Maand: augustus 2021

Ambachten van de Lage Landen

Ambachten van de Lage Landen

Ambachten van de Lage Landen

Ambachten horen onlosmakelijk bij het leven van onze voorzaten. Iedereen die wat opzoekt over eigen familie of gemeente komt er mee in aanraking. Bevolkingsregisters bevatten beroepen. Akten vermelden ook de bezigheden van de aangevers en getuigen. Maar wat hielden die werkzaamheden eigenlijk in?

Dit boek is een mooie leidraad om enkele van die beroepen beter te leren kennen. Tekst en beeld geven een idee van de handelingen en het materiaal. Daarmee is het boek zeker interessant voor wie belangstelling heeft voor oude gebruiksvoorwerpen.

Komen aan bod: bakker, bierbrouwer, boekbinder, drukker, glasblazer, hoefsmid, kaasmaker, mandenmaker, molenaar, pottenbakker, rietdekker, scheepsbouwer, sigarenmaker, tingieter. Het blijft een selectie natuurlijk. Eigenlijk kunnen er nog delen verschijnen, want waar zijn bijvoorbeeld de kleermaker, de ketellapper, de kantklosster, spinner of wever.

Het boek leest vlot en verduidelijkt de opgesomde ambachten. Voor de doe-het-zelver achteraan nog een gidsje om zelf bier, brood, kaas of manden te maken. Het blijft een kind van zijn tijd, toen kermissen met ambachtsmarkten hoogtij vierden. Maar deze laatste gidsjes nemen slechts 15 pagina’s in beslag. Het zwaartepunt ligt echt wel bij kennis maken met de verschillende beroepen.

Louis de Koning, Hans van der Lijke, Jaap Weidema, Ambachten van de Lage Landen, Van Holkema & Warendorf, 1980, 143 p., ISBN 9026947879.

Delen:
De lijn Antwerpen-Gent

De lijn Antwerpen-Gent

De lijn Antwerpen-Gent

Marc Clarysse stelde hier een heel mooi lees- en kijkboek samen. Heel omstandig verhaalt hij  het ontstaan en het wedervaren van de lijn Antwerpen-Gent. De lijn 57, in spoorwegtaal.

Aan de basis lag self-made-man Gustave De Ridder. Hij klom op van ambtenaar tot ‘railroad-tycoon’. Hij richtte de “S.A. Chemin de fer d’Anvers à Gand” op. Het eerste baanvak Sint-Niklaas – Antwerpen-Linkeroever werd ingereden op 6 november 1844. Hij nam initiatief, ontwierp, tekende en bestuurde  ook zelf op die bewuste eerste treinrit de locomotief. De lijn combineerde het eindstation op Linkeroever met een veerdienst naar de eigenlijke stop in station ‘Antwerpen-Waes’.

Het boek ruimt 50 pagina’s in voor de geschiedenis van de hele lijn. Met aandacht voor de modernisering die de redding bleek. De aanleg van een auto-en spoortunnel onder de Schelde (de Kennedytunnel) zorgde voor een hele resem werken aan de lijn. Het spoorverkeer in het Waasland was gered.

Een tweede deel, heel uitgebreid over 175 bladzijden, bespreekt de verschillende stations en stopplaatsen met hun eigen historiek.

Een laatste deel heeft het over het rollend materieel, personeel en de treindienst.

Het boek bevat heel veel fotomateriaal. Een mooi staaltje van gericht collectioneren, die verzameling stofferen en het geheel te boek stellen. Mooi zo! Bij de foto’s wordt steeds de herkomst weergegeven. Wat we wel missen is een overzicht van wat er al over de lijn werd gepubliceerd. Er zijn immers geen referenties.

Een gedegen bijdrage aan de vervoersgeschiedenis van het Waasland of de spoorweg in Vlaanderen.

Marc Clarysse, De lijn Antwerpen-Gent, Mons, 2020, PFT/TSP-uitgave, 292 p., D/20205569/02.

Delen:
100 jaar Volksbond Oostende 1896-1996. Terugblik op een eeuw solidaire inzet voor de medemens in een compilatie van teksten en foto’s

100 jaar Volksbond Oostende 1896-1996

100 jaar Volksbond Oostende 1896-1996. Terugblik op een eeuw solidaire inzet voor de medemens in een compilatie van teksten en foto’s

De Katholieke Volksbond Oostende ontstond in 1896 en kwam tegemoet aan de vraag om bijstand en solidariteit. Binnen de verschillende sectoren verenigden de arbeiders zich. De Metaalwerkersbond, de Houtbewerkersbond, de Bond van de Zeilmakers, … De mannenmutualiteit van 1896 kreeg in 1910 gezelschap van de tegenhanger “Vrouwenkrans”, met alleen vrouwen in het bestuur. Al deze organisaties kregen in 1910 een Algemeen Secretariaat.

Daarnaast zagen heel wat socio-culturele verenigingen het licht: turnen, toneel, biljart, Kajotters, …

Bij die Volksbond hoorden ook lokalen, een prachtig complex verrees in Oostende, dat in de jaren ’70 plaats moest maken voor een zielloze betonnen doos. Bij die lokalen hoorde ook een café. De uitbaters komen in dit boek aan bod.

Het werk geeft een overzicht van de verschillende katholieke initiatieven – van medische zorg tot feestelijkheden- die verbonden waren met de Volksbond en plaats het geheel in de politiek-sociale achtergrond van de tijd.

Heel veel foto’s tonen aan dat het een verhaal was van mensen. De lay-out is verzorgd en de beelden zijn duidelijk.

“Over de Christelijke Arbeidersbeweging in de 19de eeuw te Oostende, vindt men weinig literatuur”. Dat is de allereerste zin van dit boek. Eigenlijk kunnen we stellen dat heel deze beweging (samen met andere politieke tegenhangers) op plaatselijk vlak nog héél wat stof  biedt tot onderzoek.

Deze uitgave ter gelegenheid van de viering van het eeuwfeest op 11 mei 1996 is er zeker een goede aanzet toe.

Luc Piot, Lionel Dewulf, Dirk Wanzeele, 100 jaar Volksbond Oostende 1896-1996. Terugblik op een eeuw solidaire inzet voor de medemens in een compilatie van teksten en foto’s, Oostende, 1996, 104 p., D/1996/7687/1.

Delen:
Louis Lens. De elegantie en de roos

Louis Lens. De elegantie en de roos

Louis Lens. De elegantie en de roos

De “Boomkwekerijen Louis Lens” zijn een begrip in de rozenwereld. Zij werden opgericht in 1870 in Onze-Lieve-Vrouw Waver. Al vlug legden ze zich toe op de rozenkweek en gingen ze zelf rozen kruisen. Zoon Victor legde zich daarop toe. Zijn zoon, Louis Lens (junior) zou een monument worden. In binnen- en vooral buitenland geprezen en gekend. De enige Belgische roos die de internationale top haalde is een creatie van hem: de witte Pascali. Maar Louis was vooral gedreven door in de kruisingen botanische rozen te introduceren. Dat leidde tot prachtige exemplaren zoals “Pleine de Grâce” en “Dentelle de Malines”, om er twee te noemen.

Eigenlijk is dit een bedrijfsgeschiedenis. Louis Lens (junior) vormde het hoogtepunt: het bedrijf kende een ongekende bloeiperiode. Hij krijgt daarom de aandacht. Maar doorheen het boek leer je de hele geschiedenis kennen.

De auteur Ivo Pauwels weet dat op een intrigerende en verhalende manier te doen. Hij voert ons langs de successen en mislukkingen in de veredeling. Langs de moeilijke periode na WOII, waar de kwekerij bij klanten op zoek moest naar de verschillende soorten die ze in het interbellum in de catalogus hadden. Langs de familiale kant van een onderneming.

Dit boek gaat over veel meer dan rozen. Het maakt onlosmakelijk deel uit van de geschiedschrijving van O.-L.-Vrouw-Waver, van de tuincultuur in Vlaanderen en de historiek van land- en tuinbouw in België.

Naast enkele historische documenten beschouwen de afbeelding natuurlijk vooral de bloemen. Maar zonder in de val te trappen van een paar glossy foto’s aan elkaar te rijgen met wat nietszeggende tekst (zoals vele tuinboeken)! Neen, de foto’s ondersteunen de tekst.

Er is een register op rozennamen aanwezig.

De kwekerijen Lens werden overgenomen door de familie Velle en verhuisden naar Oudenburg.

Ivo Pauwels, Louis Lens. De elegantie en de roos, Tielt, Uitgeverij Lannoo, 2000, 176 p., ISBN 902093919X.

Delen:
Hulde aan de Pauselijke Zoeaven van het Land van Beveren en aan Edward De Roeck van Melsele de held van Monte-Libretti

Pauselijke Zoeaven van Beveren

Hulde aan de Pauselijke Zoeaven van het Land van Beveren en aan Edward De Roeck van Melsele de held van Monte-Libretti

Een heel bijzonder boekje, deze hulde aan de pauselijke Zoeaven (in de titel nog op zijn Frans met ou). Het werd uitgegeven naar aanleiding van de honderdste verjaardag van de Slag van Monte Libretti. Zoeaven waren (voor België) vrijwilligers die gingen strijden in het leger van de Pauselijke Staten. We zitten dan volop in het proces van de Italiaanse eenmaking en deze Staten verhinderden dit nationaal streven.

Het werkje gaat in op de achtergronden (was het een verloren zaak?) en geeft een kort historisch overzicht. Dan krijgen we een overzicht met 23 zoeaven uit het Land van Beveren.

Speciale aandacht krijgt Ward De Roeck van Melsele, de held van Monte Libretti. Daar namen op 13 oktober 1867 slechts 87 Zoeaven het op tegen een overmacht van 1200 man. Bijzonder: in deze brochure krijgen we maar liefst twee pagina’s bibliografie over dit feit.

Tenslotte nog een woord over de Zoeaven in het werk van Guido Gezelle.

Dit is een zeer zeldzaam geworden werkje.

Karel De Cock, Hulde aan de Pauselijke Zoeaven van het Land van Beveren en aan Edward De Roeck van Melsele de held van Monte-Libretti, Beveren, 1967, 36 p.

Delen:
Brugse humor in de geneeskunde

Brugse humor in de geneeskunde

Brugse humor in de geneeskunde

Elk dialect heeft zijn eigen klank en zijn eigen leefwereld. Die is opgebouwd uit de taal, maar ook uit die unieke manier van de  wereld zien. Daarin komen elementen voor uit de leefomgeving: figuren, beelden, kleuren, gebeurtenissen.

De auteur heeft oog en oor gehad voor dat taalgebruik. Specifiek dan gekoppeld aan wat hij elke dag beroepshalve te horen kreeg: de Bruggeling met klachten, ziektes en plagen. Die zich soms eens versprak bij al die moeilijke medische termen.

Hij brengt deze uitspraken en dit specifiek volks jargon samen per onderwerp. Het leest als een verhaal van ongemakkelijkheden van de wieg tot het graf. Per thema komen de onderdelen met de verschillende wijzen waarop een Bruggeling het verwoord of zou verwoorden. Bijvoorbeeld bij de spijsvertering: onwel zijn, maagklachten, darmklachten, winden. De typische Brugse dialectwoorden vindt de lezer onderaan de bladzijde verklaard. Dat maakt het lezen gemakkelijk, ook voor wie het dialect niet machtig is.

Het spreekt voor zich dat het geheel een mengelmoes is van soms serieuze problemen die door de omschrijving op de lachspieren werken. Want rond en sappig vindt het dialect steeds zijn weg naar de beste omschrijving.

Een mooie prestatie om de levende taal in een specifieke context te registreren. En toegankelijk, dat bewijzen de talrijke herdrukken van dit boekje.

William De Groote, Brugse humor in de geneeskunde, Brugge, Uitgeverij Marc Van de Wiele, 1990, ISBN 9069660786, 96 p.

Delen:
Molse Tijdingen 24, Mol, 2016

Molse Tijdingen 24

Molse Tijdingen 24, Mol, 2016

Dit jaarboek komt tot stand doordat de werkgroep Molse Tijdingen, de Kamer voor Heemkunde, Geschiedenis en Familiekunde en het Gemeentearchief Mol de krachten bundelen.

Verschillende auteurs brengen een heel gamma aan bijdragen: 256 pagina’s voor 21 artikels. Daarbij een fotoreeks over Rauw die in vier is gespreid over het boek. Andere bijdragen gaan ook dieper in op het verleden van deze wijk: Rauw in de Gazet van Moll tijdens het interbellum; het lanschap in Rauw, Postel en Stevensvennen en KVV Rauw Sport.

Als personaliteiten: vrederechter Raphaël Delfosse, politicus Charles de Broquelville, het ongeval van Jan van Poelvoorde te Ezaart en de broers Mortier.

We stippen verder aan: de postgeschiedenis van Mol, het station van Mol, de grenspalen, het grenspunt Borrenberg, Claessen of Klaassen in Postel (later sigarenmakers in Hapert) en de verwikkelingen rond Postel ca. 1800-1840.

Kunst en cultuur komt aan bod in een artikel over de directeurs van de muziekacademie en de beeldhouwer Aloïs  Van Gool.

Een terugblik op nieuws van een eeuw geleden maakt het geheel volledig.

Het geheel is rijk geïllustreerd en de artikels bevatten bronvermelding.

Div. auteurs, Molse Tijdingen 24, Mol, 2016, 256 p., D/2016/4.268/2.

Delen:
Een school met een visie. Abdijschool van Zevenkerken 1910-2010

Abdijschool Zevenkerken 1910-2010

Een school met een visie. Abdijschool van Zevenkerken 1910-2010

Gelieve ons te verontschuldigen indien voor U, lezers, een aantal namen of feiten niet genoeg aan het licht is gekomen. In de eerste plaats willen wij met dit boek een sfeer herscheppen, maar dan een historisch naslagwerk maken. Deze twee zinnetjes staan achteraan in het boek. Ze geven goed de bedoeling aan. Er zijn schoolgeschiedenissen die droog de historiek weergeven (bijvoorbeeld Rijksonderwijs te Sint-Truiden). Er zijn anderen die proberen de sfeer weer te geven, zoals Sint-Amandus te Gent. Beiden schieten tekort. Het is goed dat zelf te beseffen en geen ongenode verwachtingen te scheppen. Dat vraagt keuzes. En laten we niet vergeten dat zo’n boek ook ergens uithangbord wil zijn.

De auteur en medewerkers deelden het materiaal op in drie: 100 jaar geschiedenis, een school met een visie en alumni.

De geschiedenis verhaalt het ontstaan en de uitbouw van de school, opgehangen aan de verschillende diensttijden van de rectoren. Een laatste stuk behandelt de meisjesafdeling “Bethanië” die in 1969 het licht zag. Geen enkele verwijzing, geen bibliografie. De laatste zin van het boek in gedachten is dat te begrijpen. Maar dat kon toch -voor een eeuwfeest- wat meer onderbouwd.

Het twee deel zoekt naar de eigenheid van de Abdijschool Zevenkerken. Rond enkele wijsheden die de school hoog acht, worden getuigenissen en initiatieven samengebracht. Samen moeten ze de ‘sfeer’ scheppen die de instelling typeert.

Enkele alumni schrijven een paar woorden neer, waarin ze ook de school trachten te vatten. Tenslotte enkele mijlpalen uit ‘Le Trait-d’Union’, het schoolblad dat in 1923 voor het eerst verscheen.

Het geheel is overvloedig geïllustreerd met foto’s, dikwijls op een groter formaat. En daar toch enige kritiek: er is zéér weinig getracht namen op de gezichten te kleven. Wat een misser, want dat geeft toch een meerwaarde aan de beelden. Zo zien we twee bladzijden groepsfoto’s, maar wie is wie? Leerkrachten en rectoren worden genoemd, maar het zijn toch zeker de leerlingen die in de eerste plaats school maken?

Een zeer verzorgde uitgave, vooral helder afgedrukte foto’s op een iets groter formaat papier.

Bij het boek hoort een Cd-rom. Alleen… 10 jaar later: de apparatuur om deze data te openen zit niet meer standaard bij een laptop of PC. Papier is geduldiger… boeken zeker!

Div. auteurs, Een school met een visie. Abdijschool van Zevenkerken 1910-2010, Tielt, Lannoo, 2010, 175 p.

 

Delen:
Looi Literair. Tessenderlo en zijn schrijvers

Looi Literair

Looi Literair. Tessenderlo en zijn schrijvers

Looi Literair. Een korte titel. Maar petje af voor dit werk. Want alhoewel er al op heemkundig vlak artikels aan literaire aspecten van een gemeenschap werden gewijd, zeldzaam zijn de boeken die systematisch op zoek gaan naar schrijvers en literair erfgoed – zoals bijvoorbeeld het werk over Kortrijk. En dat doet dit werk.

Het boek opent met een zoektocht naar ‘Tessenderlo’ in de Vlaamse literatuur, literaire locaties in de gemeente en de band van ‘de fabriek’ met het literaire gebeuren (ca. 50 p.).

Dan komen de vier grote namen aan bod: Alice Nahon, Minus van Looi, Broeder Max en Louis Verbeeck (rspectievelijk een 20, 35, 15 en 40 p.).

Heel mooi is het stuk ‘groei en bloei van de Looise revue’. Het gaat niet zozeer over de opvoeringen, maar wel over de schrijvers. Waar kwamen de teksten vandaan? Meestal uit eigen midden blijkbaar.

Tenslotte volgt een chronologisch van het literair leven te Tessenderlo tussn 1987 en 2017. De bibliografie is opgevat als een overzicht van artikels of publicaties van Looienaars over wie literair werkzaam was te Tessenderlo. Er is nog een namenregister ook.

Het geheel is zinvol geïllustreerd, met zowel foto’s als covers van uitgegeven werken, bidprentjes en documenten.

Jos Van Thienen, Peter Meert, Looi Literair. Tessenderlo en zijn schrijvers, Tessenderlo, Gemeentelijke Evenementencel, 2017, 240 p., ISBN 9789090306582.

Delen: