Oorlog

Oorlog in Woluwe

Oorlog in Woluwe

Oorlog in Woluwe

Oorlog in Woluwe is geen systematische studie van de jaren 1940-1944 in deze gemeente. Het is meer een resem anekdotes na elkaar. Grote gebeurtenissen, kleine gebeurtenissen, ernstige en lachwekkende feiten.

De auteur had een loopbaan als journalist achter de rug. Dat zal wel heel sterk meegespeeld hebben. De stijl van het boek benaderd nog het meest een stijl van het ene krantenartikel na het ander.

Doordat ze chronologisch worden gebracht, krijg je doorheen het boek toch een idee van de oorlogsjaren in Sint-Lambrechts-Woluwe. En de veelheid aan onderwerpen, allemaal verbonden met het dagelijks leven van de Woluwenaars, geven toch een serieuze inkijk in de tijdsomstandigheden.

Zo lezen we bij de klokkenroof hoe ze door slimme trucjes trachten tijd te winnen. Hoe het slachthuis bewaking nodig heeft. Over het Oostfront. Over het afdruipen van de Duitsers. Het ene feit na het andere passeert de revue, met de kleinmenselijke kanten.

De schrijfstijl is vlot. Spijtig dat bijna elke zin een “return” krijgt en op een nieuwe regel moet beginnen. Met daartussen nog eens interlinie voor de alinea’s. Het toont zo opstelachtig. Maar in zijn voorwoord geeft de auteur anderzijds aan zijn herinneringen, de getuigenissen van anderen die hij heeft vernomen en het beeld van zijn “verdwenen dorp” wil toevertrouwen aan het papier. Daarin is hij geslaagd. Wat betreft de raadpleging van archiefstukken, zoals hij aangeeft: jammer dat nergens wordt aangeduid wat welke gegevens ondersteunt.

Het boek is geïllustreerd met wat foto’s en documenten. Er verscheen tevens een Franstalige editie.

Leon Van Audenhaege, Oorlog in Woluwe, 1994, 208 p.

Delen:
Lier bezet en bevrijd. Een Vlaamse stad tijdens de Tweede Wereldoorlog

Lier bezet en bevrijd

Lier bezet en bevrijd. Een Vlaamse stad tijdens de Tweede Wereldoorlog

Vooral de politieke situatie in de stad Lier vormt de leidraad van deze studie. Scharnierend rond de oorlog van 1938 tot 1946. De auteur heeft dit onderwerp grondig onder de loep genomen, voorzien van voetnotenapparaat en bibliografie.

Hij deelt het werk in drie.

Een eerste deel (ca. 35 p.) gaat over de situatie van 1938 tot april 1940. Hij schetst de Lierse vooroorlogse politiek, de verkiezingen van 1938 en de evolutie van het bestuur en verenigingsleven.

Een tweede deel (ca. 60 p.) behandelt Lier en de Nieuwe Orde, van mei 1940 tot september 1944. Daarin bespreekt hij mei 1940; de Nieuwe Orde in de stad; “zwart” en “wit” en het verenigingsleven tijdens de bezetting.

Deel drie tenslotte (ca. 45 p.) heeft het over de bevrijdingsdagen met verzet en repressie; de polarisatie tussen links en rechts met o.a. de Koningskwestie; de verkiezingen van 1946 en het herstel van het socio-cutureel leven.

Een algemeen besluit vervolledigt het geheel. Dat ontbreekt soms wel in (heemkundige) werken. De auteur stelt vast dat de Tweede Wereldoorlog eigenlijk “op lange termijn” geen breukvlak vormde in de politiek van de stad. De vier politieke families van voor de oorlog zijn in 1962 weer allemaal vertegenwoordigd.

Een paar illustraties verluchten het boek.

Piet De Zaeger, Lier bezet en bevrijd. Een Vlaamse stad tijdens de Tweede Wereldoorlog, Leuven, Acco, 1995, 160 p., ISBN 90-334-3352-4.

Delen:
De Slag om Antwerpen en de Schelde

De Slag om Antwerpen en de Schelde

De Slag om Antwerpen en de Schelde

Het centrum van België kende een snelle bevrijding in september 1944.  Troepen reden quasi recht van de grens naar Brussel en daarna naar Antwerpen. De haveninstallaties vielen ongeschonden in handen van de bevrijders. Alleen… de Schelde bleef gesloten. Het 15de Duits Leger zou zich niet zonder slag of stoot gewonnen geven. Zeeuws-Vlaanderen en Walcheren gaven ze niet uit handen.

Langs de westkant van dit Scheldegebied bleven Knokke, Zeebrugge en Heist bezet. Aan de westkant waren de Antwerpse Kempen toneel van gevechten. Het zou uiteindelijk drie maanden duren voor het gebied in handen van de Canadezen kwam.

In dit boek beschrijft generaal Moulton deze campagne. Hij was bevelhebber van de 4e Commandobrigade op Walcheren. Dit werk is dus meer een retroperspectief document van een ooggetuige, die zijn ervaringen koppelt aan archiefwerk.

Wie de oorlogsgebeurtenissen in Knokke-Heist, Antwerpen, de Antwerpse Kempen of Zeeuws-Vlaanderen bestudeert, moet dit boek in handen hebben. Voor Knokke zelf verwijzen we ook naar De laatste witte vlag.

Ook na de overgave bleef het onveilig in het Scheldegebied, dat vol mijnen lag. Antwerpen kreeg ondertussen zijn deel van de V-bommen te verwerken.

De illustraties zijn in twee katernen gegroepeerd.

J.L. Moulton, De Slag om Antwerpen en de Schelde 1944-’45. De openstelling van de Schelde in 1944 en de bevrijding van Antwerpen, Tweede herziene druk, 1980, 288 p., ISBN 9060451414.

Delen:
Knokke. De laatste witte vlag

De laatste witte vlag

Knokke. De laatste witte vlag

Knokke (1 november), Heist (2 november) en Zeebrugge (3 november) zijn de laatste gemeentes in Vlaanderen die bevrijd worden. De Duitsers hielden hardnekkig vast aan Brückenkopf Breskens. De Canadezen hadden het over de Breskens-Pocket. Deze was ruwweg begrensd door de Westerschelde, de Noordzee, het Leopoldkanaal en de Braakman.

De auteur brengt in dit boek ontzaglijk veel materiaal samen. Heel veel foto’s zijn in dit boek te zien. Daarnaast kon hij de hand leggen op een groot aantal documenten. Hij zorgt voor verhalen en anekdotes van ooggetuigen. Alles is aanwezig om het geheel te kneden tot een prachtig overzicht van die dagen.

Alleen, dat gebeurt niet. Het blijft bij het verzamelen van materiaal. Inderdaad, de lezer kan zich wel een beeld vormen van de gebeurtenissen, maar moet alles zelf aan elkaar breien. De schrijver is eerder een verzamelaar (de derde ‘soort’ heemkundige). Hij heeft wel hoofdstukken gemaakt: het geraamte is er. Maar geen inleidingen, geen besluiten, geen overzicht. Elk hoofdstuk bestaat uit deeltjes van meestal één à twee pagina’s.

Tot daar de kritiek. Want het is een blijft een zeer opmerkelijke prestatie om al dit materiaal samen te brengen én dan nog eens te bundelen en aan te bieden aan geïnteresseerden.

We zijn ondertussen een dikke 30 jaar verder. Dit boek is meer en meer een rijke bron voor wie de bevrijdingsdagen van Knokke-Heist en het Scheldegebied wil reconstrueren.

Constant Devroe, De laatste witte vlag,  eigen beheer, 1991, 312 p.

Delen:
Russische partizanen WOII – Limburg

Russische partizanen in Limburg

Russische partizanen WOII – Limburg

Tijdens de Tweede Wereldoorlog hadden Russische krijgsgevangenen het hard te verduren. Ze zaten tussen hamer en aambeeld. De Duitsers stelden ze bloot aan onmenselijke regimes in de dodenkampen, het thuisfront beschouwde hen -met Stalin op kop- als verraders.

In Limburg werden Russische gevangenen aangevoerd om te werken in de mijnen. Zo ook luitenant-kolonel Soesjkin. Hij weet te ontsnappen en sluit aan bij partizanen aan de Maaskant.

Na de oorlog keert hij terug naar de Sovjetunie. Daar wachten nog jaren strafkamp. Dat is het verdikt voor een verrader die meewerkte met de Duitsers.

De gebeurtenissen van hem en de in Limburg tewerkgestelde Russen zijn grondstof voor de in 1960 in Rusland verschenen oorlogsroman over hen. De tijden zijn veranderd en de visie op de krijgsgevangenen ook.

De auteurs toetsen de roman aan de bekende feiten. Het is een vlot verhaal over een verhaal en de werkelijkheid. De fragmenten steunen de feiten, de feiten duiden de fragmenten. Het geheel leest heel vlot. Een paar illustraties, een lijst met geraadpleegde werken.

Een gewaardeerde bijdrage aan de gebeurtenissen van 1940-1945 in Limburg en dit bijzondere aspect van de geschiedenis van de Limburgse mijnen.

Arthur Wollants, Jos Bouveroux, Russische partizanen WOII – Limburg, Leuven, Davidsfonds, 1994, 256 p.

Delen:
Van het sportveld naar het slagveld: Belgische sportmannen in de Groote Oorlog

Van het sportveld naar het slagveld

Van het sportveld naar het slagveld: Belgische sportmannen in de Groote Oorlog

Een wel heel bijzonder boek is dit. Heel wat Belgische militairen wonnen in het begin van de 20ste eeuw Olympische medailles. Maar, zegt de auteur, hij stelt vast dat dit onderwerp op Belgisch niveau nog niet specifiek was bestudeerd. Zijn grote kennis over en passie voor sport zette hem op zoektocht naar soldaten-topsporters.

In de algemene situering (deel 1, 18 p.) gaat hij na wat er al over gepubliceerd was, heeft hij het over de oorlog en de rol van beweging, De Pershing Games van 1919 en de Olympische Spelen te Antwerpen in 1920.

Deel 2 geeft in drie pagina’s een lijst van Belgische Olympische soldaten en deel 3 in twee bladzijden een lijst van Niet-Olympische soldaten-topsporters.

Deel 4 is gewijd aan voetbal. In 20 pagina’s wordt duidelijk gemaakt hoe deze sport sterk aan belangstelling won en de Groote Oorlog eigenlijk grote protagonist van deze sport bleek.

De hoofdbrok (75 p.) is deel 5 waarin elke getraceerde soldaat-atleet een beknopte biografie krijgt, enerzijds op gebied van sportverdienste en anderzijds wat betreft de dienst aan het front. De personen zijn gegroepeerd per sport, van Atletiek tot Zwemmen.

Een besluit in vier talen en een uitgebreide bibliografie sluiten het geheel af. We lezen daar wel de ‘geciteerde werken’, maar in het boek komt geen enkele voetnoot voor. Dat is spijtig. Ook de lay-out qua titels en onderverdelingen kon iets duidelijker, dan alleen maar een groter lettertype nemen.

Maar dit blijft pionierswerk! Iets nieuws, iets dat nog niet belicht werd. En het geheel laat duidelijk zien dat over sport schrijven kan om een manier die meer is dan wat overschrijven van uitslagen en rangschikkingen. En dat over de Groote Oorlog nog zoveel meer te schrijven valt. Dit conflict is immers op veel vlakken het einde van de Lange 19de Eeuw en het begin van de moderne tijd.

Roger Vanmeerbeek, Van het sportveld naar het slagveld: Belgische sportmannen in de Groote Oorlog, Fonds Baillet Latour, 2016, 148 p., ISBN 9789082531602.

Delen:
1940-1945. De Tweede Wereldoorlog, Werkgroep geschiedenis Grembergen Dendermonde

1940-1945 Grembergen

1940-1945. De Tweede Wereldoorlog, Werkgroep geschiedenis Grembergen Dendermonde

Door de speciale omstandigheden zijn er in 2020 heel wat activiteiten afgeblazen. De Werkgroep Geschiedenis Grembergen plande een tentoonstelling rond twee luiken. De oud-strijders was één deel en de vredesstoet vormde een tweede stuk. De afgelaste expo is omgezet in een fotoboek, om toch wat van het werk tot bij de geïnteresseerden te dragen.

Duidelijk aangestipt: het gaat om oud-strijders en niet om weerstanders. Dat onderwerp vraagt bijkomend werk. We hopen dat de handschoen opgeraapt wordt.

De oud-strijders worden alfabetisch gerangschikt met bijgaande foto. Is die niet beschikbaar, dan werd gekozen voor een bidprentje of een grafzerk. Twee keer was er geen afbeelding beschikbaar. Naast de naam beperkt de informatie zich tot geboorte- en overlijdensdatum met plaats en eventueel naam van de echtgenote. Bij één iemand is er alleen een geboortejaar en -datum. Maar zeker een lovenswaardige poging om dit allemaal samen te brengen in een overzicht, het ligt nu eenmaal gevoelig en de kans bestaat om iemand te vergeten. Daarom durft bijna niemand dit soort van lijst te maken.

Het deel over de vredesfeesten krijgt ene halve pagina inleiding. Daar kon, ook voor een tentoonstelling, nog wat meer duiding bij. Zo’n optochten gingen overal door. Was er iets typisch voor Grembergen? Vanwaar het initiatief? Ondersteunde de gemeente? Hoe? Werden groepen uitgewisseld tussen gemeenten? Zeer opvallend is de aanwezigheid van wagens met boten in de gemeenten aan de Schelde.

De verschillende groepen komen in volgorde van programma aan bod, samen met een beetje uitleg. Soms kan wat meer duiding helpen, zoals een groep die de begrafenis van een bekende collaborateur uitbeeldde. Op de foto zie je duidelijk dat die opgebaard ligt onder een vlag met een varken op geborduurd. Ook de liedjes die bij de groep hoorden worden in hun originele vorm -op typische vluchtblaadjes- afgedrukt. Heel wat materiaal is hier verdienstelijk samengebracht!

Mits een aantal kleine aanpassingen had dit boek nog sterker het vele werk in de verf gezet. Zo is er geen voorblad of titelblad. De lezer valt direct in huis met een inleidend woord. Ook de twee delen konden op zichzelf een grote titel gebruiken.

Maar, zoals gezegd, in een jaar van kunst- en vliegwerk is uit een afgelast evenement een héél mooi initiatief gegroeid.

1940-1945. De Tweede Wereldoorlog, Werkgroep geschiedenis Grembergen, 2020, 120 p.

Delen:
Garnizoen Antwerpen 1831-1970. Het leger in het dagelijks leven van de Antwerpenaren

Garnizoen Antwerpen 1831-1970

Garnizoen Antwerpen 1831-1970. Het leger in het dagelijks leven van de Antwerpenaren

De tijden tekenden Antwerpen met vele herinneringen aan militaire aanwezigheid. De strategische ligging op de grenzen van Vlaanderen en Brabant aan de oever van een rivier is daar niet vreemd aan. Dat die Schelde op economisch en militair gebied steeds meer aan belang won, vergrootte de impact van vestingbouwers en garnizoenen op de stad.

Brialmont ontwierp de vestinggordel, waarvan we al eerder spraken wat betreft de sectie Berchem. Bolwerken, schietbanen en forten hoorden bij het dagelijks leven van de Antwerpenaar. Die keek niet op van een groep gewapende militairen die door de straat defileerden op weg naar de Falconkazerne, de Prekerskazerne, de Sint-Joriskazerne of de Prinsenkazerne, die in het midden van de stad lagen. Ze verdwenen allemaal, die gebouwen die het leger gebruikte. Na 1970 bleef alleen het militair hospitaal aan de Marialei over.

Het boek focust sterk op beeldmateriaal. Dat wordt gegroepeerd in zes hoofdstukken. Een eerste schetst de situatie tijdens en vlak na 1830; een tweede op het Noorderkasteel van Chazal en de gordel van Brialmont; een derde heeft het over de burgerwacht. De Duitse bezetting van ’14-’18 vormt een vierde deel. Hoofstuk vijf en zes hebben het over het interbellum, met de naweeën van WOI en beelden van de kazernes. De demilitarisering sluit tenslotte het boek.

Het geheel vormt een mooie een unieke verzameling aan iconografisch materiaal. De wisselwerking tussen het leger en de Antwerpenaar wordt echter zeer summier uitgelegd en blijft beperkt tot twee bladzijden per hoofdstuk. De boventitel “Archiefbeelden” van deze reeks zegt genoeg. In dezelfde reeks verscheen “Antwerpen in 101 gedenkplaten” en “Antwerpse circusartiesten”.

Het boek is moeilijk te vinden op de tweedehandsmarkt

Frans Lauwers, Garnizoen Antwerpen 1831-1970. Het leger in het dagelijks leven van de Antwerpenaren, Tempus – The History Press, 2010, 128 p., ISBN 9781845886455.

Delen:
En wat deed mij eigen volk? Breendonk, een kroniek

En wat deed mij eigen volk?

En wat deed mij eigen volk? Breendonk, een kroniek

Er zijn weinig boeken verschenen over Breendonk. Omdat het kamp in verhouding met de vernietigingsfabrieken in Duitsland en Polen zo klein was? Of omdat het net achter de hoek lag? Omdat de eigen Vlaamse SS-mannen de anderen naar de kroon staken in wreedheid en onmenselijkheid? En omdat we da niet meer kunnen zeggen dat het ‘de andere’ was?

Jos Vander Velpen, eigenlijk een doctor in de rechten en advocaat, legt in dit boek de klemtoon bij de gevangenen. Geen onderverdeling in hoofdstukken rond enkele thema’s. Ja, de auteur werkt wel chronologisch per jaar. Maar het echte woord is aan de mensen die er opgesloten zaten.

In een vlot leesbare tekst brengt de auteur deze getuigenissen tot leven. Een verteltrant, alsof het zich voor de ogen afspeelt, en wij er stille, onbewogen getuige van zijn. Nergens wordt een groot verheven vaderlandslievend decor opgehangen; nergens worden feiten in een misplaatste romantiek gestopt. Wat je wel kan voorstellen, is dat de werkelijkheid nog veel botter was dan het verslag dat hier gebracht wordt. Maar Vander Velpen kiest voor sereniteit in zijn tekst.

Omdat het kamp zo klein was, kon geen enkele gevangene echt opgaan in de massa. De bijkomende taak om door ondervragingen en eenzame opsluiting meer te weten te komen over verzet, legde een sfeer van angst en foltering over een desolaat bestaan waar een leven niets waard is. Dat de kampbewaking die taak ernstig neemt, mag duidelijk zijn. Breendonk was een ware hel.

Het boek dateert al van 2003, maar is nog steeds één van de sterkste aangaande Breendonk en zij die er onnoemelijk geleden hebben.

Jos Vander Velpen, En wat deed mij eigen volk? Breendonk, een kroniek, Berchem, EPO, 2003, 238 p., ISBN 9064453055.

Delen:
Herinneringen aan beide wereldoorlogen. Koksijde, Oostduinkerke, Sint-Idesbald, Wulpen

Koksijde. Herinneringen aan beide wereldoorlogen

Herinneringen aan beide wereldoorlogen. Koksijde, Oostduinkerke, Sint-Idesbald, Wulpen

In 2008 gaf het gemeentebestuur van Koksijde dit boekje uit, een heruitgave van de editie van 2004. Het is 80 pagina’s dik, A5-formaat, maar op die beperkte ruimte werd toch heel wat informatie samengebracht.

Eigenlijk stelden de opstellers een gids samen om in vier trajecten doorheen de deelgemeenten op zoek te gaan naar sporen uit de beide oorlogen. Vandaar zijn de middenpagina’s ingeruimd voor een uitvouwbaar plannetje met aanduiding van 52 ankerpunten.

Elke deelkern komt aan bod. Sint-Idesbald (8 p.), Koksijde (31 p.); Koksijde- en Oostduinkerke-bad (5 p.); Oostduinkerke (13 p.) en Wulpen (5 p.).

Een lijst van oorlogsslachtoffers, per deelkern, van maar liefst elf pagina’s vervolledigt dit boekje. In veel gevallen tracht men dit te vermijden, om niemand te vergeten. Hier heeft men toch geprobeerd allen die door het oorlogsgeweld het leven lieten, te vernoemen. Worden genoemd: de militaire en burgerlijke slachtoffers, de weerstanders, de slachtoffers van de aanval op het vliegveld van 8 april 1944 en het bombardement van 30 oktober 1914.

Een mooie bibliografie naar meer informatie sluit het geheel.

De brochure is ruim voorzien van illustratiemateriaal.

Een verdienstelijke uitgave die zeker aanzet kan geven tot verder verdieping. We vrezen echter dat het niet makkelijk meer te vinden is.

Gemeentelijke Archiefcommissie Koksijde, Herinneringen aan beide wereldoorlogen. Koksijde, Oostduinkerke, Sint-Idesbald, Wulpen, 2008, 80 p., ill., D/2008/10428/06.

Delen: