Steve

Kijk op het Waasland

Kijk op het Waasland

Kijk op het Waasland

Een fotoboek over het hele Waasland, wat een onderneming! Maar, zoals we lezen in het voorwoord, het was niet de bedoeling om volledig te zijn. Te veel hooi op de vork? Neen, zeker niet. Deze bloemlezing van beelden uit “Het Soete Lant van Waes” maakt mogelijk het typische van een hele streek te vatten. Waar zit hem dat nu, dat Waasland? Wat maakt deze regio anders dan andere regio’s? Het plaatsen van de beelden naast elkaar maakt mogelijk één en ander aan te voelen.

Het Waasland omvat tien gemeenten (voor de fusies: 32): Moerbeke, Waasmunster, Lokeren, Stekene, Sint-Gillis-Waas, Sint-Niklaas, Temse, Kruibeke en Beveren in Oost-Vlaanderen en Zwijndrecht in de provincie Antwerpen. Eigenlijk mag Linkeroever er ook bij geteld worden, aangezien het tot 1923 deel uitmaakte van Zwijndrecht.

Het boek is eigenlijk wel slim opgevat. Alles wordt volgens thema samengebracht. Met summiere maar voldoende uitleg komen volgende onderwerpen aan bod.

  • Het Waasland, met 12 pagina’s foto’s van dorpszichten, acht per blad. Voldoende om een beeld te vormen van het Wase dorp.
  • Molens
  • Hoeven
  • Kapellen
  • Nijverheid (blokmakerij, kant, schaapherders, mandenmakerij, vlas, steenbakkerij, scheepsbouw)
  • De Wase Scheldekant

Dit is een mooi boek. De foto’s zijn duidelijk afgedrukt en het geheel nodigt uit tot kijken en bladeren. Het is geen geschiedenis, geen overzicht, maar wel een mooi geheel. Dat het tot een herdruk kwam, toont aan dat het goed ontvangen werd.

Werner Smet, Kijk op het Waasland, Sint-Niklaas, Hobbyclub “De Verzamelaarsvrienden” Nieuwkerken, Uitgeverij Ten Bos, 1977 (2de druk), 220 p.

Delen:
Blik op Baasrode. Een eeuw dorpsgeschiedenis in woord en beeld 1850-1950

Blik op Baasrode

Blik op Baasrode. Een eeuw dorpsgeschiedenis in woord en beeld 1850-1950

Baasrode, een gemeente aan de Schelde en nu deel van Dendermonde, heeft een rijke geschiedenis. Dat is althans op te maken uit het feit dat het dorp in 2021 te vieren heeft: 1200 jaar Baasrode. Een lijvig boek moet dat allemaal ondersteunen.

Er is over deze gemeente al meer verschenen. Een heemkundige kring met de naam Baceroth geeft een tijdschrift uit en publiceerde een paar boeken.

Voor deze kring bestond, was het wat op de honger zitten. Uitgeverij Het Streekboek zag die leemte en vroeg in 1997 aan twee historici om hun expertise bij elkaar te leggen. De ene op economisch vlak (scheepswerven), de andere op politiek vlak. Resultaat dit boek.

Er zijn 6 delen, die goed de achtergrond van de schrijvers laten zien:

  1. Bevolkingsevolutie (3 p.)
  2. Parochieleven, dorpsleven, onderwijs en kunst (54 p.)
  3. Dorpspolitiek (28 p.)
  4. De Schelde en het veer (3 p.)
  5. Industrie (23 p.)
  6. Schippers en vissers (2 p.)

In het voorwoord, dat dikwijls overgeslagen wordt of door één of andere notabele wordt volgeschreven met lovende woorden, enige kritiek. Bijvoorbeeld het vlug voorbijgaan aan de Tweede Wereldoorlog met verzet en collaboratie. Of het quasi ontbreken van gegevens over de actieve communistische partij. Het spreekt voor het boek dat zo in eigen boezem gekeken wordt.

Nu, deze uitgave bevat veel meer informatie dan wat gebruikelijk was in een kijkboek van deze uitgeverij. De vele foto’s, ook uit privébezit, vormen een waardevol geheel op zich.

Dat het boek vlug was uitgeput en eigenlijk zo goed als nergens in het tweehandscircuit opduikt, zegt genoeg over hoe het in Baasrode werd ontvangen.

Er kon gekozen worden tussen een gewone editie en luxe-editie (met stofwikkel).

Joris Gijsen en Yves Segers, Blik op Baasrode. Een eeuw dorpsgeschiedenis in woord en beeld 1850-1950, Nieuwkerken-Waas, 1997, 121 p., D/1997/3926/01.

Delen:
Izegem vroeger en nu

Izegem vroeger en nu

Izegem vroeger en nu

Een kort overzicht van het verleden van Izegem (9 p.) wordt gevolgd door een bibliografie over Izegem. Deze is wel zeer summier. Er volgt nog een woordje over het stadswapen.

Voor heraldiek is er ook plaats: een tiental bladzijden geven de wapenschilden van de heren, graven en prinsen, de heerlijkheden, kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders afkomstig van Izegem en Izegemse families. Een lijst van burgemeesters van Izegem en Emelgem (met foto indien beschikbaar) sluit af.

Een grote brok vormt het deel met stadszichten: de straten, kerken, scholen, openbare gebouwen, waterlopen en bijzondere gebouwen.

Een ander groot stuk zijn kaarten en plannen, waarvan een paar uitplooibaar.

Een laatste groot deel wordt gevormd door het verenigingsleven, de ambachten en folklore. Dat laatste is eigenlijk ‘varia’ want daaronder vallen de markten, fietsen, bedevaartvaantjes en noodgeld uit WOI. Maar wat betreft de verenigingen: daar is getracht de namen van de gefotografeerden te achterhalen. Dat is toch een meerwaarde.

De inhoudsopgave geeft eerder de onderwerpen per onderdeel alfabetisch weer en fungeert zo als een register bij de foto’s.

Kleine foutjes komen voor, zoals in vele werken wel eens gebeurt. Het zou niet moigen, maar ze sluipen er tussen. Zo bv. op p. 33 waar Mgr. Bruno Van Hove, huisprelaat van de paus, geboren wordt in 1719 en overlijdt in 1891. Onwaarschijnlijk natuurlijk.

Het boek werd mooi ingebonden. Alles is zwart-wit, gezien het uitgavejaar zeker logisch aangezien kleurendruk zeer duur was. Maar sommige beelden worden daardoor wel iets te donker. Maar toch verzamelt het werk doorgaans goed afgedrukte beeldmateriaal.

Antoon Vandromme (Red.) en Heemkring Ten Mandere, Izegem vroeger en nu, Izegem, 1974, , Uitgeverij Hochepied, 318 p., D/1974/1907/1.

Delen:
Mijnen. Limburgse koolputters spreken

Mijnen. Limburgse koolputters spreken

Mijnen. Limburgse koolputters spreken

Over de mijnen is al heel wat geschreven. Maar alles? Neen! De oudere uitgaves hadden veelal een heroïsch karakter. Hoe de ontdekking van de kool en de verwezenlijkingen van de ingenieurs toch zoveel bijgebracht hadden aan de positie van België als industriële grootmacht. Over de ontwikkeling van de mijn, de groei, de innovaties.

In het boek over de mijn te Beringen wordt die leemte stilaan ingezien. De mijn, dat is ook en vooral de mensen onder en boven de grond.

De Projektgroep Mijnwerkersgeschiedenis bracht getuigenissen van de koolputters samen. Geen ellenlange exposés, maar korte stukjes van een paar zinnen. Gegroepeerd volgens een thema. Zo leest alles aan elkaar als een terugblik uit één mond.

Zo komt een stuk arbeidersgeschiedenis uit de beginperiode van de Limburgse mijnindustrie terug tot leven. Geen romantische terugblik, maar de harde realiteit.

Het werk is rijk geïllustreerd. Achteraan een kleine verklarende woordenlijst van typische mijnwerkerstermen die in het boek voorkomen. Een kleine inhoudstafel ook, zonder paginanummers. Die zijn er niet in het boek.

Het is onduidelijk van wie de teksten zijn of wie de interviews deed en alles tot één geheel verwerkte.

Mijnen. Limburgse koolputters spreken, Berchem, 1981, Uitgeverij Epo, ISBN 90-6445-5929.

Delen:
Het kaart- en goederenboek van de abdij van Zwijveke

Goederenboek der abdij van Zwijveke

Het kaart- en goederenboek van de abdij van Zwijveke

De vrouwenabdij van Zwijveke lag aan de Dender in wat nu Sint-Gillis-Dendermonde is. Ze was invloedrijk in de regio. Er blijft niets meer van over. Althans, op die plek. Recent archeologisch onderzoek -op de terreinen komt een gevangenis- is recent ondernomen door een firma dat het record snelheid in putten graven en dichtsmijten wou breken. Een klucht in één bedrijf. Maar soit.

Maar de abdij had wel meer goederen dan alleen het klooster. Binnen de stadsmuren van Dendermonde (met refugiehuis), in Opwijk, Lebbeke, Appels, Denderbelle, Buggenhout, Oudegem, Massemen, Baardegem, Moorsel, Mespelare. Verder nog belangrijke tienden in onder meer Hamme, Berlare en enkele van boven genoemde gemeenten.

De auteur geeft de historiek van de cisterciënzerinnenabdij en het belang van het landboek en hij bespreekt de goederen en rechten. Dat alles in zo’n 90 bladzijden. Minutieus en grondig pakt hij dit aan, voorzien van de nodige referenties.

In het tweede deel komt de inhoud aan bod: de tekst van het landboek. Waar mogelijk met kaartmateriaal geïllustreerd. Een uitgebreid register op persoonsnamen maakt dit deel zeer toegankelijk, o.a. voor genealogische vorsers.

Een mooie bibliografie is aanwezig.

Tenslotte een derde deel met de anastatische reproductie van ket kaart- en goederenboek, zowel de tekst als de kaarten. Alles in kleur. Meegaand worden de percelen nog eens uitgezet op de Popp-kaart.

Dit is een referentiewerk in groot formaat, letterlijk en figuurlijk. Een schat aan bronmateriaal voor de geschiedenis van deze gemeenten en het Land van Dendermonde. Is momenteel zwaar onderschat en kan dus voor een faire prijs worden aangekocht op de tweedehandsmarkt.

Leo Pée, Het kaart- en goederenboek van de abdij van Zwijveke (1737-1738), Buitengewone Uitgaven van de Gedenkschriften van de Oudheidkundige Kring van Dendermonde N° 31, Dendermonde, 2012, 457 p.

Delen:
Het Wulpen, Oostduinkerke en Koksijde van toen

Het Wulpen, Oostduinkerke en Koksijde van toen

Het Wulpen, Oostduinkerke en Koksijde van toen

In dit boek komt heel wat materiaal over de huidige gemeente Koksijde met zijn twee deelgemeenten Wulpen en Oostduinkerke samen.

De foto’s beslaan ongeveer de jaren 1890 tot 1940. Voor Sint-Idesbald en Koksijde-Bad betekende dit uiteraard een periode van grote evolutie. Zij ontwikkelden zich tot toeristische centra, zoals in de buurt ook Nieuwpoort-Bad.

Aangaande Wulpen, qua inwonersaantal een klein dorp, is vanzelfsprekend het materiaal beperkt. Er komen 23 foto’s aan bod. Voor Oostduinkerke stijgt dat naar zo’n 50 en voor Koksijde is dat nog eens het dubbele.

Bij elke foto is getracht een duiding te geven en zo mogelijk namen te kleven op de gezichten.

Elke woonkern krijgt bovendien een beknopt historisch overzicht.

Misschien kon een bibliografie op het einde een meerwaarde geboden hebben om de lezer op weg te zetten naar meer literatuur.

Maar zeker een verdienstelijk werk dat een beeld schept van deze gemeente nu een dikke eeuw geleden.

Bert Bijners, Godgaf Dalle, Het Wulpen, Oostduinkerke en Koksijde van toen, Uitgeverij Marc Van de Wiele, Brugge, 1984, 118 p., D/1984-2995-2.

Delen:
De kasteelheren van Gaasbeek

De kasteelheren van Gaasbeek

De kasteelheren van Gaasbeek

Eerder kwam al een boekje van Renson aan bod, over het Kasteel van Gaasbeek. Hij was van 1963 tot 1979 conservator.

Deze uitgave kreeg een ruime titel: de kasteelheren van Gaasbeek. Maar eigenlijk gaat het over de familie de Scockart – de Tirimont tussen 1687 en 1796. Zij kochten de goederen van l’Escornet en kregen daarmee het heerlijke gezag in Sint-Kwintens-Lennik en Sint-Martens-Lennik, Gaasbeek, Vlezenbeek, St.-Laureins-Berchem en Elingen.

Enkele genealogische aantekeningen samen met een schets van de persoon en levensgebeurtenissen   vormen de ene helft van deze brochure. De bijlagen nemen de andere helft in beslag: een huwelijkscontract (Frans), een inventaris van goederen (Nederlands), het dagboek van de conferenties van Rijswijk, vertaald uit het Spaans naar het Frans.

Een elftal illustraties verluchten het geheel.

A. Renson en M. Casteels, De kasteelheren van Gaasbeek, s.l., [ca. 1973], 48 p.

Delen:
De speler en de strop. Tweehonderd jaar theater in Gent

Tweehonderd jaar theater in Gent

De speler en de strop. Tweehonderd jaar theater in Gent

Boeken over de geschiedenis van het theater met heemkundige inslag zijn zeer schaars. Sommigen hebben het al aangedurfd het toneelverleden van stad of dorp in kaart te brengen. Maar op vele plaatsen blijft het een blinde vlek.

In dit werk buigen verschillende auteurs zich over een veelzijdigheid van facetten van het theaterleven. De inleiding bekijkt de relatie tussen de stad en de schone kunsten. Verder dan komen aan bod in een apart essay:

  • Het theater in de 19de eeuw
  • De operettecultuur in Gent 1860-1940
  • Het jeugdtheater
  • Komisch theater (Van Peene, Hendrikx, Martens)
  • Kamertheaters in Gentse context
  • Proka en de Zwarte Zaal
  • Politiek theater
  • Stadstheater Gent vijftig jaar
  • D Vooruit, Nieuwpoorttheater en Victoria
  • Op zoek naar sporen van dans in Gent
  • Het theater van Eric De Volder
  • Toneelopleidingen in Gent

Het boek is rijk geïllustreerd, bevat een index en bibliografie.

Natuurlijk is het een keuze, maar we missen een beetje het poppentheater, toch iets waar Gent zelfs voor gekend is. De schamele vier pagina’s onder ‘Jeugdtheater’ is echt wel weinig.

P. Allegaert, E. Coussens, E. Peeters (Red.), De speler en de strop. Tweehonderd jaar theater in Gent, Uitgeverij Snoeck, 2005, ISBN 90-5349-555-3

Delen:
Het oude Grembergen in beeld

Het oude Grembergen in beeld

Het oude Grembergen in beeld

Uitgeverij Het Streekboek bracht in de jaren ’90 een hele reeks dorp-kijkboeken uit. Zij zocht daarvoor lokale verzamelaars of heemkundigen aan. Het oude Grembergen in beeld is eentje uit die serie.

De Werkgroep Geschiedenis Grembergen 135 beelden samen die een beeld schetsen van de verschillende wijken van het dorp. Ze worden voorzien van de nodige uitleg om één en ander te kunnen situeren. Het zwaartepunt ligt in de periode 1900-1940. Een paar recentere foto’s illustreren nog aanwezige oude merktekens of toen reeds verdwenen gebouwen.

Er zijn niet echt groepsfoto’s opgenomen, maar waar mogelijk werden mensen op de beelden geïdentificeerd.

Heel nuttig is het kaartje die het achterste schutsblad bezet. Daarop zijn de nummers van de foto’s aangebracht, zodat oriënteren heel makkelijk is. De verspreiding van de nummertjes op de kaart maakt tegelijk duidelijk dat de samenstellers hebben getracht materiaal van over de hele gemeente samen te brengen.

Alles is tamelijk groot afgedrukt in goede kwaliteit, zodat het aangenaam kijken is in plaats van turen naar te kleine prentjes.

De laatste twee foto’s gaan over de begrafenis van Grembergen op 26 december 1976. Op 1 januari 1977 ging deze gemeente immers op in Dendermonde.

Het oude Grembergen in beeld, Werkgroep Geschiedenis Grembergen, 1998, 96 p.

Delen:
Hoe zij groeiden technische scholen Vilvoorde

Hoe zij groeiden

Hoe zij groeiden technische scholen Vilvoorde

Er zijn twee titels nodig. Naast Hoe zij groeiden ook nog Geschiedenis der technische scholen van Vilvoorde (1864-1954) en van de oudleerlingebond der technische scholen van Vilvoorde 1904-1954. Dus 90 jaar school en 50 jaar oudleerlingenbond. Daar zijn al twee bladzijden voor gebruikt. De schrijver heeft ook drie voornaamletters nodig en de volle titel van “doctor in de geschiedenis”. Hoe hij dan met deze prul durft afkomen, is een raadsel.

Niet overtuigd? Het geheel telt 64 pagina’s. Daarvan zijn we er al 3 kwijt aan titelpagina’s. Nog een grafiek van het leerlingenaantal en een voorwoord van twee bladzijden. Vanaf pagina 39 echter beginnen de bijlagen. Resten er dus 39-3-1-2=33 pagina’s. De oudleerlingenbond neemt daarvan nog eens 11 pagina’s in beslag. Bilan: 22 pagina’. Het aantal bibligrafische verwijzingen is summier.  

Waarom deze opsomming? Om aan te halen dat een resem academische titels niet garant staat voor een goed heemkundig werk! Er waren toen toch veel meer mondelinge bronnen te vinden dan één dossiertje, zoals de auteur in het voorwoord zelf aanhaalt.

De waarde ervan? Door de ouderdom, nu bijna 75 jaar geleden, is het een historisch documentje op zich. De bijlagen geven het besluit tot oprichting van het stadsbestuur, drie reglementen en de statuten van de oudleerlingenbond uit 1921.

A. Verheyden, Hoe zij groeiden, Vilvoorde, 1954, 64 p.

Delen: