Dialectenboek Anzegem

Ae’s ge dat lui’ë leest, teus hoörde hoe da’ me wilder klapp’n al de kant’n van Anzegêm
Klanken, woorden en zegswijzen uit de streek van Anzegem, Avelgem, Kruishoutem, Oudenaarde, Waregem (Potegem), Wortegem-Petegem, Zingem, Zwevegem (Moen, Heestert, Otegem) en verder tot in… Deerlijk, Zulte, Aarsele, Ruislede, …


Geen zakwoordenboek. Daarvoor is deze turf niet geschikt. Alles tezamen 702 bladzijden. Alstublieft.

We beginnen achteraan. Kwestie van even tegendraads te doen. Het grootste deel van het boek zit immers achteraan: het dialecticon (p.236-679). In één richting: Anzegems-Nederlands. De woorden krijgen achter zich de betekenis en veelal ook een voorbeeldzin. Die voorbeeldzinnen zijn niet vertaald. De herkomst van de woorden wordt ook niet meegegeven. Dat laatste is minder bezwaar. De eerste opwerping is, voor raadplegers die het Vlaams niet machtig zijn, toch moeilijker om alles in context te zien. Anderzijds was alles dan nog eens zo dik geworden.

Het middendeel omvat gezegden en spreekwoorden (p. 214-235). Volkswijsheden over mannen, vrouwen, over praten en zwijgen, aftelrijmpjes en dies meer.

In het eerste deel werden een aantal woorden en zegswijzen gegroepeerd per onderwerp. Naast een inzicht in de streektaal, geeft het ook een kijk achter de schermen wat betreft zeden en gewoonten. Door de taal kan je een groot deel van de cultuur opsnuiven. We zien passeren: de levensloop, het uiterlijk, gezondheid en ziekte, relaties, werken, kleren, eten en drinken, tijd en meten, boeren en weer, natuur en kerk en school. Dat in die gehele bloemlezing tal van uitdrukking naar voren komen die een glimlach ontlokken, zal niet verbazen. Dat iemand met zijn gat noten kan kraken (bang zijn) bijvoorbeeld. En “zinne ressoor ês gesprongen”, hoe luguber dat ook is. En “wa’ zij”ë mee ’n mieljoen ae’s ge nie’ kunt skijt’n?” Wijsheid om even stil van te worden…


De Davidsfonds Dialect Werkgroep leverde met dit boekwerk een huzarenstukje af. Het boek is ondertussen quasi onvindbaar geworden.


Tot in ’t slijt van de prêt ên ’t pikk’n van d’n andsjoen!


Ae’s ge dat lui’ë leest, teus hoörde hoe da’ me wilder klapp’n al de kant’n van Anzegêm, diverse medewerkers, [2007], 702 p.

Delen:

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *