Oorlog

Garnizoen Antwerpen 1831-1970. Het leger in het dagelijks leven van de Antwerpenaren

Garnizoen Antwerpen 1831-1970

Garnizoen Antwerpen 1831-1970. Het leger in het dagelijks leven van de Antwerpenaren

De tijden tekenden Antwerpen met vele herinneringen aan militaire aanwezigheid. De strategische ligging op de grenzen van Vlaanderen en Brabant aan de oever van een rivier is daar niet vreemd aan. Dat die Schelde op economisch en militair gebied steeds meer aan belang won, vergrootte de impact van vestingbouwers en garnizoenen op de stad.

Brialmont ontwierp de vestinggordel, waarvan we al eerder spraken wat betreft de sectie Berchem. Bolwerken, schietbanen en forten hoorden bij het dagelijks leven van de Antwerpenaar. Die keek niet op van een groep gewapende militairen die door de straat defileerden op weg naar de Falconkazerne, de Prekerskazerne, de Sint-Joriskazerne of de Prinsenkazerne, die in het midden van de stad lagen. Ze verdwenen allemaal, die gebouwen die het leger gebruikte. Na 1970 bleef alleen het militair hospitaal aan de Marialei over.

Het boek focust sterk op beeldmateriaal. Dat wordt gegroepeerd in zes hoofdstukken. Een eerste schetst de situatie tijdens en vlak na 1830; een tweede op het Noorderkasteel van Chazal en de gordel van Brialmont; een derde heeft het over de burgerwacht. De Duitse bezetting van ’14-’18 vormt een vierde deel. Hoofstuk vijf en zes hebben het over het interbellum, met de naweeën van WOI en beelden van de kazernes. De demilitarisering sluit tenslotte het boek.

Het geheel vormt een mooie een unieke verzameling aan iconografisch materiaal. De wisselwerking tussen het leger en de Antwerpenaar wordt echter zeer summier uitgelegd en blijft beperkt tot twee bladzijden per hoofdstuk. De boventitel “Archiefbeelden” van deze reeks zegt genoeg. In dezelfde reeks verscheen “Antwerpen in 101 gedenkplaten” en “Antwerpse circusartiesten”.

Het boek is moeilijk te vinden op de tweedehandsmarkt

Frans Lauwers, Garnizoen Antwerpen 1831-1970. Het leger in het dagelijks leven van de Antwerpenaren, Tempus – The History Press, 2010, 128 p., ISBN 9781845886455.

Delen:
En wat deed mij eigen volk? Breendonk, een kroniek

En wat deed mij eigen volk?

En wat deed mij eigen volk? Breendonk, een kroniek

Er zijn weinig boeken verschenen over Breendonk. Omdat het kamp in verhouding met de vernietigingsfabrieken in Duitsland en Polen zo klein was? Of omdat het net achter de hoek lag? Omdat de eigen Vlaamse SS-mannen de anderen naar de kroon staken in wreedheid en onmenselijkheid? En omdat we da niet meer kunnen zeggen dat het ‘de andere’ was?

Jos Vander Velpen, eigenlijk een doctor in de rechten en advocaat, legt in dit boek de klemtoon bij de gevangenen. Geen onderverdeling in hoofdstukken rond enkele thema’s. Ja, de auteur werkt wel chronologisch per jaar. Maar het echte woord is aan de mensen die er opgesloten zaten.

In een vlot leesbare tekst brengt de auteur deze getuigenissen tot leven. Een verteltrant, alsof het zich voor de ogen afspeelt, en wij er stille, onbewogen getuige van zijn. Nergens wordt een groot verheven vaderlandslievend decor opgehangen; nergens worden feiten in een misplaatste romantiek gestopt. Wat je wel kan voorstellen, is dat de werkelijkheid nog veel botter was dan het verslag dat hier gebracht wordt. Maar Vander Velpen kiest voor sereniteit in zijn tekst.

Omdat het kamp zo klein was, kon geen enkele gevangene echt opgaan in de massa. De bijkomende taak om door ondervragingen en eenzame opsluiting meer te weten te komen over verzet, legde een sfeer van angst en foltering over een desolaat bestaan waar een leven niets waard is. Dat de kampbewaking die taak ernstig neemt, mag duidelijk zijn. Breendonk was een ware hel.

Het boek dateert al van 2003, maar is nog steeds één van de sterkste aangaande Breendonk en zij die er onnoemelijk geleden hebben.

Jos Vander Velpen, En wat deed mij eigen volk? Breendonk, een kroniek, Berchem, EPO, 2003, 238 p., ISBN 9064453055.

Delen:
Herinneringen aan beide wereldoorlogen. Koksijde, Oostduinkerke, Sint-Idesbald, Wulpen

Koksijde. Herinneringen aan beide wereldoorlogen

Herinneringen aan beide wereldoorlogen. Koksijde, Oostduinkerke, Sint-Idesbald, Wulpen

In 2008 gaf het gemeentebestuur van Koksijde dit boekje uit, een heruitgave van de editie van 2004. Het is 80 pagina’s dik, A5-formaat, maar op die beperkte ruimte werd toch heel wat informatie samengebracht.

Eigenlijk stelden de opstellers een gids samen om in vier trajecten doorheen de deelgemeenten op zoek te gaan naar sporen uit de beide oorlogen. Vandaar zijn de middenpagina’s ingeruimd voor een uitvouwbaar plannetje met aanduiding van 52 ankerpunten.

Elke deelkern komt aan bod. Sint-Idesbald (8 p.), Koksijde (31 p.); Koksijde- en Oostduinkerke-bad (5 p.); Oostduinkerke (13 p.) en Wulpen (5 p.).

Een lijst van oorlogsslachtoffers, per deelkern, van maar liefst elf pagina’s vervolledigt dit boekje. In veel gevallen tracht men dit te vermijden, om niemand te vergeten. Hier heeft men toch geprobeerd allen die door het oorlogsgeweld het leven lieten, te vernoemen. Worden genoemd: de militaire en burgerlijke slachtoffers, de weerstanders, de slachtoffers van de aanval op het vliegveld van 8 april 1944 en het bombardement van 30 oktober 1914.

Een mooie bibliografie naar meer informatie sluit het geheel.

De brochure is ruim voorzien van illustratiemateriaal.

Een verdienstelijke uitgave die zeker aanzet kan geven tot verder verdieping. We vrezen echter dat het niet makkelijk meer te vinden is.

Gemeentelijke Archiefcommissie Koksijde, Herinneringen aan beide wereldoorlogen. Koksijde, Oostduinkerke, Sint-Idesbald, Wulpen, 2008, 80 p., ill., D/2008/10428/06.

Delen:
Honderdvijftig jaar kamp Beverlo Leopoldsburg

Honderdvijftig jaar kamp Beverlo

Honderdvijftig jaar kamp Beverlo Leopoldsburg

De nieuwe Belgische staat had nood aan een eigen leger, en dat leger aan een oefenterrein. Op de Limburgse hei was plaats genoeg. In 1835 verrees daar, tussen Beringen en Balen, het kap Beverlo. Voor de burgers die bij het kamp betrokken waren, kwam er de stad Bourg-Léopold of Leopoldsburg.

Sylvain Weuts wil hondervijftig jaar later de historiek van dit kamp schetsen. Zijn opzet blijkt uit de ondertitel op de eerste bladzijde: geschiedenis van het kamp van Beverlo en Leopoldsburg verteld aan de hand van oude prentkaarten, oude en actuele foto’s. Duidelijk.

Toch geeft de auteur achtergrondinformatie. In enkele bladzijden schets hij de streekgeschiedenis van oudheid tot heden en de bouw en de groei van het kamp. Daarna zal hij zich vooral houden aan veel fotomateriaal met duiding.

Achtereenvolgens komen infanterie- en cavaleriekamp, oefenvelden, park, school, monumenten en gebouwen aan bod. Hij heeft het over de regimenten, de speciale eenheden, de tuchtcompagnie, de intendance en de cibussen. Muziek en sport sluiten af.

Er zijn nog een veertigtal pagina’s voorbehouden voor enerzijds de gemeente Leopoldsburg en anderzijds de parochie daar.

Een leuk boek met veel iconografische materiaal. Zoals op p. 1 werd beloofd.

Sylvain Weuts, Honderdvijftig jaar kamp Beverlo, Hasselt, 1985, 175 p.

Delen:
Antwerpen onder de V-bommen 1944-1945

Antwerpen onder de V-bommen 1944-1945

Antwerpen onder de V-bommen 1944-1945

In 2004 herdacht Antwerpen het inslaan van de eerste V-bom op haar grondgebied. Een tentoonstelling en een video vergezelden de initiatieven, met als belangrijkste feit de inhuldiging van een monument. Dit boek verscheen naar aanleiding van deze terugblik.

Koen Paelinckx zet een gedegen studie neer over deze rampspoed die de havenstad trof. Het arrondissement Antwerpen kreeg op 175 dagen maar liefst 2049 inslagen te verwerken. Voor de hele provincie was dat 5960 inslagen. Toch wel enorme cijfers.

De auteur leidt in met de bevrijding van Antwerpen (hoofdstuk 1, elf p.) en een bespreking van de vergeldingwapens (hoofdstuk 2, elf p.). Het middendeel (61 p.) handelt volledig over Antwerpen. Een laatste hoofdstuk(je) heeft het over de gevolgen van de V-bommenregen (acht p.).

Indrukwekkend is de bijlage van 25 pagina’s met een chronologisch overzicht van de inslagen te Antwerpen. Een goed overzicht waar uren werk achter zit.

Het boek telt een ruim aantal foto’s. Er is een bibliografie aanwezig. De tekst zelf heeft echter geen specifieke verwijzingen naar de bronnen.

Koen Paelinckckx, Antwerpen onder de V-bommen 1944-1945, 2004, 144 p.

Delen:
De vestingswerken Brialmont te Berchem

De vestingswerken Brialmont te Berchem

De vestingswerken Brialmont te Berchem

Henri Alexis Brialmont (1821-1903) ontwierp mee de Stelling van Antwerpen, naast de forten van Luik en Namen. De impact hiervan is nog steeds te zien in de hele gordel rondom antwerpen.

De Kring voor Heemkunde vroeg met dit boek aandacht voor de opgetrokken vestingen op het grondgebied van de voormalige gemeente Berchem.

Een zeer korte inleiding (2 pagina’s) wordt gevolgd door heel wat fotomateriaal met een summiere uitleg, maar voldoende om het beeld te lokaliseren. Interessant is zeker het deel over de slechting van de wallen en de voorgestelde plannen om de vrijgekomen ruimte op te nemen in de steeds maar groeiende Antwerpse agglomeratie.

Een laatste aandachtspunt is de afbraak van de vestingwerken. Zij werden in 1967 opgeblazen om plaats te maken voor de E3 (de huidige E17), die een ringweg rond Antwerpen moest vormen en nu de R1 is.

Het boek telt 62 pagina’s, enkelzijdig bedrukt. De afbeeldingen zijn duidelijk.

Karel Nicolaï, De vestingswerken Brialmont te Berchem, Berchem, s.d., 62 p., ill.

Delen:
Opdorp onder het juk 1914-1918

Opdorp onder het juk 1914-1918

Opdorp onder het juk 1914-1918

Heemkunde en volkskunde herleefden in de jaren ’70. Het jaar van het dorp (1978) markeerde sterk die hernieuwde interesse voor de plaatselijke gemeenschap. Verschillende heemkringen ontstonden. Zij waagden zich ook aan publicaties. Met de middelen van toen. Zo ook de Heemkring van Buggenhout die de naam Ter Palen kreeg.

Dit boek is zo’n gestencilde uitgave. Vier foto’s rijk. Meer niet, want meer lag niet binnen de mogelijkheden. Maar het maakt er het geheel niet minder interessant om.

In dit boek gaat de auteur dieper in op de gevolgen van de Grote Oorlog voor de gewone bevolking te Opdorp (sinds 1965 gefusioneerd met Buggenhout). Een tijd van opeisingen: vee, oogst tot zelfs deurklinken en rot fruit.

In vele publicaties van die tijd wordt in heroïsche woorden gesproken over de gevechten aan het IJzerfront, maar de strijd die de gewone man moest leveren, werd dikwijls uit het oog verloren. Zo lezen we op p. 54: Eigenaars van gestolen vee (…) zullen gestraft worden. De onrechtvaardigheid, willekeur en dagelijkse bekommernissen komen sterk naar voor in dit boek.

Bijkomend item: een uitklapbare kaart van Opdorp met daarop alle huizen aangeduid. Een bijgaande lijst geeft alle families. In 1977 nog te doen, deze lokalisatie. Nu van grote waarde voor wie zijn voorouders aan het begin van de 20ste eeuw exact wil lokaliseren in deze gemeente.

P. Servaes, Opdorp onder het juk. Kronieken uit de bezettingspriode 1914-1918, Buggenhout, 1977, 103 blz + bijlage.

Delen:
Genk in de Tweede Wereldoorlog

Genk in de Tweede Wereldoorlog

Genk in de Tweede Wereldoorlog

50 jaar na de bevrijding bracht de Heemkring Heidebloemke deze brochure tot stand. In 86 pagina’s wordt een beeld geschetst van de gebeurtenissen in Genk tijdens deze wereldbrand.

Ruime aandacht voor de aanleiding tot WOII, maar ook de voorbereidingen ter plaatste in 1939. Zo maakte Genk zich klaar om als eerste buffer de slag op te vangen. Evacuatie van mens en vee baarde kopzorgen.

De invasie rolde op 10-12 mei 1940 over Genk. Een periode van revitaillering, verzet en collaboratie brak aan. De auteur brengt een beeld van de impact op het dagelijks leven. De bevrijding, de repressie en het bombardement van Genk-centrum komen aan bod.

Het is de verdienste van de schrijver om véél feiten en weetjes aan elkaar te rijgen, op een moment dat er nog genoeg getuigen waren om te ondervragen en ook om in het eigen geheugen te duiken. Nergens echter is er referentie naar een bron. De illustraties zijn beperkt gebleven.

Toch kan deze brochure, zoveel jaar na verschijnen, niet genoeg naar waarde geschat worden. Voor geïnteresseerden in Genk of de oorlogsgebeurtenissen in Limburg, is deze zeker aan te raden materiaal.

August Geusens, Genk in de Tweede Wereldoorlog, 1994, 86 p.

Delen:
Geen oorlogskruis voor Mortsel

Geen oorlogskruis voor Mortsel

Geen oorlogskruis voor Mortsel

Deze vreselijke ramp haalde het wereldnieuws niet en ook nadien werd er niet veel over gesproken of geschreven (… en) is Mortsel een onbekende gebleven in de Belgische geschiedschrijving. Het opzet van dit boek was daar verandering in te brengen.

Daarmee sluit auteur Achille Rely de laatste pagina af. Die dag kwamen 936 mensen om het leven. Onder de slachtoffers waren 209 kinderen onder de 15 jaar. Hoe kon dat gebeuren en wie was verantwoordelijk? Die vraag gaat als een leidraad doorheen het boek.

Omstandig komen het kader van de Tweede Wereldoorlog met zijn nieuwe tactiek van luchtaanvallen aan bod. De auteur gaat ook in op de situatie in Mortsel, met de nabije luchthaven van Deurne en het aanwezige Frontreparierungbetrieb Erla-werk VII.

In het boek ga je mee in de zoektocht naar alle puzzelstukjes: waarom Mortsel, waarom Amerikanen, waarom op die dag, waarom liep het mis. De schrijver gaat gedreven op zoek naar de antwoorden. Dat hij deze teksten weet te illustreren met talrijke afbeeldingen is zeker een pluspunt. Een paar mochten in groter formaat gebracht worden, zeker als het om documenten gaat. Dat zou de leesbaarheid van deze historische stukken bevorderd hebben.

In een speciaal aandachtspunt gaat het boek dieper in op de V-bommen en hun slachtoffers.

Ook de vraag wordt gesteld en beantwoord waarom Mortsel geen erkenning kreeg – geen oorlogskruis, zoals andere Belgische gemeenten. Ondertussen kreeg de stad in 2004, 61 jaar na de ramp, een lint van de toenmalige minister van landsverdediging. Of dat nu de verandering is, die de auteur bedoelde, is een ander paar mouwen.

Achille Rely, Geen oorlogskruis voor Mortsel. De ramp van 5 april 1943, Deurne, 1993, 248 p., 30×21,5 cm, ISBN 9034106276.

Delen:
De Zwarte Hand een fataal avontuur Kurt Van Camp

De Zwarte Hand. Een fataal avontuur

De Zwarte Hand een fataal avontuur Kurt Van Camp

Met “De Zwarte Hand” zitten we in de streek van Klein-Brabant en de Rupel. Daar kent iedereen de verzetsbeweging. Denken we. Dit boek zet alles duidelijk op een rij. De auteur slaagt erin vlot maar grondig de verzetsbeweging in ontstaan en ondergang te beschrijven. En dat brengt heel wat nieuwe dingen naar boven.

In een eerste fase schetst het boek de achtergrond waarin het verzet ontstond. De groei van de kernen in Tisselt, Puurs en Sint-Amands en Boom en Niel leidt naar de hamvraag wat nu eigenlijk dat “verzet” van de groep was. Welke daden en acties werden gesteld? Voor mij was het de eerste maal dat op zo’n beknopte en duidelijke manier uitgelegd te zien. En dat zo’n kleine verzetsacties tot zo’n verregaande gevolgen konden leiden.

Een tweede groot aandachtspunt is opgebouwd rond de arrestaties en ondervragingen van de leden, gekoppeld aan de vraag hoe “De Zwarte Hand” eigenlijk tegen de lamp liep. Hier heeft de auteur tevens oog voor kritische bevraging van het handelen van de leden. Het boek is dus geen heldenepos, maar wil concreet duidelijk maken waarover het nu allemaal ging.

De overbrenging naar Duitsland en de twee operette-processen laten inzien dat het individu geen enkele recht meer had en justitie een farce was. Sommige leden hadden zelfs de uitgesproken al uitgezeten, maar iedereen moest verdwijnen in “Nacht und Nebel”.

We lezen de systematische vernietiging van deze mannen die het naziregime hadden getart. Het boek tracht hun tocht naar het einde -verdeeld in verschillende groepjes- in kaart te brengen. Het gaat dan niet om het lijden dat deze mensen ondergingen -daarvoor zijn er andere werken- maar wel om de lijdensweg (letterlijk) die zij moesten gaan. Met de ineenstorting van het Derde Rijk wordt een mensenleven steeds minder waard. Met de nazi’s moesten ook de getuigen van hun onmenselijkheid verdwijnen. Dat is hen bijna geheel gelukt.

In een laatste punt worden de bevrijding, repatriëring en thuiskomst geschetst van de weinige overlevenden. Het is hun verhaal dat verder gebracht moet worden.  Kurt Van Camp is daarin zeker geslaagd.

Als ik dan een kanttekening moet plaatsen, is dat over de afbeeldingen die eerder klein en donker zijn. Het is geen kijkboek, maar dan nog kon dat iets beter. Het blijft achteraan ook bij een summiere opsomming van de bronnen.

Daartegenover staat een vlot leesbaar boek over het verzet van “De Zwarte Hand” dat als avontuur begon maar fataal afliep.

Kurt Van Camp, Het verzet van De Zwarte Hand, Davidfonds-uitgeverij, 2019, 224 p., ISBN 9789002268304. Het boek is hier te koop aan 23,50 Euro.

Delen: