West-Vlaanderen

Het nieuwe licht uit Langerbrugge 1900-1940

Het nieuwe licht uit Langerbrugge

Het nieuwe licht uit Langerbrugge 1900-1940

Er valt toch nog wat te zeggen over industriële geschiedenis. In vele overzichtswerken van gemeenten bleef dat thema toch onderbelicht. Ontwikkeling van fabrieken en spoorwegen, ja, dat komt nog wel aan bod. Maar de opgang van elektriciteit, van telefoon, van nutsvoorzieningen, van techniek en mechanisatie: daar ligt nog heel wat onontgonnen terrein. ETWIE, voluit het Expertisecentrum voor Technisch, Wetenschappelijk en Industrieel Erfgoed, zet hier volop op in.

In dit boek belichten de auteurs de intrede van elektriciteit in grote delen van Oost- en West-Vlaanderen. De CEF -Centrales Electriques des Flandres- vond daar een werkterrein om de wonderen van de vooruitgang te verspreiden. De schrijvers hebben zoveel als mogelijk bekeken hoe de verschillende gemeentes op dit ‘nieuwe licht’ reageerden. Sommigen hapten gretig toe, anderen waren terughoudend of afwijzend en weer anderen beschikten niet over de nodige financies. We spreken dan nog over de gemeentes van voor de fusies, met soms hele kleine leefgemeenschappen die bovendien agrarisch gericht waren.

Hoofdstuk één heeft het over de komst van elektriciteit in Vlaanderen en de voorgeschiedenis van energievoorziening in het Gentse. Hoofdstuk twee gaat over het ontstaan van de CEF en de eerste aangesloten gemeenten voor WOI. In een derde deel komt de oorlogstijd zelf aan bod. Een vierde deel titelt “De verovering van het platteland” en daarin wordt een uitgebreid bericht over verdere expansie naar de verschillende gemeenten en de aftasting van de grenzen. Er waren immers ook andere compagnieën actief in Vlaanderen, zoals de ENB (Electricité du Nord de Belgique) die oostelijk de Oost-Vlaamse provinciegrens overschreed en die gemeenten op haar net aansloot.

Elk hoofdstuk heeft vele sub-titeltjes van een paar pagina’s. Die kunnen gemakkelijk apart gelezen worden. De illustraties zijn overvloedig, maar omvatten veel postkaarten met een zicht op de gemeente van toen waarvan sprake in de tekst op dat moment. Spijtig dat daar niet meer geopteerd is voor elektriciteit-gerelateerd beeldmateriaal. Maar dat blijft een kleine kritiek. Het boek is zeker de moeite waard en eigenlijk te weinig bekend.

Een register op plaatsnamen en vennootschappen (i.v.m. energie) maakt opzoeken van casestudies per gemeente heel makkelijk.

Langerbrugge, in de Gentse Kanaalzone, kreeg in 1913 aan zijn horizon de grote elektriciteitscentrale van de CEF. Daar kwam ‘het nieuwe licht’ vandaan.

Noël Kerckhaert, Dirk De Vleeschauwer, Het nieuwe licht uit Langerbrugge 1900-1940, Lannoo, Tielt, 1990, 494 p., ill., D/1990/2773/2.

Delen:
Deerlijk jaarboek 1996

Deerlijk jaarboek 1996

Deerlijk jaarboek 1996

Dit is geen jaarboek zoals vele heemkringen uitgeven. Het bevat geen verzameling van artikels over plaatselijke geschiedenis. Dit is een jaaroverzicht in de strikte zin van het woord. Net zoals de reeks van Lier.

Zo’n boeken worden elk jaar interessanter. Het is een gouden tip. Het verleden van morgen vandaag vastleggen. Persfotograaf Marc Vergote stelde het eerste samen in 1994. Hij zou de reeks besluiten in 2019. Vijfentwintig in totaal. Evenveel jaren Deerlijk die vastgelegd zijn voor het verleden.

De onderwerpen zijn heel divers: van 100-jarige, over politiek, religie, sport, naar gebouwen die verdwijnen en nieuwe schooldirecteurs. De foto’s worden begeleid door verklarende tekst, meestal op de naastliggende pagina.

Het staat vast dat terugblikken op 15, 20 of 25 jaar geleden voor nostalgische “oh”-s en “ah”-s zal zorgen. Maar anderzijds wordt deze reeks een hele mooie bron voor wie het recent verleden van Deerlijk onder de loep wil nemen, of een aspect ervan wil uitdiepen. Ideeën genoeg. Zelfs de toenmalige adverteerders zijn ondertussen al geschiedenis.

Dit initiatief zou eigenlijk verdergezet moeten worden én navolging moeten vinden in andere gemeentes.

Marc Vergote, Deerlijk jaarboek 1996, 120 p., verder geen nummer.

Delen:
Herald of Free Enterprise. Kroniek van de Noordzeekust – Deel 1

Herald of Free Enterprise

Herald of Free Enterprise. Kroniek van de Noordzeekust – Deel 1

Kroniek van de Noordzeekust, eerste deel. Een tweede, derde of vierde deel is niet verschenen, zover bekend.

De titel roept genoeg beelden op van de zesde maart 1987. De auteur focust in dit werk enkel en alleen op deze scheepsramp. En hij doet dat grondig.

In negen hoofdstukken pakt hij deze bespreking aan: de feiten (15 p.), de reddingsoperatie (58 p.), de opvang aan wal (20 p.). Hij brengt de oorzaken en aantal slachtoffers in kaart (7 p.) en heeft het over de milieu-impact en gevaarlijke stoffen (9 p.). Aan de berging besteedt hij veel aandacht (35 p.).

Een tweede luik omvat de gevolgen op menselijk en juridisch vlak: de onderzoeksraad (19 p.), herdenkingen en veranderde wetgeving (17 p.) en tenslotte de gevoerde processen (17 p.).

Een lijst van gehuldigden en een lijst van slachtoffers sluiten dit werk.

De gebruikte bronnen verschijnen  in een summiere opsomming van “diverse individuele verslagen” en “periodieken”. Dat mocht iets duidelijker. In de voetnoten -die eigenlijk eindnoten zijn- wordt alleen verdere uitleg gegeven en niet verwezen naar de bronnen.

Het boek telt enkele illustraties, maar focust vooral op tekst.

Erik F. Baeyens, Herald of Free Enterprise. Kroniek van de Noordzeekust – Deel 1, Van Geyt Productions, 1992, 232 p., ISBN 9053270310.

Delen:
Herinneringen aan beide wereldoorlogen. Koksijde, Oostduinkerke, Sint-Idesbald, Wulpen

Koksijde. Herinneringen aan beide wereldoorlogen

Herinneringen aan beide wereldoorlogen. Koksijde, Oostduinkerke, Sint-Idesbald, Wulpen

In 2008 gaf het gemeentebestuur van Koksijde dit boekje uit, een heruitgave van de editie van 2004. Het is 80 pagina’s dik, A5-formaat, maar op die beperkte ruimte werd toch heel wat informatie samengebracht.

Eigenlijk stelden de opstellers een gids samen om in vier trajecten doorheen de deelgemeenten op zoek te gaan naar sporen uit de beide oorlogen. Vandaar zijn de middenpagina’s ingeruimd voor een uitvouwbaar plannetje met aanduiding van 52 ankerpunten.

Elke deelkern komt aan bod. Sint-Idesbald (8 p.), Koksijde (31 p.); Koksijde- en Oostduinkerke-bad (5 p.); Oostduinkerke (13 p.) en Wulpen (5 p.).

Een lijst van oorlogsslachtoffers, per deelkern, van maar liefst elf pagina’s vervolledigt dit boekje. In veel gevallen tracht men dit te vermijden, om niemand te vergeten. Hier heeft men toch geprobeerd allen die door het oorlogsgeweld het leven lieten, te vernoemen. Worden genoemd: de militaire en burgerlijke slachtoffers, de weerstanders, de slachtoffers van de aanval op het vliegveld van 8 april 1944 en het bombardement van 30 oktober 1914.

Een mooie bibliografie naar meer informatie sluit het geheel.

De brochure is ruim voorzien van illustratiemateriaal.

Een verdienstelijke uitgave die zeker aanzet kan geven tot verder verdieping. We vrezen echter dat het niet makkelijk meer te vinden is.

Gemeentelijke Archiefcommissie Koksijde, Herinneringen aan beide wereldoorlogen. Koksijde, Oostduinkerke, Sint-Idesbald, Wulpen, 2008, 80 p., ill., D/2008/10428/06.

Delen:
Waregems millenniumboek

Waregems millenniumboek

Waregems millenniumboek

2000. Dat jaar met die drie nullen. En een twee. Dat zette aan om eens terug te kijken. Niet naar het voorbije millennium, maar naar de voorbije eeuw. Qua iconografisch materiaal is dat iets haalbaarder.

In de inleiding geeft de werkgroep mee dat dit geen volledig overzicht is. Neen, het is eerder een warm-maker. Iets om aan te zetten om één en ander verder uit te diepen. De titel is trouwens zeer correct, want vanaf 1 januari 2000 mocht het dorp zich “stad” noemen.

Het concept is beproefd: foto’s, vooral oude postkaarten, hier en daar gekoppeld aan beelden “zoals het nu is”. De foto’s nemen de meeste plaats in, maar de opstellers hebben niet nagelaten elke afbeelding voldoende te duiden. Hier en daar wordt er naar verdere literatuur verwezen.

In negen hoofdstukken gaan we gans Waregem rond. Daar komt nog Nieuwenhove bij. Andere deelgemeenten komen niet aan bod. Verder is er aandacht voor feestelijkheden, bekende plaatsen, kasteel Casier en Waregem Koerse. Sport, cultuur en onderwijs vervolledigen dit boek.

Een verdienstelijke uitgave: de geschiedenis van Waregem wordt er niet in beschreven, maar heel wat fotomateriaal aangereikt en beschreven. En dat was uiteindelijk de opzet van het project.

Later heeft NCMV nog aandacht besteed aan de mensen van Waregem in deze uitgave.   Een voorbeeld van een monografie, in casu het H.-Hartcollege, vind je hier

Rik Ghistelinck (red.), Waregems millenniumboek. Van dorp tot stad, Waregem, NCMV, 2000, 103 p.

Delen:
Verheerlykt Vlaandre

Verheerlykt Vlaandre

Verheerlykt Vlaandre

Verheerlykt Vlaandre behelzende eene algemeene en nauwkeurige beschrijving van dat graafschap en van zyne algemeene en byzondere wetten alsmede eene chronologischeen historische opvolging zyner graaven, tot op Karel den VI. tegenwoordig Roomsch Keizer. Nevens de Beschryving der Steden, haare Regeerings-Vorm, deftige Gebouwen, Hooge-Amptenaaren, Adellyke Geslachten, Geleerde Mannen, en voornaamste Staats-Wisselvalligheden alsmede De Beschryving de Dorpen, Vlekken, Kasteelen en Heeren-Huyzen, gelegen in het Keizers, Fransch en Hollandsch Vlaandre; met de afbeeldsels der Steden, Kasteelen en Heeren-Huyzen; nevens de Land-Kaarten van iedere byzondere Kasselrye en Grens-Scheydingen. In ’t Latijn beschreeven door den Geleerden Heer Anthoni Sanderus. En nu in het Nederduitsch vertaald, en met schoone Kopere Konst-Plaaten verrykt.

Als dat geen titel is, wat dan wel?

Sandrus en Verheerlykt Vlaandre voorstellen moet niet. Een origineel uit 1735 staat te koop aan 7500 Euro. Maar niet iedereen heeft dat budget.

Gelukkig worden zo’n monumenten soms in facsimile editie heruitgegeven. Maar zelfs dan bleek het lang een probleem om het te pakken te krijgen. Zo was er een heruitgave uit 1974, in drie roodleren banden.

In 2007 zorgde de Uitgeverij C. De Vries-Brouwers te Antwerpen voor een nieuwe heruitgave. Twee volumes hernemen trouw het origineel. Zou gewoonweg in geen enkele heemkundige bibliotheek mogen ontbreken. Alleen al de kopergravures maken het de moeite.

De editie van 2007 kreeg ISBN 9789059273054

Delen:
Honderdvijftig memorabele Waregemnaars

Honderdvijftig memorabele Waregemnaars

Honderdvijftig memorabele Waregemnaars

Dit boek heeft een ruim publiek bekoord. Ongetwijfeld. Iedereen ziet graag een naast familielid in de bloemetjes gezet. Maar dit initiatief van Unizo Waregem reikt verder. Elke besproken figuur krijgt een klein vakje personalia, een levensschets en één of meerder foto’s mee. Voorzeker een waardige opvolger van het Waregems millenniumboek.

Een groep van acht besliste over de inhoud. Zij geven zelf mee dat één en ander voor discussie vatbaar is. Er zal altijd iemand te weinig vernoemd zijn. Maar het strekt tot eer dat zij de moeite gedaan hebben om tot een evenwichtige verdeling te komen. Want het gevaar om alleen (politiek) invloedrijke mensen te noemen, ligt bij zo’n onderneming op de loer.

Twaalf rubrieken vormen de ruggengraat. Voor de hand liggend: historische figuren, cultuur, clerus, politiek. Dat hoeft geen betoog. Dat er ook gedacht werd aan kunstenaars, oorlog en verzet en onderwijs en populaire figuren ligt ook voor de hand. Dat zijn alom gekende personaliteiten. Maar ook het economische met middenstand en bedrijfsleiders komen aan bod. Niet verwonderlijk, voor een uitgave onder de vleugels van Unizo. Maar ook de mensen met sportieve en sociale inzet werden niet vergeten.

Een mooie, verzorgde en rijk geïllustreerde uitgave van 160 pagina’s die zeker de moeite waard is.

Honderdvijftig memorabele Waregemnaars, 2001, 160 p., ill.

Delen:
Volksgeloof in de zeevisserij

Volksgeloof in de zeevisserij

Volksgeloof in de zeevisserij

Onze voorouders hechtten nogal wat belang aan bijzondere tekens en handelingen. Voor ons vandaag is dat duidelijk, want wij horen wat ze deden, en wij weten dat al deze uitingen van bijgeloof niet meer tot ons leven behoren. Wij slaan geen kruis meer over het brood of wij gooien geen zout meer over de schouder. Daardoor valt het des te meer op.

Alhoewel, binnen vijftig jaar zal voor ons dezelfde rekening gemaakt worden. Maar op andere vlakken dan. Iedereen probeert greep te krijgen op het lot.

Het spreekt voor zich het een bijzonder gevaarlijk beroepswezen zoals de zeevisserij, een rijkdom aan volksgebruiken in zich droeg. Auteur Pierre Hovart brengt in dit bescheiden boek honderden van die handelingen en bedenkingen bij elkaar.

Verwacht geen aaneengeschreven wetenschappelijk werk met grote filosofische bedenkingen. Hovart heeft vooral tot doel gehad die verdwijnende gebruiken op te sommen. Hij geeft daarbij enige duiding zodat duidelijk is waar het om gaat. Het is zijn verdienste dit allemaal bij elkaar te hebben gebracht.

Het boekje kan een aanzet zijn om, dertig jaar later, één en ander uit te diepen of na te gaan of deze gebruiken nog bestaan.

Pierre Hovart, Volksgeloof in de zeevisserij, Brugge, 1991, 70 p.

Delen:
Dialectenboek Anzegem

Dialectenboek Anzegem

Dialectenboek Anzegem

Ae’s ge dat lui’ë leest, teus hoörde hoe da’ me wilder klapp’n al de kant’n van Anzegêm
Klanken, woorden en zegswijzen uit de streek van Anzegem, Avelgem, Kruishoutem, Oudenaarde, Waregem (Potegem), Wortegem-Petegem, Zingem, Zwevegem (Moen, Heestert, Otegem) en verder tot in… Deerlijk, Zulte, Aarsele, Ruislede, …


Geen zakwoordenboek. Daarvoor is deze turf niet geschikt. Alles tezamen 702 bladzijden. Alstublieft.

We beginnen achteraan. Kwestie van even tegendraads te doen. Het grootste deel van het boek zit immers achteraan: het dialecticon (p.236-679). In één richting: Anzegems-Nederlands. De woorden krijgen achter zich de betekenis en veelal ook een voorbeeldzin. Die voorbeeldzinnen zijn niet vertaald. De herkomst van de woorden wordt ook niet meegegeven. Dat laatste is minder bezwaar. De eerste opwerping is, voor raadplegers die het Vlaams niet machtig zijn, toch moeilijker om alles in context te zien. Anderzijds was alles dan nog eens zo dik geworden.

Het middendeel omvat gezegden en spreekwoorden (p. 214-235). Volkswijsheden over mannen, vrouwen, over praten en zwijgen, aftelrijmpjes en dies meer.

In het eerste deel werden een aantal woorden en zegswijzen gegroepeerd per onderwerp. Naast een inzicht in de streektaal, geeft het ook een kijk achter de schermen wat betreft zeden en gewoonten. Door de taal kan je een groot deel van de cultuur opsnuiven. We zien passeren: de levensloop, het uiterlijk, gezondheid en ziekte, relaties, werken, kleren, eten en drinken, tijd en meten, boeren en weer, natuur en kerk en school. Dat in die gehele bloemlezing tal van uitdrukking naar voren komen die een glimlach ontlokken, zal niet verbazen. Dat iemand met zijn gat noten kan kraken (bang zijn) bijvoorbeeld. En “zinne ressoor ês gesprongen”, hoe luguber dat ook is. En “wa’ zij”ë mee ’n mieljoen ae’s ge nie’ kunt skijt’n?” Wijsheid om even stil van te worden…


De Davidsfonds Dialect Werkgroep leverde met dit boekwerk een huzarenstukje af. Het boek is ondertussen quasi onvindbaar geworden.


Tot in ’t slijt van de prêt ên ’t pikk’n van d’n andsjoen!


Ae’s ge dat lui’ë leest, teus hoörde hoe da’ me wilder klapp’n al de kant’n van Anzegêm, diverse medewerkers, [2007], 702 p.

Delen:
De Panne in oude prentkaarten

De Panne in oude prentkaarten

De Panne in oude prentkaarten

De Toenboekjes hernamen zo’n 25 jaar geleden de uitgaves van de jaren ’70 waarin oude postkaarten werden samengebracht. Bijna heel Vlaanderen kreeg zijn dorp in oude prentkaarten aangeboden; of de binnenvaart, of oude beroepen.

Het is natuurlijk leuk te grasduinen door de 76 ansichtkaarten die aan de lezer worden aangeboden. De bijgaande uitleg is zeer summier gehouden.

Hier werd gekozen voor een tweetalige uitgave. De uitleg is weliswaar summier, maar het Nederlands is eigenlijk een vertaling van het Frans. Het zorgt voor ongemakkelijke zinsconstructies. De Franse teksten klinken en lezen veel beter. Dat zorgt voor een amateuristische uitstraling van de Nederlandstalige tekst. Voor een boekje over een Vlaamse gemeente is dat eigenlijk onvergeeflijk.

Gelukkig is de waarde van dit boekje vooral te vinden in de rijkdom van de afbeeldingen, die goed van kwaliteit zijn.

Georges Renoy, De Panne in oude prentkaarten / La Panne en cartes postales anciennes, 1997 (herdruk van 1972), Toenboekje, 80 p., ISBN 9028865004.

Delen: