West-Vlaanderen

Izegem vroeger en nu

Izegem vroeger en nu

Izegem vroeger en nu

Een kort overzicht van het verleden van Izegem (9 p.) wordt gevolgd door een bibliografie over Izegem. Deze is wel zeer summier. Er volgt nog een woordje over het stadswapen.

Voor heraldiek is er ook plaats: een tiental bladzijden geven de wapenschilden van de heren, graven en prinsen, de heerlijkheden, kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders afkomstig van Izegem en Izegemse families. Een lijst van burgemeesters van Izegem en Emelgem (met foto indien beschikbaar) sluit af.

Een grote brok vormt het deel met stadszichten: de straten, kerken, scholen, openbare gebouwen, waterlopen en bijzondere gebouwen.

Een ander groot stuk zijn kaarten en plannen, waarvan een paar uitplooibaar.

Een laatste groot deel wordt gevormd door het verenigingsleven, de ambachten en folklore. Dat laatste is eigenlijk ‘varia’ want daaronder vallen de markten, fietsen, bedevaartvaantjes en noodgeld uit WOI. Maar wat betreft de verenigingen: daar is getracht de namen van de gefotografeerden te achterhalen. Dat is toch een meerwaarde.

De inhoudsopgave geeft eerder de onderwerpen per onderdeel alfabetisch weer en fungeert zo als een register bij de foto’s.

Kleine foutjes komen voor, zoals in vele werken wel eens gebeurt. Het zou niet moigen, maar ze sluipen er tussen. Zo bv. op p. 33 waar Mgr. Bruno Van Hove, huisprelaat van de paus, geboren wordt in 1719 en overlijdt in 1891. Onwaarschijnlijk natuurlijk.

Het boek werd mooi ingebonden. Alles is zwart-wit, gezien het uitgavejaar zeker logisch aangezien kleurendruk zeer duur was. Maar sommige beelden worden daardoor wel iets te donker. Maar toch verzamelt het werk doorgaans goed afgedrukte beeldmateriaal.

Antoon Vandromme (Red.) en Heemkring Ten Mandere, Izegem vroeger en nu, Izegem, 1974, , Uitgeverij Hochepied, 318 p., D/1974/1907/1.

Delen:
Het Wulpen, Oostduinkerke en Koksijde van toen

Het Wulpen, Oostduinkerke en Koksijde van toen

Het Wulpen, Oostduinkerke en Koksijde van toen

In dit boek komt heel wat materiaal over de huidige gemeente Koksijde met zijn twee deelgemeenten Wulpen en Oostduinkerke samen.

De foto’s beslaan ongeveer de jaren 1890 tot 1940. Voor Sint-Idesbald en Koksijde-Bad betekende dit uiteraard een periode van grote evolutie. Zij ontwikkelden zich tot toeristische centra, zoals in de buurt ook Nieuwpoort-Bad.

Aangaande Wulpen, qua inwonersaantal een klein dorp, is vanzelfsprekend het materiaal beperkt. Er komen 23 foto’s aan bod. Voor Oostduinkerke stijgt dat naar zo’n 50 en voor Koksijde is dat nog eens het dubbele.

Bij elke foto is getracht een duiding te geven en zo mogelijk namen te kleven op de gezichten.

Elke woonkern krijgt bovendien een beknopt historisch overzicht.

Misschien kon een bibliografie op het einde een meerwaarde geboden hebben om de lezer op weg te zetten naar meer literatuur.

Maar zeker een verdienstelijk werk dat een beeld schept van deze gemeente nu een dikke eeuw geleden.

Bert Bijners, Godgaf Dalle, Het Wulpen, Oostduinkerke en Koksijde van toen, Uitgeverij Marc Van de Wiele, Brugge, 1984, 118 p., D/1984-2995-2.

Delen:
Ieper. Portret van een stad

Ieper. Portret van een stad

Ieper. Portret van een stad

In vlotte bewoordingen brengt de auteur een beeld van Ieper. Dat doet hij via anekdotes, geschiedenis en erfgoed. Zo tracht hij de ziel van Ieper te vatten.

De Eerste Wereldoorlog en Ieper – zij hebben natuurlijk een band die niet te lossen is. Toch blijft de schrijver niet steken in een beeld van de stad als oorlogsmonument. Hij kijkt ook via andere invalshoeken naar de stad. Het is wel zo dat de oorlog het verhaal blijvend doorkruist.

Komen aan bod

  • Geschiedenis van Ieper
  • Volksaard
  • Bijnaam “Ieperse kinderen”
  • De wandelende Jood op doortocht
  • Ieper en de kat
  • De oorlog en de heropbouw
  • Erfgoed
  • Ieper als zetel van het bisdom
  • Het pausbezoek van 1985 en Ieper als vredesstad
  • De omgeving van Ieper

Het boek is rijk geïllustreerd, met foto’s van Daniël Leroy. Dat maakt aangenaam lezen en kijken. Het groter formaat laat deze fotografie goed tot zijn recht komen.

Het geheel is een mooi boek, om met een koffie in te grasduinen en meer te leren over de stad. Er is een bibliografie die naar meer wijst. Voor wie echt zoekt naar verdieping is andere lectuur aangewezen, alhoewel dit werk nog steeds heel leuk blijft om aan je bibliotheek over Ieper toe te voegen.

Voor een beeld van voor de verwoestingen kan je terecht in Het Ieper van toen.

Jan Breyne, Ieper. Portret van een stad, Tielt, Lannoo, 1992, 152 p., ISBN 9020920839.

Delen:
Als wij de schoenen tatsen. Een halve eeuw Hoppefeesten in Poperinge

Een halve eeuw Hoppefeesten in Poperinge

Als wij de schoenen tatsen. Een halve eeuw Hoppefeesten in Poperinge

Als het gaat over plaatselijke geschiedenis, is dat natuurlijk niet alleen over kasteelheren en keizers. Dat was vroeger wel eens het geval. Maar doorheen de jaren hebben meer mensen zich gewaagd aan het in kaart brengen van aspecten uit het stads- of dorpsleven.

In dit geval is het jubileum van de Hoppefeesten en Hoppestoet aanleiding om daarover één en ander samen te brengen in een boek.

Er zijn drie delen. Een eerste deel handelt over het ontstaan en de groei van de stoet. Zo werd “de witten” (een soort hopschimmel) uitgebeeld door personages met witte kappen en kleren. Ze leken een beetje te sterk op een racistische groep uit de VS en werden dan maar vlug terug afgevoerd.

Een tweede stuk gaat over de andere aspecten van de Hoppefeesten: de hopkoninginnen, de randanimatie en de alternatieve feesten zoals plukdag en bierfestival.

Tenslotte het derde deel, dat de technische kant bekijkt. Organisatie, regie, figuranten, muziek en dans, kostuum en grime, de paarden, de trajecten, de toeschouwers, de promotie en de financiering.

Er is een (zeer) beknopte bibliografie.

Het geheel is rijk geïllustreerd, maar vooral met foto’s van de laatste edities. Spijtig. Voor de jaren 1955-1975 kan je nog argumenteren dat er weinig materiaal is. Maar zelfs de jaren ’80 zijn echt wel ondermaats vertegenwoordigd en toen werd toch al veel meer gefotografeerd.

Maar een zeer verdienstelijk boek over een zeer specifiek folkloristisch gegeven.

Herman Degryse, Als wij de schoenen tatsen. Een halve eeuw Hoppefeesten in Poperinge, Brugge, De Klaproos, 2008, 144 p., ISBN 9789055080960.

Delen:
Knokke. De laatste witte vlag

De laatste witte vlag

Knokke. De laatste witte vlag

Knokke (1 november), Heist (2 november) en Zeebrugge (3 november) zijn de laatste gemeentes in Vlaanderen die bevrijd worden. De Duitsers hielden hardnekkig vast aan Brückenkopf Breskens. De Canadezen hadden het over de Breskens-Pocket. Deze was ruwweg begrensd door de Westerschelde, de Noordzee, het Leopoldkanaal en de Braakman.

De auteur brengt in dit boek ontzaglijk veel materiaal samen. Heel veel foto’s zijn in dit boek te zien. Daarnaast kon hij de hand leggen op een groot aantal documenten. Hij zorgt voor verhalen en anekdotes van ooggetuigen. Alles is aanwezig om het geheel te kneden tot een prachtig overzicht van die dagen.

Alleen, dat gebeurt niet. Het blijft bij het verzamelen van materiaal. Inderdaad, de lezer kan zich wel een beeld vormen van de gebeurtenissen, maar moet alles zelf aan elkaar breien. De schrijver is eerder een verzamelaar (de derde ‘soort’ heemkundige). Hij heeft wel hoofdstukken gemaakt: het geraamte is er. Maar geen inleidingen, geen besluiten, geen overzicht. Elk hoofdstuk bestaat uit deeltjes van meestal één à twee pagina’s.

Tot daar de kritiek. Want het is een blijft een zeer opmerkelijke prestatie om al dit materiaal samen te brengen én dan nog eens te bundelen en aan te bieden aan geïnteresseerden.

We zijn ondertussen een dikke 30 jaar verder. Dit boek is meer en meer een rijke bron voor wie de bevrijdingsdagen van Knokke-Heist en het Scheldegebied wil reconstrueren.

Constant Devroe, De laatste witte vlag,  eigen beheer, 1991, 312 p.

Delen:
Voormezele. Een kijkboek

Voormezele. Een kijkboek

Voormezele. Een kijkboek

De auteur heeft getracht zoveel mogelijk beeldmateriaal over Voormezele (bij Ieper) bij elkaar te brengen. Meestal foto’s, maar ook bidprentjes en nog een paar andere zaken. De foto’s zijn zowel oude beelden als, op moment van de samenstelling, recentere. Maar dat is ondertussen ook al een 40 jaar geleden.

Sommige van de afbeeldingen zijn wel heel klein. Dat is een beetje spijtig, zeker omdat de druktechnieken van toen eerder neigen naar een donkerder beeld in zwart/wit.

Voor vele beelden worden ook de namen vermeld, wat zeker een meerwaarde is. Elke foto krijgt ook uitleg.

De eerste drie delen geven het oude dorp weer: voor 14-18, tijdens de oorlog en tijdens de heropbouw.

De kerkelijke kant neemt drie delen in beslag: abdij, parochiekerk en de H.Bloedrelikwie met processie.

Er is een hoofdstuk gewijd aan onderwijs en eentje aan bekende figuren.

De gebouwen en kastelen krijgen een aparte plaats.

Tenslotte het verenigingsleven en een laatste deel ‘uit de oude doos’ met varia en familiefoto’s.

Voor een kleine gemeenschap als Voormezele, heden zo’n 1000 inwoners, bevat dit werk zeker een uitgebreide verzameling beelden. In 2019 verscheen de opvolger: 950 jaar Voormezele. Beide werken zijn een must voor wie interesse heeft in dit dorp.

Wilfried Desodt, Voormezele. Een kijkboek, 1982, zonder paginanummers, 2,3 cm dik.

Delen:
Volksdevotie in West-Vlaanderen

Volksdevotie in West-Vlaanderen

Volksdevotie in West-Vlaanderen

Het leven ging op het ritme van de klokken. Religie had een belangrijke plaats in het leven van onze voorouders. In die mate dat er heel veel sporen van terug te vinden zijn. In het landschap, in huis, in onze taal, in de papieren en archieven. Al veel is er over geschreven, gaande van parochiegeschiedenissen (zoals bv. Koewacht) tot geloof (zoals bv. te Nevele) en bijgeloof (zoals in de visserij).

Walter Giraldo behaalde de titel van licentiaat in de Germaanse filologie. Eigenlijk was hij dus taalkundige. Maar hij hield zich al van 1949 bezig met volksdevotie en mirakelverhalen. Zijn thesis ging over Geboorte, huwelijk en dood in het Brugse volksleven.

In dit werk komt veel van die kennis samen. Hij behandelt de volgende onderwerpen:

  • “Dienen” oftewel op bedevaart gaan. Want ‘dienen’ wordt in West-Vlaanderen in die betekenis gebruikt.
  • Volksdevotie en ziekte of ziek-zijn.
  • Processie en rondgang.
  • De aanrakingsritus en exorcisme of ‘belezen’.
  • Amuletten en gewijde voorwerpen.
  • Invloed van waterbronnen op de devotie.
  • Offeren en magie, zoals ‘de koorts afbinden’.
  • Het offer in natura, (openbare) verkoop van dieren voor een heilige.
  • Ex-voto’s (was, zilver, marmer, schilderijen en prtretten, varia).

Elk deeltje is ongeveer even lang, alleen het laatste is met meer dan 30 pagina’s heel uitgebreid.

Het boek voorziet in registers op heiligen, personen, plaatsen en zaken/dieren. Daarmee kan de vorser zeker aan de slag. De auteur voorzag meer dan 500 voetnoten, waar de geïnteresseerde op kan terugvallen. De bibliografie zet zeker ook op weg. Bovendien is het werk mooi geïllustreerd.

Dit is ongetwijfeld een schat aan informatie voor zowel volkskundige als heemkundige, binnen en buiten de behandelde provincie. Alleen blijft het een opdracht om het te pakken te krijgen, wat genoeg zegt over de waarde die eraan gehecht wordt. Uitgegeven op groter formaat 24,5×32 cm.

Walter Giraldo, Volksdevotie in West-Vlaanderen,  Brugge, Uitgeverij Marc Van de Wiele, 1989, 164 p., ISBN 90-6966-057-1.

Delen:
Landschappen in Vlaanderen vroeger en nu

Landschappen in Vlaanderen vroeger en nu

Landschappen in Vlaanderen vroeger en nu

Met de betonstop in het achterhoofd is dit wel een leerrijk boek. Door Vlaanderen trekken en foto’s van nu (lees: 1980) zetten naast een beeld van 1904.

Genieten is het van de beelden van 1904. Wat een weelde, wat een natuur. Dat valt toch enorm op: hoe de landschappen verschraalden. Het gaat niet op nostalgie, maar om de zuivere constatering dat de natuur inderdaad met minder potentieel aanwezig is. Zouden we met Mijn land in de kering toch moeten besluiten dat de 20ste eeuw een weg was naar afbraak en lelijkheid?

De basis voor het boek was het werk van professor Massart die in 1904 Les aspects de la végétation en Belgique. Hij voorzag vijf series, maar de Duitse inval van 1914 deed hem stoppen bij twee.

Zestig foto’s worden voorzien van hun ‘moderne’ tegenhanger. Grootste concentratiegebieden zijn de kust (en vooral de Westhoek ervan) met 15 platen. Meer lezen over natuur in deze provincie kan in het boek Natuurlijk West-Vlaanderen.

De Scheldevallei telt 18 platen. Het West-Vlaamse binnenland komt op 5 foto’s, het Meetjesland op twee. Nog vier in de Antwerpse Kempen. Opwijk, Wezemaal en Gelrode zijn de enige Brabantse zichten.

Limburg heeft 13 foto’s in het werk. De steenkoolontginning veranderde het landschap, de heide verdween en maakte plaats voor verkavelingen, industrieparken en kanalen.

Bij elke plaat (oud en nieuw) vind je een beknopte, maar gedegen uitleg met nadruk op de landschapselementen en vegetatie.

Dit boek zet aan tot nadenken. Wat zou het geven als dit heruitgegeven zou worden? Met op elke pagina drie foto’s: 1904, 1980 en 2020. Zien we herstel? Of nog groter verlies?

Leo Vanhecke, Georges Charlier, Luc Verelst. Landschappen in Vlaanderen vroeger en nu. Van groene armoede naar grijze overvloed, Uitgave Nationale Plantentuin Meise, 140 p.,  D/1981/0325/5

Delen:
Het nieuwe licht uit Langerbrugge 1900-1940

Het nieuwe licht uit Langerbrugge

Het nieuwe licht uit Langerbrugge 1900-1940

Er valt toch nog wat te zeggen over industriële geschiedenis. In vele overzichtswerken van gemeenten bleef dat thema toch onderbelicht. Ontwikkeling van fabrieken en spoorwegen, ja, dat komt nog wel aan bod. Maar de opgang van elektriciteit, van telefoon, van nutsvoorzieningen, van techniek en mechanisatie: daar ligt nog heel wat onontgonnen terrein. ETWIE, voluit het Expertisecentrum voor Technisch, Wetenschappelijk en Industrieel Erfgoed, zet hier volop op in.

In dit boek belichten de auteurs de intrede van elektriciteit in grote delen van Oost- en West-Vlaanderen. De CEF -Centrales Electriques des Flandres- vond daar een werkterrein om de wonderen van de vooruitgang te verspreiden. De schrijvers hebben zoveel als mogelijk bekeken hoe de verschillende gemeentes op dit ‘nieuwe licht’ reageerden. Sommigen hapten gretig toe, anderen waren terughoudend of afwijzend en weer anderen beschikten niet over de nodige financies. We spreken dan nog over de gemeentes van voor de fusies, met soms hele kleine leefgemeenschappen die bovendien agrarisch gericht waren.

Hoofdstuk één heeft het over de komst van elektriciteit in Vlaanderen en de voorgeschiedenis van energievoorziening in het Gentse. Hoofdstuk twee gaat over het ontstaan van de CEF en de eerste aangesloten gemeenten voor WOI. In een derde deel komt de oorlogstijd zelf aan bod. Een vierde deel titelt “De verovering van het platteland” en daarin wordt een uitgebreid bericht over verdere expansie naar de verschillende gemeenten en de aftasting van de grenzen. Er waren immers ook andere compagnieën actief in Vlaanderen, zoals de ENB (Electricité du Nord de Belgique) die oostelijk de Oost-Vlaamse provinciegrens overschreed en die gemeenten op haar net aansloot.

Elk hoofdstuk heeft vele sub-titeltjes van een paar pagina’s. Die kunnen gemakkelijk apart gelezen worden. De illustraties zijn overvloedig, maar omvatten veel postkaarten met een zicht op de gemeente van toen waarvan sprake in de tekst op dat moment. Spijtig dat daar niet meer geopteerd is voor elektriciteit-gerelateerd beeldmateriaal. Maar dat blijft een kleine kritiek. Het boek is zeker de moeite waard en eigenlijk te weinig bekend.

Een register op plaatsnamen en vennootschappen (i.v.m. energie) maakt opzoeken van casestudies per gemeente heel makkelijk.

Langerbrugge, in de Gentse Kanaalzone, kreeg in 1913 aan zijn horizon de grote elektriciteitscentrale van de CEF. Daar kwam ‘het nieuwe licht’ vandaan.

Noël Kerckhaert, Dirk De Vleeschauwer, Het nieuwe licht uit Langerbrugge 1900-1940, Lannoo, Tielt, 1990, 494 p., ill., D/1990/2773/2.

Delen:
Deerlijk jaarboek 1996

Deerlijk jaarboek 1996

Deerlijk jaarboek 1996

Dit is geen jaarboek zoals vele heemkringen uitgeven. Het bevat geen verzameling van artikels over plaatselijke geschiedenis. Dit is een jaaroverzicht in de strikte zin van het woord. Net zoals de reeks van Lier.

Zo’n boeken worden elk jaar interessanter. Het is een gouden tip. Het verleden van morgen vandaag vastleggen. Persfotograaf Marc Vergote stelde het eerste samen in 1994. Hij zou de reeks besluiten in 2019. Vijfentwintig in totaal. Evenveel jaren Deerlijk die vastgelegd zijn voor het verleden.

De onderwerpen zijn heel divers: van 100-jarige, over politiek, religie, sport, naar gebouwen die verdwijnen en nieuwe schooldirecteurs. De foto’s worden begeleid door verklarende tekst, meestal op de naastliggende pagina.

Het staat vast dat terugblikken op 15, 20 of 25 jaar geleden voor nostalgische “oh”-s en “ah”-s zal zorgen. Maar anderzijds wordt deze reeks een hele mooie bron voor wie het recent verleden van Deerlijk onder de loep wil nemen, of een aspect ervan wil uitdiepen. Ideeën genoeg. Zelfs de toenmalige adverteerders zijn ondertussen al geschiedenis.

Dit initiatief zou eigenlijk verdergezet moeten worden én navolging moeten vinden in andere gemeentes.

Marc Vergote, Deerlijk jaarboek 1996, 120 p., verder geen nummer.

Delen: