Antwerpen

Lier bezet en bevrijd. Een Vlaamse stad tijdens de Tweede Wereldoorlog

Lier bezet en bevrijd

Lier bezet en bevrijd. Een Vlaamse stad tijdens de Tweede Wereldoorlog

Vooral de politieke situatie in de stad Lier vormt de leidraad van deze studie. Scharnierend rond de oorlog van 1938 tot 1946. De auteur heeft dit onderwerp grondig onder de loep genomen, voorzien van voetnotenapparaat en bibliografie.

Hij deelt het werk in drie.

Een eerste deel (ca. 35 p.) gaat over de situatie van 1938 tot april 1940. Hij schetst de Lierse vooroorlogse politiek, de verkiezingen van 1938 en de evolutie van het bestuur en verenigingsleven.

Een tweede deel (ca. 60 p.) behandelt Lier en de Nieuwe Orde, van mei 1940 tot september 1944. Daarin bespreekt hij mei 1940; de Nieuwe Orde in de stad; “zwart” en “wit” en het verenigingsleven tijdens de bezetting.

Deel drie tenslotte (ca. 45 p.) heeft het over de bevrijdingsdagen met verzet en repressie; de polarisatie tussen links en rechts met o.a. de Koningskwestie; de verkiezingen van 1946 en het herstel van het socio-cutureel leven.

Een algemeen besluit vervolledigt het geheel. Dat ontbreekt soms wel in (heemkundige) werken. De auteur stelt vast dat de Tweede Wereldoorlog eigenlijk “op lange termijn” geen breukvlak vormde in de politiek van de stad. De vier politieke families van voor de oorlog zijn in 1962 weer allemaal vertegenwoordigd.

Een paar illustraties verluchten het boek.

Piet De Zaeger, Lier bezet en bevrijd. Een Vlaamse stad tijdens de Tweede Wereldoorlog, Leuven, Acco, 1995, 160 p., ISBN 90-334-3352-4.

Delen:
Tielen, mijne vriend

Tielen, mijne vriend

Tielen, mijne vriend

Dit is een heel verdienstelijke poging tot dorpsmonografie. De auteur tracht alle facetten van het dorpsleven aan te halen. Ja, er zijn aspecten die niet aan bod komen. Omdat ze bij het verschijnen in 1980 nog niet echt als belangrijk werden beschouwd door heemkundigen. We denken dan bijvoorbeeld aan de aanleg van telefoon- en elektriciteitsnet. Dat kon samen met een deel over de spoorweg en de post tot een economisch hoofdstuk samengebracht worden. Ook op andere plaatsen vinden we kleine stukjes die beter onder die vlag hadden geressorteerd, zoals het Tielens IJsboerke. De delen van de Nieuwe tijd zijn in die zin wat warrig, omdat ze beter gegroepeerd waren in de thema’s van de eerste hoofdstukken, zoals het reglement van de botermarkt (landbouw). Anderzijds missen we een deel politiek en volkstaal en folklore, dat ook verspreid zit. Het is een keuze die achteraf natuurlijk makkelijker te overdenken valt.

Maar kijk eens wat er wel de revue passeert:

  • De oudste geschiedenis van Tielen (ca. 20 p.)
  • Het Tielenhof en heren van Tielen (ca. 50 p.)
  • De parochie (ca. 100 p.)
  • Toponymie (ca. 65 p.)
  • De landbouw (ca. 15 p.)
  • Tielen in het Ancien Régime (ca. 65 p.)
  • De slag op de Tielenheide in 1597 (ca. 35 p.)
  • De Nieuwe Tijd (ca. 75 p.)
  • Schuttersgilden (ca. 15 p.)
  • Onderwijs (ca. 15 p.)
  • Spoorweg, Post, Fanfare de Kempenzonen, melkerij, bekende Tielenaars, heksen en spoken (samen ca. 45 p.)
  • Uit grootvaders en grootmoeders tijd (ca. 30 p.).

Dat laatste omvat folklore, dialect, anekdotes, volkskunde en nog meer van dat.

Een mooi overzicht van een heleboel geraadpleegde werken, een lijst van illustraties en een register vervolledigen dit boek. Er zijn wel geen voetnoten, de auteur geeft niet aan wat hij precies waar haalt.

Wie heemkunde Tielen zegt, zegt dit boek van Antoon Koyen!

A. Koyen, Tielen, mijne vriend, Kasterlee, 1980, 564 p.

Delen:
De Slag om Antwerpen en de Schelde

De Slag om Antwerpen en de Schelde

De Slag om Antwerpen en de Schelde

Het centrum van België kende een snelle bevrijding in september 1944.  Troepen reden quasi recht van de grens naar Brussel en daarna naar Antwerpen. De haveninstallaties vielen ongeschonden in handen van de bevrijders. Alleen… de Schelde bleef gesloten. Het 15de Duits Leger zou zich niet zonder slag of stoot gewonnen geven. Zeeuws-Vlaanderen en Walcheren gaven ze niet uit handen.

Langs de westkant van dit Scheldegebied bleven Knokke, Zeebrugge en Heist bezet. Aan de westkant waren de Antwerpse Kempen toneel van gevechten. Het zou uiteindelijk drie maanden duren voor het gebied in handen van de Canadezen kwam.

In dit boek beschrijft generaal Moulton deze campagne. Hij was bevelhebber van de 4e Commandobrigade op Walcheren. Dit werk is dus meer een retroperspectief document van een ooggetuige, die zijn ervaringen koppelt aan archiefwerk.

Wie de oorlogsgebeurtenissen in Knokke-Heist, Antwerpen, de Antwerpse Kempen of Zeeuws-Vlaanderen bestudeert, moet dit boek in handen hebben. Voor Knokke zelf verwijzen we ook naar De laatste witte vlag.

Ook na de overgave bleef het onveilig in het Scheldegebied, dat vol mijnen lag. Antwerpen kreeg ondertussen zijn deel van de V-bommen te verwerken.

De illustraties zijn in twee katernen gegroepeerd.

J.L. Moulton, De Slag om Antwerpen en de Schelde 1944-’45. De openstelling van de Schelde in 1944 en de bevrijding van Antwerpen, Tweede herziene druk, 1980, 288 p., ISBN 9060451414.

Delen:
Traditie in nieuwe stenen. Het Sint-Gummaruscollege Lier in de kering 1980-1990

Traditie in nieuwe stenen

Traditie in nieuwe stenen. Het Sint-Gummaruscollege Lier in de kering 1980-1990

Een aanvulling bij het jubileumboek van 1980. Zo wordt dit werk in de inleiding genoemd. Toch telt het 190 pagina’s. En dan zijn de paar bladzijden reclame vlug vergeten.

Klasfoto’s moet je ook niet zoeken. Want daar ligt de focus niet op. Neen, het gaat om het schetsen van het collegeleven in al zijn aspecten.

Om één en ander te situeren, wordt de voorgeschiedenis hernomen. Deel 1 schetst het ontstaan en ontwikkeling van de school gedurende een eeuw, van 1880 tot 1980. Dat vult een 80-tal pagina’s. Niet verdreven, want het zorgt ervoor dat je het eerste boek niet nodig hebt om terug aan te pikken. De focus ligt echt op de bouwgeschiedenis.

De volgende 90 pagina’s beschrijven dan de jaren ’80, met nadruk op wat er allemaal reilt en zeilt in een school met en voor de leerlingen.

Het boek is goed geïllustreerd, zonder te vervallen in een kijkboek zonder duiding. De foto’s passen heel goed bij de besproken onderwerpen.

Er zijn geen voetnoten, de info zal wel grotendeels bij alle betrokkenen zelf nagetrokken en verzameld zijn. Het ging immers om een pas verstreken decennium. Wat wel ontbreekt: meer namen bij de foto’s. In 1990 was dat allemaal voor de hand liggend, maar 30 jaar later zou dat een meerwaarde betekenen.

Danny Vandeputte (Red.), Traditie in nieuwe stenen. Het Sint-Gummaruscollege in de kering 1980-1990, Lier, 1991, 190 p.

Delen:
50 jaar Toneelgroep Streven Mortsel

50 jaar Toneelgroep Streven Mortsel

50 jaar Toneelgroep Streven Mortsel

Een belangrijk aspect van het dagelijks leven was en is de vrije tijdsbeleving. Gemeenschappen hebben zich steeds verenigd rond sport, cultuur en muziek, gezamenlijke interesses, verzamelingen,…

Toneel is een belangrijk aspect ervan. In elke wijk en elk dorp werd er toneel gespeeld. Volgens de geldende normen (bijvoorbeeld gescheiden voor mannen en vrouwen), volgens de verzuiling, voor benefieten en ten voordele van scholen- en kerkenbouw, groots opgevat, amateuristisch, met zang en instrument. Elke vorm kwam en komt aan bod. Helaas blijven daarvan soms heel weinig sporen bewaard. En helaas krijgt het toneelleven nog niet de aandacht dat het verdient.

Het jubileum van “Streven” uit Mortsel zorgde voor deze publicatie. Rijk geïllustreerd, vlot van tekst. Ook mooi verdeeld: elke 25 jaar telt een 30-tal pagina’s in het chronologisch overzicht.  Dan een 15-tal pagina’s beschouwingen over bestuur, decor, regie, verenigingsleven. Bekende gezichten die in de rangen van Streven hebben gestaan: Senne Rouffaer, Gerd De Ley, Arnold Willems, Warre Borgmans, Alex Van Haecke en Lea Cousin. Tenslotte een overzicht van de toneelstukken en het palmares.

Een voorbeeld van wat kan gerealiseerd worden rond de historiek van een toneelvereniging.

Marcel Van Lierde, 50 jaar Toneelgroep Streven Mortsel 1944-1994, verschenen oktober 1994, 124 p.

Delen:
Antwerpen-Centraal. Het mooiste station ter wereld

Antwerpen-Centraal. Gids.

Antwerpen-Centraal. Het mooiste station ter wereld

De spoorwegen hebben ons heel wat geschiedenis gebracht. Veranderde mobiliteit, ontsluiting van moeilijk bereikbare streken, verspreiding van goederen en opinies. Techniek, industrieel erfgoed. Een streep door het landschap, seinhuizen en stations als tempels van de vooruitgang.

Antwerpen-Centraal stond ooit nog op de lijst van te verwijderen gebouwen. In 1975 werd het beschermd. In Brussel hebben ze door het spoorerfgoed de afbraakbol gejaagd. Met als resultaat een aantal gedrochten uit de jaren ’80. Mooie vloeren, maar koud en leeg.

Een gebouw waar de wereld met bewondering naar keek: dat was Antwerpen-centraal met zijn spoorhal. Gebouwd onder impuls van Leopold II, toen de rubber uit Congo vloeide. Een mooi voorbeeld van de toenmalige klasse van de Belgische industrie en ingenieurs.

In dit boekje komt de bouwgeschiedenis, de inspiratie van de architecten, de functie, het onderhoud en de restauratie aan bod. De auteur slaagt erin dat op bevattelijke wijze te doen. Is dit een algehele studie? Neen, het is een gids. Maar dan wel eentje die een overzichtelijk beeld geeft van dit station doorheen de tijd.

Het overwicht ligt bij de foto’s, met wat historische beelden en ook aandacht voor wat er nu te zien is. Goed voor bijna 150 pagina’s. Niet slecht, voor een ‘Gids’.

Een geslaagde realisatie die toch doet nadenken over de titel ‘Het mooiste station ter wereld!’. Misschien wel terecht.

Stan Wagemans, Antwerpen-Centraal. Gids, Leuven Uitgeverij Davidsfonds, 2011, 144 p., ISBN 978-90-6306-629-1.

Delen:
Aartselaar vandaag

Aartselaar vandaag

Aartselaar vandaag

Vandaag is morgen niet meer vandaag. Dan is het gisteren. Een boek met de titel ‘Aartselaar vandaag’ verschijnt in 1999. Meer dan 20 jaar later hebben we een mooi document in handen over de gemeente op de drempel van de eeuwwisseling.

Deze uitgave kwam tot stand naar aanleiding van het 30-jarig bestaan van de vereniging Handel en Industrie Aartselaar. Logisch dat er heel veel plaats is ingeruimd waarin de leden zich konden voorstellen. Samen een 70-tal pagina’s met uitleg over het bedrijf of de zaak. Een goudmijn voor wie de economische doorsnede van de gemeente toen wil leren kennen. En een mooi voorbeeld van hoe vandaag verzamelen even waardevol is om de historiek van een dorp door te geven.

Verder bevat dit boek nog een woord uitleg over Handel en Industrie (12 p.), de gemeentediensten met stratenplan, een opsomming van de erkende verenigingen met contactadressen en een woordje over kunstenaars van Aartselaar. Een paar verenigingen worden verder kort besproken. Ook kerk, molen en schandpaal, Solhof en het Laar krijgen de eer. Een korte historiek en het gemeentewapen maken alles volledig.

Een aangenaam werk, waarvan de informatieve waarde elk jaar toeneemt.

Freddy Michiels, Aartselaar vandaag, Press-script Wilrijk, 1999, 128 p.

Delen:
Zo was... Mortsel

Zo was… Mortsel

Zo was... Mortsel

Mortsel voorstellen zoals het was tussen 1890 en 1925. Dat is de opzet van dit werkje. Gelijklopend met andere boekjes, zoals dat van Boom  en Opwijk, om er slechts twee te noemen.

Voor Mortsel is deze periode wel een echt breekpunt. Het landelijke karakter verdween meer en meer en de groei naar randgemeente van Antwerpen werd ingezet. De oorlogsjaren zullen Mortsel ook sterk treffen, met het bombardement van 5 april 1943. Verwacht geen uitgebreide behandeling van dit tijdvak. Het blijft bij een bloemlezing.

Bij elke prentkaart hoort een summiere uitleg. Ondertussen is deze uitgave al zelf een stuk van het verleden, en iedereen die informatie kon geven bij de foto’s is er niet meer. Daarom blijft deze aanvulling, hoe klein ook, zeer waardevol.

Voornamelijk straatbeelden en zichten komen aan bod, slecht heel zelden is er plaats voor een foto met een groep mensen. Maar de 76 prenten laten genoeg mijmeren bij de veranderingen die een gemeente in een eeuw ondergaat.

Hubert Croux, Zo was… Mortsel, 1973, ISBN 9061740193.

Delen:
Zo was... Wilrijk

Zo was… Wilrijk

Zo was... Wilrijk

Wilrijk evolueerde op het scharnier van de 19de en 20ste eeuw niet zo snel als de andere randgemeenten van Antwerpen. Het landelijk karakter bleef er het langst bewaard. Oorzaken waren de fortengordel (zoals o.a. te Berchem) door de gemeente en de vele kastelen en aanverwante hoeven met honderden hectaren grond. Deze bleven lange tijd gesloten voor verkaveling.

Toen na de Eerste Wereldoorlog de “Belle Epoque” sloot en aansluitend de adel het moeilijker kreeg om zo’n domeinen te onderhouden, kwamen deze gronden pas vrij.

Anderzijds lag Wilrijk pal tegen Antwerpen en konden de plaatselijke landbouwers en hoveniers stand houden met zo’n afzetmarkt in de buurt. De verstedelijking zette zich in rond 1906 en nam een vlucht in 1921-1930.

Dit werkje geeft een beeld van het landelijke Wilrijk, een buitengemeente met talloze “hoven van plaisantie”. Een dorp met verenigingsleven, met de kerk in het midden. De periode 1875-1925 toont zich in 106 beelden. Daarmee is dit ruim dikker dan bijvoorbeeld het boekje van Mortsel.

Bij elke prentkaart hoort een kleine uitleg. Meestal landschappen en straatzichten, maar er is ook wat ruimte voor groepen mensen.

Kring voor Heemkunde Wilrijk, Zo was… Wilrijk, 1972, ISBN 9061740134.

Delen:
Provinciaal Domein Rivierenhof in beeld

Rivierenhof in beeld

Provinciaal Domein Rivierenhof in beeld

Dit boekje, of deze folder, zoals je het noemen wilt, komt raar uit de hoek. De voorpagina saai, nietszeggend. De datum onderaan leert dat het uitgegeven werd bij tentoonstelling in 1989. Maar dan sla je het open en… niets ellenlange tekst. Een inleiding van een pagina en een verantwoording van een halve pagina. Daaruit valt vooral te leren dat de ‘Vriendenkring der Wachters’ aan de oorsprong van dit initiatief lagen.

Op elke pagina zijn vervolgens gemiddeld twee beelden verzameld. Historische zichten die te maken hebben met het Rivierenhof. Een beetje in de lijn van de boekjes “In oude prentkaarten” (Kijk bijvoorbeeld naar Mortsel). Als we er bij vertellen dat voor de periode 1950-1985 slechts drie pagina’s werden ingeruimd, dan is het duidelijk dat er niet vlug-vlug wat bij elkaar werd gegooid. Soms zie je dat bij publicaties over 50 jaar dit of 100 jaar dat: de laatste 5 jaar nemen meer dan een kwart van de plaats in beslag. Hier niet.

Eigenlijk verdient deze brochure meer aandacht. Maar de zeldzaamheid is de grootste hinderpaal. Ligt je interesse in het Antwerpen en zijn deelgemeenten van toen en kan je dit aanschaffen? Niet twijfelen!

Provincie Antwerpen, De geschiedenis van het Provinciaal Domein Rivierenhof in beeld, 1989, 32 p., D/1989/0180-35.

Delen: