Brugse humor in de geneeskunde

Elk dialect heeft zijn eigen klank en zijn eigen leefwereld. Die is opgebouwd uit de taal, maar ook uit die unieke manier van de  wereld zien. Daarin komen elementen voor uit de leefomgeving: figuren, beelden, kleuren, gebeurtenissen.

De auteur heeft oog en oor gehad voor dat taalgebruik. Specifiek dan gekoppeld aan wat hij elke dag beroepshalve te horen kreeg: de Bruggeling met klachten, ziektes en plagen. Die zich soms eens versprak bij al die moeilijke medische termen.

Hij brengt deze uitspraken en dit specifiek volks jargon samen per onderwerp. Het leest als een verhaal van ongemakkelijkheden van de wieg tot het graf. Per thema komen de onderdelen met de verschillende wijzen waarop een Bruggeling het verwoord of zou verwoorden. Bijvoorbeeld bij de spijsvertering: onwel zijn, maagklachten, darmklachten, winden. De typische Brugse dialectwoorden vindt de lezer onderaan de bladzijde verklaard. Dat maakt het lezen gemakkelijk, ook voor wie het dialect niet machtig is.

Het spreekt voor zich dat het geheel een mengelmoes is van soms serieuze problemen die door de omschrijving op de lachspieren werken. Want rond en sappig vindt het dialect steeds zijn weg naar de beste omschrijving.

Een mooie prestatie om de levende taal in een specifieke context te registreren. En toegankelijk, dat bewijzen de talrijke herdrukken van dit boekje.

William De Groote, Brugse humor in de geneeskunde, Brugge, Uitgeverij Marc Van de Wiele, 1990, ISBN 9069660786, 96 p.

Delen:

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *