Oost-Vlaanderen

Inktvlekken en ezelsoren Buggenhout

Inktvlekken en ezelsoren

Inktvlekken en ezelsoren Buggenhout

Onderwijs en heemkundigen: een langdurige relatie. Er zijn vele publicaties over verschenen. per net, zoals Londerzeel en Sint-Truiden of per school, zoals het college van Waregem.

Verwacht geen aaneengesloten verhaal of een analyse van het onderwijs in de gemeente Buggenhout. De auteur geeft eerder een stand van zaken met summiere tekst die eigenlijk een aaneenrijging is van wat elders is verschenen. In verschillende bronnen, uitgaves, pers, documenten haalde hij alles wat betreft schoolleven in Buggenhout. Vooral de eerste jaren komen grondiger aan bod.

Maar, het is juist deze veelheid aan info die ervoor zorgt dat je uren zoet bent. Je kan op elk moment instappen en op elke pagina liggen een paar weetjes te rapen. Zowel kostscholen, als het katholiek net, als het Rijksonderwijs (later gemeenschapsonderwijs) komen aan bod.

En dan de grote verdienste van de schrijver: een hele resem klasfoto’s, gespreid over de hele periode. Met naam en straat waar de leerling woonde. We geven het u te doen. Een ganse collectie nietszeggende beelden werd zo een unieke verzameling gezichten. Voer voor nostalgische terugblik, maar ook voor genealogen die hun grootouders of overgrootouders kunnen terugvinden.

Minpunt: het boek heeft een slappe kaft. Door het liggend formaat gebeurt het dan wel dat de pagina’s doorhangen (met het boek op schoot) en dan lost de gelijmde rug wel snel. Voorzichtigheid bij het hanteren blijft het enige redmiddel.

Guido Van de Velde, Inktvlekken en ezelsoren. Terugblik op ruim een eeuw onderwijs te Buggenhout, Heemkring Ter Palen, 1995, 390 p.

Delen:
De Sinte-Mariekerk van Everbeek

De Sinte-Mariekerk van Everbeek

De Sinte-Mariekerk van Everbeek

Onderschat het kleine niet. Dat bewijst Patrick Devos met deze gids over de kerk te Everbeek-Beneden. Zij is toegewijd aan Sinte-Marie of Onze-Lieve-Vrouw. Everbeek-Boven heeft zijn eigen kerk met als patroon Sint-Jozef.

Jerôme Joye, pastoor van de parochie begin jaren ’60, ijverde sterk voor het behoud en herstel van deze kerk. Hij krijgt als eerste aandacht. Daarna volgt het landschap en de dorpskom met aansluitend de pastorie. Een kort historisch overzicht, met rode draad het gebrekkig onderhoud aan de kerk.

Het bedehuis krijgt uitvoerig aandacht, zowel wat betreft de bouwgeschiedenis als het interieur met de altaren, biechtstoel, preekstoel, beelden, gewaden, bedevaartvaantjes en vaatwerk.

Tenslotte een woordje over de Korootkapel en andere kapellen en calvaries.

Eigenlijk komt dit dicht bij een zeer beknopte dorpsmonografie. Er is zelfs nog een pagina bibliografie voorzien. Een mooi werkstuk.

Patrick Devos, De Sinte-Mariekerk van Everbeek. Verborgen rijkdom in de Vlaamse Ardennen, Gent, 1998, 80 p., ISBN 90-74311-26-1.

Delen:
Sint-Amandus Gent 1863-1988

Sint-Amandus Gent 1863-1988

Sint-Amandus Gent 1863-1988

Dit boek belicht de historiek van het Sint-Amandusinstituut (of voorheen het Sint-Amanduscollege) van de Broeders van de Christelijke Scholen aan de Houtlei in Gent. Aanleiding was het 125 jarig jubileum van de school en het eeuwfeest van de Oud-leerlingenbond in 1988.

Het werk werd opgebouwd rond 6 thema’s:

  • De geschiedenis (80 p.)
  • Het schoolleven (70 p.)
  • De oud-leerlingenbond (25 p.)
  • Het jubileumjaar (12 p.)
  • De toekomst (20 p.)

Het aanbrengen van alle aspecten van het schoolleven, is de grote verdienste van dit boek. Je leert de verschillende initiatieven en acties kennen. Het is dus geen zuivere bouwgeschiedenis of een overzicht van de prefecten, een valkuil waarin sommige schoolhistorieken dreigen te trappen.

Anderzijds blijven voor de eerste eeuw (1863-1963) slechts een twintigtal pagina’s voorbehouden (in deel 1). Dat is evenveel als de 25 jaar die erop volgen. Het ligt natuurlijk moeilijker om verder in de tijd te gaan, maar toch.

Overvloedig aanwezig: beeldmateriaal. Het geheel geeft naast voldoende uitleg, ook een mooi beeld van het leven in een college in Vlaanderen, met nadruk op de periode 1950-1985. Ondertussen is de school opgedoekt (2003) en zelf geschiedenis…

Koninklijke Oud-leerlingenbond, Sint-Amandus Gent 1863-1988, Gent, 1988, 232 p.

Delen:
Marka Mariakerke Gent jaarboek 2019

Mariakerke – Marka jaarboek 2019

Marka Mariakerke Gent jaarboek 2019

De Koninklijke Heemkundige Kring Marka levert werk in Mariakerke bij Gent. Deze vereniging levert sinds 2001 jaarboeken in dit formaat. Zij publiceren echter al veel langer, sinds 1964.

Het jaarboek 2019 telt 202 pagina’s. Diverse artikels belichten een ruim spectrum aan Mariakerkse onderwerpen. Daarvoor tekenen vijf auteurs. Spijtig genoeg is de eerste bijdrage een afscheid van André De Maeght, die overleed. Deze oud-reporter van Het Volk zorgde elk jaar voor teksten. Hij kon daarbij putten uit zijn uitgebreid krantenarchief. Een tweede artikel (35 p) komt nog uit zijn nalatenschap: een terugblik op gebeurtenissen uit het jaar 1975. Dit sluit wat aan op “Het gebeurde 50 jaar geleden”, verder in het boek.

Een heel interessant onderwerp behandelt “la maison blanche”, samengesteld door Marc Manesse. In 50 pagina’s schetst hij de geschiedenis van dit lusthof en wie er thuis waren. In de Gentse randgemeenten verrezen zomerresidenties van begoede families. Ook de plaatselijke notabelen maten zich dikwijls een luxueuzere woonst aan. Een ruim omkleed artikel, over het kasteel en de familie Story.

Engelse en Ierse banden met Mariakerke komen aan bod in een bijdrage over Marcella Lynch, van Ierland naar Mariakerke door Kristel De Wulf.  Een andere uitgebreid onderwerp (20 p.) is sport met aandacht voor Gustaaf De Smet, Mariakerkse olympische renner.  

Sporen van overledenen in 1918 in graftekens en uit krantenberichten, de plaatsing van drie “stolpersteine” of struikelstenen te Mariakerke en een stukje over oude voorwerpen vervolledigen dit jaarboek.

Een ruim aanbod, met onderbouwde artikels, wat blijkt uit de eindnoten. Voldoende zinvolle illustraties om het geheel te verluchten. Enige opmerking: meestal wordt een vet lettertype gehanteerd. Dat kon misschien anders, of alleszins uniform doorheen het hele boek.

Marka, jaarboek 2019, 202 p.

Delen:
1940-1945. De Tweede Wereldoorlog, Werkgroep geschiedenis Grembergen Dendermonde

1940-1945 Grembergen

1940-1945. De Tweede Wereldoorlog, Werkgroep geschiedenis Grembergen Dendermonde

Door de speciale omstandigheden zijn er in 2020 heel wat activiteiten afgeblazen. De Werkgroep Geschiedenis Grembergen plande een tentoonstelling rond twee luiken. De oud-strijders was één deel en de vredesstoet vormde een tweede stuk. De afgelaste expo is omgezet in een fotoboek, om toch wat van het werk tot bij de geïnteresseerden te dragen.

Duidelijk aangestipt: het gaat om oud-strijders en niet om weerstanders. Dat onderwerp vraagt bijkomend werk. We hopen dat de handschoen opgeraapt wordt.

De oud-strijders worden alfabetisch gerangschikt met bijgaande foto. Is die niet beschikbaar, dan werd gekozen voor een bidprentje of een grafzerk. Twee keer was er geen afbeelding beschikbaar. Naast de naam beperkt de informatie zich tot geboorte- en overlijdensdatum met plaats en eventueel naam van de echtgenote. Bij één iemand is er alleen een geboortejaar en -datum. Maar zeker een lovenswaardige poging om dit allemaal samen te brengen in een overzicht, het ligt nu eenmaal gevoelig en de kans bestaat om iemand te vergeten. Daarom durft bijna niemand dit soort van lijst te maken.

Het deel over de vredesfeesten krijgt ene halve pagina inleiding. Daar kon, ook voor een tentoonstelling, nog wat meer duiding bij. Zo’n optochten gingen overal door. Was er iets typisch voor Grembergen? Vanwaar het initiatief? Ondersteunde de gemeente? Hoe? Werden groepen uitgewisseld tussen gemeenten? Zeer opvallend is de aanwezigheid van wagens met boten in de gemeenten aan de Schelde.

De verschillende groepen komen in volgorde van programma aan bod, samen met een beetje uitleg. Soms kan wat meer duiding helpen, zoals een groep die de begrafenis van een bekende collaborateur uitbeeldde. Op de foto zie je duidelijk dat die opgebaard ligt onder een vlag met een varken op geborduurd. Ook de liedjes die bij de groep hoorden worden in hun originele vorm -op typische vluchtblaadjes- afgedrukt. Heel wat materiaal is hier verdienstelijk samengebracht!

Mits een aantal kleine aanpassingen had dit boek nog sterker het vele werk in de verf gezet. Zo is er geen voorblad of titelblad. De lezer valt direct in huis met een inleidend woord. Ook de twee delen konden op zichzelf een grote titel gebruiken.

Maar, zoals gezegd, in een jaar van kunst- en vliegwerk is uit een afgelast evenement een héél mooi initiatief gegroeid.

1940-1945. De Tweede Wereldoorlog, Werkgroep geschiedenis Grembergen, 2020, 120 p.

Delen:
Welk eiland heette Chanelaus - Kallo

Welk eiland heette Chanelaus – Kallo

Welk eiland heette Chanelaus - Kallo

Diverse auteurs waagden zich bijna 50 jaar geleden aan een overzicht van eeuwenlange parochiale aanwezigheid in de polder van Kallo.

Zij deden dat rond vijf grote delen: drie van rond de 40 pagina’s groot en twee (nl. dl. 1 en dl. 3) uitgebreid tot een 90 pagina’s.

In een eerste stuk wordt de vraag gesteld hoe Kallo zich ontwikkelde. De bouwgeschiedenis van de kerk komt er ook aan bod. Ruime plaats (30 p.) is ingeruimd voor het kunstpatrimonium van de kerk. Een ruime bibliografie sluit aan.

Een twee deel gaat over de bedienaars: de pastoors en onderpastoors van Kallo in 1242-1970, de geestelijkheid afkomstig van de parochie (met foto en beschrijving waar ze intraden of dienst deden), het kerkpersoneel, de genootschappen en de broederschappen. Ook voor de kapelletjes wordt hier een woordje uitleg gegeven.

Een derde deel, meer uitgebreid, heeft het over rampspoed. Die was en is er op twee vlakken. Onder de titel “vuur en water als ons deel” komen de oorlogstroebelen en overstromingen aan bod. Met “De polder sterft” gaat het over de voortschrijding van de haven en het verdwijnen van dit landschap. Maar liefst 40 pagina’s zijn voorbehouden voor foto’s van hoeves, die meestal onteigend werden rond die tijd. Beelden die na een halve eeuw nog steeds aan waarde winnen: ze geven iets weer dat nooit meer terugkomt.

Vervolgens lezen we over het dorpsleven “van, voor en door Kallo”. Het gaat dan over gedragsdragers, onderwijs, rustoord, economie, post, kermissen, dorpsfiguren en bijzondere gebouwen. Met veel fotomateriaal.

Een vijfde en laatste stuk heeft het over verenigingen. De toestand van 1975 komt in maar liefst 25 items naar voor. Hoeveel verenigingen telt Kallo vandaag?

De kerk van Kallo is op dit moment nog in gebruik, ondanks de grote ijver waarmee het bisdom gebedsplaatsen sluit, zoals bijvoorbeeld te Koewacht. Zouden ze dat in het bisdom Gent  met evenveel trots aan hun geschiedenis toevoegen?

Ria Van Moer, Herman Cools (Red.), Welk eiland heette Chanelaus. Gedenkboek 800 jaar kerk en parochiegemeenschap te Kallo, 1979, 304 p.

Delen:
Doorleefd mysterie. Sacramenten en volksdevotie in Groot-Nevele

Doorleefd mysterie. Sacramenten en volksdevotie in Groot-Nevele

Doorleefd mysterie. Sacramenten en volksdevotie in Groot-Nevele

De volksgebruiken rond bijzondere momenten in het leven kenden toch wel een grote verschuiving in de periode 1920-2020. Dit boek gaat daar dieper op in, met de focus op Nevele. Maar vele lijnen kunnen doorgetrokken worden naar alle parochies of gemeenten in Vlaanderen.

Een eerste deel krijgt als titel Het parochiale leven in het oude Nevele. Een korte inleiding gaat over de situering in het bisdom Gent en de kerken en parochies zelf, met name Nevele, Hansbeke, Landegem, Merendree, Poesele en Vosselare. Dan volgt uitleg over het kerkelijk personeel en hun taken: deken, pastoor en onderpastoors. Ook de leken komen aan bod: koster, schoolmeester en suisse.

Een tweede deel overloopt alle sacramenten. Deze kernpunten in het (katholiek) leven worden niet alleen besproken vanuit kerkelijk oogpunt; ook de volkskundige elementen krijgen een plaats. Bij beide aspecten  is er voldoende oog voor detail, zo is er plaats voor de symbolen en gebruikte voorwerpen in de kerk, maar ook volksgeloof, viering binnen de familie en gemeenschap. We noemen bij wijze van voorbeeld monstrans, processie, hostiedoos, broederschappen (eucharistie) doopsuiker, doopkaartjes, doopschelp (doopsel), soorten zonden, aflaat (biecht). Het boek bevat zo veel elementen die met elkaar verwant zijn en de het verband tussen geloof en dagelijks leven aantonen. De foto’s vormen er alleen maar een meerwaarde bij.

Het boek sluit met een woord over de heiligenverering in Nevele, met focus op patroonheiligen, beelden, relieken, ommegangen en kapellen.

Elk onderdeel krijgt meteen een kleine bibliografie mee, waarmee de geïnteresseerde verder kan.

Martine Pieteraerens, Livia Snauwaert, Doorleefd mysterie. Sacramenten en volksdevotie in Groot-Nevele, Gent, Provincie Oost-Vlaanderen, 2005, 152 p., ISBN 9074311563.

Delen:
Vlaggen in het land van Beveren

Vlaggen in het land van Beveren

Vlaggen in het land van Beveren

Vlaggen hebben iets bijzonders. Ze wapperen kleurrijk in de wind. Ze verbinden of verdelen. Ze maken een eenheid als iedereen zich achter dezelfde vlag schaart.

Deze cultuur lijkt toch wat verdwenen. Welke verenigingen hebben nog een vaandel? Wanneer wordt dit gepresenteerd? Vroeger had iedere zichzelf respecterende organisatie een vlag.

In 1987 bracht de culturele raad van Beveren een tentoonstelling over deze vlaggen. Tientallen werden er samengebracht, van alle deelgemeenten. Er verscheen ook een boekje.

In dit werk worden de tentoongestelde vlaggen besproken aan de hand van een aantal vragen. Dat zijn 1. Nummer; 2. Titel; 3. Datering; 4. Organisatie, schenker, opdrachtgever; 5. Ontwerper; 6. Uitvoerder; 7. Afmetingen; 8. Materiaal en versieringen; 9. Beschrijving; 10. Toestand; 11. Historiek. Voorwaar een mooi initiatief om systematisch dit stukje patrimonium in kaart te brengen.

De vlaggen zelf werden gegroepeerd rond gilden, muziek, sociaal en onderlinge bijstand, standenverenigingen, jeugd en scholen, sport, oud-strijdersbonden, Vlaamse strijd en allerlei. Vele vlaggen worden afgebeeld, sommige in kleur. Deze thematische opdeling is goed gekozen. Enige minpunt: misschien was het goed geweest ook een index op (deel)gemeente op te nemen. Nu is het niet mogelijk om in een oogopslag uit te maken hoeveel vaandels van Vrasene bijvoorbeeld besproken worden.

Een inleiding en een woordje over vlaggenontwerpers vervolledigen dit boek.

Ria Van Moer (samenst.), Vlaggen in het land van Beveren, 1987, 124 p., D/1987/2698/1.

Delen:
Een stad in opbouw. Gent voor 1540

Een stad in opbouw. Gent voor 1540

Een stad in opbouw. Gent voor 1540

Wonen. Hoe? Met de drie vragen. Waar? Waarin? Waarom? Dat is eigenlijk de leidraad van het boek. Het was de Kamer van de Bouwnijverheid te Gent die als promotor optrad voor deze studie. Een speurtocht doorheen het verleden, tijdperk per tijdperk, naar onze bouwcultuur, zoals het voorwoord laat lezen. Die bouwcultuur omvat zowel de opdrachtgevers, de bouwmeesters, de ambachtslui als de technieken en materialen.

Maar meer dan dat: de hele ontwikkeling van de stad in zijn sociologische en economische verbanden wordt eigenlijk stap voor stap uit de doeken gedaan. Met verbazing lezen we blad na blad alle mogelijke verbanden, invalshoeken en wetenswaardigheden over het ontstaan van Gent en de evolutie van het bouwen en de bouwkunst.

Het geheel is opgesplitst in vijf delen. De eerste drie zijn eerder toegespitst op Oost-Vlaanderen. Het gaat dan om 1. De prehistorie 2. De Gallo-Romeinse periode en 3. De vroege middeleeuwen. Met hoofdstuk 4. De hoge middeleeuwen zetten we vaste voet in Gent waar de bouwbedrijvigheid gevoelig toenam. Deze delen omvatten telkens een 30-tal bladzijden.

De hoofdbrok, zeker met betrekking tot Gent, is deel 5. De late middeleeuwen. Daarin komen aan bod: de algemene geschiedenis van Gent (sociaal en politiek), het architecturaal patrimonium, het bouwbedrijf en drie grote open werven (het Groot Vleeshuis, het Hof ten Walle en het stadhuis). Alles omspant een 170 bladzijden.

Het werk is heel mooi geïllustreerd, waarbij de afbeelding een meerwaarde bieden bij de tekst. Ze krijgen verklarende commentaar mee. De selectieve bibliografie biedt de weg naar meer literatuur.

Dit boek is zeker een aanrader! Het duikt soms op in het tweedehandscircuit

Beatrix Baillieul, Anne Duhameeuw, Een stad in opbouw. Gent voor 1540, Tielt, Lannoo, 1989, 336 p., ISBN 9789020917246.

Delen:
Het nieuwe licht uit Langerbrugge 1900-1940

Het nieuwe licht uit Langerbrugge

Het nieuwe licht uit Langerbrugge 1900-1940

Er valt toch nog wat te zeggen over industriële geschiedenis. In vele overzichtswerken van gemeenten bleef dat thema toch onderbelicht. Ontwikkeling van fabrieken en spoorwegen, ja, dat komt nog wel aan bod. Maar de opgang van elektriciteit, van telefoon, van nutsvoorzieningen, van techniek en mechanisatie: daar ligt nog heel wat onontgonnen terrein. ETWIE, voluit het Expertisecentrum voor Technisch, Wetenschappelijk en Industrieel Erfgoed, zet hier volop op in.

In dit boek belichten de auteurs de intrede van elektriciteit in grote delen van Oost- en West-Vlaanderen. De CEF -Centrales Electriques des Flandres- vond daar een werkterrein om de wonderen van de vooruitgang te verspreiden. De schrijvers hebben zoveel als mogelijk bekeken hoe de verschillende gemeentes op dit ‘nieuwe licht’ reageerden. Sommigen hapten gretig toe, anderen waren terughoudend of afwijzend en weer anderen beschikten niet over de nodige financies. We spreken dan nog over de gemeentes van voor de fusies, met soms hele kleine leefgemeenschappen die bovendien agrarisch gericht waren.

Hoofdstuk één heeft het over de komst van elektriciteit in Vlaanderen en de voorgeschiedenis van energievoorziening in het Gentse. Hoofdstuk twee gaat over het ontstaan van de CEF en de eerste aangesloten gemeenten voor WOI. In een derde deel komt de oorlogstijd zelf aan bod. Een vierde deel titelt “De verovering van het platteland” en daarin wordt een uitgebreid bericht over verdere expansie naar de verschillende gemeenten en de aftasting van de grenzen. Er waren immers ook andere compagnieën actief in Vlaanderen, zoals de ENB (Electricité du Nord de Belgique) die oostelijk de Oost-Vlaamse provinciegrens overschreed en die gemeenten op haar net aansloot.

Elk hoofdstuk heeft vele sub-titeltjes van een paar pagina’s. Die kunnen gemakkelijk apart gelezen worden. De illustraties zijn overvloedig, maar omvatten veel postkaarten met een zicht op de gemeente van toen waarvan sprake in de tekst op dat moment. Spijtig dat daar niet meer geopteerd is voor elektriciteit-gerelateerd beeldmateriaal. Maar dat blijft een kleine kritiek. Het boek is zeker de moeite waard en eigenlijk te weinig bekend.

Een register op plaatsnamen en vennootschappen (i.v.m. energie) maakt opzoeken van casestudies per gemeente heel makkelijk.

Langerbrugge, in de Gentse Kanaalzone, kreeg in 1913 aan zijn horizon de grote elektriciteitscentrale van de CEF. Daar kwam ‘het nieuwe licht’ vandaan.

Noël Kerckhaert, Dirk De Vleeschauwer, Het nieuwe licht uit Langerbrugge 1900-1940, Lannoo, Tielt, 1990, 494 p., ill., D/1990/2773/2.

Delen: