Folklore

Als wij de schoenen tatsen. Een halve eeuw Hoppefeesten in Poperinge

Een halve eeuw Hoppefeesten in Poperinge

Als wij de schoenen tatsen. Een halve eeuw Hoppefeesten in Poperinge

Als het gaat over plaatselijke geschiedenis, is dat natuurlijk niet alleen over kasteelheren en keizers. Dat was vroeger wel eens het geval. Maar doorheen de jaren hebben meer mensen zich gewaagd aan het in kaart brengen van aspecten uit het stads- of dorpsleven.

In dit geval is het jubileum van de Hoppefeesten en Hoppestoet aanleiding om daarover één en ander samen te brengen in een boek.

Er zijn drie delen. Een eerste deel handelt over het ontstaan en de groei van de stoet. Zo werd “de witten” (een soort hopschimmel) uitgebeeld door personages met witte kappen en kleren. Ze leken een beetje te sterk op een racistische groep uit de VS en werden dan maar vlug terug afgevoerd.

Een tweede stuk gaat over de andere aspecten van de Hoppefeesten: de hopkoninginnen, de randanimatie en de alternatieve feesten zoals plukdag en bierfestival.

Tenslotte het derde deel, dat de technische kant bekijkt. Organisatie, regie, figuranten, muziek en dans, kostuum en grime, de paarden, de trajecten, de toeschouwers, de promotie en de financiering.

Er is een (zeer) beknopte bibliografie.

Het geheel is rijk geïllustreerd, maar vooral met foto’s van de laatste edities. Spijtig. Voor de jaren 1955-1975 kan je nog argumenteren dat er weinig materiaal is. Maar zelfs de jaren ’80 zijn echt wel ondermaats vertegenwoordigd en toen werd toch al veel meer gefotografeerd.

Maar een zeer verdienstelijk boek over een zeer specifiek folkloristisch gegeven.

Herman Degryse, Als wij de schoenen tatsen. Een halve eeuw Hoppefeesten in Poperinge, Brugge, De Klaproos, 2008, 144 p., ISBN 9789055080960.

Delen:
Ik zag Cecilia komen. Groot gezinsliedboek

Ik zag Cecilia komen. Groot gezinsliedboek

Ik zag Cecilia komen. Groot gezinsliedboek

Het ‘groot gezinsliedboek’ doet als titel misschien denken aan kinderversjes en kabouterrijmelarij. Maar neen, deze lijvige klepper van 413 bladzijden put uit de liederentrommel van Vlaanderen. Met een, zo zegt het voorwoord, pragmatische keuze: de gekozen liederen maken deel uit van het bekende repertorium van de toenmalige generatie, zo’n 40 jaar geleden. Ondertussen zullen de kaarten anders liggen en zijn sommige van deze liedjes al geschiedenis.

Het thema van muziek en zang is een onlosmakelijk deel van de folklore en volkskunde. Bij alle gelegenheden -voor de tijd van de ‘disco-bar’- werd er immers gezongen. Gegroepeerd zijn: minneliederen, balladen, kerst- en gewijde liederen, luimige liederen (zoals ‘Te Kieldrecht’), stemmingsliederen (zoals ‘Op de purperen hei’), studentenliederen en tenslotte volk en land.

De vier pagina’s korte inleiding over het Nederlandse volkslied (beter is: het volkslied in het Nederlands) is een krachtige en duidelijke beschouwing. Zij bevat zoveel informatie! De korte bibliografie zet genoeg op weg naar publicaties die echte mijlpalen waren in het optekenen van de Vlaamse liedcultuur.

Dan volgen 150 liederen met muziekschrift. Het formaat van het boek is wel degelijk geschikt om het te gebruiken als partituur, de dikte echter speelt daar wat in het nadeel.

Achteraan vind je een korte historische toelichting bij elk lied. Waarschijnlijk was het typografisch niet zo interessant om deze bij elke lied al in te voegen. Een alfabetisch register voltooit het geheel.

Een boek om te lezen, te zingen en te neuriën. En vooral: een zeer verzorgde uitgave. Het werd letterlijk ingezongen op de boekenbeurs van 1980.

Johan Ducheyne, Johan Fleerackers, Paul Janssen, Piet Van Waeyenberge (samenst.), bewerkt door Lode Van Dessel, verlucht door Pol Mara, Ik zag Cecilia komen. Groot gezinsliedboek uit de Nederlandse liederschat, Lannoo Tielt/Amsterdam, 1980, ISBN 9020908944.

Delen:
Heilige huisjes

Heilige huisjes

Heilige huisjes

De auteur bundelt in dit boek een aantal onderwerpen over volksdevotie en volksreligie. Dat dit gaat over Katholieke elementen, zal wel duidelijk zijn. Vlaanderen was in dat Katholiek bad gepokt en gemazeld tot achter de oren.

Er zijn negen aandachtspunten:

  • Heiligen en de volksgebruiken daarrond
  • Bedevaartsplaatsen
  • Maria en haar prominente plaats in de devotie
  • De afbeelding van heiligen met hun attributen
  • Beschermheiligen
  • Sint-Niklaas
  • Relieken en de handel daarin
  • Waterbronnen
  • Naar een heilig leven?

Ondertussen zijn we 40 jaar verder. Sommige zaken, vastgelegd op foto, zijn ondertussen folklore geworden. Andere gebruiken zinderen nog door.

Rijk geïllustreerd, vlot leesbaar, als kennismaking of vermakelijke literatuur zeer geschikt. Er is geen register, wat opzoeken moeilijk maakt. Het ontbreken van een bibliografie en verwijzingen zullen de vorser op zoek naar meer diepgang, naar andere, meer gefundeerde werken doen grijpen zoals het werk ‘Volksdevotie in West-Vlaanderen’. 

Paul Koeck, Heilige huisjes. Geloof en volksgeloof, bedevaarten en ommegangen, heiligen en hun hulp in nood, Antwerpen, Standaard Uitgeverij, 1981, ISNB 9002143990.

Delen:
Gent poppenspelstad

Gent poppenspelstad

Gent poppenspelstad

Het poppenspel is een serieuze zaak in Gent. Terecht. Onder andere het Internationaal Pupperbuskersfestival  van het Europees Figurentheatercentrum vzw tracht dit erfgoed levend te houden.

Maar in de 19de eeuw lagen de kaarten anders en heeft geen enkele folklorist daarvoor interesse getoond, aangezien het marionettenspel voor de ‘onontwikkelde’ klasse vertier bracht.

Het spreekt voor zich dat doorheen de jaren toch mensen gefascineerd raakten door deze kunstvorm. Echt specifiek samenbrengen wat het specifieke nu is aan dat Gents poppenspel.

Lode Hoste wijdde een studie aan dit onderwerp. Zijn ondertitel “Bijdrage tot de geschiedenis van het Gentse poppenspel” toont goed aan dat er nog heel wat over te schrijven viel. Want dit boek verscheen zo’n 40 jaar geleden. Het blijft echter nog steeds een aanrader.

De auteur zoekt zeer voorzichtig naar de oorsprong en genres. Hij bespreekt de bloeiperiode van de 19de eeuw met verval tegen 1941. Hij bemerkt dan een hele revival in het interbellum en tenslotte een nieuwe bloeiperiode na WOII. Hij bespreekt de gekende theatergezelschappen van elk tijdvak. Hij ruimt ook plaats in voor enkele voorbeeldteksten.

In een tweede deel komen zo’n 50 pagina’s illustratiemateriaal aan bod, met summiere beschrijving.

Een adressenlijst van de hedendaagse poppentheaters (in 1979 dus), een register en een bibliografie sluiten dit werk.

Lode Hoste, Gent poppenspelstad, 1979, 174 p., ill., D/1979/2651/3.

Delen:
Gelieve de familie te volgen. Koffietafels in Vlaanderen

Gelieve de familie te volgen. Koffietafels in Vlaanderen

Gelieve de familie te volgen. Koffietafels in Vlaanderen

Folklore bestuderen kan op drie manieren. Folkloristen en volkskundigen kunnen daar waarschijnlijk grote kanttekeningen bij plaatsen, maar laten we het nu vanuit dit standpunt bekijken. Je kan ten eerste kijken naar vroeger. Je kan ten tweede kijken naar vandaag. Je kan tenslotte kijken naar de toekomst.

Geen begrafenis in Vlaanderen, of er was een koffietafel. Gelieve de familie te volgen plakte discreet op het overlijdensbericht, of er zat een kaartje bij met dezelfde tekst. De pistolets met kaas en hesp en de koffiekoek toe. In het boek is daar aandacht voor in een tweede deel: hoe evolueerde de rouwmaaltijd doorheen de tijd..

Maar eigenlijk maakt het werk een bilan op van de koffietafel vandaag (anno 2012). Vlaanderen is niet meer hoofdzakelijk katholiek, maar een regio met inwoners met verschillende achtergronden en levensbeschouwingen. Het afscheid nemen wordt door die verschillen sterk gekleurd. Hoe gaan in die verschillende gemeenschappen mensen om met verlies en wat is het belang van een maaltijd daarbij? Door interviews met een hele reeks mensen trachten de auteurs dat lappendeken in kaart te brengen.

De toekomst, dat is koffiedik kijken. Eigenlijk zou dit initiatief binnen 15 à 20 jaar nog eens hernomen moeten worden. Alles naast elkaar leggen kan mooie resultaten opleveren. De rituelen van het begrafenismaal in Vlaanderen en afscheid nemen tout court blijven immers evolueren. Denken we maar aan de verschuiving begrafenis – crematie.

Alles wordt mooi in beeld gebracht door de Gentse fotograaf Titus Simoens, winnaar van de Nikon Young Promising Photographer Award 2012.

Zoek je een overzicht van begrafenisgebruiken in het Vlaanderen van toen, dan is dit niet echt jouw boek. Wil je een beeld krijgen van deze rituelen aan het begin van de 21ste eeuw en hun oorsprong begrijpen, dan zeker wel.

Rob Belemans, Katrijn D’hamers, Marc Jacobs, Titus Simoens , Gelieve de familie te volgen. Koffietafels in Vlaanderen, Leuven, Davidsfonds, 2012.

Delen:
Op harpen en snaren. Volksmuziek, volksdansen, volksinstrumenten in Vlaanderen

Op harpen en snaren

Op harpen en snaren. Volksmuziek, volksdansen, volksinstrumenten in Vlaanderen

Volksmuziek, volksdansen, volksinstrumenten in Vlaanderen.

Verschillende auteurs wijden een bijdrage aan het ruime veld van volksmuziek. Een aantal gekende namen in volkskunde-middens: bijvoorbeeld Henri Vannoppen, Julien De Vuyst en Stefaan Top werkten mee.

Het veld wordt in alle hoeken doorploegd: we lezen over het volkslied, kinderliedjes, het anekdotische lied (naar aanleiding van rampen en gebeurtenissen) en liederen van marktzangers. Speciaal is het item over geuzenliederen. Ook voor het volkslied en de geschoolde componisten is er plaats voor een bespreking.

Een andere focus wordt gelegd op het volksliedboek en de volksalmanakken. In een andere groep bijdragen wordt aandacht besteed aan bijzondere aspecten in de volksliederen: kledij en eten en drinken. Lied, dans en muziek in de taal komt ook aan bod.

Over menestrelen en speelliederen, amateur-muzikanten en speelmannen valt er genoeg te lezen. Hun traditionele muziekinstrumenten krijgen bijzondere aandacht.

Tenslotte komen de traditionele volksdansen aan bod, naast de zwaard- eier- en molendansen.

Het mag duidelijk zijn dat dit boek het thema ruim overspant. De talrijke illustraties maken het geheel aantrekkelijk om in te grasduinen. Alhoewel al van 1983, is dit boek op de tweedehandsmarkt zeker nog te vinden.

Herman Dewit, et alt., Op harpen en snaren. Volksmuziek, volksdansen, volksinstrumenten in Vlaanderen, Antwerpen, 1983, 206 p., ill. ISBN 9065830375.

Delen:
Volksgeloof in de zeevisserij

Volksgeloof in de zeevisserij

Volksgeloof in de zeevisserij

Onze voorouders hechtten nogal wat belang aan bijzondere tekens en handelingen. Voor ons vandaag is dat duidelijk, want wij horen wat ze deden, en wij weten dat al deze uitingen van bijgeloof niet meer tot ons leven behoren. Wij slaan geen kruis meer over het brood of wij gooien geen zout meer over de schouder. Daardoor valt het des te meer op.

Alhoewel, binnen vijftig jaar zal voor ons dezelfde rekening gemaakt worden. Maar op andere vlakken dan. Iedereen probeert greep te krijgen op het lot.

Het spreekt voor zich het een bijzonder gevaarlijk beroepswezen zoals de zeevisserij, een rijkdom aan volksgebruiken in zich droeg. Auteur Pierre Hovart brengt in dit bescheiden boek honderden van die handelingen en bedenkingen bij elkaar.

Verwacht geen aaneengeschreven wetenschappelijk werk met grote filosofische bedenkingen. Hovart heeft vooral tot doel gehad die verdwijnende gebruiken op te sommen. Hij geeft daarbij enige duiding zodat duidelijk is waar het om gaat. Het is zijn verdienste dit allemaal bij elkaar te hebben gebracht.

Het boekje kan een aanzet zijn om, dertig jaar later, één en ander uit te diepen of na te gaan of deze gebruiken nog bestaan.

Pierre Hovart, Volksgeloof in de zeevisserij, Brugge, 1991, 70 p.

Delen:
Het mysterie van de geuze

Het mysterie van de geuze

Het mysterie van de geuze

Over bier en brouwen valt heel wat te schrijven. In Vlaanderen is dat een hele cultuur. Verzamelaars van brouwerijen vinden elkaar op diverse beurzen. Zij hebben oog voor het verleden van deze bedrijven. Alleen komt er nog in verhouding te weinig van bij het publiek terecht.

In dit boek gaat Jos Cels op zoek naar de roots en de ziel van de geuze. Hij duikt daarmee in de brouwerswereld van Brussel en het Pajottenland.

Wist je dat Geuze niet gebrouwen wordt? Het is een zelf gistend bier. De auteur heeft het over het bier, de grondstoffen en de naam Lambik. Sommigen houden het bij “Lembeek” als oorsprong, anderen bij “alambic”, het Franse woord voor destilleerkolf. Ook de figuur Jef Lambik mag niet in de bespreking ontbreken.

Krieken-Lambik is een speciale vorm van geuze. Hoe maakt men het en welke krieken zijn geschikt?

Waarom was WOI een ramp voor de Lambikbieren? Wat betekende de invoer van het statiegeld? En welke rol speelde Interbrew?

Verder is er aandacht voor verschillende brouwerijen, met hun kleine geschiedenis en anekdotes. De toeristische Mort-Subiteroute sluit dit boek.

Het geheel is goed geïllustreerd en aangenaam leesbaar. Er is geen bibliografie, noch enige verwijzing. Maar de lijst van personen aan wie dank is verschuldigd, op het einde van het boek, zegt wel dat de auteur zijn oor bij de juiste personen heeft te luisteren gelegd.

We zijn ondertussen bijna 30 jaar verder. Tijd om een nieuwe, grondige studie aan Lambik-cultuur te wijden?

Jos Cels, Het mysterie van de geuze, Roularta Books, 1992, 144 p., ill., ISBN 9054660104.

Delen:
Nieuwjaarsbrieven van 1746 tot nu

Nieuwjaarsbrieven van 1746 tot nu

Nieuwjaarsbrieven van 1746 tot nu

Een boek dat bij een eindejaarsperiode wel uit de kast durft komen. Want zeg nu zelf, wat past er zo allemaal bij de overgang van oud naar nieuw? Doorheen de jaren is de nieuwjaarsbrief de vaste waarde gebleven. Hoeveel de jeugd van tegenwoordig ook de app voor dit en de app voor dat mag gebruiken, hun briefje voorlezen doen ze allemaal nog graag (of minder graag, maar ze doen het toch).

Nelly Haelterman bracht een immense verzameling bij elkaar, 7.000 nieuwjaarsbrieven van 1746 tot de laatste eeuwwisseling. Ze kwam ermee in de belangstelling te staan via een tentoonstelling die op veel succes kon rekenen. Dat alles mondde uiteindelijk uit in dit boek.

Dat het werk ondertussen niet op één-twee-drie tweedehands te vinden is, bewijst ten volle hoe het onderwerp aanspreekt. Niemand neemt er vlug afscheid van. Het blijft een heel leuk kijk- en leesboek. Een pure brok nostalgie naar de tijd waarin we zelf nog vooraan stonden en gans de familie toekeek. Maar ook een heel stuk pure folklore.

Het boek kan een voorbeeld zijn van hoe een passie kan uitgroeien tot een boeiend onderwerp dat velen aanspreekt. Welke heemkundige of lokale vorser bijt er zich wat dieper in vast voor wat betreft de eigen streek? Wie verdiept zich nog meer in de motieven, de modetendensen, de gebruiken, de grote uitgevers en de plaats binnen de Vlaams-katholieke context?

Nelly Haelterman, Nieuwjaarsbrieven van 1746 tot nu, 2008, 216 p.

Delen: