Brabant

150 jaar zusters van Onze-Lieve-Vrouw van VII Weeën (1847-1997)

Sint-Genesius-Rode: 150 jaar zusters

150 jaar zusters van Onze-Lieve-Vrouw van VII Weeën (1847-1997)

Het moederhuis van deze orde stond in Sint-Genesius-Rode. Er kwamen in de loop van de tijd 19 bijhuizen.

Het eerste deel is opgebouwd rond die expansie van eerste honderd jaar. Het gaat om de stichting van een klooster te Rode (1847) en meteen ook te Steenhuffel (1857). Er waren banden tussen de overste en de clerus te Steenhuffel. Verder volgden Linkebeek, Breendonk, Beersel, Essenbeek, Kapelle-op-den-Bos, Merksplas, De Hoek en Heindonk. In al deze huizen werd vooral geconcentreerd op onderwijs.

De armen- en ziekenzorg (en ook gevangenen) stond in het middelpunt van de zendingen in Zaventem, Hoogstraten, Putte, Eigenbraker, Merksem en Merksplas.

Een even groot tweede deel bekijkt de laatste 50 jaar. Een scharnierpunt daarin is het Tweede Vaticaans Concilie. Tot 1967 werkt de traditie nog door, daarna komt de confrontatie met de moderne tijd (1967-1979). De periode tot 1997 kenmerkt zich door een zoektocht naar vernieuwing van intern leven.

De tekst leest vlot. Er is een bibliografie en een notenapparaat. Het boek is ook geïllustreerd, voldoende, maar niet overvloedig. Als het aankomt op naamgeving: het zijn vooral de zusters op de foto’s die benoemd worden. Detail: de piëta van Leon Spillaert op de voorpagina verwijst naar de orde, maar misschien was een beeld of object uit de eigen traditie een betere keuze geweest?

Johan Christiaens, Willem Savenberg, 150 jaar zusters van Onze-Lieve-Vrouw van VII Weeën (1847-1997), 176 p., D/1997/0435/7.

Delen:
Meise Kapelle-op-den-Bos in oude prentkaarten

Meise Kapelle-op-den-Bos in oude prentkaarten

Meise Kapelle-op-den-Bos in oude prentkaarten

Oude postkaarten spreken altijd aan. Ze getuigen verstild van het leven in onze dorpen en steden in de ‘Belle Epoque’. Dat er alleen oog was voor het schone en alle ellende buiten beeld blijft, maakt het nog eens makkelijker.

Het is vanzelfsprekend dat heruitgaven van de boekjes “… in oude postkaarten” altijd succes vinden. Zo bijvoorbeeld de toen-boekjes van Vorst en De Panne.

Het Laatste Nieuws gaf in de jaren ’90 de oude stock uit van de Europese Bibliotheek/Zaltbommel. Soms in bundelingen. Zo een bundeling ligt hier voor ons.

Een beetje ongelukkig om twee gemeenten die eigenlijk niet zozeer op elkaar zijn aangewezen, bij elkaar te plakken. Let wel: het gaat niet om de deelgemeenten, maar om de oude gemeente Meise en de oude gemeente Kapelle-op-den-Bos. Ze grensden ook niet aan elkaar, want Wolvertem, Sint-Brixius en Westrode lagen er nog tussen.

Het deel Meise is enkelzijdig bedrukt, 22 ansichten komen aan bod. Het deel Kapelle is dubbelzijdig bedrukt en telt 44 ansichten. Elk beeld krijgt summier wat uitleg.

Het blijft een ‘hebbedingetje’, maar de bundeling blijft ongelukkig.

Meise Kapelle o/d Bos in oude prentkaarten, ca. 80 p., s.d.

Delen:
Constant Theys, Ruisbroek (Brabant)

Ruisbroek (Brabant)

Constant Theys, Ruisbroek (Brabant)

In de pioniersperiode van vele heemkundige kringen, of voorafgaand daaraan, gaven enkelingen de interesse een boost door een al dan niet uitgebreide geschiedenis van hun dorp uit te geven. Constant Theys nam initiatief in Ruisbroek. Deze uitgave dateert van 1940. Vrij vlug was ze niet meer beschikbaar, en in 1970 ging ze opnieuw ter perse. Toen werd ze uitgebreid en aangevuld door Piet Theys en Urbaan De Decker. Ze werd ook van illustraties voorzien.

De hier getoonde uitgave is dus die van 1970. In sommige tweedehandszaken of online aanbiedingen zie je deze steevast aangeboden als de uitgave van Constant Theys. Maar de originele is dus 30 jaar ouder.

De inhoud bleef behouden (mits de uitbereidingen tot 1970). Onderwerpen volgen kort op elkaar rond traditionele thema’s: ligging, bevolking, naam, hoeven, nijverheid, wapen, bestuur, gemeentehuis, oorlog, parochie, armenzorg, clerus, onderwijs, openbare werken, feesten, cultiir en sport.

Op te merken valt wel de bijdrage ‘Toponymie van Ruisbroek’, door de auteur en de daarvoor nog steeds ongeëvenaarde Jan Lindemans.

Een register van familienamen sluit af. Illustraties zijn-gezien de toenmalige druktechnieken- beperkt aanwezig.

Ruisbroek is nu deelgemeente van Sint-Pieters-Leeuw.

Constant Theys, Ruisbroek (Brabant), herziene uitgave 1970, Ruisbroek, 112 p.

Delen:
Renaat Grassin, De powezeekes van ’t Ketsje

De powezeekes van ’t Ketsje

Renaat Grassin, De powezeekes van ’t Ketsje

Met deze “powezeekes” ofte “poëzietjes” in het slecht schoon Vlaams, zijn we bij gedichtjes aangekomen.

Renaat Grassin werd geboren in Sint-Gillis in 1900 en overleed in Ekeren in 1964. Hij werd acteur/cabaratier die zijn Brusselse roots nooit verloochende. Hij leefde en schreef in het Brussels onder de naam ’t Ketsje.

Deze tekstjes werden in de jaren ’70 en ’80 uitgegeven (waarschijnlijk door anderen verzameld), maar de twee editie waren onvindbaar geworden. Daarom gaf de Academie van het Brussels ze opnieuw uit in een licht gewijzigde spelling. Hier en daar een voetnoot om een term of woord te verduidelijken.

Een dertigtal items passeren de revue, waaronder drie liedjes met muzieknotatie: “Ma zinneke”, “Filozofee” en “Van draa breukes”, deze laatste de Sinterklaaslegende rond de drie kindjes in de pekeltobbe.

Het spreekt voor zich dat het sappige Brabantse dialect in alle kleuren naar voren komt. De eigen toonaard, helemaal anders dan het Vlaams (zoals het Lokers) en het Limburgs (zoals het Hasselts).

Streektaal, levend, dat was het handelsmerk van Grassin.

Renaat Grassin, De powezeekes van ’t Ketsje, Brussel, 2009, 96 p.

Delen:
De kasteelheren van Gaasbeek

De kasteelheren van Gaasbeek

De kasteelheren van Gaasbeek

Eerder kwam al een boekje van Renson aan bod, over het Kasteel van Gaasbeek. Hij was van 1963 tot 1979 conservator.

Deze uitgave kreeg een ruime titel: de kasteelheren van Gaasbeek. Maar eigenlijk gaat het over de familie de Scockart – de Tirimont tussen 1687 en 1796. Zij kochten de goederen van l’Escornet en kregen daarmee het heerlijke gezag in Sint-Kwintens-Lennik en Sint-Martens-Lennik, Gaasbeek, Vlezenbeek, St.-Laureins-Berchem en Elingen.

Enkele genealogische aantekeningen samen met een schets van de persoon en levensgebeurtenissen   vormen de ene helft van deze brochure. De bijlagen nemen de andere helft in beslag: een huwelijkscontract (Frans), een inventaris van goederen (Nederlands), het dagboek van de conferenties van Rijswijk, vertaald uit het Spaans naar het Frans.

Een elftal illustraties verluchten het geheel.

A. Renson en M. Casteels, De kasteelheren van Gaasbeek, s.l., [ca. 1973], 48 p.

Delen:
Hoe zij groeiden technische scholen Vilvoorde

Hoe zij groeiden

Hoe zij groeiden technische scholen Vilvoorde

Er zijn twee titels nodig. Naast Hoe zij groeiden ook nog Geschiedenis der technische scholen van Vilvoorde (1864-1954) en van de oudleerlingebond der technische scholen van Vilvoorde 1904-1954. Dus 90 jaar school en 50 jaar oudleerlingenbond. Daar zijn al twee bladzijden voor gebruikt. De schrijver heeft ook drie voornaamletters nodig en de volle titel van “doctor in de geschiedenis”. Hoe hij dan met deze prul durft afkomen, is een raadsel.

Niet overtuigd? Het geheel telt 64 pagina’s. Daarvan zijn we er al 3 kwijt aan titelpagina’s. Nog een grafiek van het leerlingenaantal en een voorwoord van twee bladzijden. Vanaf pagina 39 echter beginnen de bijlagen. Resten er dus 39-3-1-2=33 pagina’s. De oudleerlingenbond neemt daarvan nog eens 11 pagina’s in beslag. Bilan: 22 pagina’. Het aantal bibligrafische verwijzingen is summier.  

Waarom deze opsomming? Om aan te halen dat een resem academische titels niet garant staat voor een goed heemkundig werk! Er waren toen toch veel meer mondelinge bronnen te vinden dan één dossiertje, zoals de auteur in het voorwoord zelf aanhaalt.

De waarde ervan? Door de ouderdom, nu bijna 75 jaar geleden, is het een historisch documentje op zich. De bijlagen geven het besluit tot oprichting van het stadsbestuur, drie reglementen en de statuten van de oudleerlingenbond uit 1921.

A. Verheyden, Hoe zij groeiden, Vilvoorde, 1954, 64 p.

Delen:
Oorlog in Woluwe

Oorlog in Woluwe

Oorlog in Woluwe

Oorlog in Woluwe is geen systematische studie van de jaren 1940-1944 in deze gemeente. Het is meer een resem anekdotes na elkaar. Grote gebeurtenissen, kleine gebeurtenissen, ernstige en lachwekkende feiten.

De auteur had een loopbaan als journalist achter de rug. Dat zal wel heel sterk meegespeeld hebben. De stijl van het boek benaderd nog het meest een stijl van het ene krantenartikel na het ander.

Doordat ze chronologisch worden gebracht, krijg je doorheen het boek toch een idee van de oorlogsjaren in Sint-Lambrechts-Woluwe. En de veelheid aan onderwerpen, allemaal verbonden met het dagelijks leven van de Woluwenaars, geven toch een serieuze inkijk in de tijdsomstandigheden.

Zo lezen we bij de klokkenroof hoe ze door slimme trucjes trachten tijd te winnen. Hoe het slachthuis bewaking nodig heeft. Over het Oostfront. Over het afdruipen van de Duitsers. Het ene feit na het andere passeert de revue, met de kleinmenselijke kanten.

De schrijfstijl is vlot. Spijtig dat bijna elke zin een “return” krijgt en op een nieuwe regel moet beginnen. Met daartussen nog eens interlinie voor de alinea’s. Het toont zo opstelachtig. Maar in zijn voorwoord geeft de auteur anderzijds aan zijn herinneringen, de getuigenissen van anderen die hij heeft vernomen en het beeld van zijn “verdwenen dorp” wil toevertrouwen aan het papier. Daarin is hij geslaagd. Wat betreft de raadpleging van archiefstukken, zoals hij aangeeft: jammer dat nergens wordt aangeduid wat welke gegevens ondersteunt.

Het boek is geïllustreerd met wat foto’s en documenten. Er verscheen tevens een Franstalige editie.

Leon Van Audenhaege, Oorlog in Woluwe, 1994, 208 p.

Delen:
De kerk van Diegem

De kerk van Diegem

De kerk van Diegem

De kerk van Diegem beheerst de vallei van de Woluwe met zijn gekroonde stenen spits. Vanop de ring zichtbaar, naar de hemel krabbend als om de vliegtuigen naar omhoog te stuwen zoals een vliegenmepper achter de vliegen zit.

Deze torenspits moest in de Tweede Wereldoorlog verdwijnen om de landingsbaan van Melsbroek vrij te houden. Bokrijk avant-la-lettre want steen per steen kwam hij naar beneden en het materiaal bleef opgeslagen tot na de oorlog.

De auteur zet bondig de bouwgeschiedenis van deze kerk uiteen. Hij verduidelijkt de structuur van het gebouw en de functie van de ruimtes, zoals het aangebouwd ‘kiekenkot’ dat diende om de levende dieren die de bedevaarders meebrachten onderdak te geven.

Daarnaast komt het interieur ruim aan bod. Niet alleen meubilair, maar ook gewaden, objecten, relieken, beelden en zerken. Hij haalt kort de pastoors aan die de kerk bedienden.

Dit boek is -zeker voor die tijd- zeer rijk geïllustreerd. Dat wat besproken wordt, is ook te zien.

Deze uitgave is moeilijk te vinden, maar de moeite waard.

J.-E. Davidts, De kerk van Diegem, 1963, 125 p.

Delen:
Geschiedenis van graafschap en stad Aarschot

Geschiedenis van Stad en Land van Aarschot

Geschiedenis van graafschap en stad Aarschot

Er zijn van die mensen die brede interesse koppelen aan talent. Lodewijk Liekens (°1867 – 1956) kon schilderen, beeldhouwen en schreef daarnaast enkele heemkundige werken, zoals de Geschiedenis van Heist-op-den-Berg uit 1897. Deze Geschiedenis van het oude graafschap, van de stad en de parochie, den lande en hertogdomme van Aarschot blijft een mijlpaal.

Hij werkte hier ruim 50 jaar aan. Deel 1 kwam uit in 1926. De rest moest volgen. Hij zag het nooit volledig verschijnen. Zijn overlijden doorkruiste de droom om dit in vijf of zes delen uit geven. Zijn familie besloot dan uiteindelijk in 1994, na de heruitgave van ‘Heist’, om ook dit werk aan het publiek kenbaar te maken. Alles werd gebundeld in twee delen.

Het hoeft geen betoog dat deze boeken heel wat informatie bevatten van de streek rond Aarschot, zelfs al is er sindsdien heel wat verschenen en onderzocht. Het blijft een iconisch werk. Ze zijn dan ook nu al moeilijk te vinden.

De uitgave is uitgebreid, maar het volume weegt niet door en de tekst is goed leesbaar. Dit deel I – van de oudste tijden tot het hoogtepunt van de stad – bevat spijtig genoeg geen inhoudsopgave. Daardoor is het moeilijk zoeken naar een specifiek deel. Maar dit is slecht een klein euvel. Soms herhaalt de schrijver zich, maar de oorzaak daarvan is dat het een bundeling is van oorspronkelijk losse delen.

Nog een kleine opmerking: de aanduiding ‘deel I’ en ‘deel II’ vind je alleen terug op de linnen band, onder de stofwikkel. Die opdruk staat trouwens ondersteboven, een fout van de drukker die toch niet goed te praten valt. Bij aankoop: goed opletten dat je het juiste deel aanschaft. Samen ga je ze (bijna) nooit vinden. Je gaat ze dus apart moeten kopen op de tweedehandsmarkt: deel I (Liekens zijn eerste drie delen) en deel II (Liekens zijn delen 4, 5 en 6).

Lodewijk Liekens, Geschiedenis van het oude graafschap, van de stad en de parochie, den lande en hertogdomme van Aarschot, deel I, 1994, 492 p.

Delen:
Kasteel van Gaasbeek

Het Kasteel van Gaasbeek

Kasteel van Gaasbeek

Dit boekje komt van de hand van een kenner: Gaston Renson was de vierde conservator van het kasteel van Gaasbeek. Anderzijds is het weer ziek in het bedje van gooien met titels en pluimen. We zitten al vijf pagina’s ver eer alle plichtplogendheden van doctors, uitvoerende en beschermende comités de revue zijn gepasseerd. Of de lezers van toen daar ook zo weinig aan hadden als nu? Waarschijnlijk wel. Door de televisieserie ‘Tijl Uilenspiegel’  was het domein in die jaren trouwens een uitermate populaire bestemming voor een daguitstap. Zij hadden interesse in andere aspecten van het kasteel.

De historiek is bondig en gedocumenteerd, zo’n 15 pagina’s. In 1921 dan kreeg de Belgische Staat bij schenking gans het domein. Daarop volgen bijna tien pagina’s over de conservatoren en hun verwezenlijkingen. We krijgen ook inzicht in het aantal bezoekers en tenslotte moeten de leden van de bestuurs- en beheerscomissies nog eens bij naam genoemd worden. We leren er uit dat een ganse resem senatoren en -kundigen nodig waren, naast twee schoonmaaksters voor gans het gebouw…

De bibliografie is indrukwekkend en is eigenlijk de waarde van dit werkje: het geeft een stand van zaken van de verschenen literatuur en archivalische bronnen voor Gaasbeek.

Gaasbeek is momenteel een deelgemeente van Lennik.

G. Renson, Bouw en ikonografie van het Kasteel van Gaasbeek, [1970], 68 p.

Delen: