Antwerpen

Profiel van Mol

Profiel van Mol

Profiel van Mol

In deze beschrijving van Mol komen zowat alle elementen uit het verleden aan bod. Akkoord, er kan nog veel meer geschreven worden. Maar dit is toch wel een mooi stukje werk geweest. In 1971 was heemkunde nog niet volop aan de orde en bleef de literatuur om op terug te vallen eerder beperkt.

Het eerste deel gaat in op de geografische en geologische situatie van Mol. Aandacht is er voor wit zand, bruinkool, turf, bossen, heiden en irrigatie.

Een tweede hoofstuk heeft het over het Mols dialect en zijn plaats binnen de andere dialecten en het Nederlands.

De geschiedenis van Mol vormt een derde deel. Hier geen echt overzicht, maar enkele aandachtspunten. Aan bod komen grondgebied en grenzen, de voogden, de patriotten in de Boerenkrijg. Toponymie en familienamen worden ook besproken.

De abdij van Postel krijgt een eigen en uitvoerig hoofdstuk, met geschiedenis en evolutie en een beschrijving van de abdij rond 1970.

Het Molse volksleven omvat de schuttersgilden en de oude begankenissen. Het cultuurleven sluit aan met schone kunsten, toneel, muziek, literatuur en architectuur.

Een achtste hoofdstuk bespreekt Mol als toeristische ‘kern’ van de Kempen. Elke deelgemeente passeert de revue, samen met Euratom en Eurochemie.

De bevolkingsevolutie, industrie en handel en infrastructuur worden gegroepeerd in een socio-economisch overzicht. Dit wordt gevolgd door een paar bladzijde contemplatie over de toekomst. Daarin valt toch het streven naar industriële ontwikkeling in het licht van de gewestplannen en uitgezette groeikaders (o.a. de Eenheidswet) op.

Tenslotte een uitgebreid addendum met overzicht van het vredegerecht, de gemeenteraadsverkiezingen, de stichtingsjaren van de onderwijsinstellingen. Het deel ‘Mol en het verleden’ is een overgenomen tentoonstellingstekst en had beter geïntegreerd geweest in hoofdstuk drie.

Het boek bevat een index. Elk hoofdstuk heeft een korte samenvatting in Frans, Duits en Engels.

De afbeelding zijn eerder schaars, maar dat was wel meer zo voor uitgaven van die tijd. Dat mag geen hinderpaal zijn om het te laten liggen! Het is trouwens zeer moeilijk te vinden in het tweehandscircuit

Diverse auteurs, Profiel van Mol, Tafelronde 47, Mol, 1971, 480 p.

Delen:
Garnizoen Antwerpen 1831-1970. Het leger in het dagelijks leven van de Antwerpenaren

Garnizoen Antwerpen 1831-1970

Garnizoen Antwerpen 1831-1970. Het leger in het dagelijks leven van de Antwerpenaren

De tijden tekenden Antwerpen met vele herinneringen aan militaire aanwezigheid. De strategische ligging op de grenzen van Vlaanderen en Brabant aan de oever van een rivier is daar niet vreemd aan. Dat die Schelde op economisch en militair gebied steeds meer aan belang won, vergrootte de impact van vestingbouwers en garnizoenen op de stad.

Brialmont ontwierp de vestinggordel, waarvan we al eerder spraken wat betreft de sectie Berchem. Bolwerken, schietbanen en forten hoorden bij het dagelijks leven van de Antwerpenaar. Die keek niet op van een groep gewapende militairen die door de straat defileerden op weg naar de Falconkazerne, de Prekerskazerne, de Sint-Joriskazerne of de Prinsenkazerne, die in het midden van de stad lagen. Ze verdwenen allemaal, die gebouwen die het leger gebruikte. Na 1970 bleef alleen het militair hospitaal aan de Marialei over.

Het boek focust sterk op beeldmateriaal. Dat wordt gegroepeerd in zes hoofdstukken. Een eerste schetst de situatie tijdens en vlak na 1830; een tweede op het Noorderkasteel van Chazal en de gordel van Brialmont; een derde heeft het over de burgerwacht. De Duitse bezetting van ’14-’18 vormt een vierde deel. Hoofstuk vijf en zes hebben het over het interbellum, met de naweeën van WOI en beelden van de kazernes. De demilitarisering sluit tenslotte het boek.

Het geheel vormt een mooie een unieke verzameling aan iconografisch materiaal. De wisselwerking tussen het leger en de Antwerpenaar wordt echter zeer summier uitgelegd en blijft beperkt tot twee bladzijden per hoofdstuk. De boventitel “Archiefbeelden” van deze reeks zegt genoeg. In dezelfde reeks verscheen “Antwerpen in 101 gedenkplaten” en “Antwerpse circusartiesten”.

Het boek is moeilijk te vinden op de tweedehandsmarkt

Frans Lauwers, Garnizoen Antwerpen 1831-1970. Het leger in het dagelijks leven van de Antwerpenaren, Tempus – The History Press, 2010, 128 p., ISBN 9781845886455.

Delen:
Weldadigheid in de Kempen

Weldadigheid in de Kempen

Weldadigheid in de Kempen

In 1993 werd de wet op de beteugeling van de landloperij afgeschaft. Niet eerder. Tot dan hadden de kolonies van Wortel en Merksplas betekenis. Het verhaal begon in 1822, toen de Maatschappij van Weldadigheid 200 hectare woeste grond nabij Hoogstraten aankocht. Bedoeling was om de verpaupering tegen te gaan door kansloze mensen in te zetten op boerderijen en ze discipline en stielkennis bij te brengen. Het idee werd ontwikkeld door generaal Joannes van den Bosch tijdens de Hollandse periode.

Het boek brengt in een notendop de historiek van deze kolonies. Maar heel mooi is de aandacht voor de wisselwerking tussen deze geschiedenis en het landschap zoals dat vandaag te vinden is. Er wordt tevens een blik geworpen op de toekomst.

Het verhaal leest heel vlot en bij de foto’s ligt de focus op de compositie. Er is evenwel ook ruimte voor enkele historische afbeeldingen. Voor fauna en flora is wel wat plaats ingeruimd. Maar anderzijds is een goed begrip van de omgeving nodig om grondgebruik en levensstijl van vroeger te begrijpen.

Een aangenaam boek voor wie de kolonies en hun omgeving wil leren kennen. Maar wie dieper wil graven, zal zich tot andere literatuur moeten wenden.

Diverse, Weldadigheid in de Kempen. Wortel- en Merksplas-Kolonie, VZW Kempens Landschap, 96 p., ISBN 9789081849616.

Delen:
Zo was.. Boom

Zo was… Boom

Zo was.. Boom

Zo was… Boom is één van die uitgaves van de jaren ’70 waarin met nostalgie werd teruggekeken op het dorp van toen. Het verzamelen van postkaarten nam een hoge vlucht. De interesse voor heemkunde en eigen haard groeide gestaag. Dat leidde tot deze albums met een collectie ansichten, zoals Ronse. Deze werden in latere jaren hernomen in de Toen-boekjes (bijvoorbeeld De Panne) of door Het Laatste Nieuws (zoals bijvoorbeeld Oud-Turnhout en Arendonk of Moerbeke-Waas en Stekene).

Samensteller en gekend plaatselijk heemkundige Alex Vinck zorgde voor een ruime selectie van beelden. In deze keuze valt op dat het aantal oude postkaarten beperkt blijft. De auteur kiest ook voor foto’s die belangrijke gebouwen of merktekens, zoals een pomp, in beeld brengen. Maar vooral is ruimte gegeven aan de mensen. Burgerwacht, gemeentepersoneel, verenigingen, cultuur, sport, processies, onderwijs: het komt allemaal aan bod. In dit boekje gaat het echt om het dorpsleven, om hoe Boom leefde en werkte. Veel minder om de weemoedige terugblik naar verdwenen straten en landschappen. Vinck geeft er genoeg tekst en uitleg bij.

Misschien ligt dit wel aan het feit dat Boom al heel vlug een gekwetst dorp werd: de verkeersas Antwerpen-Brussel groef zich steeds maar dieper en breder door het dorp en de kleiputten voor de plaatselijke baksteenindustrie rukten langs alle kanten op. Er is aan de Rupel veel geeld verdiend door sommigen en veel armoe geleden door velen. Het landschap draagt er nog steeds de sporen van. Maar in die gekwetste leefruimte bleven mensen elkaar vinden in hechte gemeenschappen. Dat is wat dit boek heel mooi brengt.

Alex Vinck, Zo was… Boom, Uitgeverij C. De Vries-Brouwers, Antwerpen, 1972, 92 p.

Delen:
Niels-Nederlands-Niels verklarend woordenboek

Niels-Nederlands-Niels verklarend woordenboek

Niels-Nederlands-Niels verklarend woordenboek

De aandacht voor dialect kwam eerder al aan bod. Zo stelden we het dialectwoordenboek van Lokeren, van Anzegem en van Hasselt voor. We gaan nu naar Antwerpen en vinden in het Niels een onvervalste Brabantse streektaal.

Auteur Alfred Michiels is geschoold in de klassieke filologie. Hij heeft interesse voor etymologie, topologie en natuurlijk taalkunde. Dat is te zien aan de veelvuldige verklaringen vanwaar een bepaald woord of een zekere uitdrukking komt. Bij werkwoorden lezen we de vervoeging, bij sommige woorden het verkleinwoord.

Eerst komt de schrijfwijze en de uitspraak aan bod. Een stukje spraakkunst, zoals de bezittelijke voornaamwoorden en de vervoeging van zijn, hebben en worden; gevolgd door de lijst van onregelmatige werkwoorden. Het is iets dat in weinige dialectwoordenboeken aan bod komt.

Dan volgt de woordenlijst Niels-Nederlands. Gewoon, na mekaar, de dialectwoorden met hun verklaring.

Een aansluitend deel geeft Nederlands-Niels. Hier is plaats voorbehouden voor verklaringen, etymologie, vervoeging en voorbeeldzinnen. Je kan dus heen en weer tussen de eerste lijst en deze meer uitgebreide rubriek. Daar kan je ook de uitdrukkingen vinden, zoals onder “spiegelei”, wat in het Niels péèèrenoeëg wordt. Ga zelf na wat z’Hèè twië péèèrenoeëgen betekent. Neen, het gaat niet over haar ontbijt, wel over haar fysiek.

In de bijlagen valt een uitvoerige studie over de plaatsnaam Niel te lezen, samen met een beknopte geschiedenis van de gemeente. Tenslotte volgen een aantal aftel- en ander rijmpjes en enkele sagen.

De bibliografie zegt genoeg over de inzet van de auteur en zijn kennis op taalkundig niveau.

Alfred Michiels, Niels-Nederlands-Niels verklarend woordenboek, 2013, 448 p., ISBN 9781616273743.

Delen:
En wat deed mij eigen volk? Breendonk, een kroniek

En wat deed mij eigen volk?

En wat deed mij eigen volk? Breendonk, een kroniek

Er zijn weinig boeken verschenen over Breendonk. Omdat het kamp in verhouding met de vernietigingsfabrieken in Duitsland en Polen zo klein was? Of omdat het net achter de hoek lag? Omdat de eigen Vlaamse SS-mannen de anderen naar de kroon staken in wreedheid en onmenselijkheid? En omdat we da niet meer kunnen zeggen dat het ‘de andere’ was?

Jos Vander Velpen, eigenlijk een doctor in de rechten en advocaat, legt in dit boek de klemtoon bij de gevangenen. Geen onderverdeling in hoofdstukken rond enkele thema’s. Ja, de auteur werkt wel chronologisch per jaar. Maar het echte woord is aan de mensen die er opgesloten zaten.

In een vlot leesbare tekst brengt de auteur deze getuigenissen tot leven. Een verteltrant, alsof het zich voor de ogen afspeelt, en wij er stille, onbewogen getuige van zijn. Nergens wordt een groot verheven vaderlandslievend decor opgehangen; nergens worden feiten in een misplaatste romantiek gestopt. Wat je wel kan voorstellen, is dat de werkelijkheid nog veel botter was dan het verslag dat hier gebracht wordt. Maar Vander Velpen kiest voor sereniteit in zijn tekst.

Omdat het kamp zo klein was, kon geen enkele gevangene echt opgaan in de massa. De bijkomende taak om door ondervragingen en eenzame opsluiting meer te weten te komen over verzet, legde een sfeer van angst en foltering over een desolaat bestaan waar een leven niets waard is. Dat de kampbewaking die taak ernstig neemt, mag duidelijk zijn. Breendonk was een ware hel.

Het boek dateert al van 2003, maar is nog steeds één van de sterkste aangaande Breendonk en zij die er onnoemelijk geleden hebben.

Jos Vander Velpen, En wat deed mij eigen volk? Breendonk, een kroniek, Berchem, EPO, 2003, 238 p., ISBN 9064453055.

Delen:
Geschiedenis van Borsbeek

Geschiedenis van Borsbeek

Geschiedenis van Borsbeek

Een niet makkelijk te vinden werk, deze Geschiedenis van Borsbeek. Maar nog steeds de moeite waard. Prims zorgde voor heel wat andere studies, zoals over Wilrijk, Merksem en natuurlijk Antwerpen zelf. Hij kende de streek door en door.

In dit boek neemt hij vijf stappen. Daarbij gaat hij de zoektocht naar de oudste fundamenten niet uit de weg.

  • Een inleiding met ligging en geografie
  • Een eerste deel tot het jaar 1400 (ca. 40 p.)
  • Van 1400 tot ca. 1700 met als scharnierpunt de vernietiging in 1583. (ca. 40 p.)
  • De achttiende eeuw (ca. 45 p.)
  • De Franse en Hollandse tijd en van 1830 tot 1900 (ca. 30 p.)

Lijsten van heren, drossaards, pastoors, burgemeesters, secretarissen maken dit werk volledig. Hij voegt daar een lijst van straatnamen aan toe.

Tenslotte maakt hij een lijst van de burgerlijke slachtoffers van bombardementen en V-wapens. Dat is de enige uitweiding na 1900 en heel kort na de feiten. Het boek werd immers in 1954 uitgegeven.

Er is een naamregister. De ongeveer 30 illustraties betreffen vooral handtekeningen van notabelen en kunst.

Een uitklapbaar plan van de gemeente (anno 1954 dan) zit mee ingesloten.

Floris Prims, Geschiedenis van Borsbeek, 1954, Gemeentebestuur van Borsbeek, 178 p., enkele ill.

Delen:
De Kalmthoutse Heide

De Kalmthoutse Heide

De Kalmthoutse Heide

De auteurs beschrijven de heide als oeroud landschap, maar ontstaan door toedoen van de mens. Zij hebben het over de geschiedenis van de Kalmthoutse heide, over de bodem en de geologie, de waterhuishouding.

Bijzondere aandacht is er voor de duinen, de droge Kalmthoutse heide en de vochtige heide en tenslotte de vennen. Telkens komen de specifieke flora en fauna aan bod.

In enkele pagina’s wordt de evolutie naar een reservaat geschetst. Er wordt ook uitleg gegeven over het beheer van de heide en het gevaar en de gevolgen van heidebrand.

Tenslotte wordt een blik geworpen naar de toekomst.

Het geheel laat zich vlot lezen. De vele foto’s verluchten het geheel, zonder te vervallen in een natuurkijkboek.

Inzicht in het complexe systeem van heide is onontbeerlijk om de evolutie van het landschap en de leefwijze van onze voorouders te begrijpen. Quasi in elke gemeente was er wel heide, getuige daarvan nog de vele toponiemen die hiernaar verwijzen. In die zin overstijgt dit boek het strikt plaatselijke niveau. Dit boek kan heel goed naast ‘Heide in Limburg’ worden gelegd.

Er is een literatuurlijst aanwezig.

Geert De Blust & Marc Slootmaekers, De Kalmthoutse Heide, Leuven, Davidsfonds, 1997, 142 p., ISBN 9789061529699.

Delen:
Antwerpen op zoek naar drinkwater

Antwerpen op zoek naar drinkwater

Antwerpen op zoek naar drinkwater

ETWIE staat voor Expertisecentrum voor Technisch, Wetenschappelijk en Industrieel Erfgoed. Volgens de website van dit centrum houdt het zich voornamelijk bezig met de roerende en immateriële aspecten ervan. De uitbouw van een digitaal kennisplatform behoort tot de werkinstrumenten om dat te bewerkstelligen.

In die databank vinden we het thema watervoorziening en waterzuivering terug. De gekende literatuur over dit aspect is niet groot. Eén ervan laat zelfs lezen “een sterk onderschat studiegebied”.

Wim Van Craenenbroeck heeft beide handen aan de ploeg geslagen om dit thema voor Antwerpen uit te diepen. Hij behandelt in dit boek de periode van 1860 tot 1930. Een klepper in groot formaat van 450 bladzijden, alstublieft!

De auteur kent zijn studiegebied door en door. Wat zich uit in een vlot leesbare tekst die alle aspecten behandelt. Het technische aspect komt ruim aan bod, maar eveneens het sociale (Klachten, tarieven en abonnees) en beleidsmatige niveau. Het werk is een voorbeeld op vlak van bronvermeldingen en indrukwekkende biografie. De afbeeldingen zijn goed gekozen en mooi afgedrukt.

De inhoud omvat de groeiende de behoefte aan leidingwater in Antwerpen rond 1860, de zoektocht naar oplossingen, de oprichting van de Antwerp Waterworks Company Limited in 1881 en het betrekken van water uit de Nete. Het boek reikt tot 1930, toen de concessie beëindigd werd.

Wim Van Craenenbroeck, Antwerpen op zoek naar drinkwater. Het ontstaan en de ontwikkeling van de openbare drinkwatervoorziening in Antwerpen 1860-1930, Tielt, Lannoo, 1998, 450 p., ISBN 9789020934359.

Delen:
Antwerps Verklarend Woordenboek

Antwerps Verklarend Woordenboek

Antwerps Verklarend Woordenboek

Jouw zus? Twee wratten op een plank en goed gegeveld!

De hele beweging “Hier spreekt men Nederlands” schopte de dialecten in het verdomhoekje. Zij waren uitingen van slechte taal en dienden, door voortreffelijke pedagogie, uitgeroeid. Vlaanderen kon zo zijn klei ontstijgen en zijn plaats tussen de beschaafde volkeren innemen.

Die stellingname zijn we intussen ontgroeid. Dialecten stammen voort uit het Middelnederlands en de bestudering werd academisch aanvaard. We brengen prof. Blancquaert even in herinnering.

Sommige plaatselijke heemkundigen specialiseerden zich in het dialect van streek of dorp. Zo bijvoorbeeld te Lokeren en te Anzegem. Tientallen anderen leverden een bijdrage.

De Antwerpse taal neemt in dat spectrum toch wel een eigen plaats in. Mede door de commerciële televisie genoten initiatieven zoals Het Echt Antwaarps Theater ruimere bekendheid. Het stigma dat op het dialect lag, verdween.

Jack De Graef (1927-2013) is iemand die zich ingezet heeft om zoveel mogelijk van dat Antwerpse taalgebruik vast te leggen. Zijn Antwerps Verklarend Woordenboek kende verschillende editities. In een eerste deel (125 p.) vinden we een woordenboek. De schrijfwijze is Algemeen Nederlands, de betekenis die gegeven wordt is natuurlijk Antwerps. Zo lezen we dat een “fluit” iets anders is dan een muziekinstrument. Maar in Antwerpen zegt niemand “fluit” maar wel zoiets als “floïet”. Een “netzak” wordt wel ongeveer zo uitgesproken (met de open Antwerpse A) maar de betekenis is natuurlijk een (plastieken) winkelzakje.

In een tweede deel (ca. 100 p.) komen Antwerpse uitdrukkingen en gezegden aan bod, gegroepeerd per thema. Het hoeft geen betoog dat een glimlacht hier en daar niet onderdrukt kan worden?

Ah, en van jouw zuster zeiden we dat ze een mager ding is, zonder borsten en met een knoert van een neus. ’t Is maar dat je het weet.

Jack De Graef, Antwerps Verklarend Woordenboek, 8ste druk, Antwerpen, De Dageraad, 1993, 220 p., ISBN 9063711859

Delen: