West-Vlaanderen

De Zwaanridders van Kleef-Ravenstein en Roeselare

Zwaanridders en Roeselare

De Zwaanridders van Kleef-Ravenstein en Roeselare

Michiel De Bruyne (1927-2009) zorgde van rond 1960 voor ontelbare heemkundige bijdragen over Roeselare en omgeving.

Hij heeft het in dit werk eerst over de Zwaanridders van Kleef en hun band met Vlaanderen en Roeselare. Daarna komen aan bod: Ridder Adolf V van Kleef, Hertog Filips van Kleef en Ravenstein, bastaard Johan van Ravenstein. Tenslotte gaat hij ruim in op het praalgraf van Ravenstein, dat werd verwijderd en naar Gent overgebracht. Het kwam uiteindelijk weer naar de Roeselaarse Sint-Michielskerk terug.

Het boekje is eenvoudig uitgevoerd (kopie), maar geïllustreerd. Deze illustraties vallen nog mee, sommige zijn iets donkerder, maar niet onoverkomelijk. Enkele zijn in kleurenkopie.

Er is een voetnotenapparaat aanwezig.

Dit werkje is moeilijk te vinden. Met wat geluk verschijnt het eens op de tweedehandsmarkt.

Michiel De Bruyne, De Zwaanridders van Kleef-Ravenstein en Roeselare, Roeselare, 1999, 99 p.

Delen:
Beauvoorde, cultuurdorp

Beauvoorde cultuurdorp

Beauvoorde, cultuurdorp

Beauvoorde, dorp dat in 1970 zelfstandigheid kreeg. Vinkem en Wulveringem gingen toen een samenlevingscontract aan. Veurne slokte het nieuwe verbond in 1977 op. We zitten knal in de Westhoek, waar de Franse grens lonkt.

Het boek geeft als inleiding een kort overzicht van algemene weetwaardigheden over het dorp.

Dan ligt de focus op het cultuur- en kunstleven. En dat was niet min in de periode 1970-1990. Beauvoorde had 15 zomertentoonstellingen gehad rond kunst. En niet de minste: Servaes, Claus, Permeke,…  Een tweede deel gaat in op Beauvoorde en de literaire kunsten. Er is aparte ruimte voor de functie van het kasteel van Beauvoorde en de familie die het in bezit heeft.

Die delen worden omsloten door een poging om samen te brengen wat Beauvoorde is: geschiedenis, dorpsaard, gebruiken, en de plaats van de kunst in het dorpsleven. De wisselwerking tussen een dorp in de Westhoek en de eigen aard van de Vlaamse kunst komt in dit boek sterk naar voor.

Onder de auteurs ook Anton Van Wilderode.

Diverse auteurs, Beauvoorde, cultuurdorp, Gemeentekrediet, 120 p., 1989, 120 p., ISBN 905066055X.

Delen:
De verbeelding van de Westhoek

De verbeelding van de Westhoek

De verbeelding van de Westhoek

Een uitgebreide en verzorgde uitgave van Lannoo vangt de karakteristieken van de Westhoek. De eerste bladzijden gaan dieper in op wat de Westhoek eigenlijk is, de omschrijving en historiek in vogelvlucht.

Daarna volgen zeven thema’s. Een eerste behandelt de historische geografie van de landschappen in de Westhoek (35 p.). Een tweede bekijkt de historische bewoning van de oudheid tot ongeveer 1918 (25 p.).

De strategische positie en de oorlogen die de streek teisterden, vormen een derde deel (20p.).  De Eerste Wereldoorlog krijgt een apart deel, om welbekende redenen (25 p.).

De natuur van de streek komt apart aan bod, historisch gezien en ook in toekomstperspectief van natuurbehoud (25 p.).  

De wisselwerking tussen bouwen, wonen, werken en erfgoed komt in deel zes ter sprake. Daarbij ook asten, leurders, borstelmakers, woonwagens (25 p.).

Een laatste vraagstuk is de ontwikkeling in de 21ste eeuw. Hoe gaat de streek zijn karakter behouden, zijn erfgoed bewaren maar toch de ontwikkeling in nieuwe tijden voeden (30 p.).

Een beknopte bibliografie geeft toch heel wat literatuur. De kaart op de allerlaatste bladzijde is zeker handig.

Het geheel is rijk geïllustreerd, het aantal historische foto’s blijft echter beperkt. Fotograaf Jean Godecharle zorgde voor foto’s anno de laatste eeuwwisseling. Geen nietszeggende “kunstfotografie” van en blij kind achter een coupe crème-glâce maar beelden die landschap en streek tot leven brengen. Daarmee zet hij een finaal punt achter de titel.

N. De Roo, P. Chielens, e.a., De verbeelding van de Westhoek, Lannoo, Tielt, 2000, 224 p., ISBN 9020937774.

Delen:
Veurnse kroniek Veurne

Veurnse kroniek

Veurnse kroniek Veurne

De Veurnse kroniek werd opgevat als een inleiding in de geschiedenis van de stad volgens een heel laagdrempelige aanpak.

De lezer stapt doorheen de tijden in een aantal hoofdstukjes: de eerste woonkern, de handelsnederzetting, de middeleeuwen, de vorstentijd, de volkerentijd en de periode na 1945. Deze indeling doet heel schools aan. Maar dat is de bedoeling geweest.

Een beknopte bibliografie laat zien dat slechts een paar werken stof gaven. Onder ander het oude Geschiedenis der stad en Kastelnij van Veurne van De Potter, Ronse en Borre.

De tekst is in stukjes opgedeeld, om het (voor)lezen makkelijk te maken, alsof het een lectionarium was. Er komen wel vele foto’s in voor, die ondertussen ook al bijna een halve eeuw oud zijn.

Dit is gewoon een leuk boekje, niet meer of minder, dat als eerste inleiding in het verleden van Veurne of als hebbeding zijn waarde heeft. Diepgaande betogen moet je er niet in zoeken.

Suzy Vanhaverbeke, Veurnse kroniek, 1980, 112 p., D/1980/0348/7.

Delen:
Een halve eeuw College Veurne in woord en beeld

Een halve eeuw College Veurne

Een halve eeuw College Veurne in woord en beeld

Het 150-jarig bestaan van het College de Onbevlekte Ontvangenis Veurne gaf aanleiding om de geschiedenis van 1945 tot 2001 te boek te stellen. In de verantwoording leren we waarom die tijdsafbakening: in 1902 verscheen een historiek en in 1952 volgde de “Geschiedenis van de Latijnsche Schoole en van het Bisschoppelijk College te Veurne”.

Die eerste eeuw wordt heel bondig hernomen in een proloog van 6 pagina’s. Dan volgen drie grote delen.

  • Het deel “Directeurs, leerkrachten en leerlingen” groepeert eigenlijk de historiek. Het deeltje waarin alle personeelsleden alfabetisch worden opgenoemd vormt zeker een meerwaarde.
  • In “Enkele vakken doorgelicht” komen de studies, de pedagogische veranderingen en de collegegeest aan bod.
  • Het collegeleven zelf, met alle initiatieven daarrond, wordt behandeld in deel drie “De eigen stempel”.
  • De oudleerlingenbond vormt de epiloog.

De bibliografie is zeer beknopt, met bijvoorbeeld gewoon de vermelding “Archief bisdom Brugge” en “Archief stad Veurne”, wat eigenlijk niet voldoet.

Maar het bindmiddel van dit boek: de klasfoto’s. Veel beeldmateriaal, en vooral leerlingen. En daarvoor is geen moeite bespaard: bij alle foto’s worden de namen genoemd van wie er te zien is. Dit is het bindmiddel van het boek. Het eerste deel wordt eigenlijk doorkruist door deze foto’s. Dat maakt alles zeer toegankelijk. Op het einde van het boek volgt zelfs een register van de afgebeelde klasfoto’s, wat opzoeken makkelijk maakt. In die zin is deze verzorgde uitgave zeker een voorbeeld.

Fernand Vanhee, Een halve eeuw College Veurne in woord en beeld, 2002, 240 p., ISBN 74023-05-3.

Delen:
Veurne, uitgelezen stad. In de voetsporen van 25 befaamde schrijvers

Veurne, uitgelezen stad

Veurne, uitgelezen stad. In de voetsporen van 25 befaamde schrijvers

Literatuur wordt in de heemkunde soms vergeten. Of het blijft bij die ene ronkende naam. Maar het blijft een heel breed thema: auteurs die schreven over een stad, auteurs afkomstig van een bepaalde plaats of schrijvers die ergens werkzaam waren. Vele geschiedkundige verenigingen hebben wel een verzameling plaatselijke literatuur. Dat opent mogelijkheden, zoals dit werk over Kortrijk.

Dit boek valt onder de eerste categorie. Er passeren 25 schrijvers die het gehad hebben over Veurne. Dat kan in het Nederlands zijn, maar ook in het Frans. “De burgemeester van Veurne” van Georges Simenon bijvoorbeeld. En één Deense auteur: Johannes Jorgensen met “I det yderste Belgien”, waar over de boeteprocessie wordt verteld. En dat is ook een thema voor Abraham Hans.

Na de bespreking van een auteur volgt een kleine bibliografie. Aan het einde van het boek vinden we een register op persoonsnamen.

Dit boek is een voorbeeld hoe dit onderwerp toegankelijk kan gebracht worden. Een paar foto’s verluchten bovendien het geheel.

Patrick Vanleene, Veurne, uitgelezen stad. In de voetsporen van 25 befaamde schrijvers, Uitgeverij De Klaproos, 1993, 181 p., ISBN 9055080063.

Delen:
Arsbroek, jaarboek 32, Assebroek

Arsbroek jaarboek 32

Arsbroek, jaarboek 32, Assebroek

Met de Kring Hervé Stalpaert zitten we in Assebroek. Of Arsbroek, zoals de kring zich noemt. De naam betekent trouwens ‘vochtige paardenweide’. Het dorp maakt nu deel uit van de fusiegemeente Brugge.

Het jaarboek van 2015 kan niet voorbij de Eerste Wereldoorlog, een eeuw geleden. Met het oorlogsdagboek van Edward De Wispelaere en een artikel over bommen op het wentraal Brugs kerkhof te Assebroek in 1918.

Twee andere bijdragen gaan over de Tweede Wereldoorlog: de crash van een Italiaanse piloot te Steenbrugge op 13 februari 1941 en soldaat Gilbert Verlinde tijdens de 18-daagse veldtocht.

André Coopman, gekend als goochelaar en helderziende Extrano, wordt uitgebreid besproken in een mooi artikel.

Een zeer uitgebreide bijdrage over sociale woningbouw tijdens het interbellum sluit de reeks af. Er volgen nog een paar korte berichten en een activiteitenoverzicht.

Samen goed voor 200 bladzijden. Er zijn illustraties, maar die vallen soms toch wel wat donker uit.

Arsbroek, jaarboek 32, Assebroek, 2015, 204 p.

Delen:
Woordenboek van het Poperings

Woordenboek van het Poperings

Woordenboek van het Poperings

Met 665 pagina’s kan het Woordenboek van het Poperings wedijveren met Oostends Woordenboek.

Maar een ander concept: hier wordt vertrokken van het Nederlandse woord, daarna volgt het Poperings in de eigen spelling. Een voorbeeldzinnetje moet het geheel verklaren of duidelijk maken.

Bij dialectwoorden zelf wordt een soort A.N.-spelling gegeven, dan de Poperingse spelling en vervolgens de verklaring. Bijvoorbeeld: rondkadiezen – roentkadiezn = vlug rondlopen.

Het nadeel van deze werkwijze is dat het moeilijk is om vanuit een dialectwoord de betekenis terug te vinden.

De uitgave bevat wel een handig inlegblad met de spellingsregels van het poperings. Om tot een goede uitspraak te komen moet je dus niet steeds terugbladeren naar de inleiding, maar kan je hierop verder gaan.

Soms worden spreekwoorden opgesomd, maar de betekenis ervan wordt niet gegeven. Het voorbeeldwoord is daar ‘kloot, iets waarrond alle dialecten een bloemlezing van spreuken, zegswijzen en beeldspraak hebben gevormd. We krijgen een tiental zinnetjes, zonder enige verklaring.

Toch is dit natuurlijk een reuzenwerk, eerder gericht op wie al goed thuis is in het Poperings. Het is zeker de basis om dit dialect ook vanuit eerder thematische hoek verder te bekijken en parallellen te trekken met Oostends, Anzegems of andere Vlaams lokaal taalgebruik.

André Vallaeys, Woordenboek van het Poperings, Poperinge, 1997, 665 p., 1997/8024/1.

Delen:
Onder vuur. De Westhoek in de Tweede Wereldoorlog

De Westhoek onder vuur

Onder vuur. De Westhoek in de Tweede Wereldoorlog

De ondertitel is nogal ruim bemeten. Eigenlijk gaat het over de cruciale meidagen van 1940. De terugtrekking op Duinkerke zorgt ervoor dat de slag opgevangen wordt in de periferie. De Westhoek krijgt weer een goed deel van het oorlogsgeweld te verduren.

In het boek worden getuigenissen over deze oorlogsdagen in het IJzergebied verzameld. Vlot worden ze verwerkt tot een chronologische reeks. Zo krijgen we een beeld van de gebeurtenissen.

Het boek heeft talrijke, goed afgedrukte foto’s. Vooral de vernielingen en de chaos van achtergelaten materiaal komen goed in beeld. Dit is werkelijk het verhaal van de Westhoek onder vuur.

Wie interesse betoont in dit deel van West-Vlaanderen of de Tweede Wereldoorlog in België, zal deze verzameling van tekst en beeld zeker aanspreken.

Er is een bibliografie aanwezig, maar geen notenapparaat.

Wilfried Pauwels, m.m.v. Carlos Van Louwe, Onder vuur. De Westhoek in de Tweede Wereldoorlog, Veurne, Uitgeverij De Klaproos, 1993, 160 p., ISBN 9055080144.

Delen:
Merkem in de kijker

Merkem in de kijker

Merkem in de kijker

Merkem in de kijker. Met een ondertitel die de drie delen heel goed weergeeft. Want het boek laat drie keer Merkem zien.

Een eerste Merkem is het idyllische Vlaamse dorp met kerk, kasseien, lusthoven en molens. Het tweede is dat van 14-18: er blijft letterlijk geen steen overeind. Een derde Merkem is een gemeenschap die opnieuw tot leven komt in het hart van ‘de verwoeste gewesten’, tussen puin, in noodbarakken, maar met bewonderenswaardige wilskracht.

Het boek geeft niet alleen beeld, maar ook uitleg. De verschillende beelden worden toegelicht, niet alleen beeld per beeld met een onderschrift, maar ook door de overkoepelende tekst. De auteurs zijn iet in de val getrapt om enkel foto’s te brengen.

Er is een bibliografie aanwezig voor wie verdere literatuur wil vinden. De foto’s zelf zijn van goede kwaliteit. Een aangenaam boek.

Sigfried Debaeke en Jürgen Lermytte, Merkem in de kijker, Uitgeverij De Klaproos, 1995, 160 p., ISBN 9789055080281.

Delen: