Brabant

Vorst in oude prentkaarten

Vorst in oude prentkaarten

Vorst in oude prentkaarten

De Toen-boekjes voor De Panne  en Diest  zijn elders op de site te vinden. Zij zijn de opvolgers van de reeks … in oude prentkaarten.

In het Frans krijgt de reeks de titel Au Temps jadis. Ligt voor de hand. Maar voor het Brusselse kwamen deze uitgaven tweetalig op de markt. Gelukkig staat de titel er wel in het Nederlands.

Het concept is hetzelfde: op elke bladzijde één foto met daarbij uitleg. De afbeelding zijn iets kleiner, omdat er een tweetalige commentaar bij de foto staat. Deze is redelijk uitgebreid. Daarmee bedoelen we: meer dan één zinnetje en voldoende om het geheel te situeren. Het Nederlands is zeker meer dan aanvaardbaar, alhoewel soms de rechtstreekse vertaling vanuit het Frans naar boven komt. Het kan in Brussel véél en véél slechter, met tweetalige werken in schabouwelijk Nederlands.

Het spreekt voor zich dat de kijker en lezer overdonderd worden met de metamorfose die het Vorst van 1880-1920 onderging. Een metamorfose die nog in een stroomversnelling kwam en als deel van de Brusselse agglomeratie nooit stopt. Anderzijds zijn nog zoveel herkenningspunten bewaard gebleven. Gilbert Papens, de samensteller, heeft ook plaats ingeruimd voor mensen uit het Vorst van weleer.

Deze verzamelboekjes van toen blijven een aanrader!

Vorst in oude prentkaarten deel 2, Zaltbommel, 1996, 115 p., ISBN 9028862382.

Delen:
De Tram “L” Londerzeel-Brussel

De Tram “L” Londerzeel-Brussel

De Tram “L” Londerzeel-Brussel

Trein en tram roepen beelden op aan een samenleving waar de auto nog niet bij iedereen voor de deur stond. Zij speelden een cruciale rol in de ontsluiting van dorpen en steden in de ruime periode 1840-1960.

Daarna werden de buurspoorwegen aan de kant gezet, in een poging om ze te vervangen door nog meer bussen op nog meer vaste lijnen. Dat diezelfde bussen ondertussen ook stilstaan of toch eigen beddingen nodig hebben onder de vorm van busbanen, had toen  niemand kunnen vermoeden.

De Tram “L” Londerzeel-Brussel belicht de lijnen Humbeel-Brussel en Londerzeel-Brussel (Rogierplaats). Het is een verzameling van artikels die eerder verschenen, met aanvullingen.

De auteur brengt ten eerste de informatie uit de gemeentelijke administratie samen (1871-1896). Vervolgens heeft hij het over ‘De Tramlijn van Brussel naar Humbeek en Londerzeel”. Eigenlijk brengt hij daarin een doordruk van de Guides Illustrés des chemins de fer vicinaux. Ligne de Bruxelles à Humbeek et Londerzeel. Een soort reisgids met beschrijving van wat er onderweg te zien was.

Vervolgens komt de historiek van de lijn aan bod, van de aanleg over de elektrificatie tot de herstructurering en de laatste rit. Ook de vervangende autobusdienst hoort hierbij. Dat voor zo’n belangrijke onderdeel slechts zes pagina’s nodig blijken, is eerder magertjes.

Dan volgen maar liefst 70 pagina’s foto’s (veelal twee per blad) met een zinnetje uitleg. Het zijn bijna steeds beelden van de tram of de infrastructuur uit de tijd van toen. Een mooie verzameling iconografisch materiaal.

Twee uurregelingen, ca. 15 pagina’s krantenknipsels, twee pagina’s over het trampersoneel en een opsomming van de tramhaltes sluiten dit boek.

De auteur is een goede verzamelaar. Hij valt eerder onder het type heemkundige dat we collectioneur noemen. Hij brengt heel veel samen. Alleen missen we een beetje de meer uitgediepte historiek achter de beelden. Dat het hoofdstukje over het trampersoneel voornamelijk (of soms uitsluitend) genealogische gegevens bevat, bijvoorbeeld. En niet wordt uitgelegd wat ze deden. Hoe dat in zijn werk ging. Dat sommigen eerst met de achternaam worden genoemd in deze opsomming, en anderen eerst met de voornaam, komt bijvoorbeeld slordig over. Zelfs bij een bundeling van eerder verschenen teksten met aanvullingen, is het toch niet te veel gevraagd één en ander beter aan mekaar te rijgen.

Toch kunnen we er niet aan voorbij dat meer van deze werken mogen verschijnen: ze leggen zoveel beeldmateriaal en documentatie over één onderwerp vast, dat ze zeker verdienstelijk blijven voor alle geïnteresseerden in tram- en treinwezen en voor een lokaal publiek.

Alfons Moeyersons, De Tram “L” Londerzeel-Brussel, Londerzeel, 2020, 124 p., ill.

Delen:
Heverlee 1846-1976. Evolutie in woord en beeld

Heverlee 1846-1976. Evolutie in woord en beeld

Heverlee 1846-1976. Evolutie in woord en beeld

In dit boek omspannen de auteurs ruim anderhalve eeuw dorpsleven. Misschien dat de data even de wenkbrauwen doen fronsen? 1846 is ingegeven door de oude kadasterplannen van Vandermaelen en de volkstelling, beiden in dat jaar verschenen. 1976 is natuurlijk het jaartal waarin Heverlee fusioneerde met Leuven.

De schrijvers willen de nadruk leggen op de evolutie van het dorp. Hoe evolueerde een gemeente met vier bescheiden woonkernen (Egenhoven, Terbank, Park, Centrum) tot een voorstad van Leuven?

Ze doen dat in maar liefst 20 hoofdstukken. De onderwerpen kunnen we rond een aantal thema’s samenbrengen.

  1. Urbanisatie: bevolking, landschapsevolutie, voorzieningen, straten en wijken;
  2. Economie en land- en tuinbouw;
  3. Politiek;
  4. Militaire en oorlog;
  5. Kerkelijk Heverlee met parochie en kloosters;
  6. Gebouwen, begraafplaatsen;
  7. Onderwijs en de KUL te Heverlee;
  8. Cultuur, ontspanning, sport en kunst.

De tekst is vlot leesbaar, de foto’s zijn talrijk en goed afgedrukt. Zo werd het een kijk- en leesboek. Elk onderwerp krijgt voldoende gewicht binnen het geheel. De inleiding geeft wat aanvullende literatuur, maar daar blijft het bij.

De auteurs hoopten met dit werk de eerder karige bestaande literatuur over Heverlee aan te vullen. Zij zijn goed geslaagd in hun opzet om een beknopte en vlot leesbare synthese te brengen van die evolutie op anderhalve eeuw. Het boek reikt zodoende vele handvatten om de vele onderwerpen verder uit te diepen en het Heverlees verleden rijk te stofferen. Want, zeggen ze zelf in de inleiding, het probleem werd niet: “Hoe vullen we een boek”, maar wel: “Hoe krijgen we alles erin?”.

Rik Uytterhoeven en Chris Morias, Heverlee 1846-1976. Evolutie in woord en beeld, Leuven, Acco, 1996, 189 p., ill., ISBN 9033436914.

Delen:
Diest in oude prentkaarten

Diest in oude prentkaarten

Diest in oude prentkaarten

Over de Toen-Boekjes hebben we het al eerder gehad, in de reeks verscheen onder andere ook De Panne. Ze volgden de populaire reeks “Zo was…” alias “… in oude prentkaarten” op. En die oude prentkaarten: ze blijven aanspreken.

Diest werd in 1844 ingelijfd in het Belgisch verdedigingssysteem. Een vestingsgordel spande zich als een keurslijf om het middeleeuwse stadje. De auteur van deel één spitst zich toe op enerzijds het oude Diest en anderzijds de vestingstad. Hij tracht daarbij ook een paar foto’s van groepen mensen in te lassen, om het stadleven van voor 1930 wat te schetsen. Alle afbeeldingen krijgen summiere commentaar.

In deel twee wordt een beeld van Diest samengebracht in vele postkaarten. Auteur Massin geeft wat uitleg bij elk beeld. De twee afbeeldingen van voetbalploeg Diest-Hogerop zijn herhalingen van deel één. Ook het oplaten van een luchtballon in 1907 (foto 66) is een herneming. Spijtig, want er valt over deze stad toch wel meer te tonen. De reden zal wel zijn dat de oorspronkelijke uitgaven 10 jaar van elkaar verschilden. Deel 1 verscheen oorspronkelijk in 1972, deel 2 in 1982.

In ieder geval blijven de twee delen een mooie verzameling beelden die een indruk geven van een Brabantse vestigingsstad tussen ca. 1890 en 1930.

Em. Peeters Saenen, Diest in oude prentkaarten deel 1, Toen-Boekje, Zaltbommel, 2000, 76 beelden, 80 p., ISBN 902882653X.

W. Massin, Diest in oude prentkaarten deel 2, Toen-Boekje, Zaltbommel, 2000, 76 beelden, 80 p., ISBN 9028820000.

Delen:
Sint-Martens-Bodegem : Bodegemsche Cronycke

Bodegemsche Cronycke

Sint-Martens-Bodegem : Bodegemsche Cronycke

Sint-Martens-Bodegem kan prat gaan op één van de oudste dorpskeuren van Brabant. Het dorp heeft een rijke geschiedenis. De Bodegemse Kulturele Werkgemeenschap tracht die sinds 1979 te reconstrueren.

Zij kon daarbij beroep doen op enkele actieve leden. In 1984 brachten zij een nieuwe reeks bevindingen samen in het vierde deel van de Bodegemsche Cronycke. De lezer vindt daarin dertien artikels op vlak van heemkunde en volkskunde.

We lezen een samenvatting van de geschiedenis van Bodegem en een artikel over de pest in 1668-1669, als historische bijdragen. Misdaad komt aan bod in een artikel over het verdacht overlijden van Jan Van Rossum in  1771 en eentje over rapendiefstal in 1745.

Kerkelijk leven en volksgeloof komen aan bod in de verering van Sint-Elooi te Bodegem en een bijdrage over de kosters, naast een uitgebreid artikel over de geboorte-, huwelijks en begrafenisgebruiken tijdens het interbellum.

Op het vlak van patrimonium komen aan bod: het grafmonument van Pierre Vander Beken in de kerk van Bodegem en een houten balk met opschrift in een deurbalk van een oud hoevetje

Een klein artikel over hopteelt aan rechte staken en een artikel over Brusselse vondelingen in Bodegem (met namenlijst) sluiten dit deel.

Een zeer gevarieerde selectie in een vlot leesbare taal en voldoende ruimte voor 27 illustraties, maken dit samen tot een mooi geheel. Dit boekje is echter reeds lang uitgeput en kan alleen met en goede portie geluk in het tweedehandscircuit op de kop worden getikt.

Romeyns, G., Van Droogenbroeck, E., Van Rossem, P., Bodegemsche Cronycke, Bodegemse Kulturele Werkgemeenschap 4, 1984, 125 p., ill., D/1984/2839/1.

Delen:
Het Hertogdom Brabant in kaart en prent

Het Hertogdom Brabant in kaart en prent

Het Hertogdom Brabant in kaart en prent

Dit boek maakt deel uit van een reeks uitgaven met aandacht voor de cartografie. In dezelfde reeks zijn ook o.a. Vlaanderen, Zeeland, Limburg en Luxemburg terug te vinden.

Het werk geeft een korte inleiding over de geschiedenis van Brabant en een historische schets van het kaarttekenen. De cartografen en uitgevers die iets van het Hertogdom publiceerden, komen aan bod.

Maar het paradepaardje zijn de talrijke reproducties in kleur van de historische kaarten van Brabant en zijn gebieden. Van algemene kaarten, over stadsplannen tot zichten op het slagveld van Waterloo of het stadhuis van Antwerpen. Alles zeer mooi uitgegeven – soms uitklapbaar- in hoogwaardige druk.

Door het grote formaat van dit boek (51×31,5 cm) zijn de kaarten niet pietluttige prentjes waar met vergrootglas op gezocht dient te worden. Neen, alles nodigt uit tot kijken en zoeken. Een prestige-uitgave, zoals die spijtig genoeg nog zelden opduiken. Op de tweedehandsmarkt duikt dit wel nog op. Indien je dit kan aanschaffen, niet twijfelen.

Dieter R. Duncker en Helmut Weiss, Het Hertogdom Brabant in kaart en prent. Zijn vier kwartieren Leuven – Brussel – Antwerpen – ‘S-Hertogenbosch, Lannoo, Tielt, 1983, 160 p.

Delen:
Aan de muziek. 150 jaar muziekleven in Brussel

Aan de muziek. 150 jaar muziekleven in Brussel

Aan de muziek. 150 jaar muziekleven in Brussel

Uitgegeven naar aanleiding van de 70ste verjaardag van de Filharmonische Vereniging is dit een boek geworden van nagenoeg 300 bladzijden. Verlucht met foto’s in zwart/wit, maar legt de klemtoon op het inhoudelijke. Het werd een serieuze bijdrage tot de studie van het muziekleven in Brussel, waarvoor beroep werd gedaan op diverse auteurs: musicologen, kunsthistorici, filosofen en muziekrecensenten.

Er zeven grote delen.

  1. Muziek en cultuur: muziek in het Brusselse culturele milieu in de periode 1870-1914 en Belgisch cultuurbeleid en de Filharmonische Vereniging Brussel.
  2. Muziek in Brussel: 1860-1914 en het interbellum.
  3. Muziek in de Filharmonische Vereniging.
  4. Hedendaagse muziek: 1945-1989; 1979-1998; muzikale creatie in België vandaag.
  5. Vruchtbare initiatieven: de Koningin Elisabethwedstrijd, Jeugd en Muziek, de muziekdoos van Nadar.
  6. Orkesten in Brussel: NOB en het Omroeporkest
  7. Het Paleis voor Schone Kunsten: Henry Le Boeuf, akoestisch onderzoek bij de bouw van de grote zaal, de orgels van het PSK.

Deze opsomming duidt goed aan hoe veelzijdig het onderwerp werd aangepakt. En muziekleven blijft dikwijls onderbelicht in de plaatselijke geschiedschrijving. Achteraan het boek is een uitgebreide index op namen te vinden.

Wat nog opvalt: C&A (jawel, van de kleding) steunde deze uitgave financieel. Dat mag zeker eens aangestipt worden.

Claudine Lemaire, Xavier Verbeke, Johan Wambacq (Red.), Aan de muziek. 150 jaar muziekleven in Brussel, Lannoo, 1997, 296 p., ill., ISBN 9020932845.

Delen:
Boerreke van Osschot Aarschot

Boerreke van Osschot

Boerreke van Osschot Aarschot

Dialectwoordenboek verschenen er ondertussen al in enige mate. We hadden het hier al over dat van Hasselt en van Lokeren. Niet in ruime mate, want niet alle gemeenten kunnen prat gaan op een woordenlijst van hun dialect. Maar ook niet ruim, omdat een taal evolueert en eigenlijk permanent om aandacht vraagt.

Boerreke van Osschot is van een ander kaliber. Free Coekaerts verzamelde gedurende 45 jaar Aarschotse woorden en uitdrukkingen. Maar een woordenboek ‘zou zelden iemand interesseren’, werd hem verteld vanuit de heemkundige kring. Dat laat de wenkbrauwen fronsen, maar kom.

De auteur besloot dan ‘een soort proza aaneen te keuteren’ over zijn jeugd en de lotgevallen van zijn familie. Er is een grote plaats voorbehouden voor de oorlogsherinneringen. Doorheen de tekst komen de Aarschotse woorden en uitdrukkingen ruim aan bod.

Het geheel is een goeie 450 pagina’s dik geworden, vol met anekdotes, verhalen en herinneringen. Volkskundige elementen kruisen de grote geschiedenissen en kleine stadspolitiek. Een waar genoegen om te lezen… als je dit werk nog kan vinden. Eigenlijk zou dit boek, zeker in Aarschot, meer aandacht mogen krijgen.

F. Coekaerts, Boerreke van Osschot, Averbode, 1992, 446 p., D/1992/6206/6.

Delen:
Brussel 1900

Brussel 1900

Brussel 1900

Een eenvoudig kijkboek met summiere tekst als inleiding, in totaal 16 pagina’s van het geheel. Maar het boek telt maar liefst 196 foto’s. Deze nemen je mee naar de voorlaatste eeuwwisseling en geven een veelzijdige blik op de hoofdstad van toen.

Ze concentreren zich rond volgende thema’s, die in de tekst aan bod komen.

  1. De groei van de stad: enkele hectaren heuvelland, stad of platteland, architecten die Brussel bouwden, Leopold II als bouwheer, verniel maar, er zal steeds wat overblijven, de kleine ring, Karel Buis, de estheet
  2. Ontspanning: vissen, drinken en dansen, theather, mooie dames en lelijke ratten, de kroegen
  3. Vervoer: fietsers in het zadel, 1896: het fietsen-en autosalon, de tram op een sukkeldraf, van de slede tot het huurrijtuig, moet er geduwd worden? (de stootkarmannen), de ijzeren gordel
  4. Kleermakers: zeg me wie je kleedt
  5. Kunst: kunstenaarskrakeel, het Comité voor Oud-Brussel, de lichtstad
  6. Feminisme: opkomst van de man-vrouw
  7. Huwelijken: trouwen maar
  8. Toerisme: Brussel bij nacht
  9. Sociale onrust: de hel van het paradijs, vrijheid, gelijkheid

Geen naslagwerk, maar gewoon een plezierig kijkboek waarbij de uitleg tot het noodzakelijke minimum is gelaten, zonder te vervallen in een droge opsomming of een nostalgische weemoed.

Er bestaat een versie in het Frans onder de titel Bruxelles 1900.

G. Abeels, Brussel 1900, Heideland NV Hasselt, 1980, ISBN 9064400261.

Delen:
Geschiedenis van Linkebeek

Geschiedenis van Linkebeek

Geschiedenis van Linkebeek

Eén van de pioniers die de grond ontgon waarop het huidig heemkundig landschap is gebouwd, is Constant Theys. Hij schreef monografieën over Ruisbroek (1940), Drogenbos (1942) Dworp (1948), Kapelle-op-den-Bos (1953) en Linkebeek (1957).

Als Jan Lindemans, één van de grote namen in dat heemkundig bastion Brabant, daarover schrijft “goede wijn behoeft geen krans”, dan weet je dat je iets degelijks in handen hebt.

Ja, de methoden en aandachtspunten van vandaag verschillen van deze van pakweg 75 jaar geleden. Maar de opbouw van zo’n werk kan nog steeds inspiratie bieden. In een tijd waarin nog niet alles beeld was, en de tekst -en dus de inhoud- de hoofdmoot vormde van het boek.

Komen aan bod: aardrijskundig overzicht, ontstaan van de dorpskern, feodale geschiedenis, economische geschiedenis, culturele geschiedenis (onderwijs, muziek, cultuur), ontspanningsleven (spel, jaarmarkt, voetbal, volksgebruiken en -legenden), demografie, politiek.

De auteur deed ook beroep op een medestander, een Linkebeekenaar, nl. Jules Geysels. Deze legde tevens de nodige contacten zodat de toenmalige politiek interesse kreeg in het werk en de uitgave mee mogelijk maakte.

Tenslotte staat het Geschied- en Oudheidkundig Genootschap van Vlaams-Brabant (voor deze provincie bestond) garant voor degelijk afgeleverd werk. Deze thans herbenoemde vereniging geeft nog steeds het tijdschrift “Eigen Schoon en De Brabander” uit.

In ieder geval, wie interesse heeft in Linkebeek of Vlaams-Brabant, of een degelijke dorpsgeschiedenis wil doornemen, valt dit werk zeker aan te raden. Het vinden zal wel niet makkelijk zijn. Daarom raden we aan het zeker aan te schaffen als daar kans toe is bij één of ander antiquariaat of boekhandelaar.

Constant Theys, Jules Geysels, Geschiedenis van Linkebeek, Brussel, 1957, 270 p.

Delen: