunt; ook de volkskundige elementen krijgen een plaats. Bij beide aspecten  is er voldoende oog voor detail, zo is er plaats voor de symbolen en gebruikte voorwerpen in de kerk, maar ook volksgeloof, viering binnen de familie en gemeenschap. We noemen bij wijze van voorbeeld monstrans, processie, hostiedoos, broederschappen (eucharistie) doopsuiker, doopkaartjes, doopschelp (doopsel), soorten zonden, aflaat (biecht). Het boek bevat zo veel elementen die met elkaar verwant zijn en de het verband tussen geloof en dagelijks leven aantonen. De foto’s vormen er alleen maar een meerwaarde bij.

Het boek sluit met een woord over de heiligenverering in Nevele, met focus op patroonheiligen, beelden, relieken, ommegangen en kapellen.

Elk onderdeel krijgt meteen een kleine bibliografie mee, waarmee de geïnteresseerde verder kan.

Martine Pieteraerens, Livia Snauwaert, Doorleefd mysterie. Sacramenten en volksdevotie in Groot-Nevele, Gent, Provincie Oost-Vlaanderen, 2005, 152 p., ISBN 9074311563.

Delen:
Vlaggen in het land van Beveren

Vlaggen in het land van Beveren

Vlaggen in het land van Beveren

Vlaggen hebben iets bijzonders. Ze wapperen kleurrijk in de wind. Ze verbinden of verdelen. Ze maken een eenheid als iedereen zich achter dezelfde vlag schaart.

Deze cultuur lijkt toch wat verdwenen. Welke verenigingen hebben nog een vaandel? Wanneer wordt dit gepresenteerd? Vroeger had iedere zichzelf respecterende organisatie een vlag.

In 1987 bracht de culturele raad van Beveren een tentoonstelling over deze vlaggen. Tientallen werden er samengebracht, van alle deelgemeenten. Er verscheen ook een boekje.

In dit werk worden de tentoongestelde vlaggen besproken aan de hand van een aantal vragen. Dat zijn 1. Nummer; 2. Titel; 3. Datering; 4. Organisatie, schenker, opdrachtgever; 5. Ontwerper; 6. Uitvoerder; 7. Afmetingen; 8. Materiaal en versieringen; 9. Beschrijving; 10. Toestand; 11. Historiek. Voorwaar een mooi initiatief om systematisch dit stukje patrimonium in kaart te brengen.

De vlaggen zelf werden gegroepeerd rond gilden, muziek, sociaal en onderlinge bijstand, standenverenigingen, jeugd en scholen, sport, oud-strijdersbonden, Vlaamse strijd en allerlei. Vele vlaggen worden afgebeeld, sommige in kleur. Deze thematische opdeling is goed gekozen. Enige minpunt: misschien was het goed geweest ook een index op (deel)gemeente op te nemen. Nu is het niet mogelijk om in een oogopslag uit te maken hoeveel vaandels van Vrasene bijvoorbeeld besproken worden.

Een inleiding en een woordje over vlaggenontwerpers vervolledigen dit boek.

Ria Van Moer (samenst.), Vlaggen in het land van Beveren, 1987, 124 p., D/1987/2698/1.

Delen:
Stuivend zand van de Kempen. Landduinen

Stuivend zand van de Kempen. Landduinen

Stuivend zand van de Kempen. Landduinen

De VZW Kempens landschap zet zich in voor de typische leefomgeving die deze streek typeert. Zij wil gebieden verwerven, dit erfgoed een plaats geven in de 21ste eeuw, mensen de kans geven deze landschappen te ontdekken en tenslotte de gemeenten adviseren. Daarbij wordt ook geschiedkundig erfgoed niet over het hoofd gezien. Van deze VZW belichtten we de publicatie over de kolonies in Wortel en Merksplas

Dit boek belicht de zandduinen. Een dynamisch aspect van het landschap. Eigenlijk een restant van de poolwoestijn die de Kempen bedekte tijdens de laatste ijstijd. Dat zand kwam opnieuw in beweging. In het boek komt dit kort aan bod. Paraboolduinen bijvoorbeeld, die nog herkenbaar in het landschap aanwezig zij, dateren van tijden toen er vegetatie aanwezig was.

De mens kwam samen met de vegetatie en het landschap draagt zijn sporen. Van verplaatsing van dorpen door dalende waterspiegel, over beemdenlandschap naar begraasde heide waardoor het stuifzand weer vrij spel kreeg.

Een groot deel van het boek is gewijd aan de fauna en flora. Enkele cultureel-godsdienstige aspecten komen aan bod. Tenslotte is er enige plaats ingeruimd voor de bebossing met dennen, de inzet van dit landschap in recreatie en het beheer van deze ruimte.

De foto’s zijn van mooie kwaliteit en meestal het werk van James Van Leuven.

Aangaande de Kempische landschappen kan je o.a. meer  lezen over Kalmthoutse heide of de Limburgse heide.

Guy Geudens, Philippe De Backer (red.), Stuivend zand van de Kempen. Landduinen, VZW Kempens Landschap, 96 p., ISBN 9789081499804.

Delen:
Turnhoutse koorcomponisten van de 16e eeuw tot vandaag

Turnhoutse koorcomponisten van de 16e eeuw tot vandaag

Turnhoutse koorcomponisten van de 16e eeuw tot vandaag

In dit boekje wordt een onderdeel van de Turnhoutse muziekgeschiedenis onder de loep genomen. Meestal blijft die beperkt tot studies over fanfares of zangmaatschappijen. Hier komen de componisten zelf aan bod. De auteur heeft getracht zoveel mogelijk aan de stad verbonden namen samen te brengen.

Omdat het gaat over koorcomponisten loopt de Sint-Pieterskerk als een rode draad door het geheel. Op het einde wordt nog wat plaats ingeruimd voor de titularissen aan de H.-Hartkerk.

Toch gaat het niet alleen om het kerkelijke. Van elke persoon worden een kleine levensbeschrijving en een overzicht van het muzikaal werk gegeven. Enkele illustraties verluchten het geheel.

Een namenregister maakt opzoeken makkelijk. Dat leert ons meteen dat zo’n 150 personen vernoemd worden. Daarvan worden 25 personen grondiger besproken.

Drie delen telt dit werk. Het eerste gaat over de koorcomponisten Denies, Verdonck, Belcier en de families Van Turnhout en Robson. Een tweede deel bespreekt de verburgerlijking van de muziek met Gregoir, Thibeau, Cartol en Verrees. Tenslotte  komen de componisten buiten de muziekacademie aan bod: Andelhof, Van Eyck, Van Dessel, Verheggen en De Houwer. Het kleine addendum over de H.-Hartkerk vernoemt nog Brandt, Nuyts, Van den Bogaert, Maes, Bosmans en Peeters.

Maurits Duyck, Turnhoutse koorcomponisten van de 16e eeuw tot vandaag, eigen beheer, 94 p.

Delen: