Land van Dendermonde

Verheerlykt Vlaandre

Verheerlykt Vlaandre

Verheerlykt Vlaandre

Verheerlykt Vlaandre behelzende eene algemeene en nauwkeurige beschrijving van dat graafschap en van zyne algemeene en byzondere wetten alsmede eene chronologischeen historische opvolging zyner graaven, tot op Karel den VI. tegenwoordig Roomsch Keizer. Nevens de Beschryving der Steden, haare Regeerings-Vorm, deftige Gebouwen, Hooge-Amptenaaren, Adellyke Geslachten, Geleerde Mannen, en voornaamste Staats-Wisselvalligheden alsmede De Beschryving de Dorpen, Vlekken, Kasteelen en Heeren-Huyzen, gelegen in het Keizers, Fransch en Hollandsch Vlaandre; met de afbeeldsels der Steden, Kasteelen en Heeren-Huyzen; nevens de Land-Kaarten van iedere byzondere Kasselrye en Grens-Scheydingen. In ’t Latijn beschreeven door den Geleerden Heer Anthoni Sanderus. En nu in het Nederduitsch vertaald, en met schoone Kopere Konst-Plaaten verrykt.

Als dat geen titel is, wat dan wel?

Sandrus en Verheerlykt Vlaandre voorstellen moet niet. Een origineel uit 1735 staat te koop aan 7500 Euro. Maar niet iedereen heeft dat budget.

Gelukkig worden zo’n monumenten soms in facsimile editie heruitgegeven. Maar zelfs dan bleek het lang een probleem om het te pakken te krijgen. Zo was er een heruitgave uit 1974, in drie roodleren banden.

In 2007 zorgde de Uitgeverij C. De Vries-Brouwers te Antwerpen voor een nieuwe heruitgave. Twee volumes hernemen trouw het origineel. Zou gewoonweg in geen enkele heemkundige bibliotheek mogen ontbreken. Alleen al de kopergravures maken het de moeite.

De editie van 2007 kreeg ISBN 9789059273054

Delen:
Zo leefde Hamme / Edmond De Rauw

Zo leefde Hamme

Zo leefde Hamme / Edmond De Rauw

Als de samensteller van dit boek zouden plaatsen in één van de categorieën heemkundigen en plaatselijke vorsers, zou dat wellicht de collectioneur zijn, met een goeie dosis nostalgische kijker

Het overgrote deel van de 128 pagina’s wordt ingeruimd voor foto’s en afbeeldingen. Zowat alle papierwerk wat te verzamelen valt, komt er in voor. Postkaarten, affiches, oorlogsgeld, bidprentjes, noodgeld en wat nog meer. De auteur blijkt een gedreven verzamelaar.

Qua tekst is dit boek wel heel summier. Eén pagina blijkt voldoende om de korte historiek van Hamme te schetsen, van de oudheid tot 1900. De uitleg bij de postkaarten (ca. 30 p.) is zeer summier, maar laat identificatie toe. Het onderwerp “De Beloken Tijd” toont de petitie van de inwoners uit 1797, met vijf lijnen uitleg en dan de handtekeningen over drie bladzijden.

Feestelijkheden en gebeurtenissen krijgen 25 bladzijden, zes bladzijden foto’s over overstromingen, oorlogstoestanden nog eens 15 bladzijden. Maar wat met een afbeelding van een affiche van de vredesoptocht van 16 september 1945 met als onderschrift “Affiche”. En een foto van mensen aan een spinnewiel met boven hen een bord met opschrift “De ondergedoken wolspinnerij”, waar de auteur onder de foto exact dezelfde tekst plaatst. Terwijl het duidelijk is dat het om een wagen uit de vredesoptocht gaat, en niet die wolspinnerij zelf.

Er volgen 25 pagina’s afbeeldingen over verenigingen, toneel en sport. De twee pagina’s volksfiguren hebben zowat de langste tekst, enkele anekdotes over Louis Verloren. De rest van het boek handelt over nijverheid; uitgenomen enkele bladzijden over kunstenaars en schrijvers (met toch wat tekst over Albert Van Hecke en Amaat Joos, de man van het Waas Idioticum).

Het is een mooie verdienste van de samensteller om een breed publiek te laten meegenieten van zijn verzameling. In 1983 was er ook geen massa literatuur om één en ander in te kaderen. Het was ook niet nodig, want de meeste lezers waren er zelf bij geweest en moesten alleen een nostalgische terugblik werpen. Toch had het boek veel meer waarde gehad met de juiste duiding. Desondanks blijft het qua fotomateriaal tot nu toe de belangrijkste uitgave over Hamme. In die zin blijft het zeker waardevol.

Edmond De Rauw, Zo leefde Hamme, uitgeverij Ten Bos, 1983, 128 p.

 

Delen:
Berlare in prentkaarten

Berlare in prentkaarten

Berlare in prentkaarten

Maar liefst 178 prentkaarten geven een beeld van Berlare en Berlare-Donk in de periode van pakweg 1890 tot 1945. Dat is eigenlijk de kern van dit boek.

Het is een beproefd concept: per pagina één prentkaart. Maar het gaat om meer dan prentjes kijken. Elk beeld wordt vergezeld van een uitleg die toelaat alles goed te situeren. Soms is dat maar één zinnetje. Maar soms gaat het om een beschrijving van wie er woonde van huis tot huis, of van het belang van het beeld in de Berlaarse geschiedenis. Zo vertelt de auteur meer over de kerk bijvoorbeeld, of over de Schelde. Op het einde geeft hij nog wat mee over het ontstaan van de prentkaart.

“De kroon zetten op jarenlange speur- en verzamelactiviteit”, zegt het voorwoord, moest dit boek doen. We schrijven 1984. De heemkundige beweging stond in de puberschoenen, na een groei in de jaren ’70 met als hoogtepunt het “jaar van het dorp” (1978). Op dat moment was dit boek inderdaad “de kroon”. Vandaag zouden we toch wat meer verwachten aan bronmateriaal dan een De Potter en Broeckaert en De Seyn. Maar, dat gezegd zijnde, vele bronnen zijn samengevat in de zin “vele contacten met inwoners en opzoekingen in officiële documenten”. Ze worden niet nader gespecificeerd. Spijtig.

Toch blijft dit boek op het vlak van iconografie een mijlpaal in de publicaties over Berlare. Een betere beschrijving van wat er te zien is, zal ook moeilijk vallen, omdat er geen getuigen meer uitleg kunnen verschaffen. In die zin blijft het een uniek en aan te raden werk.

Antoine Adam – de auteur – wordt trouwens alleen in de inleiding genoemd. Zijn naam had gerust op de kaft gemogen. De druk is zeer verzorgd en de illustraties duidelijk.

Antoine Adam, Berlare in prentkaarten, Berlare, 1984, Heem- en Oudheidkundige Kring, 206 p., ill.

Delen:
Opdorp onder het juk 1914-1918

Opdorp onder het juk 1914-1918

Opdorp onder het juk 1914-1918

Heemkunde en volkskunde herleefden in de jaren ’70. Het jaar van het dorp (1978) markeerde sterk die hernieuwde interesse voor de plaatselijke gemeenschap. Verschillende heemkringen ontstonden. Zij waagden zich ook aan publicaties. Met de middelen van toen. Zo ook de Heemkring van Buggenhout die de naam Ter Palen kreeg.

Dit boek is zo’n gestencilde uitgave. Vier foto’s rijk. Meer niet, want meer lag niet binnen de mogelijkheden. Maar het maakt er het geheel niet minder interessant om.

In dit boek gaat de auteur dieper in op de gevolgen van de Grote Oorlog voor de gewone bevolking te Opdorp (sinds 1965 gefusioneerd met Buggenhout). Een tijd van opeisingen: vee, oogst tot zelfs deurklinken en rot fruit.

In vele publicaties van die tijd wordt in heroïsche woorden gesproken over de gevechten aan het IJzerfront, maar de strijd die de gewone man moest leveren, werd dikwijls uit het oog verloren. Zo lezen we op p. 54: Eigenaars van gestolen vee (…) zullen gestraft worden. De onrechtvaardigheid, willekeur en dagelijkse bekommernissen komen sterk naar voor in dit boek.

Bijkomend item: een uitklapbare kaart van Opdorp met daarop alle huizen aangeduid. Een bijgaande lijst geeft alle families. In 1977 nog te doen, deze lokalisatie. Nu van grote waarde voor wie zijn voorouders aan het begin van de 20ste eeuw exact wil lokaliseren in deze gemeente.

P. Servaes, Opdorp onder het juk. Kronieken uit de bezettingspriode 1914-1918, Buggenhout, 1977, 103 blz + bijlage.

Delen:
Het Moerzeke van Edward Pas

Het Moerzeke van Edward Pas

Het Moerzeke van Edward Pas

De groeiende aandacht voor het lokale verleden in de jaren ’70 van de vorige eeuw zorgde voor tevens voor meer oog voor de plaatselijke kunstenaars.

Die kunstenaars, het zijn niet zelden mensen met oog voor de eigen leefomgeving. Zij keken en kijken ronde en vertrouwen gezellige en pittoreske hoekjes aan doek en papier toe. Nostalgie spreekt sterk uit keuze voor kleur en compositie.

De voortschrijdende modernisering van Vlaanderen, met gesloten bebouwing en ruilverkavelingen, maakte komaf met kronkelende beekjes, karrenspoor en scheefgezakt-met-strodak-getooide schuur. Alleen de oude ansichtkaarten, zoals Sonnevelt zong, herinnerden er nog aan. En het werk van deze dorpskunstenaars.

Die term in zeker niet minachtend bedoeld. Edward Pas was schoolmeester te Moerzeke, katholiek en romantisch Vlaamsgezind. Hij zou voor dat laatste in 1944 contant betalen met een aantal maanden opsluiting. We halen de namen Tony Van Os en Ernest Claes aan die hetzelfde meemaakten.

In dit boek wordt een kleine biografie gegeven van Edward Pas, door Anton Van Wilderode. Een paar foto’s maken het aangenaam lezen.

 In het tweede deel van het boeken geven enkele mensen hun persoonlijke indruk van de kunstenaar.

Het geheel is ruim doorweven met reproducties van zijn werk, waarvan een deel in kleur. Het maakt dit werk een waardevol kijkboek. Dat het gros van deze werken als onderwerp Moerzeke of de Schelde heeft, zal niet verbazen. Maar ook stillevens komen ruimschoots aan bod.

Hierin ligt misschien wel een taak voor heemkringen en plaatselijke afdelingen van cultuurverenigingen: het blijven in herinnering brengen van werk van lokale kunstenaars. Want uiteindelijk zijn er in verhouding héél weinig van dit type boeken uitgegeven. ’t Moleken VZW Moerzeke nam 35 jaar geleden deze handschoen op.

Het Moerzeke van Edward Pas, 1985, uitgeverij De Nederlanden en ’t Moleken VZW, 112 p, ISBN 9065830553.

Delen:
650 jaar kaatsen in het gewest Dendermonde

650 jaar kaatsen in het gewest Dendermonde

650 jaar kaatsen in het gewest Dendermonde

In het gewest Dendermonde

Onontgonnen terrein is het, het onderwerp van dit boek. Kaatsen, een straatsport die de hoogdagen stilaan heeft gehad. De ‘place du jeu de balle’ in het midden van de Marollen dankt er haar naam aan.

Deze sport had vooral aanhang in Wallonië, om zo via de Dendervallei diep in Vlaanderen te dringen. Het gewest Dendermonde vormde zowat de noordelijkste uitloper. Het is vooral deze streek die de aandacht krijgt van auteur Dirk Van den Abbeele. Hij maakt ook wel ook wat plaats voor terminologie en de evolutie tot WOII.

Het grootste deel van het boek (vanaf p. 98) betreft de sport na 1945. De eindklassementen worden in tabelvorm gegeven met commentaar, afgewisseld met enkele wedstrijdverslagen en iets uitgebreidere portretten van topspelers. Het laat vermoeden dat vooral krantenartikelen de basis vormden voor het vormgeven van dit boek. We kunnen het de auteur niet kwalijk nemen, want bij ons weten zijn er geen artikels of uitgaves over individuele kaatsclubs van het gewest.

In het werk staan gedegen illustraties, waar kan in kleur, soms ietwat klein uitgevallen. Maar de auteur heeft geen moeite gespaard om telkens te duiden wat, waar en vooral wie. Bij elke foto -individueel of de hele ploeg- wordt aangegeven wie er te zien is.

De vormgeving komt soms druk over: elke opsomming gebeurt in tabelvorm met oranjerode druk. Het geeft bijwijlen een zwaar geladen gevoel. Ook de betiteling kon beter. Het is soms moeilijk oriënteren met een jaartitel in kleine oranjerode druk en dan een reeks zwartvette tussentitels zonder nummering met telkens één of meerdere tabellen. Anderzijds is het merkwaardig welke volledigheid is nagestreefd vanuit de beschikbare bronnen.

Er verschenen nog niet veel streek-sportmonografieën. Daarin ligt de verdienste van Van den Abbeele: het werk is zeker aanzet om voor eigen dorp dieper te gaan spitten in het verleden van deze bijzondere sporttak. Het raamwerk om alles te duiden binnen het gewest is er. Wie raapt de (kaats)handschoen op?

Dirk Van den Abbeele, 650 jaar kaatsen in het gewest Dendermonde, 2017, uitgave in eigen beheer, 364 p.30,5×22 cm.

Delen: