Maand: december 2021

De marionetten in België

Marionetten in België

De marionetten in België

Het poppenspel heeft eeuwenlang bedelaar en koning vermaakt. De poppen vertolken op het podium elke scherts en traan en daarbij komt kritiek op maatschappij steeds mee loeren. Het t-poppentheater is zo de draaischijf van legendes, tradities, sprookjes, verhalen, schokkende feiten en kritisch debat. Het volk kijkt, geniet, lacht en begrijpt. Iedereen herkent zichzelf wel ergens in één of ander personage.

De aandacht gaat vooreerst naar een historisch overzicht en de algemene kenmerken van het poppenspel. Daarna volgen besprekingen per lokaliteit: Sinaai, Antwerpen, Luik, Brussel, Gent, Bergen en Doornik. Tenslotte nog een nabeschouwing over marionetten in Europa.

Er is een (heel) beperkte bibliografie aanwezig. Het werk is goed geïllustreerd.

De tekst is uitgevoerd in drie talen. Door dat te doen in drie kolommen per bladzijde, leest het boek door. Je hebt zo zeker niet het gevoel dat je bladzijden moet overslaan en je weet waar op elke bladzijde je moet kijken. Het Nederlands staat in de middelste kolom. Het lijkt wel dat het een vertaling is vanuit het Frans, dat net iets vlotter leest. De zinsstructuur in het Nederlands bijvoorbeeld lijkt soms een vertaling te volgen. Dat in het Nederlands het lidwoord in de titel van het boek zou wegvallen, is al een wegwijzer in die richting. Mardaga is ook een Franstalige uitgeverij.

Elisabeth Van der Elst, De marionetten in België, Mardaga, 1997, 160 p., ISBN 2870096593.

Delen:
De Zwaanridders van Kleef-Ravenstein en Roeselare

Zwaanridders en Roeselare

De Zwaanridders van Kleef-Ravenstein en Roeselare

Michiel De Bruyne (1927-2009) zorgde van rond 1960 voor ontelbare heemkundige bijdragen over Roeselare en omgeving.

Hij heeft het in dit werk eerst over de Zwaanridders van Kleef en hun band met Vlaanderen en Roeselare. Daarna komen aan bod: Ridder Adolf V van Kleef, Hertog Filips van Kleef en Ravenstein, bastaard Johan van Ravenstein. Tenslotte gaat hij ruim in op het praalgraf van Ravenstein, dat werd verwijderd en naar Gent overgebracht. Het kwam uiteindelijk weer naar de Roeselaarse Sint-Michielskerk terug.

Het boekje is eenvoudig uitgevoerd (kopie), maar geïllustreerd. Deze illustraties vallen nog mee, sommige zijn iets donkerder, maar niet onoverkomelijk. Enkele zijn in kleurenkopie.

Er is een voetnotenapparaat aanwezig.

Dit werkje is moeilijk te vinden. Met wat geluk verschijnt het eens op de tweedehandsmarkt.

Michiel De Bruyne, De Zwaanridders van Kleef-Ravenstein en Roeselare, Roeselare, 1999, 99 p.

Delen:
Gents Erfgoed – Het patershol

Het patershol Gent

Gents Erfgoed – Het patershol

Gilbert Boerjan tekende heel wat Gent en omgeving bij elkaar. Zoals Honderd O.-L.-Vrouwkapelletjes te Gent of het boek Verdwenen werkmanswoningen te Mariakerke.

In dit boek komen 43 tekeningen, aquarellen of olieverfschilderijen samen rond het thema Het Patershol. Elke afbeelding krijgt één pagina met een zinnetje uitleg. Dit is eigenlijk de catalogus van de tentoonstelling, als deel twee in de reeks “Uit het Gents Museum voor Volkskunde”.

Renaat Van der Linden, een naam als een klok in het milieu van volkskunde, geeft een intro over de artiest. Gustaaf Weze, van de Commissie van het Gents Museum voor Volkskunde, laat een paar pagina’s beschouwingen los over Het patershol.

R. Van der Linden, G. Weze, Gents Erfgoed – Het patershol, Gent, 1975, 60 p.

Delen:
Beauvoorde, cultuurdorp

Beauvoorde cultuurdorp

Beauvoorde, cultuurdorp

Beauvoorde, dorp dat in 1970 zelfstandigheid kreeg. Vinkem en Wulveringem gingen toen een samenlevingscontract aan. Veurne slokte het nieuwe verbond in 1977 op. We zitten knal in de Westhoek, waar de Franse grens lonkt.

Het boek geeft als inleiding een kort overzicht van algemene weetwaardigheden over het dorp.

Dan ligt de focus op het cultuur- en kunstleven. En dat was niet min in de periode 1970-1990. Beauvoorde had 15 zomertentoonstellingen gehad rond kunst. En niet de minste: Servaes, Claus, Permeke,…  Een tweede deel gaat in op Beauvoorde en de literaire kunsten. Er is aparte ruimte voor de functie van het kasteel van Beauvoorde en de familie die het in bezit heeft.

Die delen worden omsloten door een poging om samen te brengen wat Beauvoorde is: geschiedenis, dorpsaard, gebruiken, en de plaats van de kunst in het dorpsleven. De wisselwerking tussen een dorp in de Westhoek en de eigen aard van de Vlaamse kunst komt in dit boek sterk naar voor.

Onder de auteurs ook Anton Van Wilderode.

Diverse auteurs, Beauvoorde, cultuurdorp, Gemeentekrediet, 120 p., 1989, 120 p., ISBN 905066055X.

Delen:
Aalst en haar souvereine Gûlde

Aalst en haar souvereine Gûlde

Aalst en haar souvereine Gûlde

De auteur is architect. En als een architect geeft hij dit boek vorm: elk lettertje gaf hij zelf vorm, in die typische stijl van een architectenplan. Hij maakt van elke pagina een plaatje door ze te verluchten met tekening of aquarel die past bij de bijgaande tekst. Hij vindt zijn inspiratie tot tekenen overal: in archiefstukken, maar ook in de wereldkunst van elke tijdsperiode. Rode draad is de geschiedenis van Aalst en in het bijzondere de soevereine Gûlde van Sint-Catharina.

We krijgen verder nog uitleg bij de kunstschatten van de Sint-Catharinakapel in de Sint-Martinuskerk. Ook de ambten bij de Catharinisten, samen met de beschrijving van de archiefboeken en de evolutie van de Gûlde.

Maar bovenal, een kijkboek, waar elke pagina als een affiche oogt, in de tijd dat deze nog echte kunstwerken waren. Het is een andere opvatting dan het bekende concept van ‘doorlopende tekst’. Maar getuigt vooral ook van de liefde van de auteur voor zijn stad. Wat een titanenwerk.

Ongetwijfeld zal dit boek bij iedereen die het openslaat verbazing oproepen. Na de eerste gewenning aan de aanpak (het werken met zoveel lettertypes door elkaar) valt de frank en groeit de appreciatie elke bladzijde. Op p. 120 van het boek zien we bijvoorbeeld de H. Catharina, uitgevoerd in Jugendstil naar G. Klimt) met op de pagina daarnaast een pagina uitleg over het toneel in de periode 1885-1920. Gewoon geweldig!

Het grote formaat 24,5×33 cm doet bovendien alles zeker tot zijn recht komen.

Walter Van Herreweghe, Aalst en haar souvereine Gûlde, Aalst, 1994, 197 p., ISBN 9054661291.

Delen:
Herkenrode. Abdij en levend monument

Herkenrode. Abdij en levend monument

Herkenrode. Abdij en levend monument

De abdij van Herkenrode, gelegen in Kuringen bij Hasselt, was een speler van formaat in de regio. De invloed rijkte ver en de nalatenschap is groot. Niet alleen de abdijgebouwen zelf, ook het landschap, de refugiehuizen, molens en andere eigendommen in naburige dorpen en steden, het verspreid geraakte kunstpatrimonium (waarvan enkele Vlaamse topstukken) spreken tot de verbeelding.

Tien bijdragen van negen auteurs brengen de bewogen geschiedenis van de abdij van de stichting tot de start van de restauratie van de afgetakelde gebouwen eind 20ste eeuw.

We sommen op: de cisterciënzerorde inde Nederlanden, de eerste eeuwen van herkenrode, de 14e tot de 16e eeuw, de 17e en 18e eeuw beslaan het ancien regime. De abdijgemeenschap als organisatie komt aan bod in “dames, susters ende broeders”. De band met de Loonse gemeenten vormt deel zes. Het onroerend erfgoed als woon- en gebedsruimte en het roerende erfgoed komen apart aan bod. Deel negen bespreekt de privatisering en aftakeling sinds de afschaffing na de Franse Revolutie. Een laatste deel kijkt naar de toekomst, met de restauratie en nieuwe bestemming.

Het boek werd voorzien van passende illustraties. De bijschriften daarvan zijn drietalig, maar gelukkig in kleine druk.

Herkenrode. Abdij en levend monument, Ortelius, Deurne, 2002, 160 p., ISBN 9057201526.

Delen:
Lierse kant. Van laken tot kant

Lierse kant. Van laken tot kant

Lierse kant. Van laken tot kant

Op de website kempen.be wordt zeer treffend uitgelegd wat Lierse kant uniek maakt: “De Lierse Kant is een unicum binnen de kantwereld, want het is geen kloskant, maar handborduurwerk op machinaal geweven tule. Naast deze Lierse kant werd Lier ook wereldbekend met het perleren. Pareltjes en pailletten worden met kettingsteken op tule geborduurd om zo luxueuze handtassen en avondjurken te creëren.”

De Vzw Gilde Heren van Lier bracht vanaf 1973 een aantal werken in (her)uitgave die belangrijk waren voor het Lierse cultuurgoed. Dat er ook aandacht kwam voor kant was slechts een kwestie van tijd.

Dit uitgebreid en geïllustreerd boek gaat eigenlijk in vier delen de uiteenzetting aan.

  • Een korte situering van de herkomst van kant.
  • Het Lierse borduurwerk in de 16de eeuw: expansie, bloei en verval; techniek en organisatie van de borduurwerkers; oplijsting van deze laatste.
  • Lierse kant: wat is het, ontstaan en groei, technieken, scholen.
  • Borduren, parels en pailletten, Cornely borduurwerk.

Er is een bibliografie -zij het niet zo uitgebreid- aanwezig. Het deel over de 16de eeuw heeft een notenapparaat. Mooi ingebonden in kunstleren band.

Arthur Lens, Herman Van der Wee, Felix Van Loock, Josée Van Pelt, Luk Ceulemans (Red.), Lierse kant. Van laken tot kant, Lier, Gilde “Heren van Lier” VZW, 1989, 216 p., D/1989/2311/1.

Delen: