Antwerpen

Post Factum. Jaarboek voor Geschiedenis en Volkskunde, nummer 5, 2013

Post Factum 5, 2013

Post Factum. Jaarboek voor Geschiedenis en Volkskunde, nummer 5, 2013

Dit jaarboek voor geschiedenis en volkskunde van de provincie Antwerpen verzamelt een reeks artikels.

Een eerste bijdrage handelt over het herenhuis van Victor Lynen aan de Leopoldlei. Het is de weergave van een lezing en een boeiende samenvatting van de bouwhistoriek van een pand uit de ‘Belle Epoque’. Toen was er geld te verdienen én plaats in de steden, met hun nieuwe uitbreidingen, pleinen en lanen. Die combinatie zorgden voor parels in Antwerpen, Brussel en andere steden. En in vele gevallen is dat moois in de 20ste eeuw vernietigd of aangetast door banale architectuur en hoogbouw. Dat de auteur dit durft benoemen met naam en toenaam van de firma: chapeau!

Een ander uitgebreid artikel heeft het over dedicaties of opdrachten in presentie-exemplaren voor Prosper Aerts. Waarom gaven mensen boeken? Wat wensten ze de ontvanger? Boeken bevatten zoveel meer dan wat enkel de titel aangeeft.

Mannenkoren in Borgerhout in de 19de eeuw vormt een derde, goed gedocumenteerd artikel. We noteren nog: ex-librissen en hun band met Frans Verstreken en de grafiekkunst en de Antwerpse componist Joannes Franciscus Redein. Tenslotte een woord over de provinciale prijzen.

Post Factum. Jaarboek voor Geschiedenis en Volkskunde, nummer 5, 2013, 158 p.

Delen:
Stuivend zand van de Kempen. Landduinen

Stuivend zand van de Kempen. Landduinen

Stuivend zand van de Kempen. Landduinen

De VZW Kempens landschap zet zich in voor de typische leefomgeving die deze streek typeert. Zij wil gebieden verwerven, dit erfgoed een plaats geven in de 21ste eeuw, mensen de kans geven deze landschappen te ontdekken en tenslotte de gemeenten adviseren. Daarbij wordt ook geschiedkundig erfgoed niet over het hoofd gezien. Van deze VZW belichtten we de publicatie over de kolonies in Wortel en Merksplas

Dit boek belicht de zandduinen. Een dynamisch aspect van het landschap. Eigenlijk een restant van de poolwoestijn die de Kempen bedekte tijdens de laatste ijstijd. Dat zand kwam opnieuw in beweging. In het boek komt dit kort aan bod. Paraboolduinen bijvoorbeeld, die nog herkenbaar in het landschap aanwezig zij, dateren van tijden toen er vegetatie aanwezig was.

De mens kwam samen met de vegetatie en het landschap draagt zijn sporen. Van verplaatsing van dorpen door dalende waterspiegel, over beemdenlandschap naar begraasde heide waardoor het stuifzand weer vrij spel kreeg.

Een groot deel van het boek is gewijd aan de fauna en flora. Enkele cultureel-godsdienstige aspecten komen aan bod. Tenslotte is er enige plaats ingeruimd voor de bebossing met dennen, de inzet van dit landschap in recreatie en het beheer van deze ruimte.

De foto’s zijn van mooie kwaliteit en meestal het werk van James Van Leuven.

Aangaande de Kempische landschappen kan je o.a. meer  lezen over Kalmthoutse heide of de Limburgse heide.

Guy Geudens, Philippe De Backer (red.), Stuivend zand van de Kempen. Landduinen, VZW Kempens Landschap, 96 p., ISBN 9789081499804.

Delen:
Turnhoutse koorcomponisten van de 16e eeuw tot vandaag

Turnhoutse koorcomponisten van de 16e eeuw tot vandaag

Turnhoutse koorcomponisten van de 16e eeuw tot vandaag

In dit boekje wordt een onderdeel van de Turnhoutse muziekgeschiedenis onder de loep genomen. Meestal blijft die beperkt tot studies over fanfares of zangmaatschappijen. Hier komen de componisten zelf aan bod. De auteur heeft getracht zoveel mogelijk aan de stad verbonden namen samen te brengen.

Omdat het gaat over koorcomponisten loopt de Sint-Pieterskerk als een rode draad door het geheel. Op het einde wordt nog wat plaats ingeruimd voor de titularissen aan de H.-Hartkerk.

Toch gaat het niet alleen om het kerkelijke. Van elke persoon worden een kleine levensbeschrijving en een overzicht van het muzikaal werk gegeven. Enkele illustraties verluchten het geheel.

Een namenregister maakt opzoeken makkelijk. Dat leert ons meteen dat zo’n 150 personen vernoemd worden. Daarvan worden 25 personen grondiger besproken.

Drie delen telt dit werk. Het eerste gaat over de koorcomponisten Denies, Verdonck, Belcier en de families Van Turnhout en Robson. Een tweede deel bespreekt de verburgerlijking van de muziek met Gregoir, Thibeau, Cartol en Verrees. Tenslotte  komen de componisten buiten de muziekacademie aan bod: Andelhof, Van Eyck, Van Dessel, Verheggen en De Houwer. Het kleine addendum over de H.-Hartkerk vernoemt nog Brandt, Nuyts, Van den Bogaert, Maes, Bosmans en Peeters.

Maurits Duyck, Turnhoutse koorcomponisten van de 16e eeuw tot vandaag, eigen beheer, 94 p.

Delen:
Prentenboek van Antwerpen

Prentenboek van Antwerpen

Prentenboek van Antwerpen

In tegenstelling tot de boekjes “… in oude prenten” zoals bijvoorbeeld dit boekje van Boom. Het gaat toch een ander concept. Verwacht geen oude ansichten. Het gaat hier wel degelijk om prenten, om gedrukte tekeningen uit de tijd voor de fotografie. Er werd wel wat getekend en geëtst in Antwerpen. Dit werk brengt er een 70-tal van samen.

Jozef Linnig -schilder, aquarellist en kunsthandelaar- was één van hen die zich lieten inspireren door de Scheldestad. Zijn ‘Historisch Album’ verscheen in 1868. Een andere naam is Edward Dujardin (1817-1889), leraar aan de Academie voor Schone Kunsten. Ook Rubens kan niet ontbreken.

Er werd één stadsplattegrond opgenomen, en één zicht op de Schelde. Verder gaat het om gebouwen en stadszichten.

Een inleiding van de hand van Van Hageland evoceert de Antwerpse geschiedenis met sterke folkloristische inslag. Verder gaat elke prent vergezeld van voldoende duiding om één en ander te situeren.

De druk is zwart-wit, wat bijdraagt tot het oorspronkelijke karakter van de tekeningen. Het formaat is iets groter dan een A-4.

A. Van Hageland (inl.), Prentenboek van Antwerpen. Beelden uit een roemrijk en bewogen verleden, Uitgeverij Ridderhof B.V., Rotterdam, 1979, 80 p., ISBN 9030804653

Delen:
Profiel van Mol

Profiel van Mol

Profiel van Mol

In deze beschrijving van Mol komen zowat alle elementen uit het verleden aan bod. Akkoord, er kan nog veel meer geschreven worden. Maar dit is toch wel een mooi stukje werk geweest. In 1971 was heemkunde nog niet volop aan de orde en bleef de literatuur om op terug te vallen eerder beperkt.

Het eerste deel gaat in op de geografische en geologische situatie van Mol. Aandacht is er voor wit zand, bruinkool, turf, bossen, heiden en irrigatie.

Een tweede hoofstuk heeft het over het Mols dialect en zijn plaats binnen de andere dialecten en het Nederlands.

De geschiedenis van Mol vormt een derde deel. Hier geen echt overzicht, maar enkele aandachtspunten. Aan bod komen grondgebied en grenzen, de voogden, de patriotten in de Boerenkrijg. Toponymie en familienamen worden ook besproken.

De abdij van Postel krijgt een eigen en uitvoerig hoofdstuk, met geschiedenis en evolutie en een beschrijving van de abdij rond 1970.

Het Molse volksleven omvat de schuttersgilden en de oude begankenissen. Het cultuurleven sluit aan met schone kunsten, toneel, muziek, literatuur en architectuur.

Een achtste hoofdstuk bespreekt Mol als toeristische ‘kern’ van de Kempen. Elke deelgemeente passeert de revue, samen met Euratom en Eurochemie.

De bevolkingsevolutie, industrie en handel en infrastructuur worden gegroepeerd in een socio-economisch overzicht. Dit wordt gevolgd door een paar bladzijde contemplatie over de toekomst. Daarin valt toch het streven naar industriële ontwikkeling in het licht van de gewestplannen en uitgezette groeikaders (o.a. de Eenheidswet) op.

Tenslotte een uitgebreid addendum met overzicht van het vredegerecht, de gemeenteraadsverkiezingen, de stichtingsjaren van de onderwijsinstellingen. Het deel ‘Mol en het verleden’ is een overgenomen tentoonstellingstekst en had beter geïntegreerd geweest in hoofdstuk drie.

Het boek bevat een index. Elk hoofdstuk heeft een korte samenvatting in Frans, Duits en Engels.

De afbeelding zijn eerder schaars, maar dat was wel meer zo voor uitgaven van die tijd. Dat mag geen hinderpaal zijn om het te laten liggen! Het is trouwens zeer moeilijk te vinden in het tweehandscircuit

Diverse auteurs, Profiel van Mol, Tafelronde 47, Mol, 1971, 480 p.

Delen:
Garnizoen Antwerpen 1831-1970. Het leger in het dagelijks leven van de Antwerpenaren

Garnizoen Antwerpen 1831-1970

Garnizoen Antwerpen 1831-1970. Het leger in het dagelijks leven van de Antwerpenaren

De tijden tekenden Antwerpen met vele herinneringen aan militaire aanwezigheid. De strategische ligging op de grenzen van Vlaanderen en Brabant aan de oever van een rivier is daar niet vreemd aan. Dat die Schelde op economisch en militair gebied steeds meer aan belang won, vergrootte de impact van vestingbouwers en garnizoenen op de stad.

Brialmont ontwierp de vestinggordel, waarvan we al eerder spraken wat betreft de sectie Berchem. Bolwerken, schietbanen en forten hoorden bij het dagelijks leven van de Antwerpenaar. Die keek niet op van een groep gewapende militairen die door de straat defileerden op weg naar de Falconkazerne, de Prekerskazerne, de Sint-Joriskazerne of de Prinsenkazerne, die in het midden van de stad lagen. Ze verdwenen allemaal, die gebouwen die het leger gebruikte. Na 1970 bleef alleen het militair hospitaal aan de Marialei over.

Het boek focust sterk op beeldmateriaal. Dat wordt gegroepeerd in zes hoofdstukken. Een eerste schetst de situatie tijdens en vlak na 1830; een tweede op het Noorderkasteel van Chazal en de gordel van Brialmont; een derde heeft het over de burgerwacht. De Duitse bezetting van ’14-’18 vormt een vierde deel. Hoofstuk vijf en zes hebben het over het interbellum, met de naweeën van WOI en beelden van de kazernes. De demilitarisering sluit tenslotte het boek.

Het geheel vormt een mooie een unieke verzameling aan iconografisch materiaal. De wisselwerking tussen het leger en de Antwerpenaar wordt echter zeer summier uitgelegd en blijft beperkt tot twee bladzijden per hoofdstuk. De boventitel “Archiefbeelden” van deze reeks zegt genoeg. In dezelfde reeks verscheen “Antwerpen in 101 gedenkplaten” en “Antwerpse circusartiesten”.

Het boek is moeilijk te vinden op de tweedehandsmarkt

Frans Lauwers, Garnizoen Antwerpen 1831-1970. Het leger in het dagelijks leven van de Antwerpenaren, Tempus – The History Press, 2010, 128 p., ISBN 9781845886455.

Delen:
Weldadigheid in de Kempen

Weldadigheid in de Kempen

Weldadigheid in de Kempen

In 1993 werd de wet op de beteugeling van de landloperij afgeschaft. Niet eerder. Tot dan hadden de kolonies van Wortel en Merksplas betekenis. Het verhaal begon in 1822, toen de Maatschappij van Weldadigheid 200 hectare woeste grond nabij Hoogstraten aankocht. Bedoeling was om de verpaupering tegen te gaan door kansloze mensen in te zetten op boerderijen en ze discipline en stielkennis bij te brengen. Het idee werd ontwikkeld door generaal Joannes van den Bosch tijdens de Hollandse periode.

Het boek brengt in een notendop de historiek van deze kolonies. Maar heel mooi is de aandacht voor de wisselwerking tussen deze geschiedenis en het landschap zoals dat vandaag te vinden is. Er wordt tevens een blik geworpen op de toekomst.

Het verhaal leest heel vlot en bij de foto’s ligt de focus op de compositie. Er is evenwel ook ruimte voor enkele historische afbeeldingen. Voor fauna en flora is wel wat plaats ingeruimd. Maar anderzijds is een goed begrip van de omgeving nodig om grondgebruik en levensstijl van vroeger te begrijpen.

Een aangenaam boek voor wie de kolonies en hun omgeving wil leren kennen. Maar wie dieper wil graven, zal zich tot andere literatuur moeten wenden.

Diverse, Weldadigheid in de Kempen. Wortel- en Merksplas-Kolonie, VZW Kempens Landschap, 96 p., ISBN 9789081849616.

Delen:
Zo was.. Boom

Zo was… Boom

Zo was.. Boom

Zo was… Boom is één van die uitgaves van de jaren ’70 waarin met nostalgie werd teruggekeken op het dorp van toen. Het verzamelen van postkaarten nam een hoge vlucht. De interesse voor heemkunde en eigen haard groeide gestaag. Dat leidde tot deze albums met een collectie ansichten, zoals Ronse. Deze werden in latere jaren hernomen in de Toen-boekjes (bijvoorbeeld De Panne) of door Het Laatste Nieuws (zoals bijvoorbeeld Oud-Turnhout en Arendonk of Moerbeke-Waas en Stekene).

Samensteller en gekend plaatselijk heemkundige Alex Vinck zorgde voor een ruime selectie van beelden. In deze keuze valt op dat het aantal oude postkaarten beperkt blijft. De auteur kiest ook voor foto’s die belangrijke gebouwen of merktekens, zoals een pomp, in beeld brengen. Maar vooral is ruimte gegeven aan de mensen. Burgerwacht, gemeentepersoneel, verenigingen, cultuur, sport, processies, onderwijs: het komt allemaal aan bod. In dit boekje gaat het echt om het dorpsleven, om hoe Boom leefde en werkte. Veel minder om de weemoedige terugblik naar verdwenen straten en landschappen. Vinck geeft er genoeg tekst en uitleg bij.

Misschien ligt dit wel aan het feit dat Boom al heel vlug een gekwetst dorp werd: de verkeersas Antwerpen-Brussel groef zich steeds maar dieper en breder door het dorp en de kleiputten voor de plaatselijke baksteenindustrie rukten langs alle kanten op. Er is aan de Rupel veel geeld verdiend door sommigen en veel armoe geleden door velen. Het landschap draagt er nog steeds de sporen van. Maar in die gekwetste leefruimte bleven mensen elkaar vinden in hechte gemeenschappen. Dat is wat dit boek heel mooi brengt.

Alex Vinck, Zo was… Boom, Uitgeverij C. De Vries-Brouwers, Antwerpen, 1972, 92 p.

Delen:
Niels-Nederlands-Niels verklarend woordenboek

Niels-Nederlands-Niels verklarend woordenboek

Niels-Nederlands-Niels verklarend woordenboek

De aandacht voor dialect kwam eerder al aan bod. Zo stelden we het dialectwoordenboek van Lokeren, van Anzegem en van Hasselt voor. We gaan nu naar Antwerpen en vinden in het Niels een onvervalste Brabantse streektaal.

Auteur Alfred Michiels is geschoold in de klassieke filologie. Hij heeft interesse voor etymologie, topologie en natuurlijk taalkunde. Dat is te zien aan de veelvuldige verklaringen vanwaar een bepaald woord of een zekere uitdrukking komt. Bij werkwoorden lezen we de vervoeging, bij sommige woorden het verkleinwoord.

Eerst komt de schrijfwijze en de uitspraak aan bod. Een stukje spraakkunst, zoals de bezittelijke voornaamwoorden en de vervoeging van zijn, hebben en worden; gevolgd door de lijst van onregelmatige werkwoorden. Het is iets dat in weinige dialectwoordenboeken aan bod komt.

Dan volgt de woordenlijst Niels-Nederlands. Gewoon, na mekaar, de dialectwoorden met hun verklaring.

Een aansluitend deel geeft Nederlands-Niels. Hier is plaats voorbehouden voor verklaringen, etymologie, vervoeging en voorbeeldzinnen. Je kan dus heen en weer tussen de eerste lijst en deze meer uitgebreide rubriek. Daar kan je ook de uitdrukkingen vinden, zoals onder “spiegelei”, wat in het Niels péèèrenoeëg wordt. Ga zelf na wat z’Hèè twië péèèrenoeëgen betekent. Neen, het gaat niet over haar ontbijt, wel over haar fysiek.

In de bijlagen valt een uitvoerige studie over de plaatsnaam Niel te lezen, samen met een beknopte geschiedenis van de gemeente. Tenslotte volgen een aantal aftel- en ander rijmpjes en enkele sagen.

De bibliografie zegt genoeg over de inzet van de auteur en zijn kennis op taalkundig niveau.

Alfred Michiels, Niels-Nederlands-Niels verklarend woordenboek, 2013, 448 p., ISBN 9781616273743.

Delen:
En wat deed mij eigen volk? Breendonk, een kroniek

En wat deed mij eigen volk?

En wat deed mij eigen volk? Breendonk, een kroniek

Er zijn weinig boeken verschenen over Breendonk. Omdat het kamp in verhouding met de vernietigingsfabrieken in Duitsland en Polen zo klein was? Of omdat het net achter de hoek lag? Omdat de eigen Vlaamse SS-mannen de anderen naar de kroon staken in wreedheid en onmenselijkheid? En omdat we da niet meer kunnen zeggen dat het ‘de andere’ was?

Jos Vander Velpen, eigenlijk een doctor in de rechten en advocaat, legt in dit boek de klemtoon bij de gevangenen. Geen onderverdeling in hoofdstukken rond enkele thema’s. Ja, de auteur werkt wel chronologisch per jaar. Maar het echte woord is aan de mensen die er opgesloten zaten.

In een vlot leesbare tekst brengt de auteur deze getuigenissen tot leven. Een verteltrant, alsof het zich voor de ogen afspeelt, en wij er stille, onbewogen getuige van zijn. Nergens wordt een groot verheven vaderlandslievend decor opgehangen; nergens worden feiten in een misplaatste romantiek gestopt. Wat je wel kan voorstellen, is dat de werkelijkheid nog veel botter was dan het verslag dat hier gebracht wordt. Maar Vander Velpen kiest voor sereniteit in zijn tekst.

Omdat het kamp zo klein was, kon geen enkele gevangene echt opgaan in de massa. De bijkomende taak om door ondervragingen en eenzame opsluiting meer te weten te komen over verzet, legde een sfeer van angst en foltering over een desolaat bestaan waar een leven niets waard is. Dat de kampbewaking die taak ernstig neemt, mag duidelijk zijn. Breendonk was een ware hel.

Het boek dateert al van 2003, maar is nog steeds één van de sterkste aangaande Breendonk en zij die er onnoemelijk geleden hebben.

Jos Vander Velpen, En wat deed mij eigen volk? Breendonk, een kroniek, Berchem, EPO, 2003, 238 p., ISBN 9064453055.

Delen: