Limburg

Mijnen. Limburgse koolputters spreken

Mijnen. Limburgse koolputters spreken

Mijnen. Limburgse koolputters spreken

Over de mijnen is al heel wat geschreven. Maar alles? Neen! De oudere uitgaves hadden veelal een heroïsch karakter. Hoe de ontdekking van de kool en de verwezenlijkingen van de ingenieurs toch zoveel bijgebracht hadden aan de positie van België als industriële grootmacht. Over de ontwikkeling van de mijn, de groei, de innovaties.

In het boek over de mijn te Beringen wordt die leemte stilaan ingezien. De mijn, dat is ook en vooral de mensen onder en boven de grond.

De Projektgroep Mijnwerkersgeschiedenis bracht getuigenissen van de koolputters samen. Geen ellenlange exposés, maar korte stukjes van een paar zinnen. Gegroepeerd volgens een thema. Zo leest alles aan elkaar als een terugblik uit één mond.

Zo komt een stuk arbeidersgeschiedenis uit de beginperiode van de Limburgse mijnindustrie terug tot leven. Geen romantische terugblik, maar de harde realiteit.

Het werk is rijk geïllustreerd. Achteraan een kleine verklarende woordenlijst van typische mijnwerkerstermen die in het boek voorkomen. Een kleine inhoudstafel ook, zonder paginanummers. Die zijn er niet in het boek.

Het is onduidelijk van wie de teksten zijn of wie de interviews deed en alles tot één geheel verwerkte.

Mijnen. Limburgse koolputters spreken, Berchem, 1981, Uitgeverij Epo, ISBN 90-6445-5929.

Delen:
Oude gebruiken en gerechten uit Limburg

Oude gebruiken en gerechten uit Limburg

Oude gebruiken en gerechten uit Limburg

Geschiedenis en heemkunde kunnen soms zwaar op de maag liggen. Maar als het gaat over dagelijkse gebruiken, dan wordt alles wat lichter verteerbaar. En als het gaat over drinken en eten, met wat praktijk erbij, groeit het aantal geïnteresseerden. “Op grootmoeders wijze” staat nog steeds goed op de kaart.

Maar wat bakte die (over-)grootmoeder er van? De Limburgers kunnen het nalezen in dit boek.

Dat de keuken afhing van wat er voorradig was, hoeven we niet te vertellen. Dat die voorraad dan weer afhing van land en bodem, is ook duidelijk. Er zit in Limburg (of Land van Loon, zoals het boek verklaart) zo’n groot verschil tussen de Kempen van de boekweit, de Haspengouwse fruitstreek, het Maasland en de streek van Halen die bij Brabant aansluit.

In het boek worden aan voedsel verbonden volkskundige elementen verklaard tussen de recepten heen. Het gaat bijvoorbeeld over het ei en de paasgebruiken en dan volgen verschillende toepassingen in de keuken. Niet zoals een kookboek, met de opsomming van de ingrediënten en dan de bereidingswijze, maar kort en krachtig. Duidelijk genoeg om aan de slag te gaan, kort genoeg om niet het idee te krijgen in een kookboek te zitten lezen.

Een bibliografie verwijst naar meer. Enige verluchting door de typische tekeningen van Steven (Wilsens), zelf een Limburger en gekend voor zijn toeristische en volkskundige werken zoals Landelijk leven in Vlaanderen.

J. Collen, J. Lambin, Oude gebruiken en gerechten uit Limburg, Antwerpen, Uitgeverij Helios, 1977, 176 p., ISBN 9028902805.

Delen:
Russische partizanen WOII – Limburg

Russische partizanen in Limburg

Russische partizanen WOII – Limburg

Tijdens de Tweede Wereldoorlog hadden Russische krijgsgevangenen het hard te verduren. Ze zaten tussen hamer en aambeeld. De Duitsers stelden ze bloot aan onmenselijke regimes in de dodenkampen, het thuisfront beschouwde hen -met Stalin op kop- als verraders.

In Limburg werden Russische gevangenen aangevoerd om te werken in de mijnen. Zo ook luitenant-kolonel Soesjkin. Hij weet te ontsnappen en sluit aan bij partizanen aan de Maaskant.

Na de oorlog keert hij terug naar de Sovjetunie. Daar wachten nog jaren strafkamp. Dat is het verdikt voor een verrader die meewerkte met de Duitsers.

De gebeurtenissen van hem en de in Limburg tewerkgestelde Russen zijn grondstof voor de in 1960 in Rusland verschenen oorlogsroman over hen. De tijden zijn veranderd en de visie op de krijgsgevangenen ook.

De auteurs toetsen de roman aan de bekende feiten. Het is een vlot verhaal over een verhaal en de werkelijkheid. De fragmenten steunen de feiten, de feiten duiden de fragmenten. Het geheel leest heel vlot. Een paar illustraties, een lijst met geraadpleegde werken.

Een gewaardeerde bijdrage aan de gebeurtenissen van 1940-1945 in Limburg en dit bijzondere aspect van de geschiedenis van de Limburgse mijnen.

Arthur Wollants, Jos Bouveroux, Russische partizanen WOII – Limburg, Leuven, Davidsfonds, 1994, 256 p.

Delen:
Beringen-mijn 1907-1985

Beringen-mijn 1907-1985

Beringen-mijn 1907-1985

De ontdekking van steenkool heeft in Limburg het heidelandschap, de mensen en de economie geheel veranderd. Dit boek kijkt terug op alle facetten van 75 jaar mijnbouw in Beringen.

In tien hoofdstukken komen alle facetten van deze geschiedenis aan bod.

  1. Concessie en eerste ontginning
  2. De jaren ‘20
  3. De periode 1930-1945
  4. De Tweede Wereldoorlog en de mijn
  5. Modernisering van WOII
  6. Ingenieurs, diensthoofden, bedienden
  7. De mensen van de ondergrond
  8. De mensen van de bovengrond
  9. Gepensioneerden en verenigingsleven
  10. Slachtoffers van ongevallen

Er is aandacht voor alle belangrijke gebeurtenissen in deze 75 jaar. We noteren o.a. de Russische krijgsgevangenen in WOII, het bombardement op de Cité van 12 mei 1944, de nieuwe parochiekerk van Kleine Heide, de installatie van ophaalmachines begin jaren ’20, de mijngasontvlamming in 1943, de impact van de Eerste Wereldoorlog… Maar ook de mensen in, boven en rond de mijn.

De zeer talrijke illustraties maken dit een aangenaam kijkboek, zowel wat betreft de mijn als wat betreft Beringen zelf.

De auteur geeft zelf aan ‘iets wat dichter bij de mensen stond’ te willen vormgeven. Als opvolger dan voor zijn eerder werk ‘Steenkool- en Petroleumboringen in Limburg en de Antwerpse Kempen 1898-1940’. Hij is daar zeker in geslaagd. In dat licht valt het bijna volledig ontbreken van referenties en bibliografie ook te begrijpen.

Het werk is zeer moeilijk te vinden en duikt slechts af en toe op in het tweedehandscircuit.

G. Goddeeris, Onder en boven. Beringen-mijn 1907-1985, Rotary Club Beringen, 1983, 430 p.

Delen:
Landschappen in Vlaanderen vroeger en nu

Landschappen in Vlaanderen vroeger en nu

Landschappen in Vlaanderen vroeger en nu

Met de betonstop in het achterhoofd is dit wel een leerrijk boek. Door Vlaanderen trekken en foto’s van nu (lees: 1980) zetten naast een beeld van 1904.

Genieten is het van de beelden van 1904. Wat een weelde, wat een natuur. Dat valt toch enorm op: hoe de landschappen verschraalden. Het gaat niet op nostalgie, maar om de zuivere constatering dat de natuur inderdaad met minder potentieel aanwezig is. Zouden we met Mijn land in de kering toch moeten besluiten dat de 20ste eeuw een weg was naar afbraak en lelijkheid?

De basis voor het boek was het werk van professor Massart die in 1904 Les aspects de la végétation en Belgique. Hij voorzag vijf series, maar de Duitse inval van 1914 deed hem stoppen bij twee.

Zestig foto’s worden voorzien van hun ‘moderne’ tegenhanger. Grootste concentratiegebieden zijn de kust (en vooral de Westhoek ervan) met 15 platen. Meer lezen over natuur in deze provincie kan in het boek Natuurlijk West-Vlaanderen.

De Scheldevallei telt 18 platen. Het West-Vlaamse binnenland komt op 5 foto’s, het Meetjesland op twee. Nog vier in de Antwerpse Kempen. Opwijk, Wezemaal en Gelrode zijn de enige Brabantse zichten.

Limburg heeft 13 foto’s in het werk. De steenkoolontginning veranderde het landschap, de heide verdween en maakte plaats voor verkavelingen, industrieparken en kanalen.

Bij elke plaat (oud en nieuw) vind je een beknopte, maar gedegen uitleg met nadruk op de landschapselementen en vegetatie.

Dit boek zet aan tot nadenken. Wat zou het geven als dit heruitgegeven zou worden? Met op elke pagina drie foto’s: 1904, 1980 en 2020. Zien we herstel? Of nog groter verlies?

Leo Vanhecke, Georges Charlier, Luc Verelst. Landschappen in Vlaanderen vroeger en nu. Van groene armoede naar grijze overvloed, Uitgave Nationale Plantentuin Meise, 140 p.,  D/1981/0325/5

Delen:
Honderdvijftig jaar kamp Beverlo Leopoldsburg

Honderdvijftig jaar kamp Beverlo

Honderdvijftig jaar kamp Beverlo Leopoldsburg

De nieuwe Belgische staat had nood aan een eigen leger, en dat leger aan een oefenterrein. Op de Limburgse hei was plaats genoeg. In 1835 verrees daar, tussen Beringen en Balen, het kap Beverlo. Voor de burgers die bij het kamp betrokken waren, kwam er de stad Bourg-Léopold of Leopoldsburg.

Sylvain Weuts wil hondervijftig jaar later de historiek van dit kamp schetsen. Zijn opzet blijkt uit de ondertitel op de eerste bladzijde: geschiedenis van het kamp van Beverlo en Leopoldsburg verteld aan de hand van oude prentkaarten, oude en actuele foto’s. Duidelijk.

Toch geeft de auteur achtergrondinformatie. In enkele bladzijden schets hij de streekgeschiedenis van oudheid tot heden en de bouw en de groei van het kamp. Daarna zal hij zich vooral houden aan veel fotomateriaal met duiding.

Achtereenvolgens komen infanterie- en cavaleriekamp, oefenvelden, park, school, monumenten en gebouwen aan bod. Hij heeft het over de regimenten, de speciale eenheden, de tuchtcompagnie, de intendance en de cibussen. Muziek en sport sluiten af.

Er zijn nog een veertigtal pagina’s voorbehouden voor enerzijds de gemeente Leopoldsburg en anderzijds de parochie daar.

Een leuk boek met veel iconografische materiaal. Zoals op p. 1 werd beloofd.

Sylvain Weuts, Honderdvijftig jaar kamp Beverlo, Hasselt, 1985, 175 p.

Delen:
Hasselt intra muros

Hasselt intra muros

Hasselt intra muros

Hasselt intra muros… Hasselt binnen de muren. Een zwaar en magistraal boek. Dat is het minste wat er over te zeggen valt.

Het is de Hasseltse volkskundige Jan Juliaan Melchior (1848-1920) die gidst. Doorheen het boek slenteren we langs de verschillende straten van de stad. Overal stoppen we en leren we bij. Kerken, kloosters; officiële gebouwen, oude huisnamen, de eigenaars, bewoners, buren, beroepen… het komt allemaal aan bod.

Het oude Hasselt met zijn nog open rivieren, zijn stadspoorten en wallen, zijn straten en straatjes opent zich als een schatkamer. Niet alleen zuivere historische beschouwingen, maar ook burenruzies en moordpartijen, jeneverstokers, huisjes van plezier, en alles wat de mens eigen is.

Dit werk leert Hasselt kennen van de 14de eeuw tot aan het interbellum. Een tocht van zes eeuwen. Talrijke illustraties verlevendigen de tocht en koppelen tekst aan het visuele.

Guido Caluwaerts heeft het manuscript van Melchior herschreven – naar een vlotter, modern Nederlands en van afbeeldingen voorzien. Zo stelde hij de erfenis van de volkskundige veilig.

Het boek heeft een uitgebreid register op persoonsnamen, naast nog een oplijsting van huisnamen, burgemeesters en bouwmeesters van de stad.

We kunnen ronduit stellen dat geen enkele Hèsseltse bibliotheek compleet is zonder dit werk!

Guido Caluwaerts, Hasselt intra muros. Hasselt binnen de oude wallen. Historiek van straten, pleinen, gebouwen en huizen zoals opgetekend door Jan Juliaan Melchior (1848-1920), Kluwer/Standaard Boekhandel, 1989, p., ISBN 9071889157.

Delen:
Op grond van Sint-Trudo. De kaartenatlas van de abdij van Sint-Truiden 1697

Op grond van Sint-Trudo. De kaartenatlas van de abdij van Sint-Truiden 1697

Op grond van Sint-Trudo. De kaartenatlas van de abdij van Sint-Truiden 1697

Dit is een heel verzorgde uitgave van een werkinstrument van de abdij. De kaarten werden in hun oorspronkelijke kleuren afgedrukt. Een weldaad om naar te kijken.

Een omstandige inleiding situeert één en ander. Het is meteen duidelijk dat de Sint-Trudoabdij een enorme machtsfactor was in het gebied tussen pakweg Hannut, Diest, Pelt en Heers. Ze bezat er collatierechten (aanstelling van pastoor of kapelaan), cijnshoven, leengoederen en tienden.

Van p. 40 tot p. 197 volgen de kaarten op papier. Meteen daarna, tot p. 221 komen de kaarten op perkament aan bod. Er werden ook enkele foto’s van kerken en voormalige abdijdomeinen aan toegevoegd. Onder elke kaart heel kort wat en waar.

Vijf bladzijden indices op plaatsnamen vervolledigen dit boek. Het zou te ver leiden om alle plekken op te noemen waar de abdij bezit had. Laat ons stellen dat voor de heemkundige of geïnteresseerde van de geschiedenis van het huidige West- en Zuid-Limburg dit niet in de boekenkast mag ontbreken.

Het werk werd uitgegeven op groot formaat van 24,5×34 cm. Dat een jaar na uitgave een tweede druk nodig was, spreekt voor de kwaliteit van en de vraag naar dit boek.

Abdij, Stad en Regio VZW, 2011 (tweede druk 2012), teksten van Rombout Nijssen en Raf Van Laere, 2011, Op grond van Sint-Trudo. De kaartenatlas van de abdij van Sint-Truiden 1697, 231 p., ill., ISSN 2031-3942.

Delen:
Maaseik & Thorn

Maaseik & Thorn

Maaseik & Thorn

Het Davidsfonds heeft een aantal uitgebreide brochures uitgegeven, die zich toch wel onderscheiden van andere ‘reisgidsen’. Want in die laatste categorie kwamen er héél wat algemene exemplaren op de markt, met veelal herkauwde informatie. En wie heeft van horen zeggen… heeft zich soms in de luren laten leggen.

In dit werkje, in handig langwerpig zakformaat, komt de beperkte streek van Maaseik en Thorn aan bod. De auteur vertelt gedetailleerd wat je hoeft te weten om ofwel in je zetel, ofwel per fiets of te voet, de omgeving te verkennen. Of om wat meer te weten te komen over de plaats waar je woont.

De bibliografie van bijna vier bladzijden lang bewijst dat Herman Clerinx niet over één nacht ijs is gegaan en weet waarover hij spreekt. En dat is in deze categorie al een verdienste.

Het boekje bezit genoeg illustraties, maar het is geen bladvulling. De tekst, en dus de informatie, overheerst duidelijk.

Herman Clerinx, Maaseik & Thorn, Davidsfonds, Leuven, 2003, 144 p., ill., ISBN 9058262219.

Delen:
Rijksmiddelbaar onderwijs te Sint-Truiden

Rijksmiddelbaar onderwijs te Sint-Truiden

Rijksmiddelbaar onderwijs te Sint-Truiden

De titel laat al vermoeden dat het om een ouder boekje gaat. Over Rijksmiddelbaar wordt niet meer gesproken, al niet meer van 1989. Na de derde staatshervorming werd de terminologie immers Gemeenschapsonderwijs. In 2007 werd het kortweg GO!.

Het onderwijs in Vlaanderen en België sinds 1830 kent een bewogen geschiedenis. Dit werk dateert van voor één van de meest bewogen periodes, nl. de schoolstrijd van 1958. In 1950 vierde dat staatsonderwijs in Sint-Truiden zijn eeuwfeest. En dat was de redenen om één en ander te boek te stellen.

De schrijvers hebben omstandig het wedervaren van dit onderwijs in de stad beschreven. De wet van 1 juni 1850 beval de oprichting van 50 Rijksmiddelbare scholen. Vier in de provincie Antwerpen en hetzelfde aantal in West-Vlaanderen, vier in het Nederlandstalige deel van Brabant, drie in Oost-Vlaanderen en evenveel in Limburg (Sint-Truiden, Maaseik en Tongeren). De 32 anderen waren allen in het Franstalige deel van het land gepland.

Het boek heeft het over het onderwijs te Sint-Truiden tot ca. 1795; tijdens de Franse tijd en de Hollandse tijd.

Veel uitgebreider is het deel over de Belgische periode. Dat heeft aandacht voor de voorloopster (de Ecole Primaire Supérieur van Sint-Truiden – oprichting en werking) en de Rijksmiddelbare school zelf. Dat onderdeel is omstandig met de oprichting, inrichting, de eerste jaren en de verdere groei.

Het boek heeft een ruime bibliografie. Er is wat fotomateriaal aanwezig, maar dat blijft beperkt. De middelen waren er toen niet om echte fotoboeken te maken.

Een bijzonder document dat moeilijk te vinden is! Het werd op slecht 450 exemplaren gedrukt. Hoeveel zouden er nog van overblijven, 70 jaar later?

R. Cloesen, J. Roosen, Geschiedenis van het Rijksmiddelbaar onderwijs te Sint-Truiden, 1950, 150 p.

Delen: