Geschiedenis

Een bond voor alle gezinnen. Geschiedenis van de gezinsbeweging in Vlaanderen

Een bond voor alle gezinnen

Een bond voor alle gezinnen. Geschiedenis van de gezinsbeweging in Vlaanderen

De Gezinsbond of Bond van Grote en Jonge Gezinnen – voorheen de Bond der Kroostrijke Gezinnen – werd geboren in 1921. Het 75-jarig jubileum gaf aanleiding tot dit project.

“Voor de historicus gaat het om een weinig ontgonnen terrein”, staat te lezen in de inleiding. Er zou nog voer zijn voor tientallen thesissen, die dan bij de 100ste verjaardag, in 2021, het fundament kunnen vormen voor de algehele geschiedenis van de Bond. Het kan verkeren. Het studiegebied rond gezin, dagelijks leven, opvoeding en dies meer in Vlaanderen blijft voor een groot deel wilde akker.

Bij wijze van voorbeeld: in 1958 trekt de redacteur van de Bond van leer tegen het gebruik van make-up. In 1961 is dat tij gekeerd. Een hele mentaliteitsverschuiving. Hoe benaderde de Bond het uiterlijk en mode? Loopt dat parallel met andere visies in de maatschappij (kerk, politiek)? Waar liggen de breekpunten van die wijziging? Vinden we dat bij andere organisaties of zuilen terug? Inderdaad, zoveel zit er in dat archief van de Bond vervat.

De auteur slaagt er in om op vlotte wijze alle aspecten van de bondswerking aan te raken. Hij heeft daarbij een hee mooie selectie gemaakt van relevant illustratiemateriaal. De grootoudersactie, de Gezinszegels, de moederhulde krijgen plaats naast de jonge gezinnen, het vormingswerk, de kinderoppas. Er zijn maar liefst 66 aandachtspunten over 240 bladzijden verspreid. Zelfs het communautaire heeft een plaats in het topic over de splitsing van de Bond.

De schrijver is zeker niet in de val getrapt om bij een jubileum van een organisatie zichzelf te verliezen in directies en namen in hoofdletters, vergezeld van foto’s van sigaren rokende mannen in pak. Hij bracht een mooi boek voort waar naast de geschiedenis van de Bondsbeweging ook de evolutie van de mentaliteit van het 20ste -eeuwse Vlaanderen kan afgelezen worden. Alleen daarvoor verdient dit werk veel meer aandacht.

Edward De Maesschalck, Een bond voor alle gezinnen. Geschiedenis van de gezinsbeweging in Vlaanderen, Brussel, 1996, 240 p., ISBN 9080309710.

Delen:
De Belgische buurttram in beeld

De Belgische buurttram in beeld

De Belgische buurttram in beeld

In de reeksen “In oude postkaarten” vinden we steden en dorpen terug, zoals Boom of Ronse. Maar ook thematische boekjes rolden van de persen. Openbaar vervoer, zoals treinen en trams, bleken dankbare onderwerpen. Luchtvaart en molens bijvoorbeeld kwamen ook aan bod.

Dit boekje is dikker dan de meeste anderen in zijn genre. Het bevat 161 afbeeldingen en een korte inleiding. Daarin worden enkele woorden gewijd aan de NMVB – de Nationale Maatschappij van Buurtspoorwegen.

Bij elke foto wordt summiere commentaar voorzien. De aandacht ligt op welk model van tram er afgebeeld staat. Indien geweten, wordt aangegeven waar de foto genomen is of op welke lijn de desbetreffende tram werd ingezet.

Het is opvallend hoeveel verschillende types locomotieven en rijtuigen er in gebruik zijn geweest.

André ver Elst, De Belgische buurttram in beeld, Europese Bibliotheek Zaltbommel, 1977, ISBN 9028800247.

Delen:
Van kasteel naar kasteel

Van kasteel naar kasteel

Van kasteel naar kasteel

Als een hobby een passie wordt… maar wat als de passie meteen toeslaat? Paul Arren zijn fascinatie voor kastelen begon bij een bezoek aan het slot van Beloeil. Hij begon alle informatie te verzamelen over Belgische kastelen.

Van 1972 af schreef hij bijdragen over dit onderwerp. Ze werden talrijk en zijn archief werd steeds groter. Maar liefst 600 kastelen nam hij onder de loep. De pers vond voor hem de naam ‘kasteeloloog” uit.

De Kulturele Heemkring Kapellen Hoogboom “Hobonia” bundelde deze artikels onder te titel “Van kasteel naar kasteel”. Dwars doorheen België reizen we van erfgoed naar erfgoed – bewoonde, onbewoonde, bezoekbare en niet-openbare kastelen, ruïnes, torens: het komt allemaal aan bod.

De delen zijn dus niet samengesteld per regio, niet alfabetisch gerangschikt, maar brengen een zeer divers beeld. Bij sommige vind je uitvoerige geschiedenis en genealogische beschrijvingen; voor andere is dat weer summier. Veel hing ook af van medewerking van de eigenaars. Het blijven échte boeken om in te grasduinen. De vlotte schrijfstijl en de goed gekozen foto’s vergroten die beleving nog.

Paul Arren is spijtig genoeg te jong overleden (in 2006, 64 jaar oud), anders had er nog méér van zijn hand kunnen verschijnen.

A. Arren, Van kasteel naar kasteel (11 delen), Hobonia (Kapellen/Hoogboom), ca. 300 p. per deel.

Delen:
Madame est servie

Madame est servie

Madame est servie

Diane De Keyzer heeft een eigen manier van vertellen. Haar boeken zijn een aaneenrijging van getuigenissen. Die weeft ze aan elkaar met als rode draad een thema uit het te bespreken onderwerp.

Niet dat daarnaast geen bronnen aangeboord worden, integendeel. Uit het geheel spreekt een gedegen kennis van het onderwerp. Dat is ook nodig. Want wie gericht wil gaan interviewen, moet weten welke vragen te stellen. Moet al voorkennis bezitten.

Het spreekt voor zich dat Diane De Keyzer een geboren gesprekspartner moet zijn. Uit de vele getuigen die zij raadpleegt, weet ze dat te destilleren wat nodig is om een onderwerp te bespreken dat achter de coulissen afspeelt. Haar werk over de engeltjesmaaksters bijvoorbeeld. Niet iets waarmee men te koop liep en zeker niet iets dat veel archiefsporen heeft achtergelaten. Haar interesse omtrent keuken en koken. Rond seksualiteit, in “De schaamte, de schrik, het genot en de goesting”.

Maar haar bekendste werk is toch wel “Madame est servie”. Op een doorgedreven manier tracht de auteur het leven van het dienstpersoneel te schetsen (vooral dan het huispersoneel) vanuit hun standpunt. Kamermeid, keukenmeid, tafelknecht, chauffeur, kindermeid, gouvernante en tuinman: allen droegen bij tot het huishouden. De rol van “madame”, huisvesting, kleinmenselijkheid, diners en talloze andere zaken komen aan bod. Telkens worden beweringen gestaafd en gestoffeerd met getuigenissen.

“Madame est servie” werd een succes. De vlotte schrijfstijl en gefundeerde onderbouw stonden daar borg voor. Afbeeldingen zijn er, maar niet veel. Maar dat is in dit geval niet echt nodig. Dit boek heeft duidelijk laten zien dat in het sociale leven, de dagdagelijkse bezigheden en de beslotenheid van het huis heel wat elementen aanwezig zijn om bij te dragen tot de mentaliteitsgeschiedenis van het Vlaanderen van de 20ste eeuw. Dankzij De Keyzer die de koning opzij schoof en het woord gaf aan de mensen “downstairs” raakte dit element van het verleden niet vergeten.

Diane De Keyzer, “Madame est servie”, Leuven, 1995, uitgeverij Van Halewijck, 375 p., ISBN 9789461310293.

Delen:
Mijn land in de kering Van Isacker

Mijn land in de kering

Mijn land in de kering Van Isacker

Wil je een scheervlucht maken door de geschiedenis van “onze gewesten”, dan staat dit werk toch vooraan te popelen om gelezen te worden.

Vergruisd door sommigen, te zwartgallig, te nostalgisch, te veel gericht op afbraak en lelijkheid. Het is een commentaar die wel te lezen valt over wat Karel Van Isacker bijeen heeft gepend. Het is ook te zien op de voorzijde van deze boeken: het eerste deel toont een mooi, romantisch stadstafereel; het tweede verschrikkelijke figuren in duisternis en somberheid. Zijn inzet voor milieu, gekoppeld aan conservatisme, lieten hem de 20ste eeuw aanvoelen als een spiraal van totale neergang. Vooral het tweede deel is hierdoor getekend.

Toch kunnen we niet voorbij aan de grote verdienste van deze man die onder de titel gewoon hoogleraar doceerde aan de Antwerpse Universiteit.  Op een bijna verhalende manier brengt hij 150 jaar Vlaams leven ten tonele, in al zijn aspecten. Het leest vlot, en dat ondanks de stevige fundering die hij legt. Nergens gaat hij de toer op van “Ons landje vroeger en nu”.

Doornemen van dit werkt zorgt voor een vlot overzicht van het tijdvak 1830-1980. Het laat toe aandacht te krijgen voor aspecten die eerst niet zo duidelijk waren. Oog krijgen voor kleine zaken die toch het leven van onze voorouders tekenden. Typerend is de zin Koning van de baan was, de gehele 19de eeuw, de kruiwagen. Hij vat goed samen waar het om gaat: de totaal veranderde wereld, waarin het voor ons banale misschien vroeger een grote rol heeft gespeeld.

In zijn voorwoord vat hij meteen de koe bij de horens. Dit boek is geen objectieve beschrijving van het verleden. Het is een poging om de actualiteit van honderdvijftig jaar geschiedenis te begrijpen, het is een schouwen van de stroom gebeurtenissen die, anderhalve eeuw lang, de mensen in ons land hebben getekend en van een nog vriendelijke samenleving de betonmaatschappij maakten die ons kwelt en ergert. Een betere samenvatting voor ‘Mijn land in de kering’ is er niet te vinden.

In de boekenkast mag dit tweedelig werk nog steeds zijn plaats opeisen. Beter nog is het van tijd tot tijd ter hand te nemen. Het zal verbazen hoe vlot weer een uurtje passeert. Want de twee delen blijven boeien. De goed gekozen en rijk aanwezige illustraties dragen daar zeker toe bij.

Karel Van Isacker, Mijn land in de kering, 1830-1980, Antwerpen / Amsterdam, De Nederlandsche Boekhandel, 1978 en 1983, 22,5×30,5 cm, 285 p. + 279 p.

DEEL 1 : Een ouderwetse wereld 1830 – 1914, ISBN 28903690.

DEEL 2: De enge ruimte, ISBN 9028908382.

Delen: