Steve

Marka Mariakerke Gent jaarboek 2019

Mariakerke – Marka jaarboek 2019

Marka Mariakerke Gent jaarboek 2019

De Koninklijke Heemkundige Kring Marka levert werk in Mariakerke bij Gent. Deze vereniging levert sinds 2001 jaarboeken in dit formaat. Zij publiceren echter al veel langer, sinds 1964.

Het jaarboek 2019 telt 202 pagina’s. Diverse artikels belichten een ruim spectrum aan Mariakerkse onderwerpen. Daarvoor tekenen vijf auteurs. Spijtig genoeg is de eerste bijdrage een afscheid van André De Maeght, die overleed. Deze oud-reporter van Het Volk zorgde elk jaar voor teksten. Hij kon daarbij putten uit zijn uitgebreid krantenarchief. Een tweede artikel (35 p) komt nog uit zijn nalatenschap: een terugblik op gebeurtenissen uit het jaar 1975. Dit sluit wat aan op “Het gebeurde 50 jaar geleden”, verder in het boek.

Een heel interessant onderwerp behandelt “la maison blanche”, samengesteld door Marc Manesse. In 50 pagina’s schetst hij de geschiedenis van dit lusthof en wie er thuis waren. In de Gentse randgemeenten verrezen zomerresidenties van begoede families. Ook de plaatselijke notabelen maten zich dikwijls een luxueuzere woonst aan. Een ruim omkleed artikel, over het kasteel en de familie Story.

Engelse en Ierse banden met Mariakerke komen aan bod in een bijdrage over Marcella Lynch, van Ierland naar Mariakerke door Kristel De Wulf.  Een andere uitgebreid onderwerp (20 p.) is sport met aandacht voor Gustaaf De Smet, Mariakerkse olympische renner.  

Sporen van overledenen in 1918 in graftekens en uit krantenberichten, de plaatsing van drie “stolpersteine” of struikelstenen te Mariakerke en een stukje over oude voorwerpen vervolledigen dit jaarboek.

Een ruim aanbod, met onderbouwde artikels, wat blijkt uit de eindnoten. Voldoende zinvolle illustraties om het geheel te verluchten. Enige opmerking: meestal wordt een vet lettertype gehanteerd. Dat kon misschien anders, of alleszins uniform doorheen het hele boek.

Marka, jaarboek 2019, 202 p.

Delen:
1940-1945. De Tweede Wereldoorlog, Werkgroep geschiedenis Grembergen Dendermonde

1940-1945 Grembergen

1940-1945. De Tweede Wereldoorlog, Werkgroep geschiedenis Grembergen Dendermonde

Door de speciale omstandigheden zijn er in 2020 heel wat activiteiten afgeblazen. De Werkgroep Geschiedenis Grembergen plande een tentoonstelling rond twee luiken. De oud-strijders was één deel en de vredesstoet vormde een tweede stuk. De afgelaste expo is omgezet in een fotoboek, om toch wat van het werk tot bij de geïnteresseerden te dragen.

Duidelijk aangestipt: het gaat om oud-strijders en niet om weerstanders. Dat onderwerp vraagt bijkomend werk. We hopen dat de handschoen opgeraapt wordt.

De oud-strijders worden alfabetisch gerangschikt met bijgaande foto. Is die niet beschikbaar, dan werd gekozen voor een bidprentje of een grafzerk. Twee keer was er geen afbeelding beschikbaar. Naast de naam beperkt de informatie zich tot geboorte- en overlijdensdatum met plaats en eventueel naam van de echtgenote. Bij één iemand is er alleen een geboortejaar en -datum. Maar zeker een lovenswaardige poging om dit allemaal samen te brengen in een overzicht, het ligt nu eenmaal gevoelig en de kans bestaat om iemand te vergeten. Daarom durft bijna niemand dit soort van lijst te maken.

Het deel over de vredesfeesten krijgt ene halve pagina inleiding. Daar kon, ook voor een tentoonstelling, nog wat meer duiding bij. Zo’n optochten gingen overal door. Was er iets typisch voor Grembergen? Vanwaar het initiatief? Ondersteunde de gemeente? Hoe? Werden groepen uitgewisseld tussen gemeenten? Zeer opvallend is de aanwezigheid van wagens met boten in de gemeenten aan de Schelde.

De verschillende groepen komen in volgorde van programma aan bod, samen met een beetje uitleg. Soms kan wat meer duiding helpen, zoals een groep die de begrafenis van een bekende collaborateur uitbeeldde. Op de foto zie je duidelijk dat die opgebaard ligt onder een vlag met een varken op geborduurd. Ook de liedjes die bij de groep hoorden worden in hun originele vorm -op typische vluchtblaadjes- afgedrukt. Heel wat materiaal is hier verdienstelijk samengebracht!

Mits een aantal kleine aanpassingen had dit boek nog sterker het vele werk in de verf gezet. Zo is er geen voorblad of titelblad. De lezer valt direct in huis met een inleidend woord. Ook de twee delen konden op zichzelf een grote titel gebruiken.

Maar, zoals gezegd, in een jaar van kunst- en vliegwerk is uit een afgelast evenement een héél mooi initiatief gegroeid.

1940-1945. De Tweede Wereldoorlog, Werkgroep geschiedenis Grembergen, 2020, 120 p.

Delen:
Welk eiland heette Chanelaus - Kallo

Welk eiland heette Chanelaus – Kallo

Welk eiland heette Chanelaus - Kallo

Diverse auteurs waagden zich bijna 50 jaar geleden aan een overzicht van eeuwenlange parochiale aanwezigheid in de polder van Kallo.

Zij deden dat rond vijf grote delen: drie van rond de 40 pagina’s groot en twee (nl. dl. 1 en dl. 3) uitgebreid tot een 90 pagina’s.

In een eerste stuk wordt de vraag gesteld hoe Kallo zich ontwikkelde. De bouwgeschiedenis van de kerk komt er ook aan bod. Ruime plaats (30 p.) is ingeruimd voor het kunstpatrimonium van de kerk. Een ruime bibliografie sluit aan.

Een twee deel gaat over de bedienaars: de pastoors en onderpastoors van Kallo in 1242-1970, de geestelijkheid afkomstig van de parochie (met foto en beschrijving waar ze intraden of dienst deden), het kerkpersoneel, de genootschappen en de broederschappen. Ook voor de kapelletjes wordt hier een woordje uitleg gegeven.

Een derde deel, meer uitgebreid, heeft het over rampspoed. Die was en is er op twee vlakken. Onder de titel “vuur en water als ons deel” komen de oorlogstroebelen en overstromingen aan bod. Met “De polder sterft” gaat het over de voortschrijding van de haven en het verdwijnen van dit landschap. Maar liefst 40 pagina’s zijn voorbehouden voor foto’s van hoeves, die meestal onteigend werden rond die tijd. Beelden die na een halve eeuw nog steeds aan waarde winnen: ze geven iets weer dat nooit meer terugkomt.

Vervolgens lezen we over het dorpsleven “van, voor en door Kallo”. Het gaat dan over gedragsdragers, onderwijs, rustoord, economie, post, kermissen, dorpsfiguren en bijzondere gebouwen. Met veel fotomateriaal.

Een vijfde en laatste stuk heeft het over verenigingen. De toestand van 1975 komt in maar liefst 25 items naar voor. Hoeveel verenigingen telt Kallo vandaag?

De kerk van Kallo is op dit moment nog in gebruik, ondanks de grote ijver waarmee het bisdom gebedsplaatsen sluit, zoals bijvoorbeeld te Koewacht. Zouden ze dat in het bisdom Gent  met evenveel trots aan hun geschiedenis toevoegen?

Ria Van Moer, Herman Cools (Red.), Welk eiland heette Chanelaus. Gedenkboek 800 jaar kerk en parochiegemeenschap te Kallo, 1979, 304 p.

Delen:
Post Factum. Jaarboek voor Geschiedenis en Volkskunde, nummer 5, 2013

Post Factum 5, 2013

Post Factum. Jaarboek voor Geschiedenis en Volkskunde, nummer 5, 2013

Dit jaarboek voor geschiedenis en volkskunde van de provincie Antwerpen verzamelt een reeks artikels.

Een eerste bijdrage handelt over het herenhuis van Victor Lynen aan de Leopoldlei. Het is de weergave van een lezing en een boeiende samenvatting van de bouwhistoriek van een pand uit de ‘Belle Epoque’. Toen was er geld te verdienen én plaats in de steden, met hun nieuwe uitbreidingen, pleinen en lanen. Die combinatie zorgden voor parels in Antwerpen, Brussel en andere steden. En in vele gevallen is dat moois in de 20ste eeuw vernietigd of aangetast door banale architectuur en hoogbouw. Dat de auteur dit durft benoemen met naam en toenaam van de firma: chapeau!

Een ander uitgebreid artikel heeft het over dedicaties of opdrachten in presentie-exemplaren voor Prosper Aerts. Waarom gaven mensen boeken? Wat wensten ze de ontvanger? Boeken bevatten zoveel meer dan wat enkel de titel aangeeft.

Mannenkoren in Borgerhout in de 19de eeuw vormt een derde, goed gedocumenteerd artikel. We noteren nog: ex-librissen en hun band met Frans Verstreken en de grafiekkunst en de Antwerpse componist Joannes Franciscus Redein. Tenslotte een woord over de provinciale prijzen.

Post Factum. Jaarboek voor Geschiedenis en Volkskunde, nummer 5, 2013, 158 p.

Delen:
Doorleefd mysterie. Sacramenten en volksdevotie in Groot-Nevele

Doorleefd mysterie. Sacramenten en volksdevotie in Groot-Nevele

Doorleefd mysterie. Sacramenten en volksdevotie in Groot-Nevele

De volksgebruiken rond bijzondere momenten in het leven kenden toch wel een grote verschuiving in de periode 1920-2020. Dit boek gaat daar dieper op in, met de focus op Nevele. Maar vele lijnen kunnen doorgetrokken worden naar alle parochies of gemeenten in Vlaanderen.

Een eerste deel krijgt als titel Het parochiale leven in het oude Nevele. Een korte inleiding gaat over de situering in het bisdom Gent en de kerken en parochies zelf, met name Nevele, Hansbeke, Landegem, Merendree, Poesele en Vosselare. Dan volgt uitleg over het kerkelijk personeel en hun taken: deken, pastoor en onderpastoors. Ook de leken komen aan bod: koster, schoolmeester en suisse.

Een tweede deel overloopt alle sacramenten. Deze kernpunten in het (katholiek) leven worden niet alleen besproken vanuit kerkelijk oogpunt; ook de volkskundige elementen krijgen een plaats. Bij beide aspecten  is er voldoende oog voor detail, zo is er plaats voor de symbolen en gebruikte voorwerpen in de kerk, maar ook volksgeloof, viering binnen de familie en gemeenschap. We noemen bij wijze van voorbeeld monstrans, processie, hostiedoos, broederschappen (eucharistie) doopsuiker, doopkaartjes, doopschelp (doopsel), soorten zonden, aflaat (biecht). Het boek bevat zo veel elementen die met elkaar verwant zijn en de het verband tussen geloof en dagelijks leven aantonen. De foto’s vormen er alleen maar een meerwaarde bij.

Het boek sluit met een woord over de heiligenverering in Nevele, met focus op patroonheiligen, beelden, relieken, ommegangen en kapellen.

Elk onderdeel krijgt meteen een kleine bibliografie mee, waarmee de geïnteresseerde verder kan.

Martine Pieteraerens, Livia Snauwaert, Doorleefd mysterie. Sacramenten en volksdevotie in Groot-Nevele, Gent, Provincie Oost-Vlaanderen, 2005, 152 p., ISBN 9074311563.

Delen:
Vlaggen in het land van Beveren

Vlaggen in het land van Beveren

Vlaggen in het land van Beveren

Vlaggen hebben iets bijzonders. Ze wapperen kleurrijk in de wind. Ze verbinden of verdelen. Ze maken een eenheid als iedereen zich achter dezelfde vlag schaart.

Deze cultuur lijkt toch wat verdwenen. Welke verenigingen hebben nog een vaandel? Wanneer wordt dit gepresenteerd? Vroeger had iedere zichzelf respecterende organisatie een vlag.

In 1987 bracht de culturele raad van Beveren een tentoonstelling over deze vlaggen. Tientallen werden er samengebracht, van alle deelgemeenten. Er verscheen ook een boekje.

In dit werk worden de tentoongestelde vlaggen besproken aan de hand van een aantal vragen. Dat zijn 1. Nummer; 2. Titel; 3. Datering; 4. Organisatie, schenker, opdrachtgever; 5. Ontwerper; 6. Uitvoerder; 7. Afmetingen; 8. Materiaal en versieringen; 9. Beschrijving; 10. Toestand; 11. Historiek. Voorwaar een mooi initiatief om systematisch dit stukje patrimonium in kaart te brengen.

De vlaggen zelf werden gegroepeerd rond gilden, muziek, sociaal en onderlinge bijstand, standenverenigingen, jeugd en scholen, sport, oud-strijdersbonden, Vlaamse strijd en allerlei. Vele vlaggen worden afgebeeld, sommige in kleur. Deze thematische opdeling is goed gekozen. Enige minpunt: misschien was het goed geweest ook een index op (deel)gemeente op te nemen. Nu is het niet mogelijk om in een oogopslag uit te maken hoeveel vaandels van Vrasene bijvoorbeeld besproken worden.

Een inleiding en een woordje over vlaggenontwerpers vervolledigen dit boek.

Ria Van Moer (samenst.), Vlaggen in het land van Beveren, 1987, 124 p., D/1987/2698/1.

Delen:
Stuivend zand van de Kempen. Landduinen

Stuivend zand van de Kempen. Landduinen

Stuivend zand van de Kempen. Landduinen

De VZW Kempens landschap zet zich in voor de typische leefomgeving die deze streek typeert. Zij wil gebieden verwerven, dit erfgoed een plaats geven in de 21ste eeuw, mensen de kans geven deze landschappen te ontdekken en tenslotte de gemeenten adviseren. Daarbij wordt ook geschiedkundig erfgoed niet over het hoofd gezien. Van deze VZW belichtten we de publicatie over de kolonies in Wortel en Merksplas

Dit boek belicht de zandduinen. Een dynamisch aspect van het landschap. Eigenlijk een restant van de poolwoestijn die de Kempen bedekte tijdens de laatste ijstijd. Dat zand kwam opnieuw in beweging. In het boek komt dit kort aan bod. Paraboolduinen bijvoorbeeld, die nog herkenbaar in het landschap aanwezig zij, dateren van tijden toen er vegetatie aanwezig was.

De mens kwam samen met de vegetatie en het landschap draagt zijn sporen. Van verplaatsing van dorpen door dalende waterspiegel, over beemdenlandschap naar begraasde heide waardoor het stuifzand weer vrij spel kreeg.

Een groot deel van het boek is gewijd aan de fauna en flora. Enkele cultureel-godsdienstige aspecten komen aan bod. Tenslotte is er enige plaats ingeruimd voor de bebossing met dennen, de inzet van dit landschap in recreatie en het beheer van deze ruimte.

De foto’s zijn van mooie kwaliteit en meestal het werk van James Van Leuven.

Aangaande de Kempische landschappen kan je o.a. meer  lezen over Kalmthoutse heide of de Limburgse heide.

Guy Geudens, Philippe De Backer (red.), Stuivend zand van de Kempen. Landduinen, VZW Kempens Landschap, 96 p., ISBN 9789081499804.

Delen:
Turnhoutse koorcomponisten van de 16e eeuw tot vandaag

Turnhoutse koorcomponisten van de 16e eeuw tot vandaag

Turnhoutse koorcomponisten van de 16e eeuw tot vandaag

In dit boekje wordt een onderdeel van de Turnhoutse muziekgeschiedenis onder de loep genomen. Meestal blijft die beperkt tot studies over fanfares of zangmaatschappijen. Hier komen de componisten zelf aan bod. De auteur heeft getracht zoveel mogelijk aan de stad verbonden namen samen te brengen.

Omdat het gaat over koorcomponisten loopt de Sint-Pieterskerk als een rode draad door het geheel. Op het einde wordt nog wat plaats ingeruimd voor de titularissen aan de H.-Hartkerk.

Toch gaat het niet alleen om het kerkelijke. Van elke persoon worden een kleine levensbeschrijving en een overzicht van het muzikaal werk gegeven. Enkele illustraties verluchten het geheel.

Een namenregister maakt opzoeken makkelijk. Dat leert ons meteen dat zo’n 150 personen vernoemd worden. Daarvan worden 25 personen grondiger besproken.

Drie delen telt dit werk. Het eerste gaat over de koorcomponisten Denies, Verdonck, Belcier en de families Van Turnhout en Robson. Een tweede deel bespreekt de verburgerlijking van de muziek met Gregoir, Thibeau, Cartol en Verrees. Tenslotte  komen de componisten buiten de muziekacademie aan bod: Andelhof, Van Eyck, Van Dessel, Verheggen en De Houwer. Het kleine addendum over de H.-Hartkerk vernoemt nog Brandt, Nuyts, Van den Bogaert, Maes, Bosmans en Peeters.

Maurits Duyck, Turnhoutse koorcomponisten van de 16e eeuw tot vandaag, eigen beheer, 94 p.

Delen:
Een stad in opbouw. Gent voor 1540

Een stad in opbouw. Gent voor 1540

Een stad in opbouw. Gent voor 1540

Wonen. Hoe? Met de drie vragen. Waar? Waarin? Waarom? Dat is eigenlijk de leidraad van het boek. Het was de Kamer van de Bouwnijverheid te Gent die als promotor optrad voor deze studie. Een speurtocht doorheen het verleden, tijdperk per tijdperk, naar onze bouwcultuur, zoals het voorwoord laat lezen. Die bouwcultuur omvat zowel de opdrachtgevers, de bouwmeesters, de ambachtslui als de technieken en materialen.

Maar meer dan dat: de hele ontwikkeling van de stad in zijn sociologische en economische verbanden wordt eigenlijk stap voor stap uit de doeken gedaan. Met verbazing lezen we blad na blad alle mogelijke verbanden, invalshoeken en wetenswaardigheden over het ontstaan van Gent en de evolutie van het bouwen en de bouwkunst.

Het geheel is opgesplitst in vijf delen. De eerste drie zijn eerder toegespitst op Oost-Vlaanderen. Het gaat dan om 1. De prehistorie 2. De Gallo-Romeinse periode en 3. De vroege middeleeuwen. Met hoofdstuk 4. De hoge middeleeuwen zetten we vaste voet in Gent waar de bouwbedrijvigheid gevoelig toenam. Deze delen omvatten telkens een 30-tal bladzijden.

De hoofdbrok, zeker met betrekking tot Gent, is deel 5. De late middeleeuwen. Daarin komen aan bod: de algemene geschiedenis van Gent (sociaal en politiek), het architecturaal patrimonium, het bouwbedrijf en drie grote open werven (het Groot Vleeshuis, het Hof ten Walle en het stadhuis). Alles omspant een 170 bladzijden.

Het werk is heel mooi geïllustreerd, waarbij de afbeelding een meerwaarde bieden bij de tekst. Ze krijgen verklarende commentaar mee. De selectieve bibliografie biedt de weg naar meer literatuur.

Dit boek is zeker een aanrader! Het duikt soms op in het tweedehandscircuit

Beatrix Baillieul, Anne Duhameeuw, Een stad in opbouw. Gent voor 1540, Tielt, Lannoo, 1989, 336 p., ISBN 9789020917246.

Delen:
Prentenboek van Antwerpen

Prentenboek van Antwerpen

Prentenboek van Antwerpen

In tegenstelling tot de boekjes “… in oude prenten” zoals bijvoorbeeld dit boekje van Boom. Het gaat toch een ander concept. Verwacht geen oude ansichten. Het gaat hier wel degelijk om prenten, om gedrukte tekeningen uit de tijd voor de fotografie. Er werd wel wat getekend en geëtst in Antwerpen. Dit werk brengt er een 70-tal van samen.

Jozef Linnig -schilder, aquarellist en kunsthandelaar- was één van hen die zich lieten inspireren door de Scheldestad. Zijn ‘Historisch Album’ verscheen in 1868. Een andere naam is Edward Dujardin (1817-1889), leraar aan de Academie voor Schone Kunsten. Ook Rubens kan niet ontbreken.

Er werd één stadsplattegrond opgenomen, en één zicht op de Schelde. Verder gaat het om gebouwen en stadszichten.

Een inleiding van de hand van Van Hageland evoceert de Antwerpse geschiedenis met sterke folkloristische inslag. Verder gaat elke prent vergezeld van voldoende duiding om één en ander te situeren.

De druk is zwart-wit, wat bijdraagt tot het oorspronkelijke karakter van de tekeningen. Het formaat is iets groter dan een A-4.

A. Van Hageland (inl.), Prentenboek van Antwerpen. Beelden uit een roemrijk en bewogen verleden, Uitgeverij Ridderhof B.V., Rotterdam, 1979, 80 p., ISBN 9030804653

Delen: