Brabant

De kasteelheren van Gaasbeek

De kasteelheren van Gaasbeek

De kasteelheren van Gaasbeek

Eerder kwam al een boekje van Renson aan bod, over het Kasteel van Gaasbeek. Hij was van 1963 tot 1979 conservator.

Deze uitgave kreeg een ruime titel: de kasteelheren van Gaasbeek. Maar eigenlijk gaat het over de familie de Scockart – de Tirimont tussen 1687 en 1796. Zij kochten de goederen van l’Escornet en kregen daarmee het heerlijke gezag in Sint-Kwintens-Lennik en Sint-Martens-Lennik, Gaasbeek, Vlezenbeek, St.-Laureins-Berchem en Elingen.

Enkele genealogische aantekeningen samen met een schets van de persoon en levensgebeurtenissen   vormen de ene helft van deze brochure. De bijlagen nemen de andere helft in beslag: een huwelijkscontract (Frans), een inventaris van goederen (Nederlands), het dagboek van de conferenties van Rijswijk, vertaald uit het Spaans naar het Frans.

Een elftal illustraties verluchten het geheel.

A. Renson en M. Casteels, De kasteelheren van Gaasbeek, s.l., [ca. 1973], 48 p.

Delen:
Hoe zij groeiden technische scholen Vilvoorde

Hoe zij groeiden

Hoe zij groeiden technische scholen Vilvoorde

Er zijn twee titels nodig. Naast Hoe zij groeiden ook nog Geschiedenis der technische scholen van Vilvoorde (1864-1954) en van de oudleerlingebond der technische scholen van Vilvoorde 1904-1954. Dus 90 jaar school en 50 jaar oudleerlingenbond. Daar zijn al twee bladzijden voor gebruikt. De schrijver heeft ook drie voornaamletters nodig en de volle titel van “doctor in de geschiedenis”. Hoe hij dan met deze prul durft afkomen, is een raadsel.

Niet overtuigd? Het geheel telt 64 pagina’s. Daarvan zijn we er al 3 kwijt aan titelpagina’s. Nog een grafiek van het leerlingenaantal en een voorwoord van twee bladzijden. Vanaf pagina 39 echter beginnen de bijlagen. Resten er dus 39-3-1-2=33 pagina’s. De oudleerlingenbond neemt daarvan nog eens 11 pagina’s in beslag. Bilan: 22 pagina’. Het aantal bibligrafische verwijzingen is summier.  

Waarom deze opsomming? Om aan te halen dat een resem academische titels niet garant staat voor een goed heemkundig werk! Er waren toen toch veel meer mondelinge bronnen te vinden dan één dossiertje, zoals de auteur in het voorwoord zelf aanhaalt.

De waarde ervan? Door de ouderdom, nu bijna 75 jaar geleden, is het een historisch documentje op zich. De bijlagen geven het besluit tot oprichting van het stadsbestuur, drie reglementen en de statuten van de oudleerlingenbond uit 1921.

A. Verheyden, Hoe zij groeiden, Vilvoorde, 1954, 64 p.

Delen:
Oorlog in Woluwe

Oorlog in Woluwe

Oorlog in Woluwe

Oorlog in Woluwe is geen systematische studie van de jaren 1940-1944 in deze gemeente. Het is meer een resem anekdotes na elkaar. Grote gebeurtenissen, kleine gebeurtenissen, ernstige en lachwekkende feiten.

De auteur had een loopbaan als journalist achter de rug. Dat zal wel heel sterk meegespeeld hebben. De stijl van het boek benaderd nog het meest een stijl van het ene krantenartikel na het ander.

Doordat ze chronologisch worden gebracht, krijg je doorheen het boek toch een idee van de oorlogsjaren in Sint-Lambrechts-Woluwe. En de veelheid aan onderwerpen, allemaal verbonden met het dagelijks leven van de Woluwenaars, geven toch een serieuze inkijk in de tijdsomstandigheden.

Zo lezen we bij de klokkenroof hoe ze door slimme trucjes trachten tijd te winnen. Hoe het slachthuis bewaking nodig heeft. Over het Oostfront. Over het afdruipen van de Duitsers. Het ene feit na het andere passeert de revue, met de kleinmenselijke kanten.

De schrijfstijl is vlot. Spijtig dat bijna elke zin een “return” krijgt en op een nieuwe regel moet beginnen. Met daartussen nog eens interlinie voor de alinea’s. Het toont zo opstelachtig. Maar in zijn voorwoord geeft de auteur anderzijds aan zijn herinneringen, de getuigenissen van anderen die hij heeft vernomen en het beeld van zijn “verdwenen dorp” wil toevertrouwen aan het papier. Daarin is hij geslaagd. Wat betreft de raadpleging van archiefstukken, zoals hij aangeeft: jammer dat nergens wordt aangeduid wat welke gegevens ondersteunt.

Het boek is geïllustreerd met wat foto’s en documenten. Er verscheen tevens een Franstalige editie.

Leon Van Audenhaege, Oorlog in Woluwe, 1994, 208 p.

Delen:
De kerk van Diegem

De kerk van Diegem

De kerk van Diegem

De kerk van Diegem beheerst de vallei van de Woluwe met zijn gekroonde stenen spits. Vanop de ring zichtbaar, naar de hemel krabbend als om de vliegtuigen naar omhoog te stuwen zoals een vliegenmepper achter de vliegen zit.

Deze torenspits moest in de Tweede Wereldoorlog verdwijnen om de landingsbaan van Melsbroek vrij te houden. Bokrijk avant-la-lettre want steen per steen kwam hij naar beneden en het materiaal bleef opgeslagen tot na de oorlog.

De auteur zet bondig de bouwgeschiedenis van deze kerk uiteen. Hij verduidelijkt de structuur van het gebouw en de functie van de ruimtes, zoals het aangebouwd ‘kiekenkot’ dat diende om de levende dieren die de bedevaarders meebrachten onderdak te geven.

Daarnaast komt het interieur ruim aan bod. Niet alleen meubilair, maar ook gewaden, objecten, relieken, beelden en zerken. Hij haalt kort de pastoors aan die de kerk bedienden.

Dit boek is -zeker voor die tijd- zeer rijk geïllustreerd. Dat wat besproken wordt, is ook te zien.

Deze uitgave is moeilijk te vinden, maar de moeite waard.

J.-E. Davidts, De kerk van Diegem, 1963, 125 p.

Delen:
Geschiedenis van graafschap en stad Aarschot

Geschiedenis van Stad en Land van Aarschot

Geschiedenis van graafschap en stad Aarschot

Er zijn van die mensen die brede interesse koppelen aan talent. Lodewijk Liekens (°1867 – 1956) kon schilderen, beeldhouwen en schreef daarnaast enkele heemkundige werken, zoals de Geschiedenis van Heist-op-den-Berg uit 1897. Deze Geschiedenis van het oude graafschap, van de stad en de parochie, den lande en hertogdomme van Aarschot blijft een mijlpaal.

Hij werkte hier ruim 50 jaar aan. Deel 1 kwam uit in 1926. De rest moest volgen. Hij zag het nooit volledig verschijnen. Zijn overlijden doorkruiste de droom om dit in vijf of zes delen uit geven. Zijn familie besloot dan uiteindelijk in 1994, na de heruitgave van ‘Heist’, om ook dit werk aan het publiek kenbaar te maken. Alles werd gebundeld in twee delen.

Het hoeft geen betoog dat deze boeken heel wat informatie bevatten van de streek rond Aarschot, zelfs al is er sindsdien heel wat verschenen en onderzocht. Het blijft een iconisch werk. Ze zijn dan ook nu al moeilijk te vinden.

De uitgave is uitgebreid, maar het volume weegt niet door en de tekst is goed leesbaar. Dit deel I – van de oudste tijden tot het hoogtepunt van de stad – bevat spijtig genoeg geen inhoudsopgave. Daardoor is het moeilijk zoeken naar een specifiek deel. Maar dit is slecht een klein euvel. Soms herhaalt de schrijver zich, maar de oorzaak daarvan is dat het een bundeling is van oorspronkelijk losse delen.

Nog een kleine opmerking: de aanduiding ‘deel I’ en ‘deel II’ vind je alleen terug op de linnen band, onder de stofwikkel. Die opdruk staat trouwens ondersteboven, een fout van de drukker die toch niet goed te praten valt. Bij aankoop: goed opletten dat je het juiste deel aanschaft. Samen ga je ze (bijna) nooit vinden. Je gaat ze dus apart moeten kopen op de tweedehandsmarkt: deel I (Liekens zijn eerste drie delen) en deel II (Liekens zijn delen 4, 5 en 6).

Lodewijk Liekens, Geschiedenis van het oude graafschap, van de stad en de parochie, den lande en hertogdomme van Aarschot, deel I, 1994, 492 p.

Delen:
Kasteel van Gaasbeek

Het Kasteel van Gaasbeek

Kasteel van Gaasbeek

Dit boekje komt van de hand van een kenner: Gaston Renson was de vierde conservator van het kasteel van Gaasbeek. Anderzijds is het weer ziek in het bedje van gooien met titels en pluimen. We zitten al vijf pagina’s ver eer alle plichtplogendheden van doctors, uitvoerende en beschermende comités de revue zijn gepasseerd. Of de lezers van toen daar ook zo weinig aan hadden als nu? Waarschijnlijk wel. Door de televisieserie ‘Tijl Uilenspiegel’  was het domein in die jaren trouwens een uitermate populaire bestemming voor een daguitstap. Zij hadden interesse in andere aspecten van het kasteel.

De historiek is bondig en gedocumenteerd, zo’n 15 pagina’s. In 1921 dan kreeg de Belgische Staat bij schenking gans het domein. Daarop volgen bijna tien pagina’s over de conservatoren en hun verwezenlijkingen. We krijgen ook inzicht in het aantal bezoekers en tenslotte moeten de leden van de bestuurs- en beheerscomissies nog eens bij naam genoemd worden. We leren er uit dat een ganse resem senatoren en -kundigen nodig waren, naast twee schoonmaaksters voor gans het gebouw…

De bibliografie is indrukwekkend en is eigenlijk de waarde van dit werkje: het geeft een stand van zaken van de verschenen literatuur en archivalische bronnen voor Gaasbeek.

Gaasbeek is momenteel een deelgemeente van Lennik.

G. Renson, Bouw en ikonografie van het Kasteel van Gaasbeek, [1970], 68 p.

Delen:
Het cijnsboek van de heren van Aarschot

Het cijnsboek van de heren van Aarschot

Het cijnsboek van de heren van Aarschot

Aan de oorsprong van deze bewerking ligt prof. F. Camerlinckx (1900-1974), die een eerste transcriptie maakte en enkele notities neerschreef. Het voor Aarschot belangrijk document bevat gegevens over de inwoners van het Land van Aarschot, namen en familienamen, herkomst, economische activiteiten en bezittingen.

Opmerkelijk: het werk begint met een uitgebreide bibliografie. In twee delen: enerzijds geschiedenis (met nadruk op Aarschot) en anderzijds toponymie en antroponymie. Dat laatste is -voor de leek- de studie naar de herkomst van voor- en achternamen.

Dan volgt een korte beschrijving van het cijnsboek.

De bespreking van het Land van Aarschot krijgt 40 pagina’s toegemeten. Een grondige maar beknopte bespreking van de bestuurlijke en economische toestand, met aandacht ook voor het systeem van lenen. In een tweede deel ligt de klemtoon op de naamkunde.

De tekst van het document wordt integraal weergegeven (het is immers in het oud-Frans opgesteld) met daarop volgend de vertaling in het modern Nederlands. Samen een 150-tal pagina’s, enkele verklarende nota’s meegerekend.

Tenslotte de registers op plaatsnamen en persoonsnamen voor Vaalbeek-Bierbeek en idem voor het Land van Aarschot (nu o.a. Aarschot, Baal, Betekom, Langdorp, Rillaar, Messelbroek, Testelt) met daarbij nog een register op instellingen en gemeenschappen.

Het hoeft geen betoog dat voor de heemkundige of genealoog in de besproken streek dit document gewoon standaard tot de werkcollectie moet behoren.

F. Camerlinckx, F. Holemans, Het cijnsboek van de heren van Aarschot 1368-1375, Hertogelijke Aarschotse Kring voor Heemkunde, 1993, 304 p.

Delen:
Geestelijken uit Ternat

Geestelijken uit Ternat

Geestelijken uit Ternat

Met enige zin om de dingen in een groter perspectief te plaatsen: 900 jaar geestelijken uit Ternat. Het overgrote deel gaat immers over de tijd van het Rijke Roomse leven in Vlaanderen, ruwweg van 1820 tot 1960. Een periode met ongemeen veel roepingen, dat wel. Maar de grote reden van deze omlijsting is vooral dat de auteur het materiaal bijeenbrengt, als een verzamelaar, waarover hij beschikt.

Dat houdt meteen in dat over sommige personen er iets te zeggen valt, en over andere personen niet meer dan een  paar minieme lijntjes verschijnen. Ze verschijnen alfabetisch. Dat maakt het wel makkelijk iemand te zoeken. De samensteller probeert aan elke naam een beeld te koppelen.

Achteraan is een ‘Repertorium’, dat alle ordes en congregaties opsomt die in het boek voorkomen. Misschien was het beter geweest om daarbij de namen te vermelden als een soort overzicht. De lezer heeft niet veel aan een kopje ‘Cellebroeders’ met verder niks. Dat is een gemiste kans.

Onder de titel ‘Slot’ worden op twee pagina’s analyses gebracht. Had deze meer in de schijnwerper gezet en besproken! Het gaat over hoeveel personen naar welke orde gaan, hoe oud ze waren en in welke periode ze binnentraden. Bij dit laatste element een voorbeeld: waarom de 19de eeuw opdelen in twee blokken van 50 jaar, en de twintigste eeuw in blokken van 10 jaar? Het hoogtepunt van de roepingen lag volgens de auteur op het einde van de 19de eeuw en het begin van de 20ste. Maar als je anders gaat indelen, zijn er tussen 1851 en 1900 104 mensen die kiezen voor religieus leven, en tussen 1901 en 1930 zijn er dat 79. Dus procentueel meer dan ervoor.

Uiteindelijk toch wel een verdienstelijke poging om alle geestelijkheid afkomstig van Ternat, Sint-Katarina-Lombeek en Wambeek (er geboren of op het moment van hun intrede er wonende) samen te brengen in een overzicht.

Jozef De Ridder, 900 jaar Geestelijken uit Ternat, Cultuur & Heemkring, s.d., 160 p., ISBN 9789081712309

Delen:
Geschiedenis van Lennik

Bijdragen tot de geschiedenis van Lennik

Geschiedenis van Lennik

Een grote verzameling artikelen vormen samen deze tweede reeks ‘Bijdragen’ over Lennik.

De eerste reeks verscheen in 1978 (Jaar van het dorp), deze tweede reeks zag het daglicht in 1981. Het initiatief werd genomen door de Kulturele Kring Andreas Masius, die 20 jaar bestond. Zij koppelde dit tweede lustrum aan een dezelfde verjaardag van de Roelantskring en de 50ste verjaardag van het overlijden van pastoor Vennekens. Enkele bijdragen handelen over hem.

Maar verder: wat een keur aan artikels, meestal tussen de 5 en de tien pagina’s lang.

  • Over personen: Vennekens, Baron de Saint-Genois, Jozef-Firmin Vincx, generaal De Koninck, Frans Jozef de Gronckel
  • Kerkelijk verleden: Lennik en de missie in Zuid-Afrika, de kostersbond, de parochies rond 1914, de romaanse Sint-Martinuskerk, kerk te Gaasbeek
  • Erfgoed: Christus-op-de-koude-steen, klokken, kapellen, glasramen, barok kerkmeubilair, oude hof Vivershem, het baljuwshuis te Gaasbeek
  • Verenigingen: Davidsfonds, fanfare Sint-Cecilia, zanggenootschap Sint-Gregorius
  • WOI: de gesneuvelden uit Sint-Martens-Lennik, vluchtelingen uit West-Vlaanderen, vredesfeesten in 1920
  • Kroniek van Sint-Martens-Lennik 1879-1979, Gaasbeek in 1907
  • Brandweer van Sint-Martens-Lennik en van Sint-Kwintens-Lennik
  • Heraldiek: Morenkoppen in wapenschilden

Een bibliografie en een uitgebreid namenregister sluiten dit boek. Goed voor 287 pagina’s historie van Lennik, met beperkte illustraties. 40 jaar later blijft dit werk een prachtige verzameling heemstof over de drie deelgemeenten.

Diverse auteurs, Bijdragen tot de geschiedenis van Lennik, 1981, 287 p., D/1981/2396/1

Delen:
Een andere kijk op 250 jaar kanaal Leuven-Dijle

250 jaar kanaal Leuven-Dijle

Een andere kijk op 250 jaar kanaal Leuven-Dijle

Op 9 februari 1750 zette Karel van Lorreinen een zilveren spade in de grond en schepte hij de eerste aarde weg. Honderdduizenden spadesteken later, op 21 december 1752, was de bedding uitgegraven. De inhuldiging volgde op 23 juli 1753. De verbinding Leuven-Schelde was een feit.

De impact van het kanaal op de stad, de economie errond en de schepen die het water doorklieven, veranderden. Een waterweg is een dynamisch proces binnen de contouren van een statisch gegeven. Deze economische en industriële kant van de (lokale)geschiedenis blijft dikwijls onderbelicht. Zeker als het aankomt op infrastructuur, zoals bijvoorbeeld drinkwater en elektriciteit.

Dit boekje geeft wat uitleg maar wil vooral via foto’s een beeld geven van wat er langs en op het kanaal te zien is. Het is een aanzet om met andere ogen rond te kijken. Het geheel is gerangschikt vertrekkende van Leuven tot in Mechelen-Battel en Zennegat. Een paar technische gegevens sluiten gepast af.

Een andere kijk op 250 jaar… Kanaal Leuven-Dijle, NV Zeekanaal, [2000], 48 p.

Delen: