West-Vlaanderen

Arsbroek, jaarboek 32, Assebroek

Arsbroek jaarboek 32

Arsbroek, jaarboek 32, Assebroek

Met de Kring Hervé Stalpaert zitten we in Assebroek. Of Arsbroek, zoals de kring zich noemt. De naam betekent trouwens ‘vochtige paardenweide’. Het dorp maakt nu deel uit van de fusiegemeente Brugge.

Het jaarboek van 2015 kan niet voorbij de Eerste Wereldoorlog, een eeuw geleden. Met het oorlogsdagboek van Edward De Wispelaere en een artikel over bommen op het wentraal Brugs kerkhof te Assebroek in 1918.

Twee andere bijdragen gaan over de Tweede Wereldoorlog: de crash van een Italiaanse piloot te Steenbrugge op 13 februari 1941 en soldaat Gilbert Verlinde tijdens de 18-daagse veldtocht.

André Coopman, gekend als goochelaar en helderziende Extrano, wordt uitgebreid besproken in een mooi artikel.

Een zeer uitgebreide bijdrage over sociale woningbouw tijdens het interbellum sluit de reeks af. Er volgen nog een paar korte berichten en een activiteitenoverzicht.

Samen goed voor 200 bladzijden. Er zijn illustraties, maar die vallen soms toch wel wat donker uit.

Arsbroek, jaarboek 32, Assebroek, 2015, 204 p.

Delen:
Woordenboek van het Poperings

Woordenboek van het Poperings

Woordenboek van het Poperings

Met 665 pagina’s kan het Woordenboek van het Poperings wedijveren met Oostends Woordenboek.

Maar een ander concept: hier wordt vertrokken van het Nederlandse woord, daarna volgt het Poperings in de eigen spelling. Een voorbeeldzinnetje moet het geheel verklaren of duidelijk maken.

Bij dialectwoorden zelf wordt een soort A.N.-spelling gegeven, dan de Poperingse spelling en vervolgens de verklaring. Bijvoorbeeld: rondkadiezen – roentkadiezn = vlug rondlopen.

Het nadeel van deze werkwijze is dat het moeilijk is om vanuit een dialectwoord de betekenis terug te vinden.

De uitgave bevat wel een handig inlegblad met de spellingsregels van het poperings. Om tot een goede uitspraak te komen moet je dus niet steeds terugbladeren naar de inleiding, maar kan je hierop verder gaan.

Soms worden spreekwoorden opgesomd, maar de betekenis ervan wordt niet gegeven. Het voorbeeldwoord is daar ‘kloot, iets waarrond alle dialecten een bloemlezing van spreuken, zegswijzen en beeldspraak hebben gevormd. We krijgen een tiental zinnetjes, zonder enige verklaring.

Toch is dit natuurlijk een reuzenwerk, eerder gericht op wie al goed thuis is in het Poperings. Het is zeker de basis om dit dialect ook vanuit eerder thematische hoek verder te bekijken en parallellen te trekken met Oostends, Anzegems of andere Vlaams lokaal taalgebruik.

André Vallaeys, Woordenboek van het Poperings, Poperinge, 1997, 665 p., 1997/8024/1.

Delen:
Onder vuur. De Westhoek in de Tweede Wereldoorlog

De Westhoek onder vuur

Onder vuur. De Westhoek in de Tweede Wereldoorlog

De ondertitel is nogal ruim bemeten. Eigenlijk gaat het over de cruciale meidagen van 1940. De terugtrekking op Duinkerke zorgt ervoor dat de slag opgevangen wordt in de periferie. De Westhoek krijgt weer een goed deel van het oorlogsgeweld te verduren.

In het boek worden getuigenissen over deze oorlogsdagen in het IJzergebied verzameld. Vlot worden ze verwerkt tot een chronologische reeks. Zo krijgen we een beeld van de gebeurtenissen.

Het boek heeft talrijke, goed afgedrukte foto’s. Vooral de vernielingen en de chaos van achtergelaten materiaal komen goed in beeld. Dit is werkelijk het verhaal van de Westhoek onder vuur.

Wie interesse betoont in dit deel van West-Vlaanderen of de Tweede Wereldoorlog in België, zal deze verzameling van tekst en beeld zeker aanspreken.

Er is een bibliografie aanwezig, maar geen notenapparaat.

Wilfried Pauwels, m.m.v. Carlos Van Louwe, Onder vuur. De Westhoek in de Tweede Wereldoorlog, Veurne, Uitgeverij De Klaproos, 1993, 160 p., ISBN 9055080144.

Delen:
Merkem in de kijker

Merkem in de kijker

Merkem in de kijker

Merkem in de kijker. Met een ondertitel die de drie delen heel goed weergeeft. Want het boek laat drie keer Merkem zien.

Een eerste Merkem is het idyllische Vlaamse dorp met kerk, kasseien, lusthoven en molens. Het tweede is dat van 14-18: er blijft letterlijk geen steen overeind. Een derde Merkem is een gemeenschap die opnieuw tot leven komt in het hart van ‘de verwoeste gewesten’, tussen puin, in noodbarakken, maar met bewonderenswaardige wilskracht.

Het boek geeft niet alleen beeld, maar ook uitleg. De verschillende beelden worden toegelicht, niet alleen beeld per beeld met een onderschrift, maar ook door de overkoepelende tekst. De auteurs zijn iet in de val getrapt om enkel foto’s te brengen.

Er is een bibliografie aanwezig voor wie verdere literatuur wil vinden. De foto’s zelf zijn van goede kwaliteit. Een aangenaam boek.

Sigfried Debaeke en Jürgen Lermytte, Merkem in de kijker, Uitgeverij De Klaproos, 1995, 160 p., ISBN 9789055080281.

Delen:
Oostends woordenboek

Oostends woordenboek

Oostends woordenboek

Roland Desnerck is een ronkende naam als het aankomt op Oostends erfgoed in de categorie taal. Zijn woordenboek kende verschillende herdrukken, hij bundelde liedjes en zegswijzen. Verder hield hij zich ook bezig met verhalen, vooral uit de visserij.

Dit woordenboek is een lijvig werk. De nadruk ligt op de woorden, maar een inleiding heeft het over de typische kenmerken van het Oostends: een Westvlaams, Ingwaeoons dialect met aparte woordenschat, spraakkunst en klanken en enorm verweven met de visserij. De auteur bespreekt ook het stilaan verdwijnen van het dialect en de spellingsregels. Deze inlijden beslaat een 30-tal pagina’s.

Het eigenlijk woordenboek omvat meer dan 500 pagina’s dialectwoorden, uitdrukkingen en taalgebruiken, vertrekkend vanuit het dialectwoord. De uitwerking is zoals een gewoon woordenboek: woordsoort, meervoudsvorm, vervoeging worden aangegeven.

In de 20 pagina’s bijlagen vinden we nog enkele verhalen en verzen.

Voorwaar een enorm werk dat een rijke schat aan erfgoed heeft vastgelegd en dat bij de betere in zijn soort (bijvoorbeeld het Gents Idiotikon of Hasselts woordenboek) kan gerekend worden, zowel in aanpak, volledigheid als vorm.

Roland Desnerck, Oostends woordenboek, derde druk, 1988, 575 p.

Delen:
Het Hof van Watervliet in de Oude Burg te Brugge

Het Hof van Watervliet te Brugge

Het Hof van Watervliet in de Oude Burg te Brugge

Verschillende schrijvers werkten aan dit boek over een patriciërshuis te Brugge, aan de Oude Burg. De Christelijke Mutualiteiten kochten dit pand in 1975 om er tijdelijk hun diensten onder te brengen terwijl ze zelf een nieuw gebouw optrokken in de plaats van hun oude kantoren op nummer 19 van de Oude Burg. In 1978 waren die af en kwam het Hof van Watervliet leeg te staan. De Cm beslisten om het geheel te restaureren en te herbestemmen als ontmoetingscentrum. Deze werken liepen van 1981 tot 1983.

Een eerste stuk gaat over het Hof van Watervliet en zhet Hof van Sint-Joris : wie heeft het gebouwd, wie heeft het in bezit gehad?

De bouwgeschiedenis, kunsthistorische analyse en restauratiebenadering nemen 35 pagina’s in. Een uitgebreid deel dat heel grondig het gebouw bespreekt.

De restauratie krijgt een apart stuk toegemeten. Hier wordt ook aandacht besteed aan oude bouwtechnieken en nieuwe elementen in bouwrestauratie.

Speciaal aan bod komen de balksleutels van het hof van Watervliet. In de zomer van 1982 werden onverwacht 11 gepolychromeerde balksleutels onder de pleisterlaag gevonden. Dat zijn ondersteuningsconstructies (ook ‘slof’ geheten) onder muurbalken. Het is een bewijs van de welstand van de oorspronkelijke bewoners dat zij zoveel aandacht konden besteden aan de binneninrichting.

Een laatste uitgebreid deel gaat over de archeologische ontleding van een post-middeleeuwse beerput op de binnenkoer.

Alles is ruim geïllustreerd en voorzien van uitgebreide bibliografie.

Diverse auteurs, Het Hof van Watervliet in de Oude Burg te Brugge, Uitgeverij Marc Vandewiele PVBA, Brugge, 1983, 112 p., D/1983-2995-10.

Delen:
Naamstenen 1914-1918

Naamstenen 1914-1918

Naamstenen 1914-1918

Tussen 1984 en 1988 werden 25 gedenkstenen opgericht. Zij herinneren aan de Eerste Wereldoorlog door een aantal markante of exemplarische plaatsen in herinnering te roepen. Daarbij hoorde een tentoonstelling die door West-Vlaanderen reisde. Deze brochure van toch 112 pagina’s hoorde bij die expo en geeft uitleg bij elke naamsteen.

Het boekje opent met een korte historische inleiding over WOI. Vervolgens passeren de naamstenen, gegroepeerd rond vijf thema’s.

  • De bewegingsoorlog van 4 augustus tot 31 oktober 1914, met de Slag aan de IJzer, de onderwaterzetting en het ‘Maison dus Passeur’.
  • De stellingenoorlog met de Vicogne-voorpost, de petroleumtanks, observatieposten van Ramskapelle en Pervijze, de medische verzorging (l’Océan in Vinkem en chirurgische voorposten) en het dagelijks leven (Le Lion Belge, John Mac Crae, School van de Koningin te Wulveringem).
  • Het Britse offensief van 1917 met de Drie Grachten en Luigem.
  • Het Duitse offensief van 1918 met de Grote Wacht Reigersvliet en de Slag bij De Kippe te Merkem.
  • Het eindoffensief van 1918 met de Legergroep Vlaanderen, de verovering van de Vlaamse Heuvelkam en het front eind september en begin oktober 1918.

Foto’s van de gedenkstenen, historische foto’s en een aantal kaarten zorgen voor beeldmateriaal bij de tekst. Het boekje sluit met een bibliografie.

Het geheel toont een aantal aspecten van deze oorlog – sommige eerder minder bekend – en eveneens geeft het een mooi overzicht van deze vier jaar die de Westhoek in een ruïne veranderden.

Diverse auteurs (coördinatie Provinciale Dienst voor Cultuur), Naamstenen 1914-1918, Brugge, 1988, 112 p., 1988/D/0248/27.

Delen:
100 jaar Volksbond Oostende 1896-1996. Terugblik op een eeuw solidaire inzet voor de medemens in een compilatie van teksten en foto’s

100 jaar Volksbond Oostende 1896-1996

100 jaar Volksbond Oostende 1896-1996. Terugblik op een eeuw solidaire inzet voor de medemens in een compilatie van teksten en foto’s

De Katholieke Volksbond Oostende ontstond in 1896 en kwam tegemoet aan de vraag om bijstand en solidariteit. Binnen de verschillende sectoren verenigden de arbeiders zich. De Metaalwerkersbond, de Houtbewerkersbond, de Bond van de Zeilmakers, … De mannenmutualiteit van 1896 kreeg in 1910 gezelschap van de tegenhanger “Vrouwenkrans”, met alleen vrouwen in het bestuur. Al deze organisaties kregen in 1910 een Algemeen Secretariaat.

Daarnaast zagen heel wat socio-culturele verenigingen het licht: turnen, toneel, biljart, Kajotters, …

Bij die Volksbond hoorden ook lokalen, een prachtig complex verrees in Oostende, dat in de jaren ’70 plaats moest maken voor een zielloze betonnen doos. Bij die lokalen hoorde ook een café. De uitbaters komen in dit boek aan bod.

Het werk geeft een overzicht van de verschillende katholieke initiatieven – van medische zorg tot feestelijkheden- die verbonden waren met de Volksbond en plaats het geheel in de politiek-sociale achtergrond van de tijd.

Heel veel foto’s tonen aan dat het een verhaal was van mensen. De lay-out is verzorgd en de beelden zijn duidelijk.

“Over de Christelijke Arbeidersbeweging in de 19de eeuw te Oostende, vindt men weinig literatuur”. Dat is de allereerste zin van dit boek. Eigenlijk kunnen we stellen dat heel deze beweging (samen met andere politieke tegenhangers) op plaatselijk vlak nog héél wat stof  biedt tot onderzoek.

Deze uitgave ter gelegenheid van de viering van het eeuwfeest op 11 mei 1996 is er zeker een goede aanzet toe.

Luc Piot, Lionel Dewulf, Dirk Wanzeele, 100 jaar Volksbond Oostende 1896-1996. Terugblik op een eeuw solidaire inzet voor de medemens in een compilatie van teksten en foto’s, Oostende, 1996, 104 p., D/1996/7687/1.

Delen:
Brugse humor in de geneeskunde

Brugse humor in de geneeskunde

Brugse humor in de geneeskunde

Elk dialect heeft zijn eigen klank en zijn eigen leefwereld. Die is opgebouwd uit de taal, maar ook uit die unieke manier van de  wereld zien. Daarin komen elementen voor uit de leefomgeving: figuren, beelden, kleuren, gebeurtenissen.

De auteur heeft oog en oor gehad voor dat taalgebruik. Specifiek dan gekoppeld aan wat hij elke dag beroepshalve te horen kreeg: de Bruggeling met klachten, ziektes en plagen. Die zich soms eens versprak bij al die moeilijke medische termen.

Hij brengt deze uitspraken en dit specifiek volks jargon samen per onderwerp. Het leest als een verhaal van ongemakkelijkheden van de wieg tot het graf. Per thema komen de onderdelen met de verschillende wijzen waarop een Bruggeling het verwoord of zou verwoorden. Bijvoorbeeld bij de spijsvertering: onwel zijn, maagklachten, darmklachten, winden. De typische Brugse dialectwoorden vindt de lezer onderaan de bladzijde verklaard. Dat maakt het lezen gemakkelijk, ook voor wie het dialect niet machtig is.

Het spreekt voor zich dat het geheel een mengelmoes is van soms serieuze problemen die door de omschrijving op de lachspieren werken. Want rond en sappig vindt het dialect steeds zijn weg naar de beste omschrijving.

Een mooie prestatie om de levende taal in een specifieke context te registreren. En toegankelijk, dat bewijzen de talrijke herdrukken van dit boekje.

William De Groote, Brugse humor in de geneeskunde, Brugge, Uitgeverij Marc Van de Wiele, 1990, ISBN 9069660786, 96 p.

Delen:
Een school met een visie. Abdijschool van Zevenkerken 1910-2010

Abdijschool Zevenkerken 1910-2010

Een school met een visie. Abdijschool van Zevenkerken 1910-2010

Gelieve ons te verontschuldigen indien voor U, lezers, een aantal namen of feiten niet genoeg aan het licht is gekomen. In de eerste plaats willen wij met dit boek een sfeer herscheppen, maar dan een historisch naslagwerk maken. Deze twee zinnetjes staan achteraan in het boek. Ze geven goed de bedoeling aan. Er zijn schoolgeschiedenissen die droog de historiek weergeven (bijvoorbeeld Rijksonderwijs te Sint-Truiden). Er zijn anderen die proberen de sfeer weer te geven, zoals Sint-Amandus te Gent. Beiden schieten tekort. Het is goed dat zelf te beseffen en geen ongenode verwachtingen te scheppen. Dat vraagt keuzes. En laten we niet vergeten dat zo’n boek ook ergens uithangbord wil zijn.

De auteur en medewerkers deelden het materiaal op in drie: 100 jaar geschiedenis, een school met een visie en alumni.

De geschiedenis verhaalt het ontstaan en de uitbouw van de school, opgehangen aan de verschillende diensttijden van de rectoren. Een laatste stuk behandelt de meisjesafdeling “Bethanië” die in 1969 het licht zag. Geen enkele verwijzing, geen bibliografie. De laatste zin van het boek in gedachten is dat te begrijpen. Maar dat kon toch -voor een eeuwfeest- wat meer onderbouwd.

Het twee deel zoekt naar de eigenheid van de Abdijschool Zevenkerken. Rond enkele wijsheden die de school hoog acht, worden getuigenissen en initiatieven samengebracht. Samen moeten ze de ‘sfeer’ scheppen die de instelling typeert.

Enkele alumni schrijven een paar woorden neer, waarin ze ook de school trachten te vatten. Tenslotte enkele mijlpalen uit ‘Le Trait-d’Union’, het schoolblad dat in 1923 voor het eerst verscheen.

Het geheel is overvloedig geïllustreerd met foto’s, dikwijls op een groter formaat. En daar toch enige kritiek: er is zéér weinig getracht namen op de gezichten te kleven. Wat een misser, want dat geeft toch een meerwaarde aan de beelden. Zo zien we twee bladzijden groepsfoto’s, maar wie is wie? Leerkrachten en rectoren worden genoemd, maar het zijn toch zeker de leerlingen die in de eerste plaats school maken?

Een zeer verzorgde uitgave, vooral helder afgedrukte foto’s op een iets groter formaat papier.

Bij het boek hoort een Cd-rom. Alleen… 10 jaar later: de apparatuur om deze data te openen zit niet meer standaard bij een laptop of PC. Papier is geduldiger… boeken zeker!

Div. auteurs, Een school met een visie. Abdijschool van Zevenkerken 1910-2010, Tielt, Lannoo, 2010, 175 p.

 

Delen: