Maand: maart 2021

Ik zag Cecilia komen. Groot gezinsliedboek

Ik zag Cecilia komen. Groot gezinsliedboek

Ik zag Cecilia komen. Groot gezinsliedboek

Het ‘groot gezinsliedboek’ doet als titel misschien denken aan kinderversjes en kabouterrijmelarij. Maar neen, deze lijvige klepper van 413 bladzijden put uit de liederentrommel van Vlaanderen. Met een, zo zegt het voorwoord, pragmatische keuze: de gekozen liederen maken deel uit van het bekende repertorium van de toenmalige generatie, zo’n 40 jaar geleden. Ondertussen zullen de kaarten anders liggen en zijn sommige van deze liedjes al geschiedenis.

Het thema van muziek en zang is een onlosmakelijk deel van de folklore en volkskunde. Bij alle gelegenheden -voor de tijd van de ‘disco-bar’- werd er immers gezongen. Gegroepeerd zijn: minneliederen, balladen, kerst- en gewijde liederen, luimige liederen (zoals ‘Te Kieldrecht’), stemmingsliederen (zoals ‘Op de purperen hei’), studentenliederen en tenslotte volk en land.

De vier pagina’s korte inleiding over het Nederlandse volkslied (beter is: het volkslied in het Nederlands) is een krachtige en duidelijke beschouwing. Zij bevat zoveel informatie! De korte bibliografie zet genoeg op weg naar publicaties die echte mijlpalen waren in het optekenen van de Vlaamse liedcultuur.

Dan volgen 150 liederen met muziekschrift. Het formaat van het boek is wel degelijk geschikt om het te gebruiken als partituur, de dikte echter speelt daar wat in het nadeel.

Achteraan vind je een korte historische toelichting bij elk lied. Waarschijnlijk was het typografisch niet zo interessant om deze bij elke lied al in te voegen. Een alfabetisch register voltooit het geheel.

Een boek om te lezen, te zingen en te neuriën. En vooral: een zeer verzorgde uitgave. Het werd letterlijk ingezongen op de boekenbeurs van 1980.

Johan Ducheyne, Johan Fleerackers, Paul Janssen, Piet Van Waeyenberge (samenst.), bewerkt door Lode Van Dessel, verlucht door Pol Mara, Ik zag Cecilia komen. Groot gezinsliedboek uit de Nederlandse liederschat, Lannoo Tielt/Amsterdam, 1980, ISBN 9020908944.

Delen:
Inktvlekken en ezelsoren Buggenhout

Inktvlekken en ezelsoren

Inktvlekken en ezelsoren Buggenhout

Onderwijs en heemkundigen: een langdurige relatie. Er zijn vele publicaties over verschenen. per net, zoals Londerzeel en Sint-Truiden of per school, zoals het college van Waregem.

Verwacht geen aaneengesloten verhaal of een analyse van het onderwijs in de gemeente Buggenhout. De auteur geeft eerder een stand van zaken met summiere tekst die eigenlijk een aaneenrijging is van wat elders is verschenen. In verschillende bronnen, uitgaves, pers, documenten haalde hij alles wat betreft schoolleven in Buggenhout. Vooral de eerste jaren komen grondiger aan bod.

Maar, het is juist deze veelheid aan info die ervoor zorgt dat je uren zoet bent. Je kan op elk moment instappen en op elke pagina liggen een paar weetjes te rapen. Zowel kostscholen, als het katholiek net, als het Rijksonderwijs (later gemeenschapsonderwijs) komen aan bod.

En dan de grote verdienste van de schrijver: een hele resem klasfoto’s, gespreid over de hele periode. Met naam en straat waar de leerling woonde. We geven het u te doen. Een ganse collectie nietszeggende beelden werd zo een unieke verzameling gezichten. Voer voor nostalgische terugblik, maar ook voor genealogen die hun grootouders of overgrootouders kunnen terugvinden.

Minpunt: het boek heeft een slappe kaft. Door het liggend formaat gebeurt het dan wel dat de pagina’s doorhangen (met het boek op schoot) en dan lost de gelijmde rug wel snel. Voorzichtigheid bij het hanteren blijft het enige redmiddel.

Guido Van de Velde, Inktvlekken en ezelsoren. Terugblik op ruim een eeuw onderwijs te Buggenhout, Heemkring Ter Palen, 1995, 390 p.

Delen:
Beringen-mijn 1907-1985

Beringen-mijn 1907-1985

Beringen-mijn 1907-1985

De ontdekking van steenkool heeft in Limburg het heidelandschap, de mensen en de economie geheel veranderd. Dit boek kijkt terug op alle facetten van 75 jaar mijnbouw in Beringen.

In tien hoofdstukken komen alle facetten van deze geschiedenis aan bod.

  1. Concessie en eerste ontginning
  2. De jaren ‘20
  3. De periode 1930-1945
  4. De Tweede Wereldoorlog en de mijn
  5. Modernisering van WOII
  6. Ingenieurs, diensthoofden, bedienden
  7. De mensen van de ondergrond
  8. De mensen van de bovengrond
  9. Gepensioneerden en verenigingsleven
  10. Slachtoffers van ongevallen

Er is aandacht voor alle belangrijke gebeurtenissen in deze 75 jaar. We noteren o.a. de Russische krijgsgevangenen in WOII, het bombardement op de Cité van 12 mei 1944, de nieuwe parochiekerk van Kleine Heide, de installatie van ophaalmachines begin jaren ’20, de mijngasontvlamming in 1943, de impact van de Eerste Wereldoorlog… Maar ook de mensen in, boven en rond de mijn.

De zeer talrijke illustraties maken dit een aangenaam kijkboek, zowel wat betreft de mijn als wat betreft Beringen zelf.

De auteur geeft zelf aan ‘iets wat dichter bij de mensen stond’ te willen vormgeven. Als opvolger dan voor zijn eerder werk ‘Steenkool- en Petroleumboringen in Limburg en de Antwerpse Kempen 1898-1940’. Hij is daar zeker in geslaagd. In dat licht valt het bijna volledig ontbreken van referenties en bibliografie ook te begrijpen.

Het werk is zeer moeilijk te vinden en duikt slechts af en toe op in het tweedehandscircuit.

G. Goddeeris, Onder en boven. Beringen-mijn 1907-1985, Rotary Club Beringen, 1983, 430 p.

Delen:
50 jaar Toneelgroep Streven Mortsel

50 jaar Toneelgroep Streven Mortsel

50 jaar Toneelgroep Streven Mortsel

Een belangrijk aspect van het dagelijks leven was en is de vrije tijdsbeleving. Gemeenschappen hebben zich steeds verenigd rond sport, cultuur en muziek, gezamenlijke interesses, verzamelingen,…

Toneel is een belangrijk aspect ervan. In elke wijk en elk dorp werd er toneel gespeeld. Volgens de geldende normen (bijvoorbeeld gescheiden voor mannen en vrouwen), volgens de verzuiling, voor benefieten en ten voordele van scholen- en kerkenbouw, groots opgevat, amateuristisch, met zang en instrument. Elke vorm kwam en komt aan bod. Helaas blijven daarvan soms heel weinig sporen bewaard. En helaas krijgt het toneelleven nog niet de aandacht dat het verdient.

Het jubileum van “Streven” uit Mortsel zorgde voor deze publicatie. Rijk geïllustreerd, vlot van tekst. Ook mooi verdeeld: elke 25 jaar telt een 30-tal pagina’s in het chronologisch overzicht.  Dan een 15-tal pagina’s beschouwingen over bestuur, decor, regie, verenigingsleven. Bekende gezichten die in de rangen van Streven hebben gestaan: Senne Rouffaer, Gerd De Ley, Arnold Willems, Warre Borgmans, Alex Van Haecke en Lea Cousin. Tenslotte een overzicht van de toneelstukken en het palmares.

Een voorbeeld van wat kan gerealiseerd worden rond de historiek van een toneelvereniging.

Marcel Van Lierde, 50 jaar Toneelgroep Streven Mortsel 1944-1994, verschenen oktober 1994, 124 p.

Delen:
Geestelijken uit Ternat

Geestelijken uit Ternat

Geestelijken uit Ternat

Met enige zin om de dingen in een groter perspectief te plaatsen: 900 jaar geestelijken uit Ternat. Het overgrote deel gaat immers over de tijd van het Rijke Roomse leven in Vlaanderen, ruwweg van 1820 tot 1960. Een periode met ongemeen veel roepingen, dat wel. Maar de grote reden van deze omlijsting is vooral dat de auteur het materiaal bijeenbrengt, als een verzamelaar, waarover hij beschikt.

Dat houdt meteen in dat over sommige personen er iets te zeggen valt, en over andere personen niet meer dan een  paar minieme lijntjes verschijnen. Ze verschijnen alfabetisch. Dat maakt het wel makkelijk iemand te zoeken. De samensteller probeert aan elke naam een beeld te koppelen.

Achteraan is een ‘Repertorium’, dat alle ordes en congregaties opsomt die in het boek voorkomen. Misschien was het beter geweest om daarbij de namen te vermelden als een soort overzicht. De lezer heeft niet veel aan een kopje ‘Cellebroeders’ met verder niks. Dat is een gemiste kans.

Onder de titel ‘Slot’ worden op twee pagina’s analyses gebracht. Had deze meer in de schijnwerper gezet en besproken! Het gaat over hoeveel personen naar welke orde gaan, hoe oud ze waren en in welke periode ze binnentraden. Bij dit laatste element een voorbeeld: waarom de 19de eeuw opdelen in twee blokken van 50 jaar, en de twintigste eeuw in blokken van 10 jaar? Het hoogtepunt van de roepingen lag volgens de auteur op het einde van de 19de eeuw en het begin van de 20ste. Maar als je anders gaat indelen, zijn er tussen 1851 en 1900 104 mensen die kiezen voor religieus leven, en tussen 1901 en 1930 zijn er dat 79. Dus procentueel meer dan ervoor.

Uiteindelijk toch wel een verdienstelijke poging om alle geestelijkheid afkomstig van Ternat, Sint-Katarina-Lombeek en Wambeek (er geboren of op het moment van hun intrede er wonende) samen te brengen in een overzicht.

Jozef De Ridder, 900 jaar Geestelijken uit Ternat, Cultuur & Heemkring, s.d., 160 p., ISBN 9789081712309

Delen:
Antwerpen-Centraal. Het mooiste station ter wereld

Antwerpen-Centraal. Gids.

Antwerpen-Centraal. Het mooiste station ter wereld

De spoorwegen hebben ons heel wat geschiedenis gebracht. Veranderde mobiliteit, ontsluiting van moeilijk bereikbare streken, verspreiding van goederen en opinies. Techniek, industrieel erfgoed. Een streep door het landschap, seinhuizen en stations als tempels van de vooruitgang.

Antwerpen-Centraal stond ooit nog op de lijst van te verwijderen gebouwen. In 1975 werd het beschermd. In Brussel hebben ze door het spoorerfgoed de afbraakbol gejaagd. Met als resultaat een aantal gedrochten uit de jaren ’80. Mooie vloeren, maar koud en leeg.

Een gebouw waar de wereld met bewondering naar keek: dat was Antwerpen-centraal met zijn spoorhal. Gebouwd onder impuls van Leopold II, toen de rubber uit Congo vloeide. Een mooi voorbeeld van de toenmalige klasse van de Belgische industrie en ingenieurs.

In dit boekje komt de bouwgeschiedenis, de inspiratie van de architecten, de functie, het onderhoud en de restauratie aan bod. De auteur slaagt erin dat op bevattelijke wijze te doen. Is dit een algehele studie? Neen, het is een gids. Maar dan wel eentje die een overzichtelijk beeld geeft van dit station doorheen de tijd.

Het overwicht ligt bij de foto’s, met wat historische beelden en ook aandacht voor wat er nu te zien is. Goed voor bijna 150 pagina’s. Niet slecht, voor een ‘Gids’.

Een geslaagde realisatie die toch doet nadenken over de titel ‘Het mooiste station ter wereld!’. Misschien wel terecht.

Stan Wagemans, Antwerpen-Centraal. Gids, Leuven Uitgeverij Davidsfonds, 2011, 144 p., ISBN 978-90-6306-629-1.

Delen:
Volksdevotie in West-Vlaanderen

Volksdevotie in West-Vlaanderen

Volksdevotie in West-Vlaanderen

Het leven ging op het ritme van de klokken. Religie had een belangrijke plaats in het leven van onze voorouders. In die mate dat er heel veel sporen van terug te vinden zijn. In het landschap, in huis, in onze taal, in de papieren en archieven. Al veel is er over geschreven, gaande van parochiegeschiedenissen (zoals bv. Koewacht) tot geloof (zoals bv. te Nevele) en bijgeloof (zoals in de visserij).

Walter Giraldo behaalde de titel van licentiaat in de Germaanse filologie. Eigenlijk was hij dus taalkundige. Maar hij hield zich al van 1949 bezig met volksdevotie en mirakelverhalen. Zijn thesis ging over Geboorte, huwelijk en dood in het Brugse volksleven.

In dit werk komt veel van die kennis samen. Hij behandelt de volgende onderwerpen:

  • “Dienen” oftewel op bedevaart gaan. Want ‘dienen’ wordt in West-Vlaanderen in die betekenis gebruikt.
  • Volksdevotie en ziekte of ziek-zijn.
  • Processie en rondgang.
  • De aanrakingsritus en exorcisme of ‘belezen’.
  • Amuletten en gewijde voorwerpen.
  • Invloed van waterbronnen op de devotie.
  • Offeren en magie, zoals ‘de koorts afbinden’.
  • Het offer in natura, (openbare) verkoop van dieren voor een heilige.
  • Ex-voto’s (was, zilver, marmer, schilderijen en prtretten, varia).

Elk deeltje is ongeveer even lang, alleen het laatste is met meer dan 30 pagina’s heel uitgebreid.

Het boek voorziet in registers op heiligen, personen, plaatsen en zaken/dieren. Daarmee kan de vorser zeker aan de slag. De auteur voorzag meer dan 500 voetnoten, waar de geïnteresseerde op kan terugvallen. De bibliografie zet zeker ook op weg. Bovendien is het werk mooi geïllustreerd.

Dit is ongetwijfeld een schat aan informatie voor zowel volkskundige als heemkundige, binnen en buiten de behandelde provincie. Alleen blijft het een opdracht om het te pakken te krijgen, wat genoeg zegt over de waarde die eraan gehecht wordt. Uitgegeven op groter formaat 24,5×32 cm.

Walter Giraldo, Volksdevotie in West-Vlaanderen,  Brugge, Uitgeverij Marc Van de Wiele, 1989, 164 p., ISBN 90-6966-057-1.

Delen:
Aartselaar vandaag

Aartselaar vandaag

Aartselaar vandaag

Vandaag is morgen niet meer vandaag. Dan is het gisteren. Een boek met de titel ‘Aartselaar vandaag’ verschijnt in 1999. Meer dan 20 jaar later hebben we een mooi document in handen over de gemeente op de drempel van de eeuwwisseling.

Deze uitgave kwam tot stand naar aanleiding van het 30-jarig bestaan van de vereniging Handel en Industrie Aartselaar. Logisch dat er heel veel plaats is ingeruimd waarin de leden zich konden voorstellen. Samen een 70-tal pagina’s met uitleg over het bedrijf of de zaak. Een goudmijn voor wie de economische doorsnede van de gemeente toen wil leren kennen. En een mooi voorbeeld van hoe vandaag verzamelen even waardevol is om de historiek van een dorp door te geven.

Verder bevat dit boek nog een woord uitleg over Handel en Industrie (12 p.), de gemeentediensten met stratenplan, een opsomming van de erkende verenigingen met contactadressen en een woordje over kunstenaars van Aartselaar. Een paar verenigingen worden verder kort besproken. Ook kerk, molen en schandpaal, Solhof en het Laar krijgen de eer. Een korte historiek en het gemeentewapen maken alles volledig.

Een aangenaam werk, waarvan de informatieve waarde elk jaar toeneemt.

Freddy Michiels, Aartselaar vandaag, Press-script Wilrijk, 1999, 128 p.

Delen: